30-09-17

Sterrenbeelden en hun geschiedenis

Open agenda:

Gerard,: Een zonnestorm, vandaag?

Jan: Orkaan buigt telkens af naar het noorden, waarom niet naar het Zuiden?

Jo: Evolutie van kometen,

Jo: Noorderlicht en zuiderlicht, het zelfde?

Lambert: Life on Mars?

Zonnestorm: We hebben op het bord één en andere schematisch weergegeven. Wat is een zonnevlak, wat is een uitbarsting, hoe zwaar kan die zijn en wat kunnen de gevolgen zijn. Omdat dit antwoord heel erg aanleunt bij de vraag van Jo over het Noorder- of Zuiderlicht, hebben we de vrijheid genomen enkele paralellen te trekken.

Orkanen buigen af naar het Noorden, waarom? Warmen op door warme vochtige lucht.  We hebben één en ander besproken, de ene denkt dat de warme golfstromingen bepalend zijn voor hun richting, een andere poneert de voorkeursrichting, maar bottom line is dat we het niet weten. Gaan we verder uitdiepen..

Evolutie van kometen: uitleg aan het bord over kometen en hun banen. Wat er gebeurd als een komeet de zon passeert. Eindconclusie en tevens antwoord op de vraag: een komeet is eindig.

Noorderlicht en zuiderlicht is hetzelfde. Tijdens  de uiteenzetting van de zonnestorm bleek dat deze twee vragen verwant zijn. We diepten dit aspect iets dieper uit . Opvallend is dat er weinig toerisme is naar het zuiden toe, kan te maken hebben met het gegeven dat wanneer je op Noorderlicht-expeditie gaat naar het hoge noorden er altijd een hot tub inbegrepen is. Redactie heeft geen weet van hot tub op het zuidelijke halfrond.

Leven op Mars: komt in het gedrang door het gegeven van giftige reacties als gevolg van ioniserende zouten op het oppervlak van mars? Een recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat door bepaalde processen de planeet Mars wel heel vijandig is voor leven. We zijn benieuwd hoe dit gegeven te plaatsen  in het concept Mars One.

Na de pauze gaf de voorzitter het woord aan zichzelf, om het allereerste hoofdthema van dit werkjaar vrij te geven. Dirk bracht ons een presentatie onder de titel:

 

Sterrenbeelden en hun geschiedenis.

Al in de oudheid deed men aan een vorm van sterrenkunde. De Hemelschijf van Nebra (Bronstijd, 3600 j. geleden) is daar een mooi voorbeeld van. In de grot van Lascaux in Frankrijk zijn muurschilderingen gevonden van de Hyaden en Pleiaden, daterend van meer dan 17000 j. geleden De eerste vorm van sterrenkunde vinden we terug bij de Mesopotamiers in een gebied vanaf de Perzische Golf tot aan de Middellandse Zee, vanaf het 4de millennium VC.  Tot 500 VC De vele waarnemingen van de Babyloniers hebben een schat aan waarnemingstabellen opgeleverd, geschreven op kleitabletten  Zij waren in staat om de plaats van een ster te bepalen op de hemelsfeer, verdeeld in graden, minuten en seconden. (De oorsprong van het 12-delig stelsel ligt bij de Babylons.) Hun waarnemingstabellen waren al nauwkeurig tot op een boogminuut.  Ze hadden ook een bijna perfecte kalender. Men wist dat 235 maanmaanden vrijwel even lang waren als negentien zonnejaren. (Het verschil is maar twee uur.) Dat was voldoende om een kalender te construeren met een cyclus van twaalf jaren van twaalf manen en zeven jaren van dertien manen. Door nu eens de wintermaan addaru en dan weer de zomermaan ululu als schrikkelmaan in te voegen, bereikten ze dat het nieuwe jaar nooit ver voor of na het begin van de astronomische lente begon. Dit systeem is vermoedelijk in 503 v.Chr. de standaardkalender van het Midden-Oosten geworden, en het is nog steeds de basis van de joodse kalender.

 Zij kenden ook al 52 sterrenbeelden, waarvan 12 in de onmiddellijke omgeving van de ecliptica, de tekens van de dierenriem. Hipparchus  ,  Een Grieks astronoom leefde van ca 190 VC tot 120 VC In 134 v.Chr. gaf hij een sterrencatalogus uit. Toen er datzelfde jaar nog een totale zonsverduistering plaatsvond, greep Hipparchus deze gelegenheid aan om de afstand tot de maan te schatten. Hij zat er dichtbij en berekende eveneens de afstand naar de zon. Hij ontwikkelde een systeem om de schijnbare helderheid van hemellichamen te meten, dat tot op de dag van vandaag nog steeds in gebruik is. Hij berekende eveneens de duur van zon en maancyclus. Zijn belangrijkste ontdekking was zonder twijfel dat de as van de aarde van richting verandert.

 Claudius Ptolemeus (in het Grieks: Klaudios Ptolemaios) leefde van 85-165 na Christus. Hij was een Griekse geograaf, astronoom en astroloog die hoogstwaarschijnlijk leefde in Alexandri« (Egypte). Ptolemeus is de schrijver van twee belangrijke wetenschappelijke werken. Een daarvan is bekend als De Almagest  Net als zoveel belangrijke Griekse werken uit die tijd werd het in het Arabisch voor het nageslacht bewaard. In de 12e eeuw verscheen een vertaling in het Latijn die eeuwenlang door West-Europese astronomen werd gebruikt. In de Almagest beschreef Ptolemeus de astronomische kennis die bekend was in de Griekse en Babylonische tijd. Hij leunde hierbij zwaar op het werk van Hipparchus dat 3 eeuwen eerder was verschenen.

 Tijdens de middeleeuwen en daarna werd het in West Europa akelig stil op astronomisch gebied.  In de Arabische wereld werd nog wel aan sterrenkunde gedaan. De sporen hiervan vinden we nu nog terug in de benaming  van verschillende sterren. De naam van de ster Betelgeuze is van oorsprong Arabisch. In die taal heet de ster yad al-djoeza (hand van de reus), maar door een leesfout is de naam van de ster in de westerse talen van  ibt al-djoeza(oksel van de reus) afgeleid. Bait al Djusa Mizar = band,  gordel

 Johann Bayer werd in 1572 geboren in Rain, Beieren. Hij startte zijn studie filosofie in 1592 in Ingolstadt en verhuisde later naar Augsburg waar hij zich vestigde als jurist. In Augsburg begon hij zich te interesseren voor astronomie. Hij werd adviseur juridische zaken van de stad Augsburg in 1612. Bayer stierf in 1625.

Hij is het best bekend om zijn steratlas Uranometrica die in 1603 werd uitgegeven. Het was de eerste steratlas die de complete sterrenhemel beschreef. Bayer introduceerde een nieuw systeem om sterren te benoemen. De helderste ster van het sterrenbeeld krijgt de eerste letter van het Griekse alfabet, gevolgd door de benaming van het sterrenbeeld. Deze benaming wordt heden ten dage nog steeds gebruikt. Daarnaast nam hij in zijn steratlas 12 nieuwe sterrenbeelden op aan de zuidelijke sterrenhemel. Deze sterrenbeelden waren in de Griekse e Romeinse oudheid nog niet bekend. De sterrenbeelden waren tussen 1595 en 1597 benoemd door de Nederlandse zeevaarders Pieter Dirkszoon Keyser en Frederick de Houtman:  Hij splitste het sterrenbeeld Centaurus in Centaurus en Crux (Zuiderkruis). Daarnaast splitste hij het sterrenbeeld Leo (Leeuw) in de sterrenbeelden Leo en Coma Berenice (Haar van Berenice). Het sterrenbeeld Piscis Austrinus (Zuidervis) werd gesplitst in de sterrenbeelden Piscis Austrinus en Grus (Kraanvogel). Het sterrenbeeld Sagittarius werd opgesplitst in Sagittarius en Corona Australis

 Julius Schiller (1580  1627  Augsburg, Duitsland) verving de 12 sterrenbeelden van de dierenriem door de 12 apostelen. De sterrenbeelden ten noorden van de dierenriem werden vervangen door figuren uit het Nieuwe Testament. De sterrenbeelden ten zuiden van de dierenriem werden vervangen voor voorstellingen uit het Oude Testament. Alleen het sterrenbeeld Columba werd gespaard al kreeg het wel een andere betekenis. De christelijke sterrenbeelden zijn nooit populair geworden.

 Johannes Hevelius werd in 1611 geboren in de Duitse stad Danzig alwaar hij in 1689 ook stierf, als zoon van een handelaar. Zijn vader was eigenaar van een bierbrouwerij en bezat veel onroerend goed. Van 1618 tot 1628 studeerde hij aan het gymnasium in Danzig. Daarna vertrok hij naar Leiden om rechten te gaan studeren. Het is niet bekend of hij deze studie heeft afgemaakt. Na enkele omzwervingen keerde hij terug naar Danzig om in de brouwerij van zijn vader te werken. In 1635 trouwde hij met Katharina Rebeschke, de dochter van een rijke inwoner van Danzig. In 1649 erfde hij de brouwerij van zijn vader en in 1663 trouwde hij voor de tweede keer, nu met de Nederlandse Catharina Elisabetha Koopman, dochter van een rijke handelaar. Hevelius was een begenadigd instrumentmaker. Hij bouwde verschillende grote telescopen en verder maakte instrumenten voor het observatorium Sternenburg van Tycho Brahe. Hij schreef een belangrijk boek over instrument maken, de Machina Coelestis in 1673. Als astronoom introduceerde hij volgende sterrenbeelden:

 De Lacaille is bekend om zijn stercatalogus die ruim 10.000 sterren en 2 nevels aan de zuidelijke sterrenhemel bevatte. Deze catalogus, Coelum Australe Stellifarum, werd na zijn dood in 1763 gepubliceerd. De Lacaille werd geboren in Remigny in de Ardennen, hij studeerde theologie aan het College de Lisieux in Parijs. Cassini hielp hem aan zijn eerste baan: het opnieuw in kaart brengen van de kust van Nantes tot Bayonne. Hierna, in 1739 deed hij metingen aan de meridiaan. Deze metingen leidden tot goede resultaten en hij werd hiervoor beloond met een hoogleraarschap aan het Mazarin college. Vijftien van de 88 sterrenbeelden zijn door hem benoemd..

VEROUDERDE STERRENBEELDEN: Niet-astronomen kunnen gemakkelijk in verwarring gebracht worden door de term verouderde of niet meer bestaande sterrenbeelden. Een sterrenbeeld is er of is er niet. De patronen die wij zien in de sterrenbeelden zijn allemaal ontsproten aan onze eigen fantasie. We kunnen zelf ieder willekeurig sterrenbeeld verzinnen dat we willen en dat is juist wat astronomen in de 17-de en 18-de eeuw, toen de eerste moderne sterrenkaarten verschenen, hebben gedaan. De sterrenbeelden die hieronder in de tabel staan worden niet langer meer door astronomen erkend maar ze zijn wel te vinden op oude sterrenkaarten. In de 17-de den 18-de eeuw verschenen er heel veel ster-atlassen die al die variatie aan sterrenbeelden opnamen. In onderstaande tabel staan alleen de sterrenbeelden die langere tijd in verschillende atlassen werden opgenomen. Diverse sterrenbeelden werden door astronomen geïntroduceerd om daden van koningen en regeringen te eren. Een dergelijk gebaar zou ook goed kunnen uitpakken voor hun carrière want wellicht kwam er meer geld beschikbaar voor de bouw van instrumenten en sterrenwachten.

  De Internationale Astronomische Unie (IAU), opgericht in 1919, is een organisatie voor de bevordering van de internationale samenwerking en coördinatie op astronomisch gebied. Zij houdt zich onder andere bezig met de naamgeving van astronomische objecten. Op dit moment heeft de IAU 10.872 individuele leden uit 93 landen; 73 landen zijn nationaal lid. De IAU heeft geen wetgevende bevoegdheid. De vergaderingen worden om de 3 jaar gehouden, De volgende is in Wenen in 2018

  Dirk

17:13 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.