07-01-17

Verslag december 2016

 Open agenda:

  1. Jo: Wanneer gaan we naar sterrenwacht Job kijken?

    Mark: Mars: een bemande vlucht, zijn we in staat om een levensvatbare planeet te “creëren”?

    Jan: Supermaan:  1948  en  2034 = geen regelmaat? Hoe kan dat?

    Jan: Corioliskracht, is dat een echte kracht?

    Job: Wat gaat de James Webb-telescoop doen?

    We gaan naar Job om naar zijn sterrenwacht te kijken! Job nodigde ons een paar maanden geleden uit en Jo zou dolgraag eens een kijkje gaan nemen en zette dit als punt op de “open agenda”. Job heeft, zonder twijfelen meteen toegezegd dat we welkom zijn. We hebben meteen de agenda erbij genomen en kozen voor de kijkavond van 2 december 2016; zie uitnodiging.

    Mars; er verblijven is een hele opgave. We weten dat er nauwelijks een atmosfeer is en dat er zo goed als geen magneetveld is, dus totaal geen bescherming tegen kosmische straling. Dit op zich is funest. De vraag, echter, bestaat de mogelijkheid om een atmosfeer te creëren? Theoretisch gezien, ja! In realiteit, zeg maar –  echt ter plaatste een atmosfeer gaan creëren – is echter een ander paar mouwen!

    Supermaan. Maan maakt een elliptische baan om de aarde. Bekijk je dit vanuit de anomalistische maan, dan krijg je en andere beweging. Op 14 november zaten we het dichtst bij de zon en dit maakt dat er extra getrokken wordt aan het geheel. Het hele spel van de stand van de zon en de andere planeten heeft een invloed op de regelmaat van de “supermanen”. Om deze redenen is het niet zo voorspelbaar en regelmatig dan we eerst dachten.

    De corioliskracht is een “schijnbare” kracht. Atmosfeer rond de evenaar heeft een andere snelheid tov de poolstreken. Dit gegeven maakt dat er bepaalde stromingen ontstaan in de atmosfeer. Deze kracht is verantwoordelijk voor het ontstaan van lage drukgebieden en daaraan gekoppeld cyclonen.

    James Webb-telescoop: vingerafdrukken nemen van atmosfeer van exoplaneten. James Webb is gebouwd om naar de atmosferen van de exoplaneten te gaan kijken en te zoeken naar sporen van “leven”. We kijken uit naar de nieuwe technologieën en wat we daar uit kunnen leren.

    Na de pauze gaf de voorzitter het woord aan spreker Job Beeren die ons als gids doorheen de sterrenbeelden Grote Beer, Kleine Beer en Cassiopeia leidde.  Hieronder kan jet het verslag van zijn hand lezen:

    UMAUMICAS

    UMAUMICAS, wat zegt deze titel eigenlijk? Dat het gaat om Uma (Ursa Major) ofwel Grote Beer, Umi (Ursa Minor) Kleine Berin, en Cas (Cassiopeia) de knap zittende vrouw, veel hiervan kennen wij uit de mythologische verhalen.

    Vroeger, zeer lang geleden, dat de mens op deze planeet als moderne mens door het leven begon te gaan, was het hemels firmament gezegend zonder strooilicht, luchtvervuiling en wat zo meer.

    Waarschijnlijk zo zwart dat de afscheiding van horizon en hemel bijna niet was te onderscheiden, de sterren en melkweg gaven in die tijd voldoende licht om er toch iets van te zien.

    Dat betekent dat er gigantisch veel sterren te zien waren, zo ook de melkweg in al haar pracht. Waar wel aan moet denken, neem een jaartje of 100,000 geleden, de hemel er heel anders uit moet hebben gezien, niet de sterrenbeelden zoals we ze nu kennen. Dit komt doordat de sterren allemaal een eigen beweging hebben. Hierdoor waren de sterrenbeelden niet herkenbaar zoals ze nu zijn. Wat de mens in die tijd dacht zullen we nooit weten, maar dat het een prachtig schouwspel was staat buiten enige twijfel. Toen men eenmaal het vuur kende en gezellig rond een kampvuur zaten, hadden ze misschien wel de indruk dat er overal om hen heen kampvuren waren, zelfs wanneer ze naar boven keken. Later, zeer veel later, begonnen de mensen de sterren te formeren tot groepen de sterrenbeelden werden geboren, vele kunstenaars hebben zich hierop uitgeleefd en prachtige dieren, mensen en dingen in beeld gebracht. De sterren in de sterrenbeelden staan op verschillende afstanden van ons als waarnemer vandaan, zou men hypothetisch er boven kunnen kijken, zal men echt geen enkel sterrenbeeld kunnen herkennen. We gaan ons nu beperken tot de “circumpolaire” sterrenbeelden, wat wil dit eigenlijk zeggen, circum (rond), polair (pool) de sterrenbeelden die dicht rond de (in ons geval) noordelijke hemelpool draaien, in onze streken zullen deze sterrenbeelden niet onder de horizon zakken en zullen voor ons dus altijd zichtbaar zijn, uiteraard alleen als het donker is. Zou men nu op de noordpool staan zal men hoog op moeten kijken voor dezelfde te kunnen zien, dat betekent ook dat er meerdere sterrenbeelden boven de horizon blijven. Zakken we naar de evenaar, dan zal de poolster op de horizon liggen en zullen we de bekende circumpolaire sterrenbeelden onder de horizon zien zakken. Wanneer men nu een foto maakt gericht op de poolster  met een lange belichting, of een veelvoud van opnamen aan elkaar plakken, zullen er ster sporen gevormd worden, dit bewijst dat de aarde draait en lijkt dat de sterren om de hemelpool draaien. Sterren kunnen op diverse manieren worden uitgelezen, zo worden ze op diverse manieren geclassificeerd bijvoorbeeld in kleuren, dit hangt nauw samen met de temperatuur van de ster, de reeks luidt, O, B, A, F, G, K, M het ezelsbruggetje ( O Be A Fine Girl Kiss Me) verkregen door onderzoek via spectraal opnamen doordat het licht wordt gesplitst in de kleuren van de regenboog, en met de hierdoor verkregen informatie, kan men de ster classificeren zoals deze zich in dit moment bevindt.

    Kleur, temperatuur, in welke fase van haar leven de ster is enz. Deze en vele gegevens worden bijvoorbeeld onder gebracht in het “Hertzsprung Russel” diagram. Hier worden de sterren volgens temperatuur en helderheid in dit diagram geplaatst, waardoor elke ster een eigen plaats krijgt in dit diagram. Een volgend aspect is de z,g, magnitude schaal, hierin vinden we de helderheid van sterren, onder te verdelen in “schijnbare” magnitude, helderheid verkregen zoals een waarnemer deze ster ziet met alle invloeden, zoals licht vervuiling atmosferische omstandigheden enz., de helderste krijgt cijfer 1 de zwakste het cijfer 6. De “absolute” magnitude, verkregen door een ster zoals ze schijnt op een afstand van 10 parsec (32,6 lichtjaren) te gebruiken als ijkpunt, en zo de andere kunnen vergelijken, Hierdoor is de magnitude schaal nog verfijnder, zo zijn er sterren met een magnitude helderheid die in de min loopt, hoe lager het getal hoe helderder de ster is. Deze en nog veel meer gegevens worden gebruikt om in diverse sterrenkaarten en atlassen te verwerken, geeft de gebruiker bijzonder veel informatie, Zo zijn er talloze kaarten en atlassen in gebruik, teveel om ze allen te benoemen, maar onder te verdelen in getekende versies en fotografische versies, ook voor het noordelijk en zuidelijk halfrond of beide. Elke kaart of atlas heeft haar eigen kenmerken afhankelijk wat een gebruiker nodig heeft. Vooral is het makkelijk om van objecten de positie te kunnen vinden maar ook om een gevonden object een positie te kunnen geven, dit gebeurt dan via een hemel-coördinatenstelsel, dit vind men vaak al gekoppeld aan een object of ster, in de vorm van rechte klimming en declinatie, Hierin wordt de rechte klimming aangegeven in uren, minute en seconden, declinatie in graden. Om nu zo correct mogelijk te kunnen werken worden atlassen en kaarten elke 50 jaren opnieuw (Epoche) gedrukt dan wel samen gesteld. Omdat sterren nu eenmaal een eigen beweging hebben verandert de positie en dienen deze bij gewerkt te worden. Wat kunnen we vinden op kaarten en atlassen, grenslijnen van de sterrenbeelden, magnitude schaal, spectraal type van de sterren, afstanden en de verscheidenheid van objecten, hemel coördinaten, symbolen die weergeven om wat voor een object het zich handelt. De nauwkeurigheid hangt natuurlijk af van de kwaliteit van de kaarten of atlassen. Zo worden objecten d.m.v. letters, cijfers of een combinatie van beide aangeduid die corresponderen met de kaart of atlas waarin men bezig is. Ook zijn er zeer veel soorten aan catalogen te vinden, enkele bekende soorten zijn: Messier cataloog, NGC (New General Catalogue), IC (Index Catalogue), Abell, Mel, enz. Wat voor diversiteit aan objecten kan men vinden in de catalogen, kaarten of atlassen vinden, Ook dit is weer afhankelijk wat de gebruiker nodig vindt, dit kunnen zijn: Sterrenstelsels, emissienevels, planetaire nevels, donkere nevels, bolvormige sterrenhopen, open sterrenhopen, veranderlijke sterren, dubbelsterren enz. Sterrenstelsels bijvoorbeeld zijn verdeeld in de z.g. Hubble classificatie, omdat elk stelsel een eigen vorm heeft is dit gedaan. Men spreekt dan van EO, E3, E7 (Elliptische sterren stelsels), Sa, Sb, Sc (Spiraal stelsels), Sba, Sbb, Sbc (Balkspiraal stelsels). Elk object heeft zijn eigen symboliek, vaak komen de symbolen in de diverse kaarten en atlassen overeen, maar ze gebruiken toch ook vaak hun eigen symboliek. Door deze informatie ziet men dat bijvoorbeeld in Uma zeer veel objecten te vinden zijn, let wel, in onze criteria, in Umi valt het op dat het er heel weinig zijn maar in Cassiopeia weer zeer veel en een grote verscheidenheid. Echter zijn veruit de meeste objecten niet met het blote oog zichtbaar, neem een bino en het wordt al anders, nog beter is een telescoop, ook nog een bepaald oculair en het wordt nog spannender, wat er dan al te vinden is doet ons versteld staan. Als we dan nog een stap verder gaan begeven we ons op het vlak fotografie, door lange belichtingstijden gaan we zeer lichtzwakke objecten nog kunnen ontwaren. Deze objecten zijn zo zwak dat ze zelfs door zeer grote telescopen nog niet te zien zijn. Als we dan tot het uiterste willen gaan zoals met de Hubble Space Telescope dan is men verrast hoeveel er eigenlijk te vinden is in ons onmetelijk heelal, neem nu een speldenknop houd die met gestrekte arm voor u in lijn met een donker gebiedje in de Grote Beer, dat gebiedje dat de kop bedekt, heeft Hubble gefotografeerd, en men is verbaasd hoeveel stelsels er in de vroege ruimte te vinden zijn duizenden zijn er in ontdekt.

    Wat zal ons later de James Webb telescope laten zien, iedereen zal op het puntje van de stoel zitten.

    Nu is dit alles besproken voor de sterrenbeelden UMAUMICAS, daarbij, hoe zullen ze er na 100.000 jaartjes uit zien? We weten uit de studie van de eigen beweging van de sterren hoe ze er uit gaan zien, zouden we een sprong in de tijd kunnen maken en omhoog kijken, dan zullen wij nog maar bitter weinig van de vertrouwde sterrenbeelden herkennen. Alles is in beweging en zal dus nooit hetzelfde blijven, maar dank onze sterrenvrienden kwamen we hier ook wel weer uit. In ieder geval, veel plezier met waarnemen in  UMAUMICAS.

                                                                                                                                               J.B.

    Verslag van de kijkavond  

    Kijkavond 4 november 2016 Het was al de ganse dag bewolkt en toen ik om 19.30 u. thuis vertrok begon het ook nog te regenen. Job was er al en later kwamen ook Jan Paul en Jo ook nog. De koepel kon dus niet open, maar we hebben nu een dak boven ons hoofd en we hebben zelfs koffie.

    Het werd dus toch nog een gezellige avond met gesprekken over oa. de  crash van schiaparelli van de ESA mars missie. 

    Dirk

     

 

13:50 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.