16-04-16

Januari 2016

Verslag van de vergadering 22-01-2016

Open agenda: 

Franky: Planetoïdengordel en Kuipergordel + Hale Bopp

Paul, Jan en Jo:             Negende planeet?

Jo:         Proefboringen naar heet water in Mol?

Lambert: Kan donkere materie clusteren?

 

De planetoïdengordel is een verzameling van steenachtige objecten terwijl objecten uit de Kuipergordel ijzige objecten zijn (komeet-materiaal). Nog verder weg en inhoudelijk gelijk aan de Kuipergordel, vinden we de Oortwolk, oeroude ijzige relieken, restanten van de tijd van het ontstaan van ons zonnestelsel.

Hale Bopp: Franky haalde komeet Hale Bopp aan als rekenobject en zocht de afstand van het keerpunt in haar baan. Snelheid van de komeet is 1000 km/s  = 3.600.000 km/u. Na heel wat calculaties berekende Franky dat Hale Bopp op 1/9e lichtjaar afstand van ons af zit als ze op haar keerpunt van haar baan zit. Maar ……we merkten op dat Hale Bopp een niet-periodieke komeet is en heeft bijgevolg geen keerpunt. Franky doelde op komeet Halley en dan gaat de berekening, zij het lichtjes anders, wel op.

De negende planeet, een topic dat door meerdere van onze leden opgemerkt was, vond ook zijn weg in onze open agenda. Heet nieuws: men denkt een negende planeet te zullen vinden op 40 miljard km afstand. Gemeten storingen in een reeks van 6 KBO’s (Kuiper-objecten = zie uitleg Kuipergordel, hierboven) geven aanleiding tot deze vaststelling. Grote kans dat de planeet bestaat en dat ze binnen 5 jaren gevonden zou kunnen worden. Is nog zuiver theoretisch. Op het internet vonden we wat ondersteunende uitleg; ook zuiver theoretisch. Wat met de regel van Titius-Bode in dit geval? We hebben er geen zicht op!

Proefboringen naar heet water in Mol. Op 3.6 km diepte kan water heel heet zijn en toch vloeibaar blijven (ipv stoom). Druk is allesbepalend. Hoe dieper je gaat, hoe meer druk en des te hoger is de temperatuur om water in gasvorm te krijgen.

Kan donkere materie condenseren? Een hele uitleg, maar – in een kort antwoord: Ja! We bekeken even wat donkere energie zou kunnen zijn en als we de conclusie mogen trekken dat het barionisch is dan moet het kunnen clusteren. Dit gesprekstopic bracht ons tegen de rand van het filosofische, het bleek – geheel toevallig - raakpunten te hebben met het hoofdthema van de avond: Was er een Oerknal?


Na een korte pauze waar Paul ons trakteerde, nam de moderator het woord en gaf de kick off voor een bijzonder boeiende uiteenzetting onder de noemer:

Was er een Oerknal?

De moderator opende de sessie door het gespreksthema open te breken en de groep integraal deel te laten nemen aan een voorbespreking. Met enkele gerichte vragen was het pad snel geëffend: Hoe zie je het heelal? Denk je dat er een oerknal geweest is? Wat is uitdijing?                

We weten dat het heelal een héél eigenaardig “ding” is om te begrijpen. We gaan dat zeker niet in 13 (zelfs 17) dimensies proberen uit te leggen, maar beperken ons tot het verstaanbare. De meest eenvoudige manier om de vorm van het heelal uit te leggen is door ze te visualiseren als een bel, een 3D- bel. Best te vergelijken als zijnde een ballon, alhoewel de vorm van ons heelal helemaal niet symmetrisch is. Maar om de boel verstaanbaar te houden gaan we uit van een bel-achtige structuur. Alles wat bestaat (lees de sterrenstelsels, de superclusters met alle materie en toestanden               die daarmee gepaard gaan) drijft op de schil van de bel. Enkel en alleen op de schil. Gaan we in de bel, richting middelpunt van de bel-achtige structuur die we heelal noemen, dan hebben we te maken met de dimensie TIJD.  Dat is de meest simpele manier om uit te leggen hoe het heelal er uit ziet.

Oké…. we weten nu hoe we ons het heelal moeten voorstellen. Het gaat verder…..we meten en weten dat de bel (het heelal) steeds groter word, er is uitdijing. We meten nu een ouderdom van 13.7 miljard jaren. Als we nu de klok terug draaien, dan zal het heelal dus kleiner worden. Kleiner en kleiner, tot we op een punt komen dat er NIETS meer is. Het heelal is weg. Nu komt weer een moeilijk voor te stellen moment. Op het uur 0 is er geen tijd, is er geen ruimte, is er geen heelal. Er is niets. Het is zelfs moeilijk voor te stellen dat het zaadje van de Big Bang, de oerknal,  een niets is. Uit dit niets, de singulariteit,  komt in één (stille) klap het heelal tevoorschijn.

We onderhielden ons over de verdere processen die uiteindelijk resulteren in het heelal zoals we het vandaag de dag kennen.  Na deze open bespreking gaf de moderator een video-uiteenzetting over deze materie door    de Nederlandse Universiteit.

De clip begon door te stellen dat het heelal in het heel prille begin ( let wel: na de “Big Bang”) de afmeting had van een pompelmoes met daarin honderd miljoenen sterrenstelsels. Begin je jezelf dat maar eens voor te stellen.

Het oeratoom van George Lemaître! Fred Hoyle maakte er zich toentertijd grappig over en bedacht de spotnaam “Big Bang”, een term die we nu nog steeds gebruiken als we het over het ontstaan van het heelal hebben en daaraan, volledig onterecht, de naam van de cynische Fred Hoyle verbinden. Het is de Belg George Lemaître die deze eer verdient! Maar swat…..hoe kunnen we de bigbang hard maken, Welke bewijzen kunnen we aandragen die deze theorie staven?

De clip ging over drie bewijzen: het eerste bewijs is het gegeven dat het heelal niet alleen uit waterstof bestaat, maar uit helium en een heleboel andere dingen. Het tweede bewijs is dat we de nagloei van de knal kunnen aantonen; de kosmische microgolf achtergrondstraling.               

Druk en temperatuur veroorzaken kernfusie, net als in het centrum van de zon. Atoomkernen van waterstofgas stoten elkaar af. Alleen als het héél heet wordt kunnen ze blijven plakken en we krijgen Helium. Zo maakt de zon haar energie. Gaan we even terug naar onze Bigbang, de fase waar het heelal de afmeting heeft van een pompelmoes, was het heelal heet genoeg voor kernfusie. Onmiddellijk na de vormig was het te heet, de kernen werden meteen van elkaar afgeslagen. Maar toen het heelal 1 seconde oud was, was de afkoeling al dermate dat atoomkernen wél plakten en er vorming kon zijn. Er was kernfusie, maar die duurde maar drie minuten. Toen was de temperatuur zodanig gedaald  en de uitdijing al zo groot dat het heelal te “koud” werd voor verdere fusie. Een beetje van het waterstof dat aanwezig was werd omgezet in Helium. We kunnen berekenen hoeveel materie er was en welke temperaturen er heersten. Als je dat weet kan je ook uitrekenen hoeveel kernfusie er is geweest. Als je gaat rekenen kom je tot de conclusie dat 1 op de 10 atomen geen waterstof is, maar helium. Er zijn nog wat andere lichtere atomen, zoals deuterium, Lithium e.a.; ook die kan je voorspellen. Aan de hand van waarnemingen kan je meten hoeveel delen materie er momenteel is en ze toetsen aan de oerknaltheorie. Je kan dus effectief berekenen dat de voorspellingen van de Oerknal-theorie kloppen. Dat is het eerste bewijs!

Het tweede bewijs: we laten het heelal 300.000 jaren verder evolueren. Waterstof atomen zijn 3000° warm. In deze toestand botsen de atomen minder hard en blijven de elektronen netjes rond de kern zitten. Dan pas kan licht passeren en wordt het heelal “zichtbaar”. Het licht in het heelal kan vrijelijk reizen en wij kunnen het zien. Enkel tot op die magische grens van 300.000 jaren na de BB. Warme objecten geven warmtestraling. Toen het heelal de ouderdom van 300.000 jaren bereikt had was er warmtestraling en die zien we nu nog steeds als zijnde radiostraling ,2.7° boven het absolute nulpunt; de achtergrondstraling. Hét bewijs van een hete oerknal!

Het derde bewijs: daarvoor moet je enkel naar buiten als het donker is. Het feit dat je donkerte ziet is het bewijs dat er een oerknal geweest is. Als je een stukje avondhemel bekijkt zie je sterren, maar vooral zwarte leegte. Stel dat het heel oneindig oud zou zijn, dan zou je oneindig ver weg kunnen kijken en oneindig veel sterren zien. Er is dan geen zwart meer, maar een overvloed aan sterren. Wilhelm Olbers (1758-1840) begreep dat in 1800 en concludeerde dat, moest het heelal oneindig oud zijn, er zoveel sterren zouden moeten staat zodat het ’s nachts even helder zou zijn als overdag! De oerknal maakt dat het licht slechts 13.7 miljard jaren op weg naar ons is en dat er een leeftijd op geplaatst is en dat je sterren die verder weg zouden staan niet zichtbaar kunnen zijn.  Dat is het derde bewijs!!!!

Na de clip hebben we nog kort nagekaart over deze boeiende uiteenzetting. We concludeerden dat  “werken met video-ondersteunde thema’s” een heel boeiende en geslaagde formule is. We sloten af rond 23.30u.

                                                                                                                                                          Lambert

Verslag van de kijkavond

De Pleiaden en Orion stonden al behoorlijk helder aan de hemel toen Dirk en Jan arriveerden op de toren. De koepel werd geopend en de kijker in gereedheid gemaakt. Intussen arriveerde ook Jo en werd eerst de Orionnevel in de kijker gebracht. De zoeker stond echter niet goed afgesteld. Voor de Orionnevel was dit nog wel doenbaar maar voor andere objecten was het erg moeilijk en bijna ondoenbaar om die in beeld te krijgen. Toen we naar de Pleiaden keken tuurden we los door de sterren heen. Jo merkte op dat het interessant zou zijn als we beschikten over enkele andere vergrotingen. Met een oud oculair van de kijker van P Mauritius werd even geprobeerd maar dat was zeker geen succes want die oculairs zijn niet geschikt om te gebruiken in de kringkijker.

Omdat we slechts 1 oculair hebben werd geopperd om eens te kijken naar enkele andere maten. We zochten nog vergeefs naar enkele ‘M’ etjes maar met een slecht afgestelde zoeker was dit ook al geen succes. De ledverlichting onder het bordes is daarentegen een groot succes. Ze is helemaal niet storend en geeft ruim voldoende licht om ongehinderd op en rond het bordes te bewegen.

Na enige tijd in het wild weg proberen verliep het zoekwerk niet naar wens en besloten we de koepel te sluiten. Ook de kijker werd afgedekt en bij dit laatste bleek dat de zoeker los en scheef stond waardoor deze natuurlijk behoorlijk van zijn doel afweek. Dat is zeker een aandachtspuntje voor volgende keer.

Jan

19:41 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

25-02-12

ATH, Huckelhoven, Duitsland

Stom toeval of niet, Lambert was in Duitsland en wist dat in Huckelhoven een astronomisch treffen zou plaatsvinden op 25-02-2012. Even binnenspringen en de sfeer opsnuiven.

ATH is een jaarlijks terugkerende ontmoeting, net voor het grote Europese treffen ATT in Essen (5 mei 2012). ATH is kleinschaliger. De organisatie van ATH ligt in handen van een groepje studenten die in het gymnasium van hun school diverse standhouders en vertegenwoordigers van grotere sterrenwachten te gast hebben. Er was een uitgebreide stand van de sterrenwacht van Aken, ééntje die in het oog sprong door mooie beelden door de plaatselijke kijker gemaakt. Diverse standhouders prezen hun waren aan en waren allemaal in voor een praatje. Er zijn op een dergelijk treffen verrassende dingen te vinden die relatief kort in de buurt te bezoeken zijn. Opmerkelijk is dat op een dergelijk (kleinschaliger) treffen veel leuke koopjes te doen zijn. Heel wat amateurastronomen gebruiken deze beurzen om hun overtollig materiaal te slijten. Niet alleen leuke prijzen in het segment tweedehands, maar ook de stand van Vixen (nieuw spul) hanteerde heel interessante prijzen. Een must voor hen die nog zoeken!

Enkele sfeerbeelden van het treffen:

sized_ATH 2012 019.JPG

sized_ATH 2012 011.JPG

sized_ATH 2012 004.JPG

sized_ATH 2012 007.JPG

sized_ATH 2012 016.JPG

sized_ATH 2012 020.JPG

sized_ATH 2012 008.JPG

 

18:12 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

27-06-11

Sterrenstelsels

Omdat we nogal wat reizigers onder ons midden hadden die net terug waren hebben we de open agenda even opzij geschoven en deze mensen hun relaas laten doen.

Paul Rackels beet de spits af. Tijdens zijn verblijf in Zuid-Spanje liet hij, via SMS, Lambert weten een excursie te willen maken naar het Duits-Spaans Astronomische Centrum te Calar Alto, gelegen in de Sierra de Los Filabres, Andalucia, ten noorden van Almeria Het is een samenwerking van het Maw-Planck Instiyuut te Heidelberg (De) en het Instituto de Astrofisica de Andalucia (SP) in Granada, Spanje. Caltar Alto beschikt over drie telescopen, openingen van 1.22m , 2.2m en 3.5m. De grootste kijker doet op dit moment baanbrekend onderzoek naar sterrenstelsels onder de projectnaam CALIFA. Het onderzoek zal een tijdspanne van drie jaren beslaan. Paul beschreef de omgeving, wist dat er in de buurt van de sterrenwachten twee hotels te vinden zijn en dat je best een bezoek op voorhand tot in de detail regelt. De sterrenwachten zijn op een berg gelegen en de toegang is vrij steil. Aan de zuidelijke kant van het gebergte, wist Paul, kan je niet minder dan 2000 plantensoorten vinden. Spectaculaire ravijnen en canyons voor de liefhebbers. Het klimaat ter plaatste kent enorm veel zonnedagen per jaar, maar…..ongelukkigerwijs was het barslacht weer tijdens de periode die Paul uitkoos voor een bezoek. Niettemin, we dankten Paul voor zijn inbreng en toelichting.

Onze tweede globetrotter van de avond van Gerard Verschaeren. Gerard heeft net een cruise achter de rug. De rit (of noemen we dat de vaart?) bracht hem van Miami naar Tenerife.  Gerard had wel geluk: hij maakte een regeling met de kapitein en mocht ’s nacht op de voorplecht verblijven (op z’n Titanic’s) om zich daar ongehinderd door enige vorm van storende lichtbronnen te wijden aan een diepgaand onderzoek van het hemelgewelf. Gerard vond op de voorplecht een overweldigend aanbod aan sterren. Zoveel en zo helder dat het identificeren welhaast een onmogelijke opdracht werd. Gerard greep terug naar de bekende sterrenbeelden en vertrok van de Grote Beer op zoek naar de andere sterrenbeelden. Orion werd ook redelijk snel gevonden. Het feit dat de sterrenbeelden gekanteld lagen maakte de zoektocht niet gemakkelijker. Fotograferen, op een varend schip (wat is het verschil tussen een schip en een boot?) en dan ook nog zonder een statief was een onbegonnen werk. Gerard betreurde het feit dat hij de camera nog niet helemaal kende. Aan de ene kant; langere belichtingstijden vanaf een niet stilstaand object maken astrofotografie zo goed als onmogelijk. Aan de andere kant: de pretlichtjes in Gerard’s ogen lieten ons wel verstaan dat hij toch genoten heeft van de ervaring en dat is waar het om gaat!

De titel van derde globetrotter van de avond viel te beurt aan Job Beeren. Zoals eerder gemeld: Job is terug in het land en bracht een verslag van zijn astronomische ervaring in de Verenigde Emiraten. Het werd een relaas vol van zand, stof en strooilicht en heersende temperaturen van rond de 60°C.. Zand, omwille van de nabijheid van de woestijn, stof als gevolg van verschillende zandstormen die hun locatie teisterde en tenslotte strooilicht van het nabije Dubai. We weten allemaal hoe funest stof en storende lichtbronnen zich optellen! De waarnemingen die Job terplekke kon maken beperkten zich tot het waarnemen van Saturnus en de maan. Veel sterren waren niet zichtbaar vanwege de overdaad aan storende elementen, zoals hierboven beschreven. Extra bescherming van camera en andere toestellen is geen overbodige luxe in deze omstandigheden. Job liet weten een bezoek gebracht te hebben aan de Burj Khalifa, een wolkenkrabber in de stad Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten, en momenteel het hoogste gebouw ter wereld met een hoogte van 828 meter. Het gebouw werd met groots vuurwerk geopend op 4 januari2010.Tijdens de bouw stond de toren bekend onder de naam Burj Dubai, letterlijk: Toren van Dubai), maar enkele uren voor de opening werd de toren herdoopt tot Burj Khalifa, een verwijzing naar Khalifa bin Zayed Al Nahayan, president van de Verenigde Arabische Emiraten en emir van het naburige Abu Dhabi. Job wist, want op de toren geweest,  dat je van de effecten van de wind op de toren niets merkt.

Een vierde item op onze agenda werd gebracht door Dirk Schuurmans. In deze tijden van elektronische geweld, meer specifiek de lasers die we gebruiken voor het afstellen van onze kijkers, dacht Dirk: “wat zou het effect zijn als ik de laser van een waterpas eens zou ombouwen naar een pionter?” en knutselde een “home-made” laserpen. Kan deze ook gebruikt worden om sterren aan te wijzen? Neen, een dergelijke laser geeft enkel een punt en geen straal. We lieten onze gedachten gaan over verschillende typen van lasers, waarom een rode laser een punt geeft en een groene een straal. Dirk dacht aan de golflengte. Job kijkt dit voor ons na en zal eerstvolgende keer uitleg verschaffen. Alle sprekers werden bedankt voor hun actieve bijdrage en toelichting en het woord werd gegeven aan Lambert voor zijn bijdrage van de avond:  De uiteenzetting begon metaforisch met het vergelijken van huizen en sterren. Eén enkele ster, één enkel huis. Meerdere sterren (sterrenhoop) en meerdere huizen, we hebben een straat. Onze Melkweg, een “straat” van sterren verlicht onze nachtelijke hemel. Het ene seizoen een beetje markanter dan het andere. Een heleboel “straten”, kort op elkaar en je hebt al snel een metropool, een gecomprimeerde wereld van licht en beweging. Een sterrenstelsel, een metropool van sterren. Laat de Melkweg achter je en “steden van ontelbare sterren” worden zichtbaar. We kennen deze objecten als….

sterrenstelsels.

Big Bang, T+100s. : het heelal koelt verder af en er kunnen zich heliumkernen vormen.  

T+300.000 jaar: het heelal is zó ver afgekoeld dat de elektronen aan atomen worden gebonden. Licht kan nu dus ongehinderd door de atomen heen beginnen bewegen. Voorheen was alles donker.

T+1 miljard jaar: rond deze periode moeten de eerste melkwegstelsels zijn ontstaan uit kleine “foutjes” in het heelal. Deze fouten kunnen bijvoorbeeld kleine temperatuurverschillen zijn of minuscule zwarte gaten die ontstaan zijn bij de oerknal.

T+13,7 miljard jaar: hier leven wij nu. Er is lang discussie geweest over hoe oud het heelal nu eigenlijk is. Schattingen liepen ruwweg tussen de 10 en 20 miljard jaar. Onlangs is met nauwkeurige metingen van de WMAP satelliet de leeftijd op 13,7 miljard jaar vastgesteld. Dit resultaat zou op 0,2 miljard jaar nauwkeurig moeten zijn. Een sterrenstelsel is een enorme verzameling sterren, gravitationeel gebonden. Het aantal individuele sterren kan enorm verschillen, van een paar miljard tot …… Kleine stelsels, de dwergstelsels tellen enkele miljarden sterren. De superstelsels, zoals NGC 1132 (elliptisch stelsel) reiken tot 1 biljoen sterren. (10.000.000.000.000). Hoe werden sterrenstelsels gevormd? We weten weinig over de vorming van sterrenstelsels en vragen ons nog steeds af: wie was het eerst, stelsels of zwarte gaten? Het jonge heelal was relatief uniform, een zee van gas en donkere materie, meer dan duizenden graden heet. Gebaseerd op de echo van de BB, de achtergrondstraling, vermoedt men dat materie klonterde, 300.000 j na de BB. Op dit tijdstip werd het heelal “koeler” en doorzichtig. Structuren zoals sterren en sterrenstelsels werden vermoedelijk gevormd 500 miljoen jaren na de BB. Niemand weet hoe materie voor het eerst samen klonterde. Hoe werden sterrenstelsels gevormd? Walter Baade deed een vergaande studie naar de vorming van sterrenstelsels in de jaren 50.Hij ontdekte oude (11 miljard j) metaal-arme (H-He) sterren rond de Melkweg. Materiaal  voortkomende uit supernovae (rijker in metalen en uitgestoten in het interstellair medium) nestelt zich in de actievere jonge sterren in ons sterrenstelsel. Dit model van Baade kreeg de naam ELS (Olin Eggen - Donald Lynden-Bell – Allan Sandage). Als gas instort door zwaartekracht creëert dit een sferische halo. Als er dan nog meer gas toegevoegd wordt begint dit te roteren en wordt gaande wijs verrijkt met zwaardere metalen. Er vormen zich “eilanden” van materieschijven binnen het stelsel. Dit is theorie één.

 Theorie twee: de “Mergers”. Onder deze noemer zullen “protostelsels”, vlokken van gas, gravitationeel naar elkaar toe trekken. Ze fusioneren samen en vormen de sterrenstelsels in het jonge heelal. Naarmate de tijd verstrijkt zullen  stelsels van diverse afmetingen zich binden met de oudere stelsels. Meer en meer astronomen beginnen dit model aan te nemen. Ze nemen aan dat het merendeel van de stelsels zich via dit proces gevormd hebben. Ze noemen dit proces het “small-to-big”-pad. HST-Deep Space beelden onderbouwen deze stelling. Ons Melkwegstelsel zou het resultaat kunnen zijn van het samengaan van een honderdtal kleine stelsels, doorheen de tijd. Open vraag: Niemand weet of sterrenstelsels eerst samen kwamen als gaswolken om dan sterren te vormen of…. dat eerst de sterren gevormd werden uit de gaswolken om dan te condenseren in sterrenstelsels.

 Theorie drie: zwarte gaten. Zwarte gaten werden als eerste gevormd in zware wolken van materie. Deze “zware” wolken versnellen de heldere omliggende materie. Deze materie, net buiten het bereik van het zwarte gat, is de basis voor de vorming van de sterrenstelsels. Zwarte gaten vinden we in het centrum van vele grote – tot medium-grote sterrenstelsels. Zwarte gaten zijn de motoren van de ver verwijderde quasars (hoog- energetische jonge sterrenstelsels). De James Webb-telescoop (2014) zal, na ingebruikstelling,  als eerste opdracht deze stelling onderzoeken.

Edwin Hubble (1889-1953) bedacht in 1926 de gekende “stemvork”, een classificatie van de verschillende types sterrenstelsels. De stemvork van Hubble toont hoe spiraalstelsels verschillen van elliptische stelsels. Er is zelfs een departement met spiralen die een centrale balk hebben, hun aanduiding begint met SB Let wel: de “stemvork” is geen evolutionair diagram, dus niet lezen als zijnde een kaart of zoiets als het HRD. We herkennen vijf soorten stelsels: Elliptisch (E0-E7), Lensvormig (SO), Spiraalvormig (Sa-Sc), Balkspiraal (Sba-SBc) en.alles wat hiervan afwijkt zijn  “onregelmatige” stelsels. We vergeleken de stemvork van Edwin Hubble met de meer gedetailleerde (infrarood-) kaart van de Spitzer Space Telescope. Deze vork geeft een meer gedetailleerd zicht op de “bulge”, de centrale verdikking rond elk centrum.

 Wat zijn de verschillen tussen die soorten stelsels? Spiraalstelsels zijn het thuis van jonge, hete sterren. Dit is zichtbaar in de blauw-witte kleur van de spiraalarmen. De rode vlekken die je ziet in de armen zijn stervorminggebieden. Er zijn vele “kraamkamers”. De kleuren en de temperaturen van sterren zijn aan elkaar gelinkt. De heldere blauwe en witte sterren in de stelsels zijn heter dan de gele en rode sterren. Maar…ze verbranden wel sneller en naarmate het stelsel ouder wordt, zal er minder stof en gas voorhanden zijn en stervorming komt tot een einde. De sterren branden  zich door de hoofdreeks en doven uit. Alles wat overblijft zijn  gele en rode sterren. Elliptische stelsels, een andere classificatie. Deze stelsels hebben geen bijzondere structuur. Ze hebben de vorm van een bol of een platte schijf.  Ze worden aangeduid met de letter E, gevolgd door een cijfer van 0 tot 7.    0 wil zeggen bolvormig, 7 is lensvormig. Er zijn ook verschillende formaten mogelijk. De kleinste zijn de dwergelliptische stelsels, met diameters tussen de 4.000 en 10.000 lichtjaar (onze Melkweg heeft een diameter van meer dan 100.000 lichtjaar).  Ze komen voor als begeleiders van grotere melkwegstelsels, zoals onze Melkweg.  Er komen ook reuze-elliptische stelsels voor. De grootste kunnen een diameter van bijna 2 miljoen lichtjaar bereiken. Ze hebben de aanduiding gE (g van giant), de reuzen onder de sterrenstelsels. Als je nu eens nauwkeurig naar een elliptisch stelsel kijkt zie je al vrij snel dat de sterren geler zijn dan in de spiraalstelsels. Nog iets wat gaat opvallen….in een elliptisch stelsel  zitten veel meer sterren dan in een  spiraalstelsel. Even op een rijtje zetten: hete sterren “doven” uit en ineens hebben we een elliptisch stelsel met méér sterren?

Waar komen die vandaan? We zagen een computersimulatie van twee stelsels, gevangen in elkaars zwaartekracht. Ze vermengen zich samen tot één nieuw en groter stelsel! Men vermoedt dat sterrenstelsels “groeien” door te “mergen”, samengaan. Dit mergen gebeurd via botsingen die over een heel lange tijdschaal doorgaan. Te lang om in een mensenleven te kunnen waarnemen. Wat we wel kunnen zien zijn de verschillende stadia van dergelijke “mergers”. Met computersimulaties worden de gaten ingevuld. Wetenschappers denken te weten dat ons huidig stelsel het resultaat is van het “mergen” van verschillende dwergstelsels.

Onze toekomst? De Melkweg botst met de Andromedanevel om uiteindelijk na een lang proces een nieuw gigantisch elliptisch stelsel te vormen. Foute boel?  Neen, de dichtheid in spiraalarmen is zo ijl dat er eigenlijk weinig gebeurd.

 Een lensvormig sterrenstelsel is een type sterrenstelsel dat zich volgens de Hubble-sequentie tussen een elliptisch en een spiraalvormig sterrenstelsel bevindt. Lensvormige sterrenstelsels behoren tot de schijfsterrenstelsels, die al veel van hun interstellair medium hebben opgebruikt en daarom maar erg weinig stervorming kennen.  Lensvormige sterrenstelsels bestaan voornamelijk uit al wat oudere sterren (zoals in een elliptisch sterrenstelsel). Het stof in veel lensvormige sterrenstelsels bevindt zich in de kern. Lensvormige sterrenstelsels hebben niet zoveel verschillende vormen als spiraalvormige sterrenstelsels.

 Onregelmatige stelsels. M82 (Messier 82 / NGC 3034) is een onregelmatig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Grote Beer in de M81-groep.  Het is een sterrenstelsel waar de mate van sterformatie het tienvoudige is van dat in een "normaal" sterrenstelsel.  De oorzaak hiervan is een dichte nadering van M82 tot het naburige stelsel M81, zo'n 100 miljoen jaar geleden (De kernen van de 2 liggen momenteel slechts 150 000 lichtjaar van elkaar af). M82 werd door Johann  Bode ontdekt op dezelfde dag dat hij M81 ontdekte. Onze buren, de Magelhaense wolken, zijn onregelmatige sterrenstelsels. De Lokale Groep is een groep melkwegstelsels die t.o.v. elkaar ongeveer dezelfde afstand behouden. Door het uitdijen van het heelal verwijderen de meeste stelsels zich van ons, maar die van de Lokale Groep zijn gebonden door de zwaartekracht. Ze wordt gedomineerd door twee grote spiraalstelsels, het onze en het Andromeda-stelsel, M31.  Ze hebben beiden een groep begeleidende kleinere stelsels. De Melkweg heeft  de Magelhaense wolken, M31 heeft de kleine elliptische stelsels NGC 205 en M32 (ook NGC 221 genaamd). M31 staat op een afstand van ongeveer 2,2 miljoen lichtjaar. Het stelsel is zo'n 65% zwaarder dan de Melkweg. Het is het verst verwijderde object dat nog met het blote oog zichtbaar is. Door een telescoop zien we het stelsel van opzij, onder een hoek van ongeveer 15°. Een kleiner spiraalstelsel, M33 of het Driehoeksstelsel maakt eveneens deel uit van de Lokale Groep. Andere leden zijn Leo-1 en -2, Ursa Minor en Draco, allen kleine elliptische stelsels. In totaal bevat de Groep 15 stelsels. Over sommigen is er nog discussie of ze er bij horen of niet, zoals de beide Maffei-stelsels.

 Het heelal zit vol mysteries. Eén daarvan is een ongekende vorm van materie (in een hoge abundantie). Donkere materie. Om dit fenomeen te begrijpen heeft men gepoogd het universum op verschillende manieren te “wegen”. Het bestaan van donkere materie werd in de jaren 30 gepostuleerd door Jan Oort, als gevolg van observaties van sterren in de buurt. Omdat een sterrenstelsel niet “uit elkaar” vliegt, oordeelde Jan Oort, moet er genoeg materie in het stelsel zijn om te verhinderen dat sterren zich van het centrum zouden verwijderen. Maar….er scheen niet genoeg zichtbaar materiaal voor te komen om te verhinderen dat de sterren zouden ontsnappen. Jan Oort berekende dat er in de buurt drie maal meer donkere materie zou bestaan dan zichtbare materie. Sterker bewijs kwam toen men de halo’s van stelsels ging bestuderen. Volgens de wetten van Newton moeten de omloopsnelheden van sterren om het centrum van het stelsel dramatisch lager liggen naarmate ze de onderlinge afstand tot het centrum vergroten. Wat stelt men vast? Snelheid blijft dezelfde, ongeacht hoe ver weg van het centrum. Verklaring voor dit gegeven is dat een enorme sferische halo van donkere materie de zichtbare materie omhuld. Nog een aanwijzing voor donkere materie komt voort uit studies van de sterrenstelsels- clusters. In de jaren 30 ontdekte Fritz Zwicky grote wolken van donkere materie in de Coma-cluster (300 miljoen lj afstand). Zwicky vond dat zichtbare materie slechts 10% hoeft  uit te maken van de totale massa om een sterrenstelsel gravitationeel bij elkaar te houden.  Hieruit leidde hij af dat vermoedelijk 90% van de aanwezige materie donkere materie zou kunnen zijn…. Wat is donkere materie? Eén van de meest intrigerende vraagstukken op dit moment. Het zouden neutrino’s kunnen zijn, het zouden bruine dwergen kunnen zijn…..,het zouden neutronensterren kunnen zijn….., misschien de zwarte gaten of misschien exotische deeltjes zoals axionen, massieve neutrino’s, fotino’s, of waterstofgas, op drift tussen de stelsels? Wat het ook is…..het zal een heel bepalende rol gaan spelen in het voortbestaan van ons heelal. Als er genoeg donkere materie voorhanden is kan de inflatie van het heelal tot een halt geroepen worden. En dan………..?  Wait and see…..

                                                                                                                                                                                                                            LBe

16:46 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

26-06-11

Astrodag 2011

Alle ingrediënten waren aanwezig, de planning was rond, de presentaties klaar, de leden aanwezig. Sommige hadden zo goed als alle apparatuur geladen, in de hoop een schitterend mooie afsluiting van het seizoen te kunnen realiseren. Alle ingrediënten, op één na…….. de zon! Laat nu de zon toevallig het voornaamste ingrediënt zijn. We hadden voorzien om eerst een hele tijd te besteden aan kijken en fotograferen van de zon, om dan na zonsondergang over te schakelen naar openluchtprojecties. Als het dan echt donker zou zijn zouden we overschakelen naar het deepsky gebeuren.  Alles was aanwezig om er een mooie, gezellige dag van te maken, alles behalve de juiste weersomstandigheden…….jammer! Weer een gemiste kans.

De eerste deelnemers arriveerden om 15.30u en doken meteen de taverne in. Op vrij korte tijd waren we met acht mensen samen. Ondanks de druilerige omstandigheden buiten werd het binnen toch gezellig. Een gezellige babbel, een drankje, twee schalen met bitterballen aangeboden door Francky…….alles goed om de somberheid van buiten te doen vergeten. De lopende gesprekken gingen van zelfbouw zonnefilters, zinken goten, nonnen, optische treinen tot Bahtinov-Hartman-maskers voor een perfecte scherpstelling. Job belde tussentijds met de melding dat zijn HEQ6Pro-montering in huis was. We zaten eigenlijk allemaal met jeukende handen om aan de slag te kunnen gaan. Helaas, buiten bleef het hopeloos uitzien ondanks het feit dat we ons optrokken aan de voorspelling van buienradar die ons wijs probeerde te maken dat vanaf 20.00u de hemel op zou trekken. Na enkele kriekskes, koffie’s, cola’s en bitterballen bleven we op onze (astronomische)  honger zitten. Het bleef bij een kameraadschappelijk samenzijn dat volgehouden werd totdat we tot het besef kwamen dat het echt niets zou worden. Het was een beetje na 21.00u toen de laatste mensen huiswaarts keerde. En……zoals zovele keren, daags na de feiten sloeg het weer helemaal om, volop zon en een uitzicht op een heldere hemel. Swat, we hebben geprobeerd, de opkomst was zeer goed , rekening houdende met het feit dat de eerste uren van de activiteit helemaal verregend waren. Je kan zeggen wat je wil…… Noorderkroners weten wat “volharding” betekent! Proficiat, mannen….goed bezig!!!!

 

Een prettig verlof en heel graag tot een volgende keer!!!

                                                                                                                                 LBe

 

!cid_25062011383.jpg

IMG_0995.JPG

!cid_25062011381.jpg

17:11 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

08-06-11

Noorderkroon-Aquila 2011

Verslag van de kijkavond vrijdag 6 mei 2011.

Na de onweders, weeks voordien, was het eindelijk eens helder tijdens een kijkavond. We profiteerden van deze situatie en brachten een drietal kijkers in stelling. De Newton van Dirk en  Francky en de Cassegrain van Lambert. Voor het eerst in onze geschiedenis: alle kijkers ten velde waren voorzien van volgmotoren. We evolueren! In de vooravond werd tijd geïnvesteerd in het afstellen van de motoren die Francky recent aangeschaft had. Bij het opzetten van een parallactische montering dienen nogal wat regeltjes in acht genomen te worden. Daar waar de Cassegrain op een vorkmontering alles zelf uitricht (met behulp van een krachtig GPS-signaal) en uitrekent naar een perfecte “goto-“ afstelling, moet er bij een parallactische montering met goto (zonder GPS-ontvanger) toch wel het één en ander op voorhand gedaan. Een opsomming:

  1.        Montering uitrichten op noord
  2.        Kijker uitbalanceren (met camera e.a.)
  3.        Poolhoogte correct?
  4.        Waterpas zetten
  5.        Poolzoeker afstellen
  6.        Handset op juiste datum, uur, zomeruur  en coördinaten?
  7.        Bevestig 1 – 2 of 3 referentiesterren
  8.        …..en je uitlijning zou perfect moeten zijn.

Zou, want het liep helemaal mis. Gevraagd werd om na de afstelling de kijker op Saturnus te richten, maar het “goto-“systeem ging helemaal de verkeerde kant uit. We vermoeden ergens een setting voor het zuidelijk halfrond. Omdat Francky de handleiding niet bij had, moesten we onze poging staken. Er kon wel gevolgd worden. We keken naar diverse deepsky-objecten en maakte verschillende fotografische opnames. Eén daarvan bleek een eigenaardigheidje te vertonen. In een uitvergroting is er overal een drift te zien, behalve voor twee “objecten”? We zoeken dit nog uit. Meerdere opnames van Saturnus illustreerde weer het gegeven dat een planeet fotograferen moeilijker is dan een deepsky-object. We zagen massa’s meteoren (eta Aquariden) ISS  en andere satellieten  

 Een mooie leerrijke kijkavond, dank aan de deelnemers en heel speciaal dank aan de mannen die het anti-muggenspul meebrachten. Het was nodig! Zonder deze spray’s waren we letterlijk en figuurlijk “opgevreten”. Op naar een volgende kijkavond (zie uitnodiging)!

 Verslag van 27 mei 2011.

Als wij, leden van Noorderkroon, één cliché kennen is dat de stelling “We kijken elk jaar uit naar de verbroedering Noorderkroon-Aquila”. Dit is voor ons geen cliché, het is een vast gegeven. Jaren geleden opgestart, jaren volgehouden (gaat vanzelf) en de intentie om dit heel lang vol te houden. Beter nog: we hebben goesting en ideeën om dit nog verder uit te werken.

 27 mei 2011. Op onze agenda de zoveelste jaarlijkse verbroedering met Aquila, de sterrenkundige vereniging van Lommel. De contacten waren al lang op voorhand gelegd, de afspraken gemaakt. Omdat ons PC Michielshof nog steeds in de steigers staat (men loopt voor op schema door het goede weer) waren we genoodzaakt een ruimere locatie te vinden. Jan regelde een zaal in de parochiezaal aan de Statie. Jan Hermans had zich als spreker van dienst aangeboden en zou een uiteenzetting brengen onder de titel “Historische supernovae”. Vijf dagen voor de verbroedering diende Jan om dringende reden opgenomen te worden in het hospitaal, zodat we genoodzaakt waren in ijl tempo ons programma aan te passen. Lambert zorgde voor de laatste afspraken inzake de zaal en zorgde voor een vervangprogramma. We dachten aan een opkomst van een twintigtal mensen en besloten de grote zaal in te zetten. Projecteren tegen de muur bleek (op een paar antirookstickers na) helemaal geen probleem. Omstreeks 20.15u was de zaal op orde en waren de meeste gasten al aangekomen, zodat we netjes op tijd konden aanvangen met : 

De jaarlijkse verbroedering Noorderkroon-Aquila.

 

Tijdens de officiële verwelkoming benadrukte Lambert het belang van onze jaarlijkse verbroedering. Het weerzien, het uitwisselen van ideeën en het stimuleren van ons doen en laten maakt dat we deze jaarlijkse bijeenkomst een zeer warm hart toedragen, sterker nog; er is een wederzijdse interesse om dit gegeven nog verder uit te werken. De voorzitter van Aquila, Rudi van Bommel, sprak in zijn welkomstwoord de waardering uit die van VVS uitgaat over dit initiatief. Elk jaar, tijdens dealgemene ledenvergadering, wordt onze gezamenlijke activiteit aangehaald en gepromoot. We zijn hier meer dan  duidelijk goed bezig!

 

Als eerste item op de agenda bracht Lambert een presentatie die de aandacht vestigde op een heel normaal natuurfenomeen dat we tijdens onze kijkavonden heel goed in ons voordeel kunnen benutten.

 Een avondje sterrenkijken. Meestal betekent dit fotografie, deepsky, lichtzwakke objecten zoeken, kortom: grenzen verleggen… Om dit goed te doen hebben we een donkere achtergrond nodig….ee kans is groot dat we op verplaatsing moeten gaan. Eenmaal aangekomen op de waarnemingsplaats is niets zo vervelend als in het duister te weten te komen dat één en ander niet geregeld is.Hoe dit te voorkomen?Degelijke voorbereiding en kennis van je apparatuur is een belangrijk gegeven.Maar toch……ook al ken je je apparatuur blindelings, ook al is je nachtzicht beter dan dat van een konijn… de kans is groot dat je in het donker aan het “klommelen” geraakt en dat er waardevolle waarnemingstijd verloren gaat!Hoe kan je dit voorkomen?Koop of bouw een kant en klare sterrenwacht, liefst ver weg van storende lichtbronnen . Is dit er een beetje over, dan is er nog iets wat je kan redden:Maak optimaal gebruik van een heel natuurlijk  en alledaags fenomeen en tref al je voorbereidingen bij voorkeur voor of tijdens de…….

Schemering

 

Zomer, een aangename tijd. Voor velen is de zomer de tijd van de vakantieperiodes … een tijd van rust en ontspanning. Een tijd dat we oog (zouden kunnen) hebben voor andere  dingen.Eén van die dingen die alledaags en heel gewoon zijn is de schemering. Hoogste tijd om eens heel even stil te staan bij die dagelijkse gebeurtenis, die heel gewoon lijkt, maar toch enkele verrassende dingen met zich mee brengt. We openden met enkele beelden van schermingen, genomen op verschillende locaties, zoals Lapland, ergens op de oceaan, op onze heide. Sommige schemerige beelden liet al sterren zien. Is dit nog schemering?  Deze vraag zou later in de uiteenzetting duidelijker worden. Anyway, schemering,“het” moment om de laatste voorbereidingen te treffen.

We staan er niet altijd bij stil, schemering, alledaags, maar toch niet zo vanzelfsprekend. Om te beginnen moeten we ons realiseren dat enkel op Aarde de overgang van dag naar nacht een speciale gebeurtenis is. Enkel bij ons is de overgang van dag naar nacht een kleurrijke ervaring.  Op de meeste plaatsen in ons zonnestelsel is de overgang van dag naar nacht heel abrupt. Het lijkt wel of men op een knop drukt en overal is het, van het éne moment op het andere, stikdonker. We gaan het fenomeen  “ schemer op aarde” eens bekijken……

 Het feest begint als de zon op de rand van de horizon balanceert. De stralen van de ondergaande zon reizen nu door 13 x meer luchtmassa dan wanneer ze recht boven ons staat. Deze massa lucht waar de zonnestralen doorheen moeten voordat ze op ons netvlies vallen, zorgt er voor dat zo goed als al het blauwe licht uitgefilterd is. Enkel de langere golflengtes van het licht bereiken ons oog. Dit is de reden waarom de ondergaande zon rood of oranje lijkt. Zelfs regenbogen, vlak voor zonsondergang, hebben weinig of zelfs geen blauw licht.

We gaan verder: de zon zakt verder weg onder de horizon. Bij ons duurt dat proces 3 minuten. In de tropen slechts 2 minuten en het wordt schemerig!  Schemering…….het klinkt vaag, maar in feite is het heel precies gedefinieerd. We kennen niet één, maar drie soorten schemering!  Burgerlijke schemering begint bij zonsondergang en is een periode van heel intensieve kleuren. Fotografen weten wat we bedoelen! Verstrooiing van zonnelicht vlak over de horizon in combinatie met de dichtheid van de lagere luchtlagen maken dat kleuren heel intensief overkomen. Burgerlijke schemering eindigt officieel wanneer de zon  6° onder de horizon gedoken is. Die zes graden komen overeen met 12 zonnediameters. Op dit punt zullen de meeste straatverlichtingen aan zijn, het begin van de nautische schemering.  De schemering duurt langer op hogere breedtegraden. In zuidelijke landen zoals Spanje of Italië duurt de schemering veel korter dan in noordelijke landen als België. Het wordt daarom in zuidelijke landen 's avonds na zonsondergang veel sneller donker. Nog sterker is dit effect aan de evenaar. Dit komt doordat de zon recht onder de horizon verdwijnt. Ver ten noorden of ten zuiden van de evenaar beschrijft de zon een andere baan aan de hemel en gaat deze onder een kleinere hoek t.o.v. de horizon onder, waardoor de schemering langer duurt. We lieten een opsomming zien van de duur van de schemering op verschillende plaatsen op de aardbol en zagen wezenlijke verschillen.

 De nautische schemering blijft duren tot de zonneschijf 12° onder de horizon gezakt is. Op dit punt kan een zeeman geen onderscheid meer maken tussen zee en lucht, kleuren zijn nu weg! De astronomische schemering is begonnen en zal duren totdat de zon 18° onder de horizon gezakt is. Op dit punt beginnen de zwakste sterren zichtbaar te worden. Hoe zien we schemering?

Burgerlijke schemering: Het menselijk oog is in staat zonder inspanning gedrukt schrift te lezen. Doelen kunnen worden waargenomen, richten is mogelijk en er zijn weinig of geen belemmeringen voor militaire operaties.

Nautische schemering: Omtrekken van objecten die boven de horizon uitsteken kunnen worden waargenomen. De horizon is duidelijk zichtbaar. Bewegende voorwerpen kunnen op ca. 300 meter worden waargenomen. Navigatiesterren zijn zichtbaar.

Astronomische schemering: Visuele waarneming is niet mogelijk. Het verschil tussen astronomische schemering en volledige duisternis is slechts aan te geven in de waarnemingsmogelijkheid van bepaalde sterren.

Om verschillen in de zichtbaarheid te kunnen maken zijn we aangewezen op het bepalen van de grensmagnitude, aan de hand van de gekende sterrenkaarten waar sterren geteld moeten worden in specifieke gebieden. Het aantal zichtbare sterren refereert naar een grensmagnitude. Even resumeren….. we kennen dus drie schemeringen, drie gedefinieerde periodes die ons van daglicht naar duisternis brengen. Tegen de morgen worden de rollen omgedraaid. We hebben de drie verschillende schemeringen de revue laten passeren en we merken op dat we telkens spreken over aantal graden onder de horizon.

Dit om  de simpele reden dat de lengte in tijd kan variëren. Afhankelijk van het seizoen en de plaats kan de burgerlijke schemering  van een half uur tot ver in de nacht duren.  In de tropen is het steevast 24 minuten. Dank zij de langzame pas van het kwijnende licht merken we eigenlijk weinig van dit gebeuren.  Als het schemerig is bij helder weer zie je vaak eerst een gele gloed, de zon bevindt zich dan net onder de horizon. Naarmate de zon steeds verder zakt, wordt het steeds donkerder. De hemel wordt dan rood tot vermiljoen.

Daarna is het bij helder weer al snel ook astronomisch donker. Soms zie je een lichtblauwe gloed net boven de horizon hangen, dan is er weinig vocht aanwezig. Dit verschijnsel komt alleen bij zeer droog weer voor, zoals in de zomer. Dit treedt vooral op als er veel stof aanwezig is, stof verstrooit het zonlicht beter.Wat gebeurd er in onze ogen?De fotochemische veranderingen in ons oog, pupilverwijding van 2,5 tot bijna 7mm en de zachte opvoering van het roodgevoelige in onze ogen maken dat we bijna onmerkbaar een verandering in licht tot 500.000 x zwakker ( verschil daglicht – astronomische schemering) meemaken. Natuurlijk gelden deze waarden in een absoluut donkere omgeving. Onze hedendaagse samenleving dompelt ons in een nimmer duistere nacht. Een kleine serie van beelden met zware lichtpollutie illustreerden het gegeven dat onze ogen nog maar zelden absolute duisternis ervaren. Denk volgende schemering eens even na over deze gegevens, kijk eens rondom je en geniet van de kleurenpracht die de duisternis voorafgaat!!!

                                                                                                                                                                                   LBe

 Onmiddellijk na de presentatie van Lambert nam de voorzitten van Aquila over. Ook Aquila zag hun spreker op het laatste moment wegvallen en moet ook zorgen voor een alternatief programma. Van parallellen gesproken! Speciaal voor ons, gepresenteerd door Rudi van Bommel, een uiteenzetting over:

George Abell catalog of Planetary Nebulae.

 

 Rudi startte de presentatie met het CV van George Abell (1 maart 1927 – 7 oktober 1983)

George Ogden Abell behaalde zijn Bachelor, Master en Doctoraat (1951 –1952- 1957) aan het Calltech, California Institute of Technology. Hij was onder andere werkzaam als onderzoeksastronoom en leerkracht en maakte wetenschap en onderwijs populair bij de mensen. Op 22 maart 1955 ontdekte Abell samen met Robert G. Harrington 52P/Harrington-Abell een komeet uit ons zonnestelsel. Abell vergaarde bekendheid door het samenstellen van verschillende stercatalogi, waaronder een verzameling van 86 planetaire nevels. Planetaire nevels, het resultaat van de evolutie van bepaalde sterren die in het HRD terecht komen op die plaats die we kennen als AGC-sterren (Asymptotische Reuzentak oftewel Asymptotic Giant Branch). Wanneer het helium in een dergelijke ster uitgeput raakt, zal opnieuw waterstof verbrand worden in een bovenliggende schil. Dit gebeuren vult het uitgeputte helium terug aan, zodat heliumverbranding terug kan opstarten. Dit proces noemt men een thermische puls en kan verschillende malen voorkomen tijdens de AGB-fase. Bovenstaand proces houdt ook in dat de ster periodiek uitzet en dat de buitenste lagen niet meer sterk gebonden zijn door zwaartekracht. Er stroomt dus telkens materie weg van de ster, dat dan door sterrenwind verder (sferisch) wordt uitgestraald. Is nu de heersende temperatuur hoop genoeg, dan zal de ster het omringende materiaal ioniseren en doen oplichten. We hebben een planetaire nevel!

 Rudi nam alle nevels met ons door. Geprojecteerd tegen de muur toonde hij een telkens een fotografisch beeld, positief én negatief. Sommige Abell’s waren zo lichtzwak dat de keuze om zowel positief als negatief te tonen de juiste keuze was. Verder was elke slide voorzien van de specifieke gegevens zoals, magnitude van de nevel, magnitude van de centrale ster, de nummer, het betreffende sterrenbeeld, al dan niet de Sharpless cataloognummer, de PK-nummering, af en toe zelfs het NGC-nummer, de galactische coördinaten en de diameter van het object. We hebben ze alle 86 in detail bekeken en besproken. Zesentachtig? Neen, er waren een paar objecten die onterecht  in de cataloog geraakt zijn. Het heeft weinig of geen zin om te gaan zoeken naar Abell 17. Bestaat niet, net als Abell 76. Nu, op zich geen alleenstaand gegeven. We weten dat Messier ook enkele missers op zijn naam heeft. M102, vinden we niet, want onbestaand. En dan nog de discussies die lopen over M109? In elk geval, Abell heeft een heel mooie reeks objecten bij elkaar gesprokkeld. Van redelijk groot, Abell 85:  32’ (zo groot als de diameter van de volle maan) tot hele kleintjes van slechts 0.3’ diameter. De lichtsterkte? Zwak tot heel zwak! De meeste heel mooi sferisch, andere dan weer bipolair. Allemaal ijl, een vast gegeven. Zo ijl dat we bij sommige planetaire nevels zelfs sterrenstelsels achter de planetaire nevel zagen. Een heel mooie was een sferische bel van uitgestoten gas met (schijnbaar) vast op de rand een balkspiraalstelsel en ietsje hoger in de sferische bel een ander sterrenstelsel. Heel indrukwekkende beelden. Op elk beeld probeerden we vast te stellen welk ster de centrale ster was. Bij sommige lukte dat niet omdat toevallige voorgrondsterren die bedekten. Het gegeven voorgrondster kan men aan de hand van spectraalanalyse aantonen. En hoe klein zo een Abell ook kan zijn, hoe klein het gebied van de afbeelding ook is, op enkele afbeeldingen doorkruiste een satelliet het object. Ondanks deze “beeldvervuiling” zoals men dat dan pleegt te noemen schitterend mooie opnames. Op het einde toe kregen we meer en meer structuren in de planetaire nevels te zien. Echte schokgolven zoals we die kennen uit de HST-beelden van de Cat-eye nebula, voor de kenners NGC6543, Caldwell 6), ook een planetaire nevel in het sterrenbeeld Draak.

Over sterrenbeelden gesproken: Abell had blijkbaar ook een voorliefde voor het sterrenbeeld Aquila. Dit sterrenbeeld kwam meerdere malen ter sprake, want genoeg te vinden daar. Noorderkroon, daarentegen……maar kom; we hebben Gemma, nietwaar?

Bij het afronden deed Rudi een oproep en adviseerde de meest ambitieuzen onder ons om eens een poging te wagen met de Abell cataloog. Als je vandaag de dag  mooie kleurenopnames maakt van de Abell’s garandeert hij ons eeuwige roem en kunnen we wedijveren met de besten van ons land. We verdenken er Rudi van de lat wel erg hoog te leggen, maar we onthouden dat er toch verschillende Abell’s in de cataloog zitten die we aan moeten kunnen. We beloofden om zeker een poging te wagen, zowel met de digitale camera als met de CCD. Bij uitblijven van resultaten is de stelling van de te hoge lat bewezen!

Na een korte pauze, goed voorzien van drank, heeft Rudi als extra aanvulling een presentatie gebracht over

Optische verschijnselen.

 

Rudi had tijdens de uiteenzetting over de schemering onthouden dat Lambert nooit bewust het ontbreken van het blauwe licht in een schemerige regenboog waargenomen had. Hij besloot dus met deze presentatie naadloos in te spelen op die openstaande vraag. Vele optische verschijnselen passeerde de revue en werden rijkelijk gevisualiseerd aan de hand van schitterend mooie en informatieve slides. We begonnen met de regenboog. De primaire regenboog met een straal van 42°, en de secundaire regenboog met een straal van 51°. We zagen de kleurschakeringen en onthielden het ezelsbruggetje ROGGBIV. Als we een secundaire regenboog zien, zal deze altijd gespiegeld zijn aan de primaire, met andere woorden: het rode licht altijd naar elkaar toe. Die pot goud? Rudi komt er niet bij en adviseert om er geen jacht op te maken. Hoe uniek is een regenboog? Absoluut uniek. Iedere waarnemer ziet een andere regenboog, afhankelijk van zijn positie ten opzichte van de regenboog. Een regenboog bij volle maan? Geen probleem, we spreken dan van een maanboog. Omdat onze ogen met het nachtzicht minder gevoelig zijn voor kleuren lijkt dat de maanboog kleurloos is. Niets is minder waar. Na de regenboog en  maanboog bestaat er ook een mistboog, zijn er lichtzuilen en halo’s.  We kennen bijzonnen, bijmanen, coronae, de zeldzame groene flits, de heiligenschijn of glorie, we zagen zelfs lichtzuilen bij de helderste planeten en als afronding de Venusgordel, niet te verwarren met vieze smog!

Een zeer aansluitende presentatie, rijkelijk voorzien van schitterende beelden en, hoe kan het anders, zeer duidelijk en helder gepresenteerd door Rudi van Bommel, waarvoor dank!

Om het officiële gedeelte van de avond af te sluiten overhandigde Lambert niet één, maar twee flessen wijn (was dat voorzienigheid of toevalligheid?) aan de voorzitter van Aquila en sprak zijn dank en waardering uit aan alle leden van Aquila. Rudi nam wijn en applaus in ontvangst en nam meteen de gelegenheid ons allen uit te nodigen op de eerstvolgende verbroedering waar Noorderkroon de gast zal zijn. Wij hebben deze uitnodiging uiteraard onmiddellijk geaccepteerd. Qua agendavulling mag er geen probleem zijn; we hebben al twee items en heel misschien ook twee sprekers!  Tot volgend jaar!!

Na de bijeenkomst werd nog ruim nagekaart, werden toekomstplannen besproken en  werd geïnformeerd naar de mensen die niet aanwezig konden zijn (Aquila groet Job Beeren in het verre oosten). Met dank aan allen die zich ingezet hebben om deze avond weer meer dan geslaagd te maken. Dank aan de sprekers, de barmannen van dienst en hen die hielpen om de zaal  klaar te zetten en terug op orde te brengen.   

                                                                                                                                                                                            LBe

   Kwartaalagenda:

 

Is momenteel nog niet beschikbaar: Hou onze website in de gaten. http://noorderkroon-achel.skynetblogs.be/   Vergeet niet dat na de activiteiten op deze uitnodiging de zomerstop intreedt en dat deze zijn einde kent met het waarnemen van de Perseiden op 12 augustus. Je zal te zijner tijd een uitnodiging ontvangen.

19:47 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

18-03-11

Zon, Maan en Jupiter door Job Beeren.

Job had het al enige tijd beloofd; er staat een serie foto's aan te komen. Vandaag is het zover. De foto's zijn via een mail op het secretariaat gekomen en zijn nu te bewonderen op onze site. Job heeft mooie opnames van de maan geschoten. Zoek eens naar de planeet Jupiter en geniet van een stralende opkomst van de voorjaarszon.

Dank aan Job voor de inzending!

IMG_2239.jpg

sized_DSCF3745.jpg

sized_DSCF3746.jpg

sized_DSCF3754.jpg

sized_DSCF3776.jpg

sized_DSCF3779.jpg

sized_DSCF3781.jpg

sized_DSCF3798.jpg

sized_DSCF3795.jpg

20:50 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

03-03-11

nachten......

In aanloop naar onze sterrenkijkavond, komende vrijdag en gestimuleerd door de positieve weerberichten is het de hoogste tijd om alles nog eens snel na te kijken. Zijn de batterijen opgeladen? Is er een programma? Wat wil ik zeker zien?.....allemaal vragen waar je best op voorhand even aandacht aan besteedt. Voor je het weet staan we op de Buitenheide en het is daar aardedonker!

Als alles gaat zoals we het hopen gaan we weer een spetterende kijkavond tegemoet!  Denk er aan, we verzamelen aan de Joy en rijden dan samen naar de weernemingsplaats. Vergeet niet zoveel mogelijk waarnemingsmiddelen mee te brengen. We trekken alle registers open!!!    Tot dan.  

DSCF9030a.jpg

 

20:47 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

20-02-11

zonnevlekken 1157-1158-....

Naar aanleiding van de uitbarsting van de zon heeft Franky Beckers een poging gedaan om de groep zonnevlekken die deze uitbarsting produceerden te fotograferen. Franky heeft zijn Canon op de Skywatcher gemonteerd en is met deze combinatie, uitgefilterd met een Mylarfilter, de zon te lijf gegegaan. Onderstaande beelden zijn het resultaat van deze sessie. Veelbelovende foto's als we rekening houden met het feit dat dit de allereerste astronomische opnames zijn die Franky maakte!  We hopen op meer inzendingen!

sized_IMG_1961%20(5).jpg

sized_IMG_1961%20(4).jpg

sized_IMG_1950%20(5).jpg

sized_IMG_1952%20(5).jpg

14:30 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

16-02-11

Uitbarsting op de zon.....Noorderlicht?

Je hebt het zeker al meegekregen via de media? De zon is weer actief, en hoe... Vandaag heeft er zich een extreme uitbarsting voorgedaan met als gevolg dat er een stevige "wolk" onze kant uitkomt. Informeer je via het internet en hou vooral de noorderlijke hemel in de gaten! Het is al een hele tijd geleden dat we het poollicht in onze contreien hebben kunnen zien. De moeite om op te volgen.

Heb je iets te melden? Laat het weten en geef je gegevens foto's?) door het secretariaat!

Succes!!!

21:38 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

10-02-11

Nachtelijke experimenten....

Tijdens de vorige kijkavonden was er behoorlijk wat activiteit rond fotograferen "op de rug" van de Cassegrain-kijker. We noemen dit "piggyback"-fotografie. In het verleden gebruiken we enkel de aandrijving en de montering van de telescoop om een bepaalde combinatie te dragen. Lambert werkte met een 500mm telelens die al snel een opwaardering genoot middels een 1.4x converter, om het brandpunt op 750 mm te krijgen. Dit systeem werkt feilloos, maar is gevoeliger voor strooilicht. De volgende logische stap is genomen: fotograferen, rechtstreeks in het brandpunt van de Cassegrain. Door dit te doen hebben we eigenlijk een aangedreven telelens van 25 cm lensopening met een brandpunt van 2.5 meter. Een hele bonk van een telelens!

Tijdens de het laatste uur van de vorige kijkavond hadden we even tijd uitgetrokken om te zien of met het zelf gemaakte koppelstuk een exact brandpunt haalbaar was. Het was sukkelen met de scherpstelling. Nadien bleek de spiegel niet gelocked te zijn, een voornaam en bepalend gegeven. De eerste resultaten waren bedroevend, maar een exact brandpunt leek haalbaar. Op 8 februari was het heel helder en niet al te koud......tijd om het experiment op een hoger niveau te brengen. Alle batterijen op het maximun opgeladen, alles bij de hand. De afstelling van de kijker ging feilloos, de camera van het begin (ook tijdens het uitrichten) in het primaire brandpunt en de scherpstelling.....met de elektronische focusser!! Gebruik makende van de live-view en deze in de grootst mogelijke uitvergroting voor het scherpstellen en het riante scherm van de Nikon D7000 had als resultaat:  Scherpstellen: geen probleem!!! Het testen kon beginnen. Hieronder kan je enkele resultaten vinden. Moet wel even bij gezegd: de kijker stond rondom tussen de natrium-kwikdamplampen! Een echt donkere hemel zal  veel betere resultaten opleveren, wat niet wegneemt dat ik voorlopig meer dan tevreden ben met fotograferen in het primaire brandpunt.  Belichtingstijden varieren van1/450 sec (voor de maanopnames tot 30 seconden voor de deepsky-opnames. Omwille van het strooilicht is niet gekozen voor langere belichtingen en hoge ASA-waarden. Dit reserveren we voor een echt donkere hemel. Hieronder beelden van de Maan, Jupiter, M81 (op het originele beeld zijn zelfs de stervormingsgebieden zichtbaar!), Eskimonevel en de buurt van de Paardkopnevel IC434.

maan in primair brandpunt

Jupiter

maan, minder belicht

maan, detail

M81

Eskimonevel

in de buurt van IC434

20:46 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

03-02-11

Astronomy in Belgium

Dear visitor!!

Thank you for visiting our weblog.

Although we live in Belgium, one of the most illuminated sites in the world, we are brave and love spending our free time under the stars.  We are a local astronomical society in the Flemish part of Belgium and we are lucky to have a relative dark sky in our region. This is one of the reasons  why we invested in a real observatory. We are the proud users of a observatory sitting on top of a 43 feet high steel tower. High enough to reach over the treetops! If you want to “Google” to our observatory, just enter “Domein de Bever Hamont-Achel” and Google will guide you to an arrow shaped pond in the middle of a vast forest. At the tip of the arrow you will see a white dot. This is our observatory!

Inside the observatory ends a massive pillar (49 feet long) on which we can mount several telescopes. Some of our telescopes are way too heavy to carry up the tower. When we are working with these telescopes we used to setup on the field before the observatory. Last week we enjoyed a splendid night, with no less than six telescopes in the field. In this weblog you can find evidence of this happening. Try our albums!

Besides working with the telescopes, we organize gatherings on an monthly bases. During these meetings we study astronomical subjects. This can vary from astronomical  to historical events, lectures on scientific research, geology, we keep a close watch on space exploration,  we give lectures to the local fourth grades in school, and so on….

In these times were there are one-thousand-and-one  things to do in our free time, we manage to keep a group of twenty-four “diehards” together. All twenty-four of them with an profound love of the stars and all the other things “out there”! Our motto:

Once possessed  by astronomy………. lost for life!!!!

If  you support our efforts, please leave a comment in our mailbox (use the button "contacteer me" on top of the right column). If you feel the need to communicate about astronomy, don’t hesitate! We will appreciate it highly.  Keep visiting us!

21:58 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

11-11-10

Nikon D7000, first light at night

Tijdens de fotografische sessie die Lambert en Job ondernamen om komeet Hartley te fotograferen viel op dat de ISO-waarde (grens in dit geval) bepaalde hoe de foto er uiteindelijk uit zou zien. Lambert nam de eerste beelden met zijn FujiFilm FinePix S3Pro (ISO 100-1600), lens Sigma APO 50-500,  aangedreven door de Cassegrain. Na een vijftal beelden was het de beurt om de camerabody van Job, een FujiFilm FinePix S5Pro (ISO 100-3200) te koppelen aan de Sigma APO 50-500 (kwestie van gelijke optiek, ter vergelijking) en het testen kon beginnen. Job begon met dezelfde instellingen als de camera van Lambert om dan vervolgens de waarden op te schroeven naar 3200 ASA. De resultaten waren verbluffend! Een massa meer details op de foto's van Job. Komeet 103P/Hartley was probleemloos te vinden op de opnames. Nu had Lambert een probleem....zijn camera geeft als uiterste ISO-waarde 1600. Geen ruimte op dit op te schroeven. Hoe dit oplossen? Even contact nemen met een Henri Rooymans, een beroepsfotograaf uit Budel (is al decennia lang onze steun en toeverlaat bij dergelijke problemen). Henri adviseerde, na een gesprek over ISO-waarden, om eens even te wachten tot eind oktober, begin november, de officiele verkoopsrelease van de Nikon D7000. De Nikon D7000, een nieuwe camera van Nikon dewelke een brug slaat tussen de amateurcamera en de professionele camera, met heel wat nieuwe technologieën en allerlei snufjes. Het belangrijkste aan deze camera? De ISO-waarden: van 100 tot .......12800 ASA!!!! Wat moet dat geven als je terugkijkt naar de testen die Job en Lambert ondernamen?

5 November, de fotograaf belt, "de camera is binnen". Ja, de camera was binnen, werd meteen afgehaald en toen werd uitgekeken naar een testwindow. Helaas.....zoals bijna altijd...het weer zat niet mee. Geen buitentesten, wel binnen aan het werk om de camera te leren kennen. Heel belangrijk, want sukkelen in het donker is ook niet leuk.

7 November was het zover. Eindelijk een redelijke (niet super) sterrenhemel, al was het wel zoeken naar openingen, die zich af en toe afwisselde. Niet getreurd, aan de slag...qua test maakt het toch niet veel verschil. De allereerste opnames werden genomen met de instellingen die ik gewoonlijk gebruik als ik met de S3Pro werk. Het resultaat?   Diep bedroevend........de opname was als bloeddoorlopen, zo rood gekleurd. Proberen andere settings in te schakelen, maar geen verbetering. Later in de nacht viel mij ineens in wat er gebeurd was. Ik fotografeerde in de tuin en de camera registreerde niet alleen sterren, maar ook het aanwezige strooilicht en versterkte dit, dank zij de nieuwe technologie die deze camera gebruikt. Even alle setting overdenken, andere waarden uitschrijven en opnieuw starten met de testen.

10 November, een open hemel als voorbode op een naderende storm, een klein uurtje de tijd om de nieuwe settings te testen. De resultaten waren verbluffend. De omstandigheden waaronder gewerkt werd waren niet hoogstaaand, Qua duisternis kan het nog een heel stuk beter en toch waren de opnames meer dan bevredigend. Een opsteker voor de volgende run. Hieronder enkele impressies van de mogelijkheden van de camera. Denk wel: dit zijn nog maar de allereeste opnames, naarmate ik de camera leer kennen hoop ik (ben er zeker van) op verbetering in stijgende lijn.

NIKON D7000sized_test nikon 4 010.JPG

NIKON D7000sized_test nikon 4 029.JPG

NIKON D7000sized_test nikon 4 043.JPG

NIKON D7000sized_test nikon 4 015.JPG

NIKON D7000sized_test nikon 4 018.JPG

NIKON D7000sized_test nikon 4 045.JPG

NIKON D7000sized_test nikon 4 047.JPG

NIKON D7000sized_test nikon 4 032.JPG

NIKON D7000sized_test nikon 4 051.JPG

NIKON D7000sized_test nikon 4 017.JPG

15:21 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

27-10-10

beloofde foto's van Job Beeren

Eindelijk.... de foto's van Job zijn aangekomen. Zie elders in deze weblog naar het verslag van de kijkavond die Job & Lambert ondernamen, teneinde komeet 103/P Hartley te fotograferen. Job  werkt met een FujiFilm Finepix S5Pro, gekoppeld aan een Sigma APO 50-500mm. Er werdt gebruik gemaakt van een 1.4 converter, wat het brandpunt op 750 mm brengt. Enkele beelden van de avond:  Alle opnames zijn door Job Beeren.

FinePix S5Pro sized_DSCF3596.JPG

FinePix S5Pro sized_DSCF3591.JPG

FinePix S5Pro sized_DSCF3597a.jpg

FinePix S5Pro sized_DSCF3581.JPG

FinePix S5Pro sized_DSCF3582.JPG

FinePix S5Pro sized_DSCF3583.JPG

FinePix S5Pro sized_DSCF3584.JPG 

FinePix S5Pro sized_DSCF3585.JPG 

FinePix S5Pro sized_DSCF3586.JPG

FinePix S5Pro sized_DSCF3587.JPG

FinePix S5Pro sized_DSCF3593.JPG

22:22 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (1) |  Facebook | |

17-10-10

Duistere nacht...

Zaterdag 16 oktober 2010, op het domein De Bever. Op het programma de15e Nacht van de Duisternis. Dit jaar organiseren we voor de 4e keer dit event samen met het Stadsbestuur Hamont-Achel en Natuurpunt. Vooraf gingen een viertal werkvergaderingen, gecoördineerd door Evy Steensels, duurzaamheidambtenaar-stadsontwikkeling Hamont-Achel. Evy onderhield de contacten en zorgde voor de reserveringen en diverse benodigdheden.

 Ondanks een dicht en dreigend wolkendek, arriveerde de volledige werkgroep NvdD, gewapend met alle voorbereidingen van de afgelopen meetings. De uitbater van domein de Bever had het op zich genomen ons te  voorzien van een verwarmde en ingerichte tent. De inrichting werd als snel goed bevonden en kon de multimedia opgebouwd worden. Dit jaar hadden we de beschikking over een reuzenscherm dat als zodanig gebruikt werd. Tijdens de opbouw in de tent waren er mensen actief die het parcours rond de vijver uitgezet hebben, de kijker afgehaald en opgebouwd, om dan als laatste taak de verlichting aan te brengen rond de vijver en de wandelroute.

 Om 19.15u (volgens schema) werden de mensen officieel welkom geheten en werden middels een korte presentatie op de hoogte gebracht van de agenda. Na de introductie was het tijd voor een bezoekje aan de heks. Onze heks van dienst, Leentje Vanhout, had voor alle jeugdige bezoekers een heuse heksenbezem gemaakt. Een vrolijk initiatief dat duidelijk in de smaak viel.

 Tijdens het verhaal waren er af en toe problemen met de geluidsinstallatie, welke onmiddellijk opgelost werden door onze mensen. Terwijl de gidsen hun wandelaars verzamelden op het plein voor de tent werd op de toren alles in gereedheid gebracht om de eerste bezoekers op te vangen. Die eerste bezoekers waren een gedeelte van het publiek dat opteerde om niet te gaan wandelen, maar meteen het kinderparcours of de sterrenwacht te doen. Het kinderparcours kende succes, ieder was druk bezig om dat ene woordje te vinden, dat ene woordje zodat ze kans maakten om één van de twintig boeken te winnen die het Stadsbestuur ter beschikking heeft gesteld. Aan de verschillende posten was voldoende ambiance, “Wat is dat in die voeldoos?”…”Ik denk een kiwi…”, dezelfde spitsvondigheid bij de platen van de nachtdieren; sommigen wisten onmiddellijk te zeggen wie niet in het rijtje thuishoorden.

 Een eindje verderop kwamen de jeugdige deelnemers bij het touwenparcours. We hadden met veel omhaal een (veilig) parcours uitgezet tussen de bomen, weg van de paden. In het donker, je kan al raden wat de reacties waren! Zeer geslaagd! Terwijl dit alles aan gang was, waren de wandelaars ook al vertrokken. Onmiddellijk na de start, net achter de tweede brug, werd om stilte gevraagd. Op het programma stond een geluidsexperiment, onder regie van Job Beeren. Middels een cd-rom werden verschillende geluiden van nachtdieren afgespeeld en de gidsen vroegen aan de deelnemers of ze deze geluiden herkenden. Het ene al wat gemakkelijker dan het andere, vooral de nachtzwaluw blijkt een onbekende te zijn. Verder op de wandeling werd er aandacht geschonken aan de kunstwerken die onder de noemer “Galandart” verspreidt over onze route lagen. Tijdens de wandeling kwam af en toe de maan door het wolkendek gebroken. Een beetje later, tegen het einde van de nachtwandeling brak het zelfs helemaal open.

Aangekomen bij de Tomp werd even halt gehouden om een waar gebeurd spokenverhaal te reconstrueren. Jan wist een heel oud spokenverhaal, achter op de kaft van een schilderij in het Grevenbroekmuseum. Dit werd de basis voor een vertelsel dat we verder uitgewerkt hebben tot een heus toneelstuk. Stel je voor: de gidsen lezen een oud document over enkele drinkebroers die ’s nachts op weg naar huis stoer praat krijgen aan de Tomp en in hun overmoed het plaatselijke spook gaan uitdagen. Groot was hun (en onze wandelaars) verbazing toen het spook vanuit de toren hen van repliek dienden. Ons spook was niemand minder dan Rob, die  koude en eenzaamheid trotseerde en nu onsterfelijke roem heeft vergaard. Niet enkel Rob, maar ook de gidsen hebben uitstekend werk geleverd. De reacties waren uitermate lovend.

Verder op hun route (5 km) kwam het wandelend gezelschap aan bij het Planetenpad, waar Jan Hermans het even overnam van de natuurgidsen. Jan informeerde de wandelaars over afstanden, leegte en dies meer. Tegen 22u (ook weer netjes volgens programma) was de wandeling ten einde en konden de deelnemers de rest van het programma afwerken.

 Intussen werd in de tent, speciaal voor de jeugdige bezoekers van het KSJ en hun begeleiders (waaronder schepen Van de Schans) een speciale presentatie gegeven. De jeugd keek en luisterde geboeid naar hetgeen verteld werd. Het werd stilaan tijd om alles terug af te breken, nog ene warme choco en een snelle evaluatie.  Onder de koepel van de sterrenwacht had Tony zijn Skywatcher op Jupiter gericht. Hij zou tot laat in de nacht actief blijven kijken naar de schaduwovergang van Ganymedes over Jupiter. We hebben rond middernacht ook nog even genoten van dit schouwspel, alvorens huiswaarts te keren. Over een maand zal de werkgroep een evaluatievergadering organiseren en meteen de koers voor volgend jaar uitzetten.

 Met dank aan alle aanwezigen die geholpen hebben aan het welslagen van de avond. Het is dank zij hen dat we verder kunnen blijven vechten naar collectieve bewustwording van  lichthinder.  Goed voor u, maar…….ook goed voor mij!!!                                                                                                                                                                                             LBe

FinePix S3Pro sized_DSCF8826.JPG

FinePix S3Pro sized_DSCF8831.JPG

FinePix S3Pro sized_DSCF8854.JPG

FinePix S3Pro sized_DSCF8857.JPG

FinePix S3Pro sized_DSCF8860.JPG

FinePix S3Pro sized_DSCF8865.JPG

FinePix S3Pro sized_DSCF8867.JPG

FinePix S3Pro sized_DSCF8868.JPG

 

 

FinePix S3Pro sized_DSCF8869.JPG

FinePix S3Pro sized_DSCF8883.JPG

 

 

16:22 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

10-09-10

Nacht van de Duisternis 2010

Proef de donkerste nacht van het jaar en beleef de magie van het duister!

 

Op zaterdag 16 oktober is er weer de Nacht van de Duisternis. Met dit initiatief wil Bond Beter Leefmilieu voor de 15de maal op rij niet alleen gemeenten overtuigen om rationeel om te springen met openbare verlichting, maar ook zoveel mogelijk mensen attent maken op lichthinder en op die manier de lichtvervuiling aankaarten.

 

Ook de stad Hamont-Achel doet het licht uit! Op zaterdag 16 oktober zal  de avondverlichting uitzonderlijk gedoofd worden om 19.00 uur i.p.v. op het normaal voorziene uur. Ook de klemtoonverlichting bij het stadhuis, de kerk van Hamont-centrum  en de kerk van Achel-centrum zal in dit weekend gedoofd worden. Ook u kunt uw steentje bijdragen. Via deze weg roept het stadsbestuur iedereen op om de verlichting rond de woning die avond zoveel mogelijk te doven. Ook handelaars kunnen symbolisch de etalageverlichting of reclameborden doven.

 

Bovendien organiseert het stadsbestuur in samenwerking met Natuurpunt en Sterrenkundige Kring De Noorderkroon ook een heuse avondactiviteit ‘Op stap bij nacht’.

Blijf  tijdens de Nacht van de Duisternis op 16 oktober niet thuis zitten, maar kom met de hele familie  naar het Domein De Bever, het perfecte decor voor een tocht door de duisternis. Er is voor elk wat wils!

 

Zo is er om 19.00 uur het vertrek van een avondwandeling (± 5km) onder begeleiding van deskundige gidsen. Aangepast schoeisel is hiervoor vereist. Onderweg wordt u ondergedompeld in de wereld van de sterren en planeten en ontrafelen we een stukje mysterie rond de Tomp.

 

De sterrenwachttoren zal doorlopend geopend zijn. Sterrenkundigen laten u de sterrenhemel bewonderen en geven u hierbij de nodige uitleg. Wilt u er nog meer van weten,dan kan u in de tent van Taverne de Bever een tentoonstelling en presentatie bekijken. Lichthinder, lichtvervuiling en het nachtleven van dieren komen hier uitgebreid aan bod.

 

Ook de kinderen zullen aan hun trekken komen. Rond de vijver van de Bever wordt een duister kinderparcours met ludieke zoek- en doe-opdrachten uitgebouwd. Wie zoekt die wint, door deel te nemen aan de zoektocht maken de kinderen kans op een mooie prijs.

 

Afspraak op zaterdag 16 oktober 2010 om 19.00 uur aan domein de Bever voor een avond vol duister plezier! Deelnemen is volledig gratis. Het einde is voorzien rond 22.00 uur.

 

Voor meer informatie:

www.nachtvandeduisternis.be

of

Stad Hamont-Achel, dienst Stadsontwikkeling, 011/44 50 40

Contactpersoon: Evy Steensels – duurzaamheidsambtenaar

20:27 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

08-09-10

4e kwartaal 2010 agenda

Oktober 2010  

Studiebijeenkomst:      29 oktober 2010     20.15u   Mars door Job Beeren                          

Kijkavond :  komeet 103/P Hartley en andere objecten.

                              Wanneer:       1 oktober 2010   21.00u            

Kijker te gebruiken:  Skywatcher

 

16 oktober Nacht van duisternis op 16 oktober  zie programma

 

9/10 oktober 2010.  Blankenberge. JVS VVS weekend

 

november  2010      

Studiebijeenkomst:  12-11-2010     20.15u     exo-planeten door LBe

                 Kijkavond: Planeten & deepsky   met de Cassegrain.

                 Wanneer:   26 november   om 20.00u

 

december  2010       

 Studiebijeenkomst:     10 december 20.15u :  Algemene ledenvergadering: kasverslag   jaarverslag   ludiek quiz   vlaai                                                         

          Kijkavond : maanavond met filters

          Wanneer:  :  17 dec 20.00u

          Kijker te gebruiken: lenzenkijker Berke

20:59 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

06-09-10

Foto-albums

Een oproep om ook eens door de fotoalbums te bladeren (in de rechterkolom, aan het begin van de pagina). Leden die hun eigen  foto's  op deze site gepubliceerd wensen te zien, sturen deze door naar het secretariaat of gebruik de "Mail me"-knop op deze pagina.

Hoe ga je het best te werk? Tegenwoordig is een foto al verschillende mega's zwaar. Om te kunnen publiceren moet dit terug gebracht worden naar een verwerkbaar "gewicht". Wil je geen scherpte of resolutie kwijtspelen door te comprimeren, download dan gratis het programma "Bdsizer" van het internet. Dit is een heel gebruiksvriendelijk programma en je resultaten  ogen nog steeds scherp. Bijkomend voordeel is dat je na de bewerking meerdere foto's per email kan verzenden.

Maak er gebruik van en zie je eigen opnames op deze site!!

                                                                                                                     LBe

20:38 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Nog even.......

 Nog een kleine 24 uren en het bestuur is bezig met de programmatie van het laatste kwartaal van 2010. Hou de komende dagen deze website in de gaten als je nieuwsgierig bent naar onze agenda!!!

LBe

19:45 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

04-09-10

Things to see in the night...

FinePix S3Pro sized_DSCF8319.JPG

 

Opname van de Ringnevel

 

 

 FinePix S3Pro sized_DSCF8329.JPG

 

 

 

 

 Opname van Jupiter

 

 

 

 

 

FinePix S3Pro sized_DSCF8486.JPG

 

 

 

 

 Opname van M27, de Halternevel.

 

 

 

 

FinePix S3Pro sized_DSCF8512.JPG

 

 Opname van X en h Perseus, de dubbelen open sterrenhoop.

 

 

 

 

 

 

 

FinePix S3Pro sized_DSCF8514.JPG

 

 De laser tast de hemel af op weg naar.....

 

 

 

 

 

 

 

FinePix S3Pro sized_DSCF8520.JPG

.....M 45, de Pleiaden.

19:54 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (1) |  Facebook | |

Een onvergetelijke nacht!!!!

Verslag van de kijkavond 3 september 2010.

“Wat is de definitie van een  kijkavond?” Een kijkavond is een op voorhand geprogrammeerde activiteit ( die wel eens (….) in het water kan vallen). In de planningsfase wordt afgesproken wie voor de optische middelen zorgt en wat er op het waarnemingsprogramma staat. Voor de kijkavond van 3 september hadden we aan onze voorzitter gevraagd zijn lenzenkijker ter beschikking te stellen  zodat we op jacht konden gaan naar de planeten Jupiter – Uranus en Neptunus.

 De volgende vraag is: “wat is een geslaagde kijkavond?”. Het antwoord: “3 september 2010!!!”.  Aan alle voorwaarden werd voldaan: het was helder, niet vochtig, niet te koud en we waren zo goed als voltallig aanwezig op de sterrenwacht. Met enige vertraging kon de lenzenkijker opgesteld worden, we hadden vóòr dat moment al een groepje van vier bezoekers achter de rug. Tijdens het uitrichten van de koepel raakte Paul gekwetst, volgens hem niet erg (echte mannen, hé?). Toch blijft het hanteren van de koepel in het duister een gevaarlijk karweitje. We moeten afschermplaatjes aanbrengen om erger te voorkomen.

 Terwijl er onder de koepel met de refractor gekeken werd, bouwde Job en Lambert de Cassegrain op. Tijdens het afstellen van de kijker vielen al enkele meteoren op. In eerste instantie dachten we aan Tauriden maar het waren Alfa Aurigiden; heel snelle, maar heldere meteoren (we zagen er méér dan Perseiden,). Op heel korte tijd: een Irridium-satelliet  en het ISS. Een veelbelovende start van de kijkavond afgelopen zomer. Job en Lambert hadden problemen om de kijker afgesteld te krijgen: de sterrenwacht stond in de weg! Na een tijdje was de afstelling wel goed zodat begonnen kon worden met de scherpstelling van de camera. Een handig nieuwigheidje op de Cassegrain is een groene laser. Een heel handig bepaalde ding om  te aan te wijzen en uit te richten (camerahoek, e.d.). Een dubbele elektronische  antidauwkit maakte dat de kijker operatief kon blijven tot aan de ochtend. Dat was in het verleden wel eens anders. Te veel dauwneerslag maakt e al snel een einde aan een waarnemingssessie. Is dus  nu verleden tijd!

 Terug naar de waarnemingen: onder de koepel vond men – zonder goto-opstelling – de planeet Uranus, waarvoor chapeau! Voor sommigen onder ons was het de eerste keer dat ze deze planeet zagen. Onder de toren, bij de opstelling van Job en Lambert deden we er nog een schepje boven op: we keken (en fotografeerden) Jupiter, Uranus en Neptunus. De doelstelling van de kijkavond werd volledig gerealiseerd. Onder de vele andere objecten die we zagen en op de “gevoelige plaat” legden onthielden we voornamelijk de Halternevel, de Ringnevel, bolhopen M2 – M15, open sterrenhopen x-h Perseus, M56, M29, M39, M103, nog meer Messiers objecten,  diverse Caldwell-objecten,  NGC’s , zelfs IC’s. Het was, zoals eerder gezegd werkelijk een topnacht. Alle objecten werden gefotografeerd. Rond 01.00u werd de refractor afgebouwd en een deel van de waarnemers keerde tevreden huiswaarts. Leuk was om te zien dat sommige moeite hadden om te vertrekken: nog heel even blijven want de Helixnevel komt net achter de boomtoppen uit! Tony bleef nog tot 02.45u met Lambert doorwerken aan de Cassegrain. Tegen de klok van 04.30u was ook de laatste deelnemer klaar om de reis huiswaarts aan te vangen, heel tevreden terug kijkend naar wat zeker één van de topnachten in de waarnemingsannalen van het bestaan van Noorderkroon was.

 Dank aan alle aanwezigen en aan hen die met de terbeschikkingstelling van hun materiaal hebben gezorgd voor onvergetelijke indrukken en primeurs. Het was zoals het hoort! Op naar een volgende sessie…

                                                                                                                                    Lambert

19:37 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Things done this summer.....

Verslag van de activiteiten van augustus 2010.

 Administrativa

   Jan en Lambert hebben hun tweede werkvergadering van de Nacht van de Duisternis achter de rug. Het programma is nu heel concreet en zal één dezer dagen op een bijeenkomst uit de doeken gedaan worden. We zoeken nog mensen om enkele taken op zich te nemen. Job zal als extra ondersteuning meedraaien in de werkgroep.

 NASA stuurt ook nog in 2011 shuttles de ruimte in. 

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft de twee laatste vluchten met shuttles uitgesteld tot begin 2011. Bovendien is het niet uitgesloten dat de Discovery en de Endeavour nadien opnieuw een reis naar de sterren aanvatten. In 2003, vlak na de catastrofe met het ruimteveer Columbia, werd er in de Verenigde Staten besloten dat er in 2010 voor het laatst shuttles zouden gelanceerd worden. De ruimteveren zijn nu al bijna dertig jaar oud. De risico's nemen alleen maar toe. De Discovery en de Endeavour zouden dit jaar nog een laatste keer naar het internationale ruimtestation ISS vliegen, maar NASA zou meer tijd nodig hebben om de toestellen lanceerklaar te krijgen.  De reis van de Endeavour is voorzien voor februari. Tegen dan zal het shuttle-programma al bijna dertig jaar oud zijn.   NASA denkt er echter intussen aan om ook de Atlantis weer op te lappen voor een vlucht in juni 2011. Nochtans werd die shuttle naar de kant gehaald, en mocht ie enkel dienen als reserve-ruimteveer. Volgens hardnekkige geruchten zouden de shuttles nu minstens tot 2015 in dienst blijven.                                                                                                                                                        Aangereikt door Jan Hermans

Rosetta succesvol in maken beelden van asteroïde Lutetia

De Europese komeetsonde Rosetta heeft er een succesvolle scheervlucht langs de asteroïde Lutetia opzitten. Zaterdag vloog Rosetta aan 15 kilometer per seconde op nauwelijks 3.162 km van Lutetia. Die 4,5 miljard jaar oude asteroïde bevindt zich op circa 450 miljoen km van de aarde. Volgens het Europese Ruimtevaartbureau ESA werden 400 foto's genomen. Die tonen de vele kraters die Lutetia rijk is. Tegelijk werden allerlei instrumenten ingeschakeld om informatie te bekomen: camera's die golflengten kunnen meten, spectrometers enzoverder. Er werden ook tests gedaan inzake magnetische velden.  Op 10 november 2014, na een reis van 7,1 miljard km, moet Rosetta zijn eindstation bereiken: de komeet Churyumov-Gersasimenko. Op die komeet zal een lander uitgezet worden.

                                                                                                                                                                        Aangereikt door Jan Hermans

Verslag van de Perseiden 2010.

 

12 augustus 2010, hoog gespannen hoop, want de Perseiden van 2010 zouden doorgaan in volledige afwezigheid van de maan. Tevens de berichten dat de baan van Saturnus verantwoordelijk zou zijn voor een verhoogde activiteit (we spreken nog niet van een “storm”) en…..we hadden alle Belgische weervrouwen en weermannen mee. Zelfs de buienradar riep ons op om ( vol goede moed en heldhaftig ) uit te rukken. Ok, de signalen waren er…..de wolken ook, maar daar lieten we ons niet door tegenhouden. De volgende stap….de waarnemingszetel vanonder het stof halen, de auto afgeladen vol met dingen die wel eens van pas zouden kunnen komen (barbecue vergeten…volgend jaar beter?): warme kleding,  koffie, muggenspul, sterrenkijker en camera’s (men wil ook wel eens wat fotograferen…), de voeding van de kijker, enkele laptops, een spanningsomvormer, een haarföhn voor eventuele dauwneerslag, rode verlichting, etc. Nu nog snel opstellen en dan genieten van een nooit eerder geziene presentatie van de Perseiden 2010…..  We waren met z’n zessen in het veld en zochten allemaal even hard naar spaarzame openingen in die heel eigenaardige – want niet voorspelde – bewolking. Heel af en toe zagen we een enkele ster, dan ineens wel tot drie stuks (sterren, wel te verstaan!). Kortom… het was beneden alle peil! Onze conversaties, daarentegen, waren van een heel hoger niveau. We bezigden ons (tussendoor) met het berekenen van de theoretisch maximale snelheid van een raket, conventioneel aangedreven. Het antwoord was een pak moeilijker dan het stellen van de vraag, zoveel was duidelijk!   Intussen liep de Perseidenshow gewoon verder, of er niks aan de hand was (niet dat we het verschil merkte), maar kom, een zeurpiet die daar over valt. De groep waarnemers viel uiteen rond een uur of één. Op onze tellijst niet minder (maar zeker niet méér..) dan….jawel…. 4 stuks. De vierde die we zagen was wel een hele mooie, als dat al een troost kon zijn.  Lambert hield nog vol tot 04.30u (er was een heel korte opklaring rond de klok van 03.30u, hoera!!!), maar kon de teller niet veel hoger brengen. Een heel trieste balans: het maximum van de Perseiden 2010 kwam neer op een kleine 10 meteoren. Je zou het tellen voor minder opgeven. Laat ons volgende keer maar een maan op de koop toenemen, als het maar helder en open is.  Blijf  er in geloven en op een keer zal het gebeuren; een heuse meteorenstorm!!!!

 Daags nadien,13 augustus was het  na een fikse regenbui wonderwel helder daags na onze geplande actie(zoals wel eens vaker voorkomt). Individueel de schade inhalen was de boodschap en zodoende trok Lambert voor de vierde nacht op rij uit om eindelijk eens te kunnen genieten van de Perseiden. En jawel…..aanhouders worden beloond, een hele schare van meteoren was zichtbaar doorheen de nacht. Vele zwakke, maar toch ook enkele die de moeite waard waren. Omdat er een fotografisch experiment op het programma stond heb ik niet alle meteoren kunnen waarnemen. Tijdens het belichten, daarentegen, werd de halve hemelbol afgespeurd. Enkele meteoren waren zelfs zichtbaar in het beeldveld van de Cassegrain. Opvallend was dat, door het ontbreken van de maan, zelfs de hele zwakke meteoren gezien werden.  Ik heb geen exacte telling, maar ik schat toch een kleine 50 stuks gezien te hebben (boven op de vier stuks van daags voordien!). Niet dat deze actie heel veel goed maakt, maar toch….beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (of zoiets….).

                                                                                                                                                                                                  Lambert

Veldwerk door Noorderkroners.

 

 Nog enkele resultaten van een experiment met een zelfbouw koppeling tussen camera en kijker, gefotografeerd in het primaire brandpunt van de 25 cm Schmidt-Cassegrain. Onderstaande resultaten zijn de eerste opnames. Scherpstellen blijkt een moeilijke onderneming. Er worden ongeveer 10 testopnames gemaakt voordat de gewenste scherpte bereikt is (nadien op de computer valt het toch weer een beetje tegen…) en de optiek vergrendeld kan worden. Dit is voornaam omdat bij een niet vergrendelde hoofdspiegel de optische as een weinig kan kantelen bij het verplaatsen van het waarnemingsveld.  M92 in het sterrenbeeld Hercules. Het is, net als grote broer M13, een bolhoop. Opmerkelijk aan deze minder gekende bolhoop is dat hij compacter is dan M13 en ook een relatief heldere en densere kern heeft. Zoek deze bolhoop boven de rechterschouder, tussen op armen van Hercules.

M57, de Ringnevel in het sterrenbeeld Lier. Op de originele opname zie je duidelijk de gekleurde uitlopers (lobben) aan de boven- en onderkant van de ring. Op het origineel komen de kleuren rood, oranje en groen heel duidelijk over.

M13 in het sterrenbeeld Hercules. Dit is voor ons ,noordelijke halfronders, de meest bekende en tevens de grootste bolvormige sterrenhoop. Een heel dankbaar object dat bij heldere, transparante lucht, zelfs met het blote oog gezien kan worden. Vergelijk eens met de opname van zijn kleinere broertje, M92 en je ziet meteen dat deze bolhoop immens groter is.

Alle opnames - besproken hierboven - moeten nog ingevoegd worden.

 

Waarneming van een bolide!  Nog meer veldwerk; 20 augustus 2010. Op vrijdagochtend om 05.45u zag Job Beeren een vuurbol, groen van kleur. De baan ging van noordwest naar noord, onder een hoek van 45° naar beneden. Job maakte dezelfde dag  melding van deze waarneming! Dit doet ons sterk denken aan de vlammende bolide die we in de jaren 90 zagen tijdens onze Perseidenwaarneming,…..Sommige dingen zijn dus iets meer dan een “once in a lifetime”.

19:36 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

07-08-10

Bezoek Scouts Sint Joris.

Verslag bezoek Scouts St Joris 04 augustus 2010.

 

In de aanloop van de zomervakantie werd er druk over en weer gemaild tussen de leiding van de Scouts Sint Joris  en het bestuur van Noorderkroon. Doelstelling was het tot stand brengen van een kampactiviteit in het kader van de vallende sterren.

 

Het secretariaat van Noorderkroon deed een oproep aan de leden ter ondersteuning. Er werd zeer positief op gereageerd. Op  woensdagavond om 21.30u waren een vijftal Noorderkroners druk bezig de voorbereidingen te treffen. Stipt om 22.00u kwamen de scouts aan; een groepje van 9 personen, leiding inbegrepen. De leeftijd van de deelnemers varieerde tussen 11 en 14 jaren (uitgezonderd de leiding, natuurlijk!).

 

Na de verwelkoming, aan de voet van de sterrenwacht, werd even aandacht besteed aan de bouw van de sterrenwacht, waarom de centrale zuil los staan van het gebouw en de toren. Eenmaal in de sterrenwacht gingen we van start met de uitleg over de werking van een sterrenkijker. We hadden de lenzenkijker opgesteld en tevens de beschikking over de kringkijker (Newton) zodat al snel één en ander duidelijk werd. Het verhaal ging naadloos verder (moest wel, want buiten was het helaas bewolkt…) met enige uitleg over alle objecten die we kunnen zien door een sterrenkijker. Na een dik uurtje uitleggen (interactief uitleggen) kregen de aanwezigen ruimschoots de gelegenheid tot vragen stellen. Vragen die, zo bleek, getuigden van diepgaande interesse, werden zonder problemen beantwoord.  In het kader van de nakende Perseiden hadden we de nadruk op “vallende sterren” gelegd. Wat zijn het en hoe kan je ze zelf waarnemen. We hebben de groep van informatie en een sterrenkaart voorzien, zodat ze zelf een kampactiviteit rond “vallende sterren” kunnen organiseren. Tegen middernacht sloten we, na een applaus van de gasten, de avond af. We hebben laten weten hen steeds van dienst te zijn, als ze in de buurt gekampeerd liggen. Dank aan de aanwezige leden van Noorderkroon voor de ondersteuning!

                                                                                                                      Lambert

19:08 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

20-07-10

Nog een zwoele nacht....

Een redelijk heldere avond en goede vooruitzichten. Genoeg redenen om nog eens uit te rukken met de volledige uitrusting. Doel was wederom fotograferen, maar de extreem hoge vochtigheid na 02.00u maakte dat na elke opname de lenzen ontdauwd moetsen worden (in een tempo, bijna niet bij te houden.

Al met al geen topnacht, qua fotografie, maar een absolute knaller betreffende het visuele. Nevels zoals de Zwanenevel waren ongezien scherp te bekijken (en fotograferen). Hieronder enkele indrukken en resultaten.

C-1 sized_P7110009.JPG
C-1 sized_P7170008.JPG
C-1 sized_P7170010.JPG
sized_kijkavond juli 2010.jpg

16:05 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

28-01-08

Bruine dwergen en lege ruimte

   

Administrativa:    

  • Nationale Sterrenkijkdagen en Nacht van de Duisternis.

 

Noorderkroon-Achel zal op 15 maart vanaf 19.00u weer actief meewerken aan de nationale sterrenkijkdagen en gelijktijdig deelnemen aan de Nacht van de Duisternis. In samenwerking met het Stadsbestuur Hamont-Achel ( dienst Vrije Tijd) en Natuurpunt hebben we het volgende programma uitgewerkt: Noorderkroon-Achel zorgt voor bezetting op de sterrenwacht, geeft in de taverne "De Bever" een presentatie, probeert twee mensen te vinden die twee geleide wandelingen (organisatie Natuurpunt met eigen gids) willen ondersteunen door onderweg een beetje relevante sterrenkundige uitleg te geven.

Heb je interesse om dit op je te nemen, laat iemand van het bestuur iets  weten. Het zal ons zeker helpen. Halverwege de wandeling (er vertrekken twee wandelingen in tegenovergestelde richting) zal de groep aankomen op de Tomp,waar een geschied- en heemkundige ( H. Stienaers) een uitleg zal geven over de Tomp. Dit zal IN de Tomp gebeuren ( we hebben toegang). Op een andere plaats op het domein "de Tomp" zal een Achelse toneelgroep een bewegingsact geven. Na deze activiteiten wandelen de groepen terug naar "de Bever".

In de taverne zal Natuurpunt voor een kleine tentoonstelling zorgen, Noorderkroon geeft een presentatie die sterk sterrenkundig getint zal zijn. Het thema lichthinder is natuurlijk een steeds weerkerend thema, aangevuld met het thema welke VVS gekozen heeft. Maak nu al reclame over deze activiteit en als je bereidt bent om ons te helpen in de vorm van gidsen of opvang op de sterrenwacht, aarzel niet en maak het bekend aan een bestuurslid. We zien je medewerking graag tegemoet!! 

 

  • Hou de site van internetgazet in de gaten: we zijn begonnen met de cursus "sterrenbeelden" onder de rubriek " Kijk eens omhoog".

 

Verslag van de bijeenkomst 25 januari 2008.

Met een lichte vertraging (geringe opkomst) begonnen we de avond met een kortfilm over het 30 jarig bestaan van ESA. We zagen hoe men een Ariane 5 raket in elkaar monteerde, hoe men verschillende soorten satellieten klaar maakte voor de lancering en tot slot, de lancering zelf. Heel indrukwekkend allemaal! Nog even snel een stukje macht van 10 (door Jan Hermans) en het officiële gedeelte van de avond kon beginnen met als eerste vraag op de open agenda:  

 

Zit er een zwart gat IN de aarde? Antwoord op deze vraag: Neen. We hebben even de anatomie van een zwart gat uit de doeken gedaan en aangetoond dat het onmogelijk is om een dergelijk allesvernietigend geweld te huisvesten in een ander hemellichaam. 

 

Welke vormen van heelal kennen we? Antwoord: er bestaat het "steady state-" model, het "inflation-" model en het "pulsating-" model;  (resp. het statische -, het uitdijende - en het pulserende heelal). We hebben even de Theorie van George Lemaitre, de bedenker van de theorie van de oerknal, aangehaald en wisten dat de spotnaam "Big Bang" eigenlijk afkomstig was van de Amerikaan Fred Hoyle die een beetje afgunstig was op de theorie van onze landgenoot George Lemaitre. Het mag ook gezegd dat nog nooit iemand bekwaam was om de theorie van Lemaitre te weerleggen. Sterker nog: alle bevindingen na het poneren van de theorie werden enkel en alleen bevestigd door alle waarnemingen en experimenten.  

 

Wat is het verschil tussen en meteoriet en een meteoor? De vragen bleven een destructief karakter hebben. Antwoord: een meteoor is een ingevangen stofgruisje (meestal een restje van een komeet) dat in haar traject doorheen onze atmosfeer verdampt of verbrandt. Is de massa van het ingevangen stofdeel (in dit geval spreken we over een brokstuk) en is er genoeg ijzer in haar samenstelling, dan hebben we kans dat er een deel van de meteoor de grond bereikt. Op het moment dat de meteoor de grond bereikt is het geen meteoor meer maar een meteoriet. In het zelfde gesprek keken we even naar de gevolgen van een inslag van een object met een diameter van 15 km. Er hangt er ééntje in de buurt die ons op en kleine 500.000 kilometer gaat passeren! Ook was er even aandacht naar de komeetinslagen van Shoemacher-Levy 9, welke we live bekeken hebben in Achel., jaren en jaren geleden. Ja, ja.....we worden ouder! Op de agenda (naast de open agenda) hadden we enkele items; "bruine dwergen" en "lege ruimten". Mark Smits zou voor ons het verhaal "lege ruimte" ontrafelen, maar moest door afwezigheid verstek geven. Jan Hermans had echter ook al wat van deze materie en bracht ons volgende: 

 

Een supergrote lege ruimte ontdekt in het heelal..

 

Het heelal lijkt redelijk homogeen gevuld met sterren en sterrenstelsels.

 

Tussen de sterrenstelsels in zijn er wel regelmatig lege ruimten. Er bestaan ook superholtes of supergaten, maar het zijn geen gaten zoals een zwarte gat. De lege ruimte laat gewoon licht door, maar bevat erg weinig kleine - en helemaal geen grote sterrenstelsels; Een gapend gat, zoals de pers vermeldt is wel erg overdreven. Tot heden wordt aangenomen, op basis van meetgegevens, dat de ruimte zeker 13.7 miljard lichtjaar groot is.

Wil je nu die ruimte gaan onderzoeken, ben je in het optische (en IR-) bereik beperkt tot een afstand van 2.5 miljard lichtjaar. De achtergrondstraling komt volgens andere meetmethoden van een afstand van 13.7 miljard lichtjaar en het supergrote, lege gat (waarvan sprake) meet men op een afstand van 6 miljard lichtjaar.

 

Het gat vond men door afwijkingen in de achtergrondstraling vast te stellen. Toen het heelal nog erg jong was, kort na de oerknal, was het enorm heet. Na ca. 380.000 jaren was de uitdijing verder gevorderd en de temperatuur van het geïoniseerde waterstof (plasma) gedaald tot 3000° Kelvin  (K). Bij die temperatuur ontstaat in de natuurkunde het "moment van ontkoppeling van straling en materie". Er kunnen dan atomen gevormd worden en het heelal werd doorzichtig. Een energiedeeltje dat uit die vroegere periode met 3000° K vertrekt legt een afstand van 13.7 miljard Lj af. Gedurende de reistijd van het energiedeeltje is het heelal 1000x verder uitgedijd. De roodverschuiving (= 1000) is dan zo groot dat we dus een deeltje van 3000° K / 1000 = 3)K detecteren (= temperatuur van de achtergrondstraling).

 

Met de WMAP (Wilkinson Microwave Anisotrophy Probe) -satelliet werd de achtergrondstraling zodanig nauwkeurig gemeten dat er een temperatuursverschil van een tiental microKelvin (miljardste  graad) werd waargenomen over een gebied van 900 miljoen Lj. Op basis hiervan werd een grote, lege ruimte opgetekend, want volgens het ISW effect (Rainer Sachs en Arthur Wolfe) is er dan sprake van een relatie tussen koele plekken in de achtergrondstraling en lege ruimte. Er is dan sprake van donkere energie (vacuümenergie).

Verklaring:

Tijdens de reis heeft de zwaartekracht invloed op energiedeeltjes. Bij het invallen in een zwaartekrachtveld zal de energie toenemen en bij het verlaten terug afnemen. De eindsom van deze operatie is 0,0. Rekenen we daarbij de roodverschuiving t.g.v. de expansie dan zal de ontmoeting met meer massa extra energie opleveren. De toenemende expansie wordt door het ISW effect toegeschreven aan donkere materie.

 

Jan wist te vertellen dat we nog steeds niet helemaal op de hoogte zijn van die beruchte donkere materie. We weten dat het verschijnsel verklaarbaar is door het ISW effect en het lijkt op een proces dat werkzaam is tegen de zwaartekracht. In 2008 zal de Europese satelliet "Planck" meer duidelijkheid verschaffen. Veel zal afhangen van de resultaten van die veel nauwkeurigere achtergrondstralingmetingen.  Misschien hebben kosmologen dan pas echt een probleem........

 

Wat is een bruine dwerg?

 

Jan Hermans begon, zijn verhaal door eerst even de informeren naar de kleur van een bruine dwerg. Zij die met de Kerst de "aller- gemakkelijkste quiz aller- tijden" meemaakte wisten dat ze op hun hoede moesten zijn. En ja.....ook hier weer: een bruine dwerg is niet bruin (wat is dat toch, tegenwoordig, met al die verwarrende naamgevingen?). Jan wist dat een bruine dwerg voor een waarnemer rood van kleur is. Op de vraag waarop men dan niet over rode dwergen spreekt, het simpele antwoord: die bestaan al! Rode dwergen zijn sterren die (zoals onze zon) waterstof omzetten in helium, maar die een massa hebben van < 50% van onze zon.bruine dwergen werden in de jaren 60 theoretisch voorspeld. De eerste waarneming (IR) dateert van 1995.

 

Wat is dan een bruine dwerg? Is het een ster of is het een gasreus zoals Jupiter? Na lang debatteren besloot het IAU in 2003 het volgende:

 

  • Een gasreus ontstaat tijdens de vorming van een zonnestelsel. Het zijn deeltjes ijs en stof die samenklonteren, groter worden en door toename van de massa in een latere fase meer en meer waterstof aanzuigen.
  • Bruine dwergen ontstaan door samentrekking van gas zoals bij een ster gebeurt.

 

Waarom bij sommige sterren het ontstaansproces langer duurt en er zich enorme sterren vormen en dit de bruine dwergen in een vroeg stadium stopt is niet bekend.

 

Theoretisch kan, door het vaststellen van de massa, bepaald worden of het object een bruine dwerg is, maar de massa is niet rechtstreeks te meten. Met oppervlaktetemperatuur en bolometrische helderheid kunnen waarden worden vergeleken met voorspelbare sterevolutie. Het HRD-diagram is een heel handig hulpmidden en vertelt ons dat sterren met een grote massa heet, blauw en lichtsterk zijn. Sterren met weinig massa zijn dan weer koeler, roder en lichtzwakker.

 

De ontdekking van de bruine dwergen toonde aan dat het HRD-diagram eigenlijk uitgebreid moet worden. De bruine dwergen vallen net buiten het bereik. Waarom stopt het HRD bij d M-sterren? Sterren halen hun energie uit fusie, het omzetten van een licht element naar een zwaarder met als winst; energie. Nu, het diagram stopt bij 2000° K omdat dit de temperatuur is die overeenkomt met de grens  waaronder geen fusie van waterstof naar helium kan plaatsvinden. Bij bruine dwergen is dus geen waterstoffusie mogelijk. De belangrijkste energiebron bij bruine dwergen is de temperatuursverhoging door de aantrekkingskracht t.g.v. de massa. Daarnaast kan bij bruine dwergen wel Deuteriumfusie optreden (deu=>Li). In spectra genomen van bruine dwergen (1500-2000°K) vinden we lijnen van alkalimetalen. Dit zijn de L-klasse sterren. Bij dwergen met een temperatuur van 1300 - 1500°K verschijnen methaanlijnen, ze worden als T-klasse sterren geklasseerd.

 

Door hun geringe massa worden bruine dwergen niet zo heet en beginnen dus in de buurt van M-dwergen in het HRD, ze evolueren naar T-dwergen. Als we terug op het HRD kijken en de evolutie van een ster volgen, kan een bruine dwerg die we waarnemen als een Ldwerg, evengoed een echte bruine dwerg zijn dan wel het uitgegloeide restant van een witte dwergster.

Een T-dwerg is obsoluut zeker een bruine dwerg omdat de ster, met een massa groter dan 8% van de zon, nooit zover kan afkoelen dat ze de T-klasse kan bereiken. De afmetingen van bruine dwergen zijn aan elkaar gewaagd. De massa's echter worden verschillend. Als de massa groter is zal de aantrekkingskracht ook groter zijn en wordt de temperatuur hoger. De absolute minimale grens ligt theoretisch bij 13 Jupitermassa's.

 

Als we het ontstaan van bruine dwergen kunnen vergelijke met een ster, hebben ze dan ook een corona? De temperatuur van de corona wordt opgewekt door Röntgenstraling. Deze ontstaat door magnetisme. Het inwendige van een bruine dwerg is hoofdzakelijk gedomineerd door massaverplaatsing (convectie) en de oppervlaktetemperatuur is veel lager dan die van een standaard ster. Er werd dus verondersteld dat er geen röntgenstraling aanwezig is. De satelliet Chandra heeft intussen bij enkele zeer jonge bruine dwergen wel röntgenstraling gemeten. Moegelijk ontstaat deze door het fusieproces van deuterium, maar het is niet bevestigd.

Als we aan de hand van het gekende proces en de temperatuur - lichtkrachtverhouding een benaderende levensduur van een ster kunnen bepalen, dan kan dat ook voor een bruine dwerg: naar astronomische maatstaven worden ze niet oud.

 

Nieuwe en betere meetinstrumenten zijn (weer) een doorbraak geweest in het onderzoek en het vinden van kleine sterachtige objecten. Niet alleen de ontdekking, maar ook de kennis van de atmosfeer, het ontstaan en de evolutie van de bruine dwergen zijn nog steeds onderwerp van gesprek bij astronomen en het zal de gemoederen nog zeker een tijdje bezig houden.

 

Dank aan Jan Hermans voor het verzorgen van deze avond en onderwerpen.

 

Wat zijn rijm, rijp en ijzel?

 

In de winterperiode wordt er soms gewaarschuwd voor gladde wegen door vorming van ijzel, aanvriezende mist of rijm. Hoe ontstaan die ijsvormen en wat is het verschil?

Verrijpen is de rechtstreekse overgang van gasvormig water naar ijs. Rijm of rijp is dus waterdamp die bevriest en neerslaat op de planten, wegen, auto's... Er is altijd waterdamp in de lucht zonder dat je het ziet.

Dat is niet hetzelfde als mist of dauw. Dat zijn echte kleine druppeltjes water; water in vloeibare vorm dus. Als die druppeltjes bevriezen spreken we van "ruige rijp". Die heeft soms duidelijk een ruigere structuur, omdat de mistdruppeltjes bijvoorbeeld tegen een boom blijven aanbotsen en zo het laagje ijs steeds dikker doen aangroeien tot soms wel enkele centimeters dik. Bij waterdamp kan dat niet want daarvan is er veel minder in de lucht aanwezig.

Ijzel is regen die bevriest op een bevroren oppervlak; bijvoorbeeld op de weg. Dat gebeurt als het nog vriest aan de grond, terwijl de bovenste luchtlagen al warmer zijn. Dit verschijnsel komt het meest voor aan het einde van een vorstperiode.

Ijsplekken ten slotte zijn plaatsen waar het water, dat op het wegdek staat, bevriest.    JH

Enkele levensvragen.......

 

  • 1. Als je van zwemmen slank wordt, wat doen walvissen dan verkeerd?
  • 2. Als maïsolie van maïs gemaakt wordt, hoe zit dat dan met babyolie?
  • 3. Als superlijm werkelijk alles vastlijmt, waarom dan niet de binnenkant van de tube?

21:53 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |