29-11-17

Verslagen Noorderkroon november 2017

Administrativa

 

  • Lidgeld Noorderkroon  2018:  Noorderkroon zal nog steeds de ongewijzigde contributie van 15 euro p.p.  Voor dit bedrag bent U weer een gans jaar lid van Noorderkroon, ontvangt u maandelijks het infoblaadje en krijgt u korting tijdens de jaarlijkse uitstap. Storten doe je op het rekeningnummer:

De Noorderkroon

BE 13 1030 4513 1239

p.a. Noorderkroon Haag 27

                                                                  3930 Hamont-Achel

 

  • Verslag oktober: opmerking: Heeft licht massa?.. foutief geformuleerd in het verslag. Licht heeft geen rustmassa!
  • Werkgroep Beleving. Bomenwandeling de Bever: toegelicht door de voorzitter aan de hand van een luchtfoto met daarop de markering van de kapwerken.  Noorderkroon heeft het idee van een educatief Planetenpad voorgesteld.  
  • Verschillende leden voldeden hun lidgeld groepsinschrijving VVS bij de secretaris.
  • Paul heeft ons laten weten een paar maanden "out of running" te zijn vanwege een fietsongeval. We wensen Paul een spoedig herstel. Het secretariaat regelt in tussentijd zijn deelname aan de groepsinschrijving VVS.

 

Open agenda: 

Jan: waarom gebruiken we geen fresnellenzen in plaats van dikke bolle lenzen?

Jo: we kunnen met de huidige kijkers miljarden lichtjaren wegkijken en zien hun oeroude licht. Zijn er nog objecten die we niet zien? Heeft men weet van objecten die we (nog) niet kennen?

Gerard: Springtij om de 14 dagen?  Wat is het verschil met het gewone tij?

 Hoe kan de atmosfeer bij ons blijven?

Lambert: Hoe waarschijnlijk is de kans op een levensvorm? Eukaryoten

 

Fresnell-lens: komt voor in vuurtorens. Jan wist dat fresnel-lenzen ook voorkomen in camera's, overhead-projectors en verschillende andere applicaties, We hebben geen weet van toepassingen in de sterrenkunde. Mogelijk zouden de diverse optische assen moeilijk, tot misschien onmogelijk, af te stellen zijn. Hoedanook, we hadden geen pasklaar antwoord en zullen proberen de optische mogelijkheden verder uit te diepen.

Afstanden in het heelal  maken dat licht lang onderweg is en dat je van sommige objecten wel mag aannemen dat ze nog steeds bestaan, zij het in een andere vorm, maar nog wel degelijk bestaan. 

Springtij, de kombinatie van zon en maan aan een kant van de aardbol maakt dat er springtij is. We tekende verschillende scenario's op het bord om één en ander te verduidelijken.

Een atmosfeer kan enkel bij een planeet blijven als er genoeg massa, dus zwaartekracht aanwezig is. Een klein hemellichaam kan moeilijker een atmosfeer vasthouden.

 

Leven, een toeval? We hielden een heel geanimeerd gesprek over de mogelijkheid van het ontstaan van intelligente levensvormen. We namen als uitgang de formule van Drake die heel optimistisch is over het aantal intelligente beschavingen in het heelal. Het feit dat er met variabele parameters gewerkt wordt, maakt dat je de uitkomst van deze formule kan manipuleren. Een bijkomend gegeven dat bepaald dat (vreemde) cellen hoogst uitzonderlijk kunnen samensmelten en dan ook nog reproduceerbaar zijn (eukaryoten), geeft als uitkomst dat een spontane nieuwe levensvorm wel héél uitzonderlijk is. Misschien is leven in het heelal slechts een toevalligheid?

 

We beëindigden een heel geanimeerde open agenda om 22.20u. Na een korte pauze kreeg Jan het woord en bracht ons "Stormen".

 

                                                             Stormen met orkaankracht

Als er zware stormen voorkomen in het westelijk deel van de Stille Oceaan worden ze Tyfoon genoemd, in de Indische Oceaan heten ze cyclonen. Orkaan, tyfoon, cycloon; alleen de benaming is op diverse plaatsen op aarde anders. Het zijn vooral zware wervelwinden die in de atmosfeer optreden.

Wat gebeurt er in onze atmosfeer?

De atmosfeer is een erg dunne laag van gasdeeltjes die, over verschillende sferen het aardoppervlak omringt tot een hoogte van circa 100 -120 km. Vergelijken we de aarde met een voetbal van 30 cm diameter, dan is het een laag van ca 3 mm dik. De onderste laag ervan is de troposfeer. Hier is de luchtdruk het hoogst en deze neemt af met de hoogte. In die laag, dicht bij het aardoppervlak, komen winden voor die orkanen kunnen veroorzaken.

Hoe ontstaan winden?

Bij de evenaar wordt de lucht sterker verwarmd dan op noordelijker breedtes en zal uitzetten. Warme lucht is lichter en stijgt op. Omdat de lucht ijler is zal de luchtdruk ook dalen en ontstaat er een lagedrukgebied.

Bij de polen is de lucht het koudst en daar heerst dus een hogedrukgebied. Vanuit het hogedrukgebied zal dan koude lucht in de richting van het lagedrukgebied stromen. De opgestegen lucht van het lagedrukgebied koelt in de hogere luchtlagen weer af en zakt terug naar het aardoppervlak.

Op de aarde gebeurt dit echter niet van de polen naar de evenaar, maar de opgestegen lucht koelt al af en zakt ter hoogte van circa 30° N en 30°Z. terug naar beneden. Daar drukt ze dan op de aanwezige luchtlagen en veroorzaakt opnieuw een hogedrukgebied. Door die druktoename zal ook de temperatuur er stijgen en er ontstaat een hogedrukgebied. Hier splitst de dalende luchtstroom zich en een deel ervan stroomt naar het Noorden en een deel naar het Zuiden.

Het gedeelte lucht dat verder over het aardoppervlak naar hogere breedtes stroomt, ontmoet ter hoogte van 60° de hogedrukgebieden van de polen. De koude zwaardere hogedruklagen van de polen drukken de aankomende lucht terug omhoog en veroorzaken opnieuw een lagedrukgebied.

De bewegingsrichting van de lucht is altijd van Hogedruk- naar een Lagedrukgebied. 

Terwijl de zon de aarde opwarmt draait onze planeet haar dagelijks rondje om haar eigen as. Bij de evenaar is de omtrek van de aarde circa 40.000 km en leggen we aan het oppervlak dus 40.000 km/ dag af t.o.v. een vast punt. Op onze breedtegraad (51°N) is dat ongeveer 24.000 km en is de snelheid ± 1000 km/h. Op de polen is de af te leggen weg 0 km.

Als de lucht zich vanaf een hogedrukgebied richting Lagedrukgebied beweegt kan ze dus nooit op dezelfde lengtegraad bij een andere breedte aankomen, omdat het aardoppervlak zich intussen verplaatst heeft. Dit noemt me het Corioliseffect. De lucht die van 30°noordelijk en van 30° zuidelijk terug naar de evenaar stroomt, beweegt altijd naar het westen. Die luchtbewegingen zijn de passaatwinden die altijd van oost naar west waaien.

Bij het verplaatsen van een hoge- naar lagedrukgebied zal de wind op het noordelijk halfrond altijd naar rechts afbuigen. Op het zuidelijk halfrond gebeurt dit altijd naar links.  Hierbij moeten we goed opletten op welke locatie het hogedrukgebied zich bevindt.

Omdat de aardas ook nog een hoek van 23.5° vormt met de ecliptica, ontstaan er seizoenen. De warmste zone verplaatst zich dus beurtelings van noord naar zuid, in een zone tussen de Kreeftskeerkring over de Evenaar naar de Steenbokskeerkring en terug. Die strook vormt geen rechte lijn van oost naar west, maar zigzagt over de aarde, omdat het vasteland sneller wordt opgewarmd dan het water. Dit noemt men de InterTropischeConvergentie Zone of ITCZ.

Orkanen ontstaan altijd in de onderste laag van de dampkring; de troposfeer. Ze ontwikkelen zich gedurende een welbepaalde periode. Op het noordelijk halfrond meestal tussen juni en november, want in deze periode van het jaar is de zeewatertemperatuur er het warmst. Verdamping van het warme zeewater is een van de stuwende krachten bij een orkaan.

Orkanen ontstaan boven zee in tropische gebieden tussen de 5e en de 20e breedtegraad, maar nooit bij de evenaar (geen corioliskracht)

Alle tropische depressies voldoen aan enkele kenmerken:

  • voldoende atmosferische warmtestroming.
  • een gesloten circulatie (dat wil zeggen: volledig rond en niet onderbroken door een front)
  • een warme kern: de warmste lucht bevindt zich in het oog van de depressie.
  • Het corioliseffect moet groot genoeg zijn.
  • De temperatuur van het zeewater moet minstens 26.5 °C zijn. (verdamping)

Een orkaan of cycloon kent twee draairichtingen; Op het noordelijk halfrond draaien de orkaanwinden tegen de klok in. Ze worden afgebogen door de draaiing van de aarde (het Coriolis-effect). Op het zuidelijk halfrond draaien orkanen - om dezelfde reden - juist in omgekeerde richting.

In theorie zou een orkaan dus ook van draairichting moeten veranderen als de evenaar gepasseerd wordt, maar doordat de Corioliskracht het sterkst is aan de noord- en zuidpool, en het zwakst rond de evenaar, komen er binnen een afstand van zo’n 5 breedtegraden boven en onder de evenaar geen orkanen voor.

Orkanen verplaatsen zich met de passaatwinden in westelijke richting. Ze draaien dan weg van de evenaar en drijven langzaam richting de pool. Hierbij nemen ze in snelheid toe t.g.v. de verschillende draaisnelheden op aarde. Door de opname van grote hoeveelheden warm zeewater gaan ze gepaard met hevige stortregens en enorm hoge windsnelheden waardoor ze erg veel schade veroorzaken als ze land bereiken.

Uiteindelijk, als ze lang genoeg bestaan, zullen ze ver genoeg naar het noorden afdrijven en komen in een band van westelijke winden terecht op de gematigde breedtegraden. Als dit gebeurt, kan een orkaan weer naar het oosten draaien en vervolgens een pad volgen, dat doorgaans oost- en noordwaarts loopt. 

Veel orkanen draaien terug naar het oosten als ze koeler land of koelere zee bereiken.

Op onze breedtegraad komen geen orkanen voor omwille van de te lage temperatuur, We kunnen soms wel voordeel halen uit de uitlopers van afgezwakte orkanen door gebruik te maken van de afgezwakte restwinden.

                                                                                                                                                          Jan

17:23 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.