17-04-16

Twijfel......

Al een paar weken aan het twijfelen welke setup mee gaat naar RACA 2016. Wordt het "full gear", de AT12RC met ED80TFC Triplet op de Mesu 200 of wordt het, de "light version"  Meade LX200 Cassegrain.......?

Er is nog een derde optie...... de Mesu 200 met daarop de ED80TFC triplet in combinatie met de Sigma 50/500 apo. Hmmm....... geeft een lekker wijd beeldveld....mss ook wel de moeite om te overwegen. Jaren geleden met deze combinatie enkele nachten in Houffalize gewerkt en aangenaam verrast door de resultaten. Nog even over nadenken......

20131029_124311_Rue de la Chavée_Richtone(HDR).jpg

of

20131029_105532.jpg

17:33 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Krabnevel, afgelopen winter

Een opname van afgelopen winter toont meer details dan eerdere opnames. Opname door de Ritchey-Chretien van de secretaris. 18.5 minuten belichtingstijd.

M1 NvdD rc 18m20s crop.jpg

17:16 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

16-04-16

Nieuwe input gevraagd

Onze kringblog staat open voor inbreng van alle leden. We weten dat Job bezig is met de bouw van zijn sterrenwacht en hopen eerdaags wat beeldmateriaal te kunnen plaatsten. Andere initiatieven, zoals eigen werk, verslagen, e.d. kunnen ten allentijden doorgegeven worden aan het secretariaat.

20:22 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Mijmeren.....

In de aanloop naar de komende zomerse deepsky-sessies, even terug denken aan het bezoek aan de sterrenwachten op de Teide, vorig jaar en meteen even een sfeerbeeldje van toen plaatsen:

boogschutter  Teide 2015.jpg

Hopelijk gaan we komende zomer ook fraaie beelden kunnen maken. Met een beetje geluk hoeven we geen al te verre verplaatsingen te maken en kunnen we vanaf onze eigen sterrenwacht "iets" maken wat met bovenstaand beeld te vergelijken valt.

_DSC8006.JPG

 

20:19 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Hoogste tijd.....

De hoogste tijd dat het weer een beetje stabieler wordt! Nog enkele weken en RACA-2016 gaat uit de startblokken. Intussen hebben we weinig of geen tijd gehad om voorbereidingen te doen.

Intussen hebben we onze archiefruimte in gebruik feestelijk geopend en al meteen in gebruik genomen. We gaan vanaf nu elke kijkavond laten doorgaan (zelfs laten starten om 19.00u!)

DSC_5327.JPG

DSC_5281.JPG

DSC_5301.JPG

20:07 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Februari 2016

Open agenda:

 

1)       Fons-Jan: hoe zit het met de 9e planeet?

2)       Dirk:2013TX68

3)       Job: Waarom draait alles in het heelal?

4)       Lambert: Wie kent het paradox van Olbers?

Betreft de 9e planeet: enkele leden wisten dat er héél recent (en dat was de zelfde dag) een bericht uitgegaan was dat de zoektocht naar de 9e planeet verfijnd was. Verfijn, het is te zeggen: enkele gebieden waar men zeker niet moet zoeken en dan nog enkele waarschijnlijk goede locaties. We hebben een groepsbespreking gehad die uiteindelijk uitmondde in het gegeven: hypothese!

2013TX68 is een planetoïde die zich zelf wegschrijft onder de afdeling “Aardscheerders”. Dirk wist dat op 5 maart deze aardscheerder zou langskomen op 17.000km/2miljoen km. Jan wist dat de Centaurs véél gevaarlijker zijn.

We weten nu dat dank zij de expansie (van de bigbang) alles in het heelal draait. Niets staat stil. We bespraken de oorsprong van de “beweging” en waartoe het uiteindelijk zou kunnen evolueren. “Zou”, want niet gemakkelijk te beantwoorden als je niet weet wat donkere materie of donkere energie is. Een heel interessant topic waar we wat dieper op in gingen en naadloos uitkwamen bij de laatste vraag; het Paradox van Olbers.

Het paradox van Olbers (zie vorig verslag) werd nog eens uitgelegd en uitgetekend op het bord. De bespreking bracht ons voorbij het punt van de Bigbang.

                                                                                                                                                                   

Verslag van de vergadering maart 2016 

Ceres

Een toelichting over onze grootste planetoïde; historie en een overzicht van de meest recente gegevens.

Kleinst bekende dwergplaneet in ons zonnestelsel, ontdekt op 1-01-1801 door Giuseppe Piazzi. Ceres werd een halve eeuw als 8e planeet geklasseerd. Ze werd vernoemd naar de Romeinse godin van akkerbouw en moederliefde. Kenmerken: Diameter 950 km - 1/3e massa van de planetoïdegordel - bolle vorm.

Het oppervlakte is  mengsel van waterijs en gesteente. Ceres heeft een rotsachtige kern met mantel van ijs. Mogelijk vloeibaar water onder het oppervlak? Schijnbare helderheid van 6,7 en 9,3, dus niet zichtbaar voor blote oog. 27 september 2007: NASA lanceerde Dawn om Vesta en Ceres te onderzoeken.

Ontdekking

1772 – Johann Elert Bode oppert het idee van een planeet tussen Mars en Jupiter.. Basis van dit idee is te vinden in de regel van Titius-Bode. Theorie door Johann Daniel Titus; er zit een patroon in de posities van de planeten.

1781: William Herschel ontdekt Uranus en de positie van Uranus was zo goed als voorspeld door de regel Titius-Bode. Deze bevinding sterkte het idee om op zoek te gaan naar een planeet tussen Mars en Jupiter.

1800: 24 astronomen gaan op zoek en vinden enkel een groot aantal planetoïden.

01-01-1801: Guiseppe Piazzi – academie van Palermo, Sicilië – ontdekte Ceres, nét voor hij bij de groep toetrad. Guiseppe dacht een komeet gezien te hebben.

Er werd heen en weer gecommuniceerd tussen Guiseppe Piazzi en twee collega’s met de conclusie dat de uiterst trage beweging van het object wel iets meer kon betekenen dan een komeet. In April 1801 was de positie te kort bij de zon om de waarnemingen te bevestigen en moest men wachten tot eind 1801. Carl Friedrich Gauss bedacht een slimme manier om haar baan te voorspellen.

31-12-1801: Ceres wordt gevonden op de voorspelde locatie. De eerste observaties resulteerden in moeizame schattingen van de grootte: 260 km in 1802 en  2613 km in 1811. Deze schatting  was van Johan Hieronymus Schröter.

Piazzi stelde als naamgeving “Ceres Ferdinandea” voor (godin + Koning Ferdinand III van Sicilië). Ferdinandea werd niet geaccepteerd. In Duitsland: korte tijd Hera, in Griekeland: Demeter Astronomisch symbool: sikkel Element Cerium, ontdekt in 1803, is vernoemd naar Ceres.

Classificatie        

Vaak veranderd. Johann Elert Bode geloofde dat Ceres de “ontbrekende” planeet was tussen mars en Jupiter. Een halve eeuw gezien als planeet.

1802: Herschel bedenkt de naam planetoïde (er worden er méér en méér ontdekt).

2006: het debat over Pluto. Men overweegt om Ceres opnieuw planeet te noemen.

Eigenschappen

Ceres is het grootste object in de planetoïdengordel, die tussen de banen van Mars en Jupiter ligt.  De massa van Ceres is bepaald door de invloed die zij uitoefent op kleinere planetoïden.  Alle resultaten verschillen iets van elkaar, maar het gemiddelde van de drie meest precieze schattingen is ongeveer 9,4 x 10 20e kilogram.  Ceres bevat daarmee ongeveer een derde van de totale massa van de planetoïdengordel en heeft daarmee 4%  van de massa van onze Maan.  De grootte en massa van Ceres zijn genoeg voor een hydrostatisch evenwicht.

Ceres onderscheidt zich daarmee van de meeste overige objecten in de planetoïdengordel, ook de grotere als Euphrosyne, die niet (volledig) in hydrostatisch evenwicht verkeren en daarmee onvoldoende 'rond' zijn om een dwergplaneet genoemd te worden

Interne structuur

Petr Thomas van de Cornell-universiteit beweerde dat Ceres gedifferentieerd is. Haar afplatting is namelijk te klein voor een niet-gedifferentieerd object.  Dit zou betekenen dat Ceres een rotsachtige kern heeft met daaromheen een mantel van ijs.  Deze honderd kilometer dikke mantel bevat ongeveer 200 miljoen kubieke kilometer aan water.  Dat is meer dan al het zoete water op Aarde. Waarschijnlijk zijn er ook vluchtige stoffen aanwezig onder het oppervlak van Ceres. De vorm van Ceres kan worden verklaard door een poreus of een slechts gedeeltelijk of helemaal geen gedifferentieerd interieur.  Door een laag gesteente boven op ijs, zouden er zouten moeten worden gevormd. Deze zijn echter niet gedetecteerd. Daarom heeft Ceres mogelijk geen mantel van ijs. 

Oppervlak

Het oppervlak van Ceres lijkt op die van C-type planetoïden. Er zijn echter wel verschillen. Ceres bevat namelijk gehydrateerde materialen, wat duidt op water onder het oppervlak. Andere mogelijke bestanddelen zijn onder andere cronstedtiet en carbonaten, zoals dolomiet en sideriet. Dit komt vaak voor in koolstofhoudende chondrieten.  Het oppervlak van Ceres is relatief warm. De maximale temperatuur van het oppervlak naar de Zon gericht is ongeveer 235 K (ongeveer -38°C). 

Mogelijke interne structuur van Ceres

Slechts enkele kenmerken van het oppervlak van Ceres zijn duidelijk gedetecteerd. Foto's van ultraviolet licht gemaakt door de Ruimtetelescoop Hubble uit 1995 vertoonden een donkere vlek op haar oppervlak, die, ter ere van haar ontdekker, Giuseppe Piazzi, "Piazzi" werd genoemd. Men denkt dat dit een krater is. Later werden er meer foto's gemaakt met de Keck-telescoop. Twee zwarte vlekken werden gevonden. Deze zijn waarschijnlijk kraters. Recentere foto's van de ruimtetelescoop Hubble toonden elf herkenbare kenmerken aan het oppervlak. Hun oorsprong is onbekend.

Atmosfeer

Het is mogelijk dat Ceres een dunne atmosfeer en waterijs aan het oppervlak zou hebben.  Bij een afstand van minder dan 5 AE tot de Zon wordt waterijs aan het oppervlak onstabiel en sublimeert het. Dit gebeurt in een korte tijd, waardoor het moeilijk is de verdamping van water te detecteren. In de jaren 90 zou water dat ontsnapt van de poolgebieden van Ceres zijn geobserveerd, maar dit kon niet onomstotelijk worden bewezen.  Begin 2014 meldde het ESA dat metingen tussen november 2011 en maart 2013 wezen op waterdamp rond de planeet.

Baaneigenschappen

Ceres heeft een baan die tussen die van Mars en Jupiter ligt. Ceres ligt in de planetoïdengordel en heeft een omlooptijd van 4,6 jaar. De baan heeft een inclinatie van ongeveer 10,6° en een excentriciteit van ongeveer 0,08. Ceres heeft een rotatieperiode van negen uur en vier minuten. 

Oorsprong en evolutie

Ceres is waarschijnlijk een overblijfsel van een protoplaneet, die ongeveer 4,57 miljard jaar geleden in de planetoïdengordel werd gevormd. Hoewel de meeste protoplaneten in het binnenste deel van het Zonnestelsel met elkaar zijn samen gegaan of zijn weggeworpen door de zwaartekracht van Jupiter, denkt men dat Ceres het als enige heeft overleefd. De geologische evolutie van Ceres was afhankelijk van warmtebronnen tijdens en na haar formatie: frictie van de accretie van planetesimalen en het verval van radio-isotopen.  Men denkt dat dit voldoende was voor de differentiatie van Ceres: een rotsachtige kern en een mantel van ijs. Doordat Ceres zo klein is, koelde zij al snel af, waardoor geologische processen al gauw ophielden. Tegenwoordig is Ceres waarschijnlijk een geologisch inactief object, met een oppervlak dat voornamelijk uit kraters bestaat.

Verkenning

Tot begin 2015 was Ceres het grootste object in het zonnestelsel binnen de baan van Pluto dat nog niet verkend was door een ruimtevaartuig.  De onbemande ruimtesonde Dawn van de NASA, die gelanceerd is in 2007, vertrok in augustus 2012 naar Ceres.  Op 6 maart 2015 werd de ruimtesonde Dawn ingevangen door het zwaartekrachtsveld van de dwergplaneet Ceres. Dawn is een ruimtesonde die op 27 september 2007 door NASA werd gelanceerd om twee grote planetoïden in de planetoïdengordel te onderzoeken; te weten de planetoïde Vesta en de dwergplaneet Ceres.

In 2011 en 2012 werd Vesta bezocht.  Op 6 maart 2015 werd Dawn ingevangen in het zwaartekrachtveld van Ceres, na in februari 2015 al diverse foto's van Ceres naar de aarde te hebben gestuurd. Dawn is het eerste ruimtevaartuig dat in een baan rond een hemellichaam heeft gevlogen, verkenningswerk heeft uitgevoerd, en vervolgens weer doorgevlogen is naar een ander hemellichaam.  Bij alle voorgaande missies waarbij meerdere hemellichamen tegelijk werden bekeken, zoals het Voyagerprogramma, vloog de sonde in kwestie enkel langs de planeet en kon derhalve enkel vlug wat metingen doen.

Missie

Het doel van de missie is meer te ontdekken over het ontstaan van het zonnestelsel. Hiervoor willen onderzoekers twee protoplaneten in de planetoïdengordel onderzoeken. Ceres en Vesta hebben wellicht veel karakteristieken die onderzoekers meer inzicht kunnen geven over het vroegere zonnestelsel.Ceres en Vesta zijn uitgekozen daar ze twee tegenstrijdige protoplaneten zijn. De ene is "nat" (met een oppervlak van ijs) en de andere "droog" (met een stenen oppervlak). In september 2009 bijgestelde geplande route. Dawn is uitgerust met twee redundante camera’s, een visuele en infrarode spectrometer, en een gammastraling en neutronspectrometer.  Dawn zal hiermee foto’s maken van de twee planetoïden, en hun chemische samenstelling meten.

Er bestaat de mogelijkheid voor een uitgebreidere missie waarbij Dawn nog andere planetoïden onderzoekt, maar dit is erg onwaarschijnlijk. Een “nieuwigheid” komt meedoen in het verhaal; de ionenmotor.  Ongeschikt voor lanceringen, maar een aanwinst voor aandrijving in de ruimte.

In een ionenmotor wordt brandstof niet verbrand, maar geïoniseerd.  De hierbij vrijkomende ionen passeren twee sterk elektrisch geladen roosters en worden daardoor versneld.  De kracht die de versnelling van de ionen veroorzaakt, zorgt voor een tegenovergestelde reactiekracht, dit is de voortstuwingskracht die de ionenmotor produceert. Als brandstof wordt het edelgas xenon gebruikt. In het verleden is wel geëxperimenteerd met natrium en kwik, maar deze stoffen hadden een eroderende werking op de ionenmotor. De elektrische energie die nodig is voor het ioniseren van de brandstof en het versnellen van de vrijkomende ionen wordt ontleend aan zonnepanelen. In de toekomst worden hier wellicht ook kernreactoren voor gebruikt. Ionenmotoren zijn door hun lage voortstuwingskracht niet geschikt om ruimtevaartuigen te lanceren, daar zijn nog conventionele raketmotoren voor nodig.  Zodra het ruimtevaartuig de ruimte heeft bereikt, kan de ionenmotor de voortstuwing in principe overnemen. De ionenmotor kan zeer lang ononderbroken functioneren, desnoods jarenlang.  Extreem verre bestemmingen, bijvoorbeeld Jupiter en verder, kunnen met behulp van ionenmotoren aanzienlijk sneller worden bereikt.

Op 5 juni 2010 vestigde de ionenmotor van de ruimtesonde Dawn een nieuw record voor de grootste snelheidsverandering die een raketvoortstuwingssysteem ooit in de ruimte heeft veroorzaakt. Sinds de lancering in september 2007 heeft de ionenmotor de snelheid van de ruimtesonde met ruim 5,7 kilometer per seconde verhoogd.  Daarmee is het oude record uit december 2001 van Deep Space 1 verbroken. NASA werkt aan de ontwikkeling van een ionenmotor die van elektrische energie wordt voorzien door middel van een kernreactor.  Dit maakt het gebruik van ionenmotoren voor ruimtevluchten mogelijk naar bestemmingen die zo ver van de zon zijn verwijderd, dat zonnepanelen daar niet genoeg energie kunnen leveren.

Een studie, gepubliceerd in het tijdschrift Nature, geeft aan dat Ceres vlekken waarschijnlijk door gehydrateerd magnesium-sulfaat veroorzaakt zou zijn — vergelijkbaar Epsom zout — dat is aanwezig bij de bodem van kraters De magnesium-sulfaat wordt gemengd met waterijs-moleculen en steekt fel af tegen de donkere, asfalt-gekleurde oppervlak van Ceres, dat meestal bestaat uit klei en carbonaten.

Een tweede mysterie werd opgelost door metingen en reflectiviteitsstudies te combineren. Men zag bij zonsopkomst dat het materiaal (stof en ijs) op de bodem van Occator sublimeert. Hetzelfde proces zien we bij kometen. Men dacht eerst aan Geothermische of Cryo-vulkanische processen om de ijzige stofwolken te verklaren. Gedetailleerde studies geven aan dat sublimatie de oorsprong is. Men neemt aan dat inslagen de dunne korst doorboren en onderliggend water kan doorsijpelen, De heldere plekken markeren de plaatsen van  doorsijpeling.

 De nieuwe bevindingen wijzen er op dat de dwergplaneet  een hybride is  tussen rotsachtige asteroïden en ijzige kometen, een rimpel aan klassieke definities van buitenaardse objecten toe te voegen. Onderzoekers zijn nog steeds bezig om de aanwezigheid van scheuren onderaan Occator uit te leggen en zij hopen dat de voortdurende stroom van beelden  sommige inzichten helpt verduidelijken. Wetenschappers denken met deze stellingnames het verschijnsel van de heldere plekken op Ceres verklaart te hebben.

Lambert

Verslag kijkavond 12 februari 2016

Het was een prachtige avond. Een mooie sterrenhemel en een schitterende maansikkel in het zuidwesten. Ook Orion was een van de blikvangers.

Franky en Dirk hadden naast de sterrenwacht hun kijkers al opgesteld en Paul was ook al aanwezig, toen even na 19h00 Jan en Jo arriveerden. Kort nadien kreeg Franky plots problemen met een kabeltje van zijn apparatuur en moest onverwacht inpakken. Hierop schakelde Jan het licht onder de toren in. Iedereen was wel verbaasd over de felheid van het licht dat boven de ingang van het nieuwe lokaal is aangebracht en samen met het plafondlicht aangaat. Dirk gaat bij de technische dienst aankloppen om dit uitschakelbaar te maken.

Boven werd de koepel geopend en bewonderden we eerst het mooie koffer met oculairs en filters dat onlangs is aangeschaft. Die gaan we vandaag eens testen… begin maar met de grootste!

Wat uit vorige kijkavond echter nog overbleef was het probleem van de afstelling van de zoeker. Toen we de eerste poging deden om die op de maan te richten was de maan niet meer te zien. De hele hemel was één grote bewolking. Het zoveelste moment waarop we ons lokaal al hadden kunnen gebruiken. Omdat de maan nogal een behoorlijk lichtbron is kon met onderbreking toch worden gewerkt en werd de zoeker enigszins bijgesteld. Theo was intussen ook aangekomen nadat hij eerst in Bocholt nog enkele foto’s had genomen van de maan. Even later trok de hemel gelukkig weer helemaal terug open.

Toen de zoeker intussen perfect afgesteld stond liet de maan zich ook van haar beste kant zien. (is natuurlijk altijd dezelfde kant) Dan kwam Orion aan de beurt. De Orionnevel werd met verschillende oculairs onder de loep genomen. Prachtig hoe de kijker het beeld mooi bleef volgen toen we zelfs met de 6 mm de trapeziumsterren in beeld hadden.

Iedereen was erg tevreden over de kwaliteit van de nieuwe oculairs. Het enige probleem dat we ondervonden was dat we met het oculair van 40 mm het beeld niet helemaal in focus kregen. De oculairverstelling kan hiervoor net niet ver genoeg worden uitgeschoven. Dit kan wel goed worden opgevangen met de zenitprisma die de afstand net dat beetje groter maakt om het beeld perfect scherp te krijgen. De vergroting met het 40 mm-oculair geeft wel een ruim beeldveld weer wat zoeken vergemakkelijkt.

Tevreden over de nieuwe aanschaf beëindigden we later op de avond deze geslaagde kijkavond en troffen beneden een intussen bevroren auto aan.

                                                                                                                                                               Jan

19:50 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Januari 2016

Verslag van de vergadering 22-01-2016

Open agenda: 

Franky: Planetoïdengordel en Kuipergordel + Hale Bopp

Paul, Jan en Jo:             Negende planeet?

Jo:         Proefboringen naar heet water in Mol?

Lambert: Kan donkere materie clusteren?

 

De planetoïdengordel is een verzameling van steenachtige objecten terwijl objecten uit de Kuipergordel ijzige objecten zijn (komeet-materiaal). Nog verder weg en inhoudelijk gelijk aan de Kuipergordel, vinden we de Oortwolk, oeroude ijzige relieken, restanten van de tijd van het ontstaan van ons zonnestelsel.

Hale Bopp: Franky haalde komeet Hale Bopp aan als rekenobject en zocht de afstand van het keerpunt in haar baan. Snelheid van de komeet is 1000 km/s  = 3.600.000 km/u. Na heel wat calculaties berekende Franky dat Hale Bopp op 1/9e lichtjaar afstand van ons af zit als ze op haar keerpunt van haar baan zit. Maar ……we merkten op dat Hale Bopp een niet-periodieke komeet is en heeft bijgevolg geen keerpunt. Franky doelde op komeet Halley en dan gaat de berekening, zij het lichtjes anders, wel op.

De negende planeet, een topic dat door meerdere van onze leden opgemerkt was, vond ook zijn weg in onze open agenda. Heet nieuws: men denkt een negende planeet te zullen vinden op 40 miljard km afstand. Gemeten storingen in een reeks van 6 KBO’s (Kuiper-objecten = zie uitleg Kuipergordel, hierboven) geven aanleiding tot deze vaststelling. Grote kans dat de planeet bestaat en dat ze binnen 5 jaren gevonden zou kunnen worden. Is nog zuiver theoretisch. Op het internet vonden we wat ondersteunende uitleg; ook zuiver theoretisch. Wat met de regel van Titius-Bode in dit geval? We hebben er geen zicht op!

Proefboringen naar heet water in Mol. Op 3.6 km diepte kan water heel heet zijn en toch vloeibaar blijven (ipv stoom). Druk is allesbepalend. Hoe dieper je gaat, hoe meer druk en des te hoger is de temperatuur om water in gasvorm te krijgen.

Kan donkere materie condenseren? Een hele uitleg, maar – in een kort antwoord: Ja! We bekeken even wat donkere energie zou kunnen zijn en als we de conclusie mogen trekken dat het barionisch is dan moet het kunnen clusteren. Dit gesprekstopic bracht ons tegen de rand van het filosofische, het bleek – geheel toevallig - raakpunten te hebben met het hoofdthema van de avond: Was er een Oerknal?


Na een korte pauze waar Paul ons trakteerde, nam de moderator het woord en gaf de kick off voor een bijzonder boeiende uiteenzetting onder de noemer:

Was er een Oerknal?

De moderator opende de sessie door het gespreksthema open te breken en de groep integraal deel te laten nemen aan een voorbespreking. Met enkele gerichte vragen was het pad snel geëffend: Hoe zie je het heelal? Denk je dat er een oerknal geweest is? Wat is uitdijing?                

We weten dat het heelal een héél eigenaardig “ding” is om te begrijpen. We gaan dat zeker niet in 13 (zelfs 17) dimensies proberen uit te leggen, maar beperken ons tot het verstaanbare. De meest eenvoudige manier om de vorm van het heelal uit te leggen is door ze te visualiseren als een bel, een 3D- bel. Best te vergelijken als zijnde een ballon, alhoewel de vorm van ons heelal helemaal niet symmetrisch is. Maar om de boel verstaanbaar te houden gaan we uit van een bel-achtige structuur. Alles wat bestaat (lees de sterrenstelsels, de superclusters met alle materie en toestanden               die daarmee gepaard gaan) drijft op de schil van de bel. Enkel en alleen op de schil. Gaan we in de bel, richting middelpunt van de bel-achtige structuur die we heelal noemen, dan hebben we te maken met de dimensie TIJD.  Dat is de meest simpele manier om uit te leggen hoe het heelal er uit ziet.

Oké…. we weten nu hoe we ons het heelal moeten voorstellen. Het gaat verder…..we meten en weten dat de bel (het heelal) steeds groter word, er is uitdijing. We meten nu een ouderdom van 13.7 miljard jaren. Als we nu de klok terug draaien, dan zal het heelal dus kleiner worden. Kleiner en kleiner, tot we op een punt komen dat er NIETS meer is. Het heelal is weg. Nu komt weer een moeilijk voor te stellen moment. Op het uur 0 is er geen tijd, is er geen ruimte, is er geen heelal. Er is niets. Het is zelfs moeilijk voor te stellen dat het zaadje van de Big Bang, de oerknal,  een niets is. Uit dit niets, de singulariteit,  komt in één (stille) klap het heelal tevoorschijn.

We onderhielden ons over de verdere processen die uiteindelijk resulteren in het heelal zoals we het vandaag de dag kennen.  Na deze open bespreking gaf de moderator een video-uiteenzetting over deze materie door    de Nederlandse Universiteit.

De clip begon door te stellen dat het heelal in het heel prille begin ( let wel: na de “Big Bang”) de afmeting had van een pompelmoes met daarin honderd miljoenen sterrenstelsels. Begin je jezelf dat maar eens voor te stellen.

Het oeratoom van George Lemaître! Fred Hoyle maakte er zich toentertijd grappig over en bedacht de spotnaam “Big Bang”, een term die we nu nog steeds gebruiken als we het over het ontstaan van het heelal hebben en daaraan, volledig onterecht, de naam van de cynische Fred Hoyle verbinden. Het is de Belg George Lemaître die deze eer verdient! Maar swat…..hoe kunnen we de bigbang hard maken, Welke bewijzen kunnen we aandragen die deze theorie staven?

De clip ging over drie bewijzen: het eerste bewijs is het gegeven dat het heelal niet alleen uit waterstof bestaat, maar uit helium en een heleboel andere dingen. Het tweede bewijs is dat we de nagloei van de knal kunnen aantonen; de kosmische microgolf achtergrondstraling.               

Druk en temperatuur veroorzaken kernfusie, net als in het centrum van de zon. Atoomkernen van waterstofgas stoten elkaar af. Alleen als het héél heet wordt kunnen ze blijven plakken en we krijgen Helium. Zo maakt de zon haar energie. Gaan we even terug naar onze Bigbang, de fase waar het heelal de afmeting heeft van een pompelmoes, was het heelal heet genoeg voor kernfusie. Onmiddellijk na de vormig was het te heet, de kernen werden meteen van elkaar afgeslagen. Maar toen het heelal 1 seconde oud was, was de afkoeling al dermate dat atoomkernen wél plakten en er vorming kon zijn. Er was kernfusie, maar die duurde maar drie minuten. Toen was de temperatuur zodanig gedaald  en de uitdijing al zo groot dat het heelal te “koud” werd voor verdere fusie. Een beetje van het waterstof dat aanwezig was werd omgezet in Helium. We kunnen berekenen hoeveel materie er was en welke temperaturen er heersten. Als je dat weet kan je ook uitrekenen hoeveel kernfusie er is geweest. Als je gaat rekenen kom je tot de conclusie dat 1 op de 10 atomen geen waterstof is, maar helium. Er zijn nog wat andere lichtere atomen, zoals deuterium, Lithium e.a.; ook die kan je voorspellen. Aan de hand van waarnemingen kan je meten hoeveel delen materie er momenteel is en ze toetsen aan de oerknaltheorie. Je kan dus effectief berekenen dat de voorspellingen van de Oerknal-theorie kloppen. Dat is het eerste bewijs!

Het tweede bewijs: we laten het heelal 300.000 jaren verder evolueren. Waterstof atomen zijn 3000° warm. In deze toestand botsen de atomen minder hard en blijven de elektronen netjes rond de kern zitten. Dan pas kan licht passeren en wordt het heelal “zichtbaar”. Het licht in het heelal kan vrijelijk reizen en wij kunnen het zien. Enkel tot op die magische grens van 300.000 jaren na de BB. Warme objecten geven warmtestraling. Toen het heelal de ouderdom van 300.000 jaren bereikt had was er warmtestraling en die zien we nu nog steeds als zijnde radiostraling ,2.7° boven het absolute nulpunt; de achtergrondstraling. Hét bewijs van een hete oerknal!

Het derde bewijs: daarvoor moet je enkel naar buiten als het donker is. Het feit dat je donkerte ziet is het bewijs dat er een oerknal geweest is. Als je een stukje avondhemel bekijkt zie je sterren, maar vooral zwarte leegte. Stel dat het heel oneindig oud zou zijn, dan zou je oneindig ver weg kunnen kijken en oneindig veel sterren zien. Er is dan geen zwart meer, maar een overvloed aan sterren. Wilhelm Olbers (1758-1840) begreep dat in 1800 en concludeerde dat, moest het heelal oneindig oud zijn, er zoveel sterren zouden moeten staat zodat het ’s nachts even helder zou zijn als overdag! De oerknal maakt dat het licht slechts 13.7 miljard jaren op weg naar ons is en dat er een leeftijd op geplaatst is en dat je sterren die verder weg zouden staan niet zichtbaar kunnen zijn.  Dat is het derde bewijs!!!!

Na de clip hebben we nog kort nagekaart over deze boeiende uiteenzetting. We concludeerden dat  “werken met video-ondersteunde thema’s” een heel boeiende en geslaagde formule is. We sloten af rond 23.30u.

                                                                                                                                                          Lambert

Verslag van de kijkavond

De Pleiaden en Orion stonden al behoorlijk helder aan de hemel toen Dirk en Jan arriveerden op de toren. De koepel werd geopend en de kijker in gereedheid gemaakt. Intussen arriveerde ook Jo en werd eerst de Orionnevel in de kijker gebracht. De zoeker stond echter niet goed afgesteld. Voor de Orionnevel was dit nog wel doenbaar maar voor andere objecten was het erg moeilijk en bijna ondoenbaar om die in beeld te krijgen. Toen we naar de Pleiaden keken tuurden we los door de sterren heen. Jo merkte op dat het interessant zou zijn als we beschikten over enkele andere vergrotingen. Met een oud oculair van de kijker van P Mauritius werd even geprobeerd maar dat was zeker geen succes want die oculairs zijn niet geschikt om te gebruiken in de kringkijker.

Omdat we slechts 1 oculair hebben werd geopperd om eens te kijken naar enkele andere maten. We zochten nog vergeefs naar enkele ‘M’ etjes maar met een slecht afgestelde zoeker was dit ook al geen succes. De ledverlichting onder het bordes is daarentegen een groot succes. Ze is helemaal niet storend en geeft ruim voldoende licht om ongehinderd op en rond het bordes te bewegen.

Na enige tijd in het wild weg proberen verliep het zoekwerk niet naar wens en besloten we de koepel te sluiten. Ook de kijker werd afgedekt en bij dit laatste bleek dat de zoeker los en scheef stond waardoor deze natuurlijk behoorlijk van zijn doel afweek. Dat is zeker een aandachtspuntje voor volgende keer.

Jan

19:41 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |