16-04-16

Januari 2016

Verslag van de vergadering 22-01-2016

Open agenda: 

Franky: Planetoïdengordel en Kuipergordel + Hale Bopp

Paul, Jan en Jo:             Negende planeet?

Jo:         Proefboringen naar heet water in Mol?

Lambert: Kan donkere materie clusteren?

 

De planetoïdengordel is een verzameling van steenachtige objecten terwijl objecten uit de Kuipergordel ijzige objecten zijn (komeet-materiaal). Nog verder weg en inhoudelijk gelijk aan de Kuipergordel, vinden we de Oortwolk, oeroude ijzige relieken, restanten van de tijd van het ontstaan van ons zonnestelsel.

Hale Bopp: Franky haalde komeet Hale Bopp aan als rekenobject en zocht de afstand van het keerpunt in haar baan. Snelheid van de komeet is 1000 km/s  = 3.600.000 km/u. Na heel wat calculaties berekende Franky dat Hale Bopp op 1/9e lichtjaar afstand van ons af zit als ze op haar keerpunt van haar baan zit. Maar ……we merkten op dat Hale Bopp een niet-periodieke komeet is en heeft bijgevolg geen keerpunt. Franky doelde op komeet Halley en dan gaat de berekening, zij het lichtjes anders, wel op.

De negende planeet, een topic dat door meerdere van onze leden opgemerkt was, vond ook zijn weg in onze open agenda. Heet nieuws: men denkt een negende planeet te zullen vinden op 40 miljard km afstand. Gemeten storingen in een reeks van 6 KBO’s (Kuiper-objecten = zie uitleg Kuipergordel, hierboven) geven aanleiding tot deze vaststelling. Grote kans dat de planeet bestaat en dat ze binnen 5 jaren gevonden zou kunnen worden. Is nog zuiver theoretisch. Op het internet vonden we wat ondersteunende uitleg; ook zuiver theoretisch. Wat met de regel van Titius-Bode in dit geval? We hebben er geen zicht op!

Proefboringen naar heet water in Mol. Op 3.6 km diepte kan water heel heet zijn en toch vloeibaar blijven (ipv stoom). Druk is allesbepalend. Hoe dieper je gaat, hoe meer druk en des te hoger is de temperatuur om water in gasvorm te krijgen.

Kan donkere materie condenseren? Een hele uitleg, maar – in een kort antwoord: Ja! We bekeken even wat donkere energie zou kunnen zijn en als we de conclusie mogen trekken dat het barionisch is dan moet het kunnen clusteren. Dit gesprekstopic bracht ons tegen de rand van het filosofische, het bleek – geheel toevallig - raakpunten te hebben met het hoofdthema van de avond: Was er een Oerknal?


Na een korte pauze waar Paul ons trakteerde, nam de moderator het woord en gaf de kick off voor een bijzonder boeiende uiteenzetting onder de noemer:

Was er een Oerknal?

De moderator opende de sessie door het gespreksthema open te breken en de groep integraal deel te laten nemen aan een voorbespreking. Met enkele gerichte vragen was het pad snel geëffend: Hoe zie je het heelal? Denk je dat er een oerknal geweest is? Wat is uitdijing?                

We weten dat het heelal een héél eigenaardig “ding” is om te begrijpen. We gaan dat zeker niet in 13 (zelfs 17) dimensies proberen uit te leggen, maar beperken ons tot het verstaanbare. De meest eenvoudige manier om de vorm van het heelal uit te leggen is door ze te visualiseren als een bel, een 3D- bel. Best te vergelijken als zijnde een ballon, alhoewel de vorm van ons heelal helemaal niet symmetrisch is. Maar om de boel verstaanbaar te houden gaan we uit van een bel-achtige structuur. Alles wat bestaat (lees de sterrenstelsels, de superclusters met alle materie en toestanden               die daarmee gepaard gaan) drijft op de schil van de bel. Enkel en alleen op de schil. Gaan we in de bel, richting middelpunt van de bel-achtige structuur die we heelal noemen, dan hebben we te maken met de dimensie TIJD.  Dat is de meest simpele manier om uit te leggen hoe het heelal er uit ziet.

Oké…. we weten nu hoe we ons het heelal moeten voorstellen. Het gaat verder…..we meten en weten dat de bel (het heelal) steeds groter word, er is uitdijing. We meten nu een ouderdom van 13.7 miljard jaren. Als we nu de klok terug draaien, dan zal het heelal dus kleiner worden. Kleiner en kleiner, tot we op een punt komen dat er NIETS meer is. Het heelal is weg. Nu komt weer een moeilijk voor te stellen moment. Op het uur 0 is er geen tijd, is er geen ruimte, is er geen heelal. Er is niets. Het is zelfs moeilijk voor te stellen dat het zaadje van de Big Bang, de oerknal,  een niets is. Uit dit niets, de singulariteit,  komt in één (stille) klap het heelal tevoorschijn.

We onderhielden ons over de verdere processen die uiteindelijk resulteren in het heelal zoals we het vandaag de dag kennen.  Na deze open bespreking gaf de moderator een video-uiteenzetting over deze materie door    de Nederlandse Universiteit.

De clip begon door te stellen dat het heelal in het heel prille begin ( let wel: na de “Big Bang”) de afmeting had van een pompelmoes met daarin honderd miljoenen sterrenstelsels. Begin je jezelf dat maar eens voor te stellen.

Het oeratoom van George Lemaître! Fred Hoyle maakte er zich toentertijd grappig over en bedacht de spotnaam “Big Bang”, een term die we nu nog steeds gebruiken als we het over het ontstaan van het heelal hebben en daaraan, volledig onterecht, de naam van de cynische Fred Hoyle verbinden. Het is de Belg George Lemaître die deze eer verdient! Maar swat…..hoe kunnen we de bigbang hard maken, Welke bewijzen kunnen we aandragen die deze theorie staven?

De clip ging over drie bewijzen: het eerste bewijs is het gegeven dat het heelal niet alleen uit waterstof bestaat, maar uit helium en een heleboel andere dingen. Het tweede bewijs is dat we de nagloei van de knal kunnen aantonen; de kosmische microgolf achtergrondstraling.               

Druk en temperatuur veroorzaken kernfusie, net als in het centrum van de zon. Atoomkernen van waterstofgas stoten elkaar af. Alleen als het héél heet wordt kunnen ze blijven plakken en we krijgen Helium. Zo maakt de zon haar energie. Gaan we even terug naar onze Bigbang, de fase waar het heelal de afmeting heeft van een pompelmoes, was het heelal heet genoeg voor kernfusie. Onmiddellijk na de vormig was het te heet, de kernen werden meteen van elkaar afgeslagen. Maar toen het heelal 1 seconde oud was, was de afkoeling al dermate dat atoomkernen wél plakten en er vorming kon zijn. Er was kernfusie, maar die duurde maar drie minuten. Toen was de temperatuur zodanig gedaald  en de uitdijing al zo groot dat het heelal te “koud” werd voor verdere fusie. Een beetje van het waterstof dat aanwezig was werd omgezet in Helium. We kunnen berekenen hoeveel materie er was en welke temperaturen er heersten. Als je dat weet kan je ook uitrekenen hoeveel kernfusie er is geweest. Als je gaat rekenen kom je tot de conclusie dat 1 op de 10 atomen geen waterstof is, maar helium. Er zijn nog wat andere lichtere atomen, zoals deuterium, Lithium e.a.; ook die kan je voorspellen. Aan de hand van waarnemingen kan je meten hoeveel delen materie er momenteel is en ze toetsen aan de oerknaltheorie. Je kan dus effectief berekenen dat de voorspellingen van de Oerknal-theorie kloppen. Dat is het eerste bewijs!

Het tweede bewijs: we laten het heelal 300.000 jaren verder evolueren. Waterstof atomen zijn 3000° warm. In deze toestand botsen de atomen minder hard en blijven de elektronen netjes rond de kern zitten. Dan pas kan licht passeren en wordt het heelal “zichtbaar”. Het licht in het heelal kan vrijelijk reizen en wij kunnen het zien. Enkel tot op die magische grens van 300.000 jaren na de BB. Warme objecten geven warmtestraling. Toen het heelal de ouderdom van 300.000 jaren bereikt had was er warmtestraling en die zien we nu nog steeds als zijnde radiostraling ,2.7° boven het absolute nulpunt; de achtergrondstraling. Hét bewijs van een hete oerknal!

Het derde bewijs: daarvoor moet je enkel naar buiten als het donker is. Het feit dat je donkerte ziet is het bewijs dat er een oerknal geweest is. Als je een stukje avondhemel bekijkt zie je sterren, maar vooral zwarte leegte. Stel dat het heel oneindig oud zou zijn, dan zou je oneindig ver weg kunnen kijken en oneindig veel sterren zien. Er is dan geen zwart meer, maar een overvloed aan sterren. Wilhelm Olbers (1758-1840) begreep dat in 1800 en concludeerde dat, moest het heelal oneindig oud zijn, er zoveel sterren zouden moeten staat zodat het ’s nachts even helder zou zijn als overdag! De oerknal maakt dat het licht slechts 13.7 miljard jaren op weg naar ons is en dat er een leeftijd op geplaatst is en dat je sterren die verder weg zouden staan niet zichtbaar kunnen zijn.  Dat is het derde bewijs!!!!

Na de clip hebben we nog kort nagekaart over deze boeiende uiteenzetting. We concludeerden dat  “werken met video-ondersteunde thema’s” een heel boeiende en geslaagde formule is. We sloten af rond 23.30u.

                                                                                                                                                          Lambert

Verslag van de kijkavond

De Pleiaden en Orion stonden al behoorlijk helder aan de hemel toen Dirk en Jan arriveerden op de toren. De koepel werd geopend en de kijker in gereedheid gemaakt. Intussen arriveerde ook Jo en werd eerst de Orionnevel in de kijker gebracht. De zoeker stond echter niet goed afgesteld. Voor de Orionnevel was dit nog wel doenbaar maar voor andere objecten was het erg moeilijk en bijna ondoenbaar om die in beeld te krijgen. Toen we naar de Pleiaden keken tuurden we los door de sterren heen. Jo merkte op dat het interessant zou zijn als we beschikten over enkele andere vergrotingen. Met een oud oculair van de kijker van P Mauritius werd even geprobeerd maar dat was zeker geen succes want die oculairs zijn niet geschikt om te gebruiken in de kringkijker.

Omdat we slechts 1 oculair hebben werd geopperd om eens te kijken naar enkele andere maten. We zochten nog vergeefs naar enkele ‘M’ etjes maar met een slecht afgestelde zoeker was dit ook al geen succes. De ledverlichting onder het bordes is daarentegen een groot succes. Ze is helemaal niet storend en geeft ruim voldoende licht om ongehinderd op en rond het bordes te bewegen.

Na enige tijd in het wild weg proberen verliep het zoekwerk niet naar wens en besloten we de koepel te sluiten. Ook de kijker werd afgedekt en bij dit laatste bleek dat de zoeker los en scheef stond waardoor deze natuurlijk behoorlijk van zijn doel afweek. Dat is zeker een aandachtspuntje voor volgende keer.

Jan

19:41 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.