07-10-15

Oktober 2015

 

  • Administrativa

     

 

  • Verslag werd goedgekeurd met de opmerking dat de” lees-layout” een beetje moeilijk was. De secretaris liet weten dat er “ergens” een setting op zijn laserprinter veranderd is geweest, mogelijk door een software-update. Nu nog kwestie om  de correcte settings terug te vinden.

  • De windveren van de toren zijn terug vastgezet. De achterstand in afwerking van onze archiefruimte zal omwille van dit debacle van de baan zijn. We wachten op het signaal “afwerken!”.

  • De secretaris liet weten dat werken met de kringkijker tijdens de laatste kijkavond  “fun” was.  We bespraken heel even de zaken die nog aangepast moeten worden. Geen onoverkomelijke zaken. We gaan nog veel plezier kunnen beleven met deze uiterst gebruiksvriendelijke kijker.

  • Op  1 November zal de Geschied- en Heemkundige kring Stijn Meuris ontvangen in het Michielshof. Omdat zijn uiteenzetting astronomisch is heeft men ons gevraagd om deze gebeurtenis te ondersteunen. Jan lichtte één en ander toe: Noorderkroon zorgt voor inkleding van de grote inkomsthal (Michielshof) door middel van projectie en een kijkerstand en zal, tijdens de pauze, ondersteuning geven aan de bar. Bestuur Noorderkroon heeft van de lezing van Stijn haar November-activiteit gemaakt, dus we hopen op een mooie opkomst van Noorderkroon-leden en kijken uit naar een geslaagde ondersteuning aan de Geschied-en Heemkundige kring. Lezing begint om 15.00u, zaal is open vanaf 14.30u. Zij die actief willen helpen met de kijkerstand; kom een beetje vroeger zodat alles klaar is als de eerste mensen opdagen. We hopen je te mogen verwelkomen.

  • Verschillende leden feliciteerden Job met zijn resultaten van de afgelopen Grandpre-campange. Opnames zijn te bewonderen op onze kring-weblog.

     

 

                                                                                                                                                    

 

Verslag van de vergadering 25 september 2015.

 

 

25 September, een stukje nazomer hangt in de lucht terwijl de eerste leden van Noorderkroon verzamelen voor hun maandelijkse bijeenkomst in het Michielshof te Achel—centrum.  Helmaal klaar voor wat een boeiende avond zou gaan worden. De voorzitter opende de vergadering met de aanstelling van zichzelf als moderator en de secretaris nam de taak van notulist op zich. Na de bespreking van de administratieve punten kwam de rubriek “Open Agenda” en noteerden we onderstaande vragen:

 

 

 

  • In welke fase zit Betelgeuze?  (Franky)

  • Hoe donker is het op Pluto? (Jan)

  • Boven- en benedenconjunctie, dalende en klimmende knoop? (Jo)

  • Wat als je kernafval in een vulkaan dumpt? (Job)

  • Wat is F11?  (Lambert)

     

    Op de vraag “In welke fase zit Betelgeuze?” verwezen we door naar het Hetrzsprung-Russel-diagram. Op dit diagram kan je perfect aflezen waar, op de schaal van sterevolutie, Betelgeuze zich nu bevindt. De achterliggende vraag: wanneer gaat Betelgeuze “puffen” (planetaire nevel als gevolg van een nova) en….is dit misschien al gebeurd en zien we dat pas over ca 600 jaren? Het thema bleef even onze aandacht opeisen toen de vraag kwam “Is dat gevaarlijk?”.  Antwoord: neen, een nova op een afstand van 600 lj heeft hier 0,0 % risico op calamiteiten. Er bestaan veel ergere dingen in het heelal. Neem bvb een GRB (gamma ray burst), een gamma-uitbarsting in de buurt of gericht naar ons. Dát zijn levensbedreigende uitbarstingen! Een nova is letterlijk en figuurlijk een “pufje”.

     

    Jan bleef geïntrigeerd wat betreft onze discussie over “Pluto-time”, het NASA-experimentje dat aantoont hoe licht of donker (..) het op Pluto is.  Deze keer kwam Jan welbeslagen met lumen, lux’s en watt’s op toneel: hij had een serieuze berekening losgelaten op dit issue en presenteerde het middels een PowerPointpresentatie. Na wat inleidende info over de gebruikte  parameters en de toegepaste formules was de uitkomst heel verrassend: een volle maan verlicht een vierkant meter met 0.2 lumen. De zonnekracht die op Pluto toekomt beschijnt die zelfde oppervlakte met een kracht van  ca. 5 lumen. Dat is 25x méér dan hetgeen de maan bij ons klaar krijgt.  Nu werd het moeilijk…….sommige zagen dit absoluut niet zitten en hadden moeite met de uitkomst van het experiment. We zochten aangrijpingspunten; wat zijn de referenties? Hoe groot (of klein) is het verschil tussen 0.2 lumen en 5 lumen?  Jan gaf als referentie mee dat een bureaulamp 600 lumen geeft. Nog steeds moeilijk…… NASA geeft als slotzin: “De lichtsterkte op Pluto is vergelijkbaar met aardse schemering, kort na zonsondergang”. Dit gegeven maakt het wéér niet gemakkelijker, want voor interpretatie vatbaar. We hopen nog meer van dit thema te mogen smaken. Zolang niet iedereen overtuigd is……

     

    Mercurius-overgang 2016 zette Jo aan het denken over de termen Boven- en benedenconjunctie, dalende en klimmende knoop.  We (Jan) hebben dit middels enkele tekeningen op het bord verduidelijkt. Alles heeft de maken met de baaninclinatie van de planeten. De tekeningen spraken voor zichzelf.

     

    We zijn tot een akkoord kunnen komen met de vaststelling dat als je kernbrandstof in een vulkaan dumpt je een meltdown opstart. Afgewerkt afval in een vulkaan dumpen? Hmmmm… de tendens van een vulkaan is dat ie alles naar buiten werkt. Je zou het afval eigenlijk veel dieper in de magma moeten kunnen injecteren. We besluiten voorlopig geen patent te nemen op deze manier van afvalverwerking.

     

    F11, met een knipoog naar Franky omdat die term in zijn uiteenzetting zou kunnen zitten,  is naast een Ferrari (auto) of een Grumman F11 Tiger (jet), een traag  optisch systeem. Lambert noemde dit een lui systeem omdat hij liever met de snellere en  lichtsterkere kijkers werkt. Planeetwaarnemers daarentegen zijn blij met een traag systeem. Hoe hoger de F-waarde, des te meer resolutie ze op hun beelden krijgen. Licht is meestal geen issue, dat is er toch genoeg!

     

    Na een korte pauze werd het woord gegeven aan Franky voor zijn uiteenzetting van:

     

     

    Digitale Fotografie

     

    Franky begon zijn uiteenzetting door te stellen dat zijn relaas een inleiding is, louter de basics van digitale fotografie. Zijn uitgangspositie; Canon, want dat is de camera waar hij zelf mee werkt. Het belangrijkste aspect?  Batterijen! Franky weet (uit ervaring) dat je niks bent met een goede camera en genoeg basiskennis als je batterijen plat zijn!  We bekeken de courante types van batterijen en hoe ze te gebruiken.

     

    In de digitale fotografie zijn er vier belangrijke gegevens die bepalen hoe je shot er uit zal gaan zien: Sluitertijd – Diafragma – ISO en Witbalans. Elke opname staat of valt met het gebruik van deze settings. Eenzelfde opname, maar dan met trapsgewijze verhoging of verlaging van de instelwaarden maken dat je een daglichtfoto kan omtoveren tot een nachtopname en omgekeerd. We hadden de (vastgelegde) hulp van twee charmante, maar ongeduldige koeien die dit fenomeen verduidelijkten. Na deze beschouwing kwam de menu-keuzeknop aan bod. Welk zijn de verschillende standen en wat kan je er mee doen? Je hebt verschillende mogelijkheden waaruit je kan gaan kiezen. Elke scene heeft haar ideale settings en je kan kiezen tussen de onderstaande programmakeuzes/scènes:

     

    M (Manuele modus)

    S (Sluitertijdvoorkeuze)

    A (diafragma voorkeuze)

    P (Programma-modus)

     

    De programmakeuzes M-S-A-P zijn verreweg het interessantste, maar er zijn nog andere  automatische setting die we allemaal wel kennen, het tulpje voor macro-opnames, de  Bulb, Av, Tv,D-EP, landschappen, portret en sport en het befaamde “groene vierkantje” (full auto).

     

     Franky lichtte de diverse standen toe en gaf, daar waar van toepassing enkele beelden mee die het verschil illustreerden. Hij gebruikte de M-stand als laatste, héél waarschijnlijk omdat dit de meest creatieve stand is, gezien het feit dat je dan alles zelf mag en kan bepalen. Ervaren cameragebruikers zullen alleen maar deze stand gebruiken, zeker als die ervaren gebruiken zichzelf astrofotograaf noemt!

     

    We hadden het ook over de kwaliteit van een foto. Wat bepaald hoe je foto er uit ziet? Hoe ver ga je voor resolutie en wat moet je dan in acht nemen? Franky liet, middels verschillende screenshots zien hoeveel opslagruimte je hebt als je in JPEG werkt of in RAW. Hoe hoger de resolutie, des te groter is de opname wat opslagdata betreft. Je kan dan nog kiezen tussen een lage resolutie en dan kan je duizenden foto’s kwijt op een kaartje of je bepaald voor het zwaardere werk en gaat fotograferen in de hoogst mogelijke resolutie én in RAW. In dit laatste geval kan je slechts 99 opnames kwijt op je kaartje. Franky gebruikte als uitgang een gegevenskaart van 2 GB. Je kan dit uiteraard zelf opdrijven door gebruik te maken van grotere en snellere kaarten. Lambert werkt bv. met 2x 16 GB, snelle uitlees-kaarten. Tussen deze twee mogelijkheden zitten nog tal van andere combinaties, helemaal afhankelijk van je eigen voorkeur en zelf samen te stellen.

     

    Niet alleen de instellingen van je camera maken of kraken je opnames; je moet ook een bepaalde layout aanhouden; 1/3 land of 1/3 lucht en portretten maak je best in, jawel….portretstand!  Een model komt beter tot uiting als je deze stand gebruikt, kwestie van verloren ruimte te vermijden. Heeft je model een bril op? Probleem….. (of ’t moet een héél schone bril zijn).

     

    Er werd nog wat over en weer gebabbeld, maar ieder was het er over eens; het was een top-uiteenzetting en Franky mocht zelfs tot tweemaal toe applaus in ontvangst nemen! Dat smaakt naar méér!  Dankjewel Franky!!

     

     

    Verslag van de kijkavond september 2015 11 September 2015,de weerkaarten zagen er goed uit, méér dan goed! Toen we aan de sterrenwacht toekwamen zagen we meteen dat de windveren op een andere manier aan de toren vastgezet waren. Het probleem is dus blijkbaar opgelost en zullen we eerdaags misschien kunnen beginnen met het afwerken van het interieur van het nieuwe gebouwtje.  Na deze vaststelling de toren waar Jan en Dirk al bezig waren met het opbouwen van de kringkijker. Dat was het doel van de kijkavond; het terug “opstarten” van de kringkijker!  Nog in de schemering kregen we het eerste object in het vizier: een bloedrode Antares, om van daaruit naar een schitterend mooie Saturnus te gaan. Tijdens het zoeken en het kalibreren van de zoeker met de kijker viel iets op; de focuseerinriching van de kijker heeft een ernstige afwijking die zich vertaald in serieuze aberraties. We panikeren niet omdat er voor alles een oplossing is. We weten wat er fout is en, beter nog; we weten wat we er aan kunnen doen! Probleem al half opgelost! Enfin, we keken nog naar M13, naar de dubbele sterrenhoop in Perseus en hielden geanimeerde gesprekken op het waarneemterras. We zagen verschillende mooie meteoren, satellieten en……..sluierwolken. Tsja, de weersvoorspeller hadden al aangegeven dat het na middernacht zou kunnen bewolken. Ondanks dit gegeven had onze secretaris toch een afspraak lopen om diezelfde nacht een workshop te organiseren rond het thema ”stersporen”. Enkele dames die al in niveau 7 van de cursus digitale fotografie zaten, vroegen onze bijstand om de technieken van time-lapsen en startrails uit de doeken te doen. Ondanks de insluipende bewolking heeft deze workshop toch nog tot 02.00u geduurd.  Het was leuk. Drie dagen na de sessie was er een tweede sessie gepland om de verkregen data te verwerken naar één beeld! De deelnemers waren zo enthousiast dat ze meteen achter een nieuwe sessie in het veld informeerden. We spraken af om dit in hartje winter (beter contrast) nog eens over te doen.                                                                                                                                         Lambert 

 

11:30 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

September 2015

  

Kijkavond Perseïden op 14 augustus 2015.

 

 

Hevig onweer had op13 augustus flink huis gehouden in ons land en op verschillende plaatsen voor wateroverlast, blikseminslagen, hevige rukwinden en de nodige schade gezorgd.  Op 14 augustus, een paar dagen na het hoogtepunt van de Perseïden, stond voor de Noorderkroon een “kijkavond naar de Perseïden” op de agenda en als locatie was een open plek langs de weg “De Bouwelkes” afgesproken.

 De voorspellingen voor 14 augustus waren nog niet erg fameus. De hele dag wisselden bewolking en opklaring elkaar af. Tegen de avond was er veel hoge sluierbewolking en zelfs een nieuwe onweersdreiging was volgens de weersvoorspellingen niet uitgesloten. Omstreeks 20h00 was er dan ook al de nodige bezorgdheid bij onze voorzitter of deze jaarlijkse activiteit in 2015 zou kunnen doorgaan. Omdat de aanvang voor deze kijkavond gepland stond op 21h30 was er toch nog altijd een sprenkeltje hoop op opklaringen want in 1,5 uur kan er veel verbeteren.

 Om half tien waren Dirk en Paul dan ook al aanwezig bij de open vlakte aan de Bouwelkes. De temperatuur was nog behoorlijk hoog en het ging zeker niet snel afkoelen. Het terrein was begroeid met lage struikjes en lag er wel niet erg vlak bij. Hoge witte wolken zorgden ook nog altijd voor een beperkt kijkvenster. Nadat Paul het dak van zijn cabrio had afgesloten (mooi stukje mechaniek) installeerden we ons gezellig op de open plek naast de weg. Terwijl we luisterden naar de roep van de uilen en naar geluiden van andere nachtdieren speurden we de hemel af naar mogelijke vallende sterren.

 Een viertal flitsende Iridium-satellieten en enkele vliegtuigen - die door Paul werden geïdentificeerd - trokken af en toe onze aandacht, maar de Perseïden lieten zich niet meteen verschalken. Het was wel opvallend hoeveel verkeer er op dat late uur langs deze verlaten weg nog plaatsvond. We zagen in alle geval meer mensen langskomen dan Perseïden. Kijkend en babbelend over alles en nog wat werd het intussen half twaalf toen alle nog zichtbare sterren volledig werden afgedekt door een dikke wolkendeken. Omdat er zonder kijkvenster geen sprake meer was van Perseïden of vallende sterren trokken we, geladen met het nodige kleefkruid aan kousen en broek, noodgedwongen terug huiswaarts.

Ondanks de slechte weersverwachting, waardoor er dus ook maar een beperkte opkomst was, werd het toch nog een korte maar gezellige kijkavond.         

                                                                                                                                         Jan

 

Een tijd van gaan en een tijd van komen.

 

Zo was het idee en verlangen ontstaan om er weer eens met ons tweeën, lees Lambert Beliën en Job Beeren –astronomiegekken-  tussen uit te trekken en wel naar de locatie te Grandpre.
Na enig overleg hadden we een aantal datums afgesproken, de datum van 21-08-2015 leek ons (gezien de voorspellingen van het weer, twee keer een vette 9) de enige juiste.
Men moet overal rekening mee houden als men deepsky foto’s wil maken, zoals: geen maan, langere tijd donker, liefst droog weer en een grote portie zin om er tegen aan te gaan.
Ergens in de middag van 21 augustus ging ik naar mijn sterrenvriend Lambert om hem op te halen, we reden zelf ieder met eigen voertuig in verband met de hoeveelheid spullen die we mee moesten nemen.
Na enig gebabbel en goesting gingen we vertrekken richting Grandpre, een rit van pakweg drie uren. Onderweg een tussenstop, net voorbij Baraqeu de Fraiture of zoiets, in ieder geval in de buurt van La Roche in de Ardennen. Even bijbabbelen en de reis werd wederom hervat, om zo rond de klok van 17:15 te arriveren in Dun sur Meuse op ons verblijf in hotel: Rale des Genets genaamd,( Kwartelkoning) om te gaan in checken.
De spanning stijgt ook bij ontvangst door de uitbater, die meteen herkende waarom wij daar waren, en bevestigde zelf dat het een super nacht zou worden.Dus werden we nog gekker, zover we dat al niet waren. Om een uur of zeven gingen we richting locatie waar we de fotografie gingen uitvoeren, van het hotel uit een goede 30 km, om ergens op een pad tussen de weilanden in onze apparatuur op te stellen. Na dit gedaan te hebben moesten we gelukkig niet meer zolang wachten voor we de eerste sterren konden zien, en naarmate het donkerder en donkerder werd begint de adem te stokken, ongelooflijk wat een sterren en vooral een prachtige melkweg over ons heen langs het hemels firmament.
Lambert had een mooie lijst samengesteld van de objecten die hij wilde fotograferen, zelfs welk object op de beste tijd waargenomen cq gefotografeerd kon worden, bestaat er nog een beter scenario? Niet dus! Job vroeg of hij daar ook gebruik van mocht maken, geen probleem hij rukte zomaar een kopie van de lijst en overhandigde deze.
Maar ja, zelf deed ik er soms van afwijken om mijn eigen (favorieten objecten) te gaan fotograferen. Maar zoals Lambert is, heeft hij zijn lijst netjes volledig af kunnen vinken in de eerste nacht, en wat voor een nacht, zelf heb ik er nog nooit zo een mogen aanschouwen.
Onze mooiste kans was nu om de Helixnevel te fotograferen, op zich best een moeilijke opgave, maar de kans deed zich nu voor en dus moesten we maar een poging wagen, en hebben ze gewaagd.
Veel mooie nevels volgden, allemaal de moeite waard de een nog schoner als de ander, in ieder geval is eigenlijk de tijd te kort. De eerste nacht kunnen we zeker als geslaagd gaan beschouwen, en hopelijk zal nacht twee van hetzelfde kaliber worden. Na de nacht de dag, eerst een paar uurtjes geslapen, daarna het dorp verkennen, met mooie plaatjes van de omgeving, zeker bekend om de veldslagen gedurende de eerste wereldoorlog.
Dus van verveling geen spoor, terwijl Lambert ook al de eerste foto’s ging stacken
  in de latere middag. Ondertussen begrepen we dat de voorspelling van de volgende nacht geen waarde negen meer droeg maar een zes, dus dat was een tegenvaller, we hebben daar over een tijd gespeculeerd wat we gingen doen, ze voorspelden zelfs onweder te Grandpre.
Om nu dertig km te gaan rijden en een poging te wagen en daarna wederom te moeten inpakken, leek ons geen goed idee, dus besloten we om maar in de buurt van het hotel te blijven.
Eigenlijk ook niet erg want de locatie daar
  was zeker de moeite waard dat wisten we nog van een vorige keer, het enig storende hieraan was dat richting oost nogal storend licht aanwezig is, dat neemt zeker een stuk van de waarnemingshemel weg.
Maar daarom niet getreurd verder was de hemel perfect, iets minder donker, anders hoefden we geen dertig km te moeten rijden, maar dat namen we op de koop toe.
De voorspelde zes werd hier alsnog een negen, zij het, met zoals gezegd, iets minder donker, een tijd lang hebben we richting westen wat weerlichten gezien wat onze beslissing alleen maar goed maakte om in de buurt van het hotel te blijven.
Al met al was dit ook een zeer geslaagde nacht, de melk weg was ook wederom schitterend zichtbaar, met als gevolg dat we ook weer mooie objecten de revue konden laten passeren.
Rond de klok van vier uur, tegen dat het ging schemeren, hielden we het voor gezien, de slaap ging ons echt parten spelen en besloten we te gaan inpakken en te slapen.
Plan, eerst te slapen dan een lekker ontbijt om daarna huiswaarts te keren, met de wetenschap dat we bijzondere nachten in Grandpre hebben meegemaakt, zo ook hopend op goede resultaten na de bewerkingen thuis.
Hier zijn we wel een tijd zoet mee, zoveel materiaal om te bewerken, en dus met de gedachten de nachten weer herbeleven. Niets is mooier, als men zo met een hobby begaan bent, ook na de sessies van fotografie blijft men bezig.
Wat rest mij te zeggen, in ieder geval, zeker voor herhaling vatbaar, en een grote dank aan mijn kameraad Lambert Beliën voor de organisatie, en motivatie.

 

                                                                                                                               Job Beeren.

 

De jaarlijkse Noorderkroon reis 2015

 

Het is alweer enkele maanden geleden dat De Noorderkroon haar jaarlijkse reis maakten.  Zij die er bij waren, hebben kunnen ervaren dat het een geweldige uitstap was.  Al de andere leden en sympathisanten kunnen hier lezen wat ze hebben gemist.

 

De bus vertrok goed op tijd, voor een tocht van meer dan tweehonderd km., een lange reis. Om de tijd een beetje op te vullen, liet Michel Vandekerkhof een film zien van de vorige reis. De eerste halte was de koudwatergeiser van Andernach. Het bezoek begon met een interactieve tentoonstelling over de werking van de geiser en het vulkaan gebied van de Eifel. Daarna moesten we vlug de boot op, voor een tochtje over de Rijn naar het natuurgebied waar de geiser is. Onze Nederlandstalige gids was nog druk bezig met haar uitleg toen opeens met luid geraas de geiser in werking trad. Een geweldig spektakel, dat ruim tien minuten duurde, een water fontein van zestig meter hoog, hoger dan de kerktoren.

Daarna gingen we met de boot terug het bezoekers centrum. Tijdens de boottocht was er ook nog een lunch voorzien. Onderweg kwamen we ook langs de restanten van de Ludendorff brug (Brug van Remagen), !een oude spoorbrug over de Rijn, met een lengte van 320 m. en een middenboog van 154 m. De brug was gebouwd tijdens de eerste wereldoorlog, maar tijdens de tweede wereldoorlog was de brug erg belangrijk voor de bevoorrading van de Duitse Troepen. Jan Hermans vertelde de geschiedenis van deze brug, hoe deze eerst door de Geallieerden werd aangevallen, waarbij de Duitsers ze telkens weer wisten te herstellen. De brug viel weliswaar beschadigd, maar nog goed bruikbaar in de handen van de Geallieerden, waarna de Duitsers de brug probeerden te vernietigen. De volgende halte op onze reis was de Radiotelescoop van Effelsberg.

Deze telescoop, gebouwd in de periode tussen 1969 en1971, is met zijn schoteldiameter van 100 m. nog altijd de grootste van Europa. Een radiotelescoop is een heel gevoelig instrument, de bus mocht niet dicht bij de telescoop parkeren, maar een klein wandelingetje hadden we er graag voor over. We kregen ook nog een interessante uitleg over het Max Planck instituut die deze telescoop beheert en natuurlijk ook over de werking van de telescoop. We konden ook zien hoe de telescoop naar en nieuwe positie draaide, en we maakten ook even tijd voor de traditionele groepsfoto's. Daarna was het weer tijd om terug naar de bus te gaan voor de terugreis. Onderweg zijn we nog even gestopt om iets te eten, waarna de reis terug verder ging richting Achel. Het was een zeer interessante, geslaagde reis.

 

                                                                                                                                                                                               Dirk

 

11:26 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Augustus 2015

 

Perseiden 2015

 

 

 

De meteorenzwerm Perseïden bereikt op donderdag 13 augustus 2015 rond 13 uur zijn maximum. De radiant van de zwerm staat rond 07:30 uur in het hoogste punt aan de hemel, op 84° boven de horizon. Onder ideale omstandigheden zijn er van deze zwerm zo'n 85 meteoren per uur te verwachten. De meteoren zijn helder en snel en hebben nalichtende sporen. Rond 05:45 uur gaat het schemeren en om 06:21 uur komt de Zon op. De Maan komt om 06:15 uur op, is voor ongeveer 3% verlicht en stoort niet. Het beste moment om Perseïden waar te nemen is rond 03:30 uur. De radiant van de zwerm staat dan ongeveer 58° boven de noordoostelijke horizon. In onze streken zijn dan vermoedelijk circa 55 meteoren per uur van deze zwerm te zien. Samen met meteoren van andere zwermen, en sporadische meteoren, zijn er in totaal circa 68 “vallende sterren” per uur te zien. Dat  is wat betreft de waarnemingen op de dag van het maximum.

 

 

 

Wij gaan kijken op vrijdag 14 augustus 2015, één dag na het maximum. We starten om 21.30u op locatie “De Bauwelkes”  Net voor de vijver(vanuit Achel Statie) rechts afdraaien (in de bocht) en dan een paar honderd meter verder. In de buurt van de X-markering op het kaartje hiernaast. Het witte punt is onze sterrenwacht, de blauwe zone is de vijver.

 

 

Verslag van de ZON-dag 4-07-2015

Franky liet aan de hand van een SMS-je het volgende weten aan het secretariaat:

“Dag Lambert, we zijn  vandaag met een paar mensen op de Bever geweest en het was redelijk meegevallen. Jo had zijn zonnekijker en ik mij telescoop en Jan was er ook. We hebben een 12 zonnevlekken kunnen waarnemen en het mooiste was de 5 grote zonnevlekken  hadden de vorm van Casseopeia. Het was leuk om dit te zien. Groetjes Franky en nog een fijne vakantie.

Dank aan Franky voor dit kort berichtje. Zeker omdat er geen enkele ander vorm van verslaggeving is binnengekomen.

 

11:24 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Zonnewijzers

Open agenda:

 

Jan) Hoe zit het met sonde Horizon bij Pluto?

Franky) Venus , waarom noemt me die de ochtendplaneet? En hoe zit dat met Mercurius?

Dirk) Hoe zit het met Dawn bij planetoïde Ceres?

Lambert) Hoe zit het met ontsnappingssnelheid?

 

  1.  Beelden van Pluto, gemaakt door New Horizon geven momenteel een scherp afgeleide planeetschijf met daarop duidelijk zichtbare donkere vlekken. Op dit moment moet de sonde nog 17 dagen verder reizen om z’n kortste nadering te hebben. We hopen op betere beelden.

  2. Waarom noemt men Venus de ochtendplaneet?  Venus zien we zowel ’s morgens als ‘s avonds. Beide ongeveer even lang.  Eerst achter de zon, dan weer voor de zon!  Jan tekende de banen op het bord en verduidelijkte hiermee het fenomeen “ochtendster” – “avondster”. Van een ster is evenwel geen sprake! Voor Mercurius geldt hetzelfde.

  3. Hoe zit het met Dawn bij Ceres? Deze week verscheen het bericht dat er piramidevormige structuren op Ceres gezien zouden zijn en meer reflecterende vlekken. Ceres heeft een diameter van 950 kilometer en is meteen onze grootste planetoïde.  

  4. Hoe zit het met de ontsnappingssnelheid?  Met een constante snelheid, minder dan de ontsnappingssnelheid kom je niet weg. Je “valt” om de aarde heen! Deze vraag bracht ons bij vliegtuigvleugels en reizen om de aarde…… De bedoeling was er weg te geraken J

     

    Verslag van de vergadering.

 

ZONNEWIJZERS

 

Toen onze rondtrekkende voorouders sedentair werden, kwam de behoefte aan tijdsbepaling en werd er gezocht naar instrumenten om tijd te meten. Daarvoor leefden ze gewoon met het ritme van dag en nacht. Opstaan als de zon opkomt en slapen gaan als de zon ondergaat. Al vroeg is men gebruik gaan maken van de aardrotatie, maar ook de Maan en de sterren speelden een rol bij het zoeken naar een betrouwbaar gegeven om de tijd te bepalen en zo ontston­den de eerste primitieve “tijdmeetintrumenten”.

 

Het eerste tijdmeetapparaat was de ‘schaduwklok’. Het is een T-vormig instrument dat werd teruggevonden bij de Egyptenaren. Hiermee kon men zien hoever in de loop van de dag een schaduw reikte. Al snel evolueerde het dan naar de beter gekende zonnewijzers.

De meest voorkomende types zijn de horizontale, de verticale en de equatoriale zonne­wijzers. De analemmatische komt minder voor. Later zijn er nog heel veel andere en soms erg vreemde modellen ontworpen.

 

Werking

 

  1. Een horizontale zonnewijzer

De meest eenvoudige zonnewijzer ben je zelf of een stok die je in de grond steekt. (de gnomon)Als de zon op gelijk welke dag op haar hoogste punt staat is de schaduw het kortst. In de winter en de zomer wijst de schaduw wel niet altijd even ver. Dit heet “culminatie” van de zon. De zon staat dan in het zuiden en geeft het midden van de dag aan, vandaar ‘middag’. Ze heeft dan vanaf zonsopgang even lang geschenen als ze nog zal schijnen tot zonsondergang. Bij dit type is de richting van de schaduw meestal niet geschikt om de tijd aan te duiden omdat het noorden niet be­kend is. Alleen de schaduw van het uiteinde van een gnomon kan dienen en men spreekt dan ook van een ‘puntzonnewijzer’.

Opdat de zonnewijzer ook in de rest van de dag de tijd zou kunnen aanwijzen had de stok niet recht in de grond moeten steken maar schuin. Hoe schuin? Dat hangt af van de plaats op de wereld waar je bent. De hoek tussen de stok en de grond moet gelijk zijn aan de breedtegraad van de plaats. Bij ons is die overal ongeveer 51 graden.

De stok – het juiste woord is de 'stijl' van de zonnewijzer – moet hier met de grond een hoek van 51 graden maken. Bovendien moet het bovenste uiteinde van de stijl naar het noorden wijzen. Naar de noordpool dus, daarom heet hij 'poolstijl'. Op die wijze is de stijl evenwijdig met de as waarrond de aarde draait. Een zonnewijzer uit Spanje kan je dus hier niet gebruiken.

Een poolstijl is dus geen gnomon want dat is een stijl die loodrecht staat.

 

  1. Een verticale zonnewijzer

Tot nu toe hadden we het over een horizontale zonnewijzer. Een ver­ticale zonnewijzer hangt tegen een verticaal vlak, bijvoorbeeld op een muur. De stijl maakt in Vlaanderen een hoek van 51 graden met het horizontale vlak en wijst dwars door het verticale vlak in de richting van het noorden. De 12-uurlijn is een verticale lijn op de muur en de uurcij­fers van klein naar groot lopen op in tegen-uurwij­zerzin.

Tot hiertoe gingen we ervan uit dat het verticale vlak pal naar het zuiden gericht is. Voor een naar het zuiden gerichte muur is het tekenen van een zonnewijzer even gemakkelijk als voor een horizontale zonnewijzer. Meestal staat de muur echter niet naar het zuiden gericht en moet je weten hoeveel hij verdraaid is om de hoeken tussen de uurlijnen te kennen. Het uurlijnenpatroon links en rechts van de 12-uurlijn is dan ook niet meer het spiegelbeeld van elkaar.

Is de zonnewijzer precies naar het westen of naar het oosten gericht dan is er geen 12-uurlijn en zijn de an­dere uurlijnen parallel aan elkaar. Ook op een noordelijk gerichte muur kan een zonnewijzer staan. Die krijgt in de zomer 's morgens vroeg en 's avonds laat even zonlicht.

(Verticale zonnewijzers die je in een tuincentrum koopt zijn alleen bruikbaar tegen een muur die precies naar het zuiden gericht is).

 

  1. Een equatoriale zonnewijzer          

Vaak zie je zonnewijzers waarop je het uur afleest op een ringvormige band die als een stuk hoepel rond de stijl is aangebracht. De stijl staat (in Vlaanderen) schuin met een helling van 51 graden t.o.v. het horizontale vlak en wijst naar het noorden. De stijl en het vlak waarin de hoepel ligt staan loodrecht op elkaar.

Bij dit soort zonnewijzers zijn de uurlijnen op de band evenwijdig met elkaar en ze staan op gelijke afstand van elkaar. Zoals de rand van een taart die je in 24 stukken snijdt.

Vermits de stijl evenwijdig is aan de aardas is het vlak van de hoepel evenwijdig met het vlak waarin de evenaar ligt. Een moeilijker woord voor evenaar is equator, vandaar dat men dit type zonnewijzer een ‘equatoriale’ zonnewijzer noemt. Nog juister is sferische equatoriale zonnewijzer, omdat er ook vlakke equatoriale zonnewijzers zijn. We onderscheiden twee types sferische equatoriale zonnewijzers, de open en de gesloten. Als de zon schijnt is de open sfe­rische equatoriale zonnewijzer in Achel het hele jaar door af­leesbaar. De gesloten sferische heeft een volledige doorlopende equatorband en hierdoor zal er bij de equi­noxen geen schaduw zichtbaar zijn.

 

  1. Een analemmatische zonnewijzer

Op sommige zonnewijzers kan je ook de datum aflezen. Als op de poolstijl een merkteken aangebracht is (bv. een bolletje, een puntje) en ook datumlijnen zijn aangebracht (of lijnen die de periodes van de dieren­riem afbakenen) dan zal de schaduw van het merkteken de datum aanduiden, of op de periode van de dieren­riem tonen hoever die periode gevorderd is.

Een analemmatische zonnewijzer is vaak horizontaal op de grond uitgevoerd.

Het voorwerp dat de schaduw geeft (kan ook een persoon of een stok zijn) staat loodrecht en wordt verplaatst over een datumschaal, een soort kalender. De uuraanduidingen bevin­den zich op een ellips. We kunnen hiermee dan zowel de plaatselijke tijd als de datum be­palen.

 

Vanouds werd dus op elke plek op aarde de lokale tijd gehanteerd. Nog niet zolang geleden verschilde die tijds­aanduiding nog van land tot land en soms zelfs van stad tot stad.  Als de zon op haar hoogste punt stond, was dit ter plaatse het mid­den van de dag (vandaar => middag).

Door de komst van spoorwegen ging men zich steeds meer over grotere afstanden verplaatsen en kwam de noodzaak om één algemeen geldende tijd in te voeren over de hele wereld. 

Hoe moest dit gebeuren want veel tijdsperiodes die we momenteel nog gebruiken komen al van heel vroege beschavingen. Voor ons begon de nieuwe dag om middernacht, maar in de Joodse cultuur werd de onder­gang van de zon als begin van de nieuwe dag gekozen. Bij de Hindoes was het de opkomst van de zon.

De meridiaanconferentie van 1884 moest hierover uniformiteit brengen.

Omdat de aarde ieder uur 15 graden verder draait t.o.v. de zon. (360°/24h=15°) werd op die conferentie de aarde verdeeld in 24 zones van elk 1 uur. In iedere zone is het overal even laat.

De nulmeridiaan van Greenwich werd aange­nomen als begin en eindpunt voor alle tijdzones op aarde. De nulmeridiaan van Greenwich is het centrum van tijdzone 0. Die zone strekt zich dus uit van 7,5° wester­lengte tot 7,5° oosterlengte van Greenwich. Dit wordt de Universele Tijd of Greenwich Mean Time (UTC of GMT) genoemd. De Midden-Europese tijdzone strekt zich dan in theorie uit van 7,5° oosterlengte tot 22,5° oosterlengte.

Onze officiële tijd is afgestemd op de zonnetijd van de 15e oostelijke lengtegraad. Die ligt ongeveer op de grens tussen Duitsland en Polen. Als de zon er het hoogst staat is het daar middag. Alle uurwerken in West-Europa, behalve in Engeland, Ierland, Portugal en IJsland, wijzen dan volgens afspraak 12 uur aan.
De aarde moet echter nog een tijdje verder draaien voordat de zon in Achel het hoogst staat en het er echt middag is, namelijk 4 minuten per lengtegraad die we meer verwijderd zijn van de 15e oostelijke lengte­graad.

Achel: (5°28’ oosterlengte) = 15° - 5°28’ = 9°32’ of 9,51° Het duurt dus 9,51 x 4 minuten = 38,04 minuten minuten voordat de zon er het hoogst staat.

Hasselt (5°20' oosterlengte) ligt 15° - 5°20' = 9°40' of 9,7° verwijderd van de 15e oostelijke lengtegraad. Het duurt dus 9,7 x 4 minuten = 38,8 minuten voordat de zon er het hoogst staat.

 

Toch kent de plaatselijke zonnetijd niet altijd dezelfde afwijking met de middelbare tijd. Om de zonnetijd af te stemmen op de middelbare tijd is er een tijdsvereffening nodig. Deze varieert van dag tot dag, in de lente en de zomer tussen +6 en -6 minuten, in de herfst en de winter tussen +14 en -16 minuten (zie grafiek).

(Als de zomertijd geldt komen daar nog 60 minuten bij).

 

De oorzaken van de tijdsvereffening

 

Ten eerste is de baan van de aarde om de zon licht elliptisch, wat gevolgen heeft voor de hoeksnelheid. (tweede wet van Kepler). Begin januari staat de aarde het dichtst bij de zon en is de baan- of hoeksnelheid het grootst. De aarde moet namelijk verder om zijn as draaien om de zon weer recht voor zich te krijgen. Begin juli is de aarde het verst van de zon verwijderd en de hoeksnel­heid laag. De langzamere snelheid zorgt dat de zon sneller recht voor de aarde staat.

Een tweede bijdrage komt van de helling van de aardas ten opzichte van de baan om de zon. Die veroorzaakt de seizoenen en beïnvloedt ook de lengte van de zonnedag.

Aan het begin van de zomer en de winter is de aardas naar de zon toe gekanteld. De baanbeweging van de zon is vrijwel van oost naar west gericht. Het duurt relatief lang voordat de aardrotatie deze beweging in­haalt. Bij het begin van de lente en de herfst staat de aardas scheef voor de zon. De baanbeweging is nu niet geheel in de oost-west richting en wordt sneller ingelopen door de draaiing van de aarde om zijn as.

 

Om met behulp van de zonnewijzer de MET of de GMT te bepalen moeten we dus het plaatsverschil met de uurlijn van de tijdzone berekenen en hierop de  tijdsveref­feningslus toepassen.

 

In de huidige tijd met kwartsuurwerken, computers en atoomklokken hebben zonnewij­zers nog slechts be­perkte functies. Ofwel als historisch of decoratief ornament of als we­tenschappelijke spielerei voor de beoefe­naars van de gnomotica.

Veel mensen blijven geboeid door het mysterieuze van tijd, omdat die altijd onveranderd in één richting voortschrijdt en niet kan omkeren. We kunnen met onze zintuigen ook geen tijd waarnemen.

We kunnen tijd dus enkel omschrijven als

- - een middel waarmee de volgorde en de duur van gebeurtenissen kan worden aangegeven.of - - een middel dat na hoogte, breedte en lengte toegepast wordt als vierde dimensie.

                                                                                                                                                                       Jan Hermans

11:21 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |