16-03-15

Verslagen februari 2015

Na een lichte vertraging (geanimeerde gesprekken over politiek, (what else?)) trok de voorzitter de bijeenkomst op gang door zichzelf als moderator te benoemen, de secretaris “mocht” de notulen nemen, Franky zorgde dat de bestelling van de drank bij de jongedames geraakte, met andere woorden: we waren vertrokken voor een fijne avond sterrenkunde:

Open Agenda:

1)       Ontstaan  van planeten en manen? (Tony)

2)       Botsende sterrenstelsels en de gevolgen? (Franky)

3)       Hoelang duurt een volle maan?  (Lambert)

4)       Vanaf welke leeftijd (heelal) heeft het zin om naar planten te zoeken? (Jan)

5)       Temperatuur van zwarte gaten, een aanvulling op vorige maand.  (Jan)

6)       Lichtflitsen op Ceres,  (Theo)

 Het ontstaan van onze maan; er zijn verschillende theorieën die dit gebeuren trachten te verklaren. Tony twijfelde aan de botsingstheorie die zegt dat onze aarde gebotst zou zijn met een object ter grootte van Mars. We hebben één en ander op het bord uitgetekend, wisselden van gedachten en concludeerden dat onze voorkeur (hoeft daarom geen waarheid te zijn) uitgaat naar de theorie die zegt dat onze maan is ontstaan door het samensmelten van brokstukken die in hun chaotische banen elkaar gevonden hebben en versmolten zijn. Nogmaals, ook dit is niet méér dan een theorie….

 Wat betreft de botsende sterrenstelsels; we hebben Franky gerust kunnen stellen door even aan te halen dat wanneer je botst met een bijna perfect vacuüm, er niks zal gebeuren. Een verduidelijking: sterrenstelsels zijn enorm groot en tegelijkertijd ook enorm “leeg”. Als je kijkt naar onderlinge afstanden tussen sterren, begrijp je de stelling. Is een botsing tussen sterrenstelsels dan helemaal  zonder gevolg? Neen….er zijn wel degelijk gevolgen. In tegenstelling van wat je zou denken zijn dergelijke botsingen niet destructief. Ze zijn net het tegenovergestelde: daar waar twee sterrenstelsels elkaar ontmoeten (botsen) zal hun respectievelijke materie verdichten door de schokgolven. We weten allemaal wat dat wil zeggen: verdichting is gas/stof-concentraties = stervorming , en dat op enorm grote schaal! Is dit nieuw? Neen, wij zitten momenteel op botsingskoers met  de Andromedanevel en het zal niet de eerste keer zijn en zeker niet de laatste!

 Hoe lang duurt een volle maan? Een vraag die verschillende antwoorden opleverde. We plachten te denken dat het ergens zit tussen de 2 en de 8 minuten!

 Vanaf welke leeftijd van het heelal heeft het geen zin meer om naar planeten te zoeken? Deze vraag leverde enkele korte, maar  mooie uiteenzettingen op. Na een snel rekensommetje kwamen we uit op ca 7.5 miljard jaren. Dat wil zeggen dat, als we uitgaan van een leeftijd van 13.7 miljard jaren (leeftijd heelal), we pas 7.5 miljard jaren na de Big Bang de eerste planeten kunnen vinden. Onze gedachtegang werd voornamelijk geleidt door het feit dat je voor de vorming van planten elementen nodig hebt die pas gevormd werden door de Populatie II sterren.

 Jan gaf een korte aanvulling op zijn vraag van vorige maand; de temperatuur van de zwarte gaten. Een document van CERN ging in detail wat betreft de massa en de daaraan gekoppelde temperatuur van zwarte gaten. In het kort gezegd; hoe kleiner een zwart gat, des te hoger de temperatuur en des te sneller de verdamping. We onthielden dat zwarte gaten toch bitterkoud zijn.

 Een lichtflits op Ceres? De gedachten gingen van reflecties, meteoor, enz. We hielden beraad: reflecties van licht op ijsplekken? Hoogst onwaarschijnlijk als je weet dat op een planetoïde grauw en grijs de twee enige kleurschakeringen zijn die je kan vinden. Het albedo van Ceres laat geen reflecties toe. Een meteoor? Zou kunnen, is te verdedigen…..onze voorkeur gaat toch uit naar een inslag van een meteorietje of iets dergelijks.

 Na een korte pauze werd het woord aan Jan Hermans gegeven voor zijn uiteenzetting over:

Kluizenaarsstelsels

 Sterrenstelsels, in dit specifieke geval de drie sterrenstelsels VGS 31b-c-a op een afstand van 300 miljoen lichtjaren, zijn te vinden in een “leeg” gebied, zonder soortgenoten in onmiddellijke omgeving. Hoe kan dat?

 Om dit te kunnen begrijpen moeten we eerst de structuur van het heelal begrijpen. Aan de hand van een “kaart” die WMAP (de COBE-sonde) maakte in het verleden weten we dat het heelal een sponsachtige structuur heeft. Op de knooppunten van die structuren vinden we de clusters van sterrenstelsels. De clusters zijn onderling verbonden door lange filamenten, die op hun beurt weer verbonden zijn door afgeplatte randen. Tussen die randen zien we lege ruimtes, de zogenaamde “voids” (Engels voor lege ruimte). Nu, die voids zijn niet helemaal leeg. Bij een zoektocht vond men een 60-tal kluizenaarsstelsels. Het speciale aan het trio  VGS 31a-b-c is dat ze  op een rechte lijn bij elkaar staan. We zagen één stelsel met een getijdenstaart, een ringstructuur en bestaat voornamelijk uit heel jonge sterren. Er is dus interactie geweest tussen de stelsels ter plaatse.

 Omdat de ontwikkeling en evolutie van sterrenstelsels niet in een kort mensenleven bestudeert kan worden heeft me computersimulaties losgelaten op dit fenomeen. Men gebruikte de vroege structuur van het heelal aan de hand van de achtergrondstraling en de verhoudingen van de donkere materie (26.8%), zichtbare materie (4.9%) en de donkere energie (68.3%).

Overlopen we de evolutie van een stelsel; dieper in de tijd zien we de verschillende stadia van een stelsel en stellen we vast dat het heelal veel homogener is. De stelsels waren kleiner en stonden dichter bij elkaar. De sponsachtige structuur van het heelal is ontstaan toen stelsels door hun toenemende gravitatie meer materie verzamelden en clusters vormden. De materie in de simulatie is verantwoordelijk voor de structuur en de gravitationele wisselwerking. De donkere materie is verantwoordelijk voor de expansie.

 In de computer (simulatie) werden eerst veel deeltjes verspreid geplaatst, zoals die in het prille heelal verzameld waren. Dan moest de aantrekkingskracht zijn werk doen en moest de donkere materie zorgen voor expansie. Enkele van de vele selectievoorwaarden waren de omgevingsdichtheid in de void, stelsels op een rechte lijn, onderlinge afstand (500.000 lj) en de massa van elk stelsel (1/10e Melkweg). De simulatie start bij de Big Bang en zo’n 13.8 miljard jaren later was het resultaat van de simulatie dat het heelal niet altijd even homogeen was. We zien dit als we de tijd afzetten tegen de afstand. Jan projecteerde een mozaïekbeeld dat dit perfect aantoonde. Hetzelfde beeld deed ons naderhand inzien wat er precies gebeurde. Het resultaat van de simulatie was dat alle stelsels na 13.7 miljard jaren op elkaar leken, maar dat de ontstaansgeschiedenis wel erg gevarieerd was.

 Eindconclusie; van de acht kluizenaarsstelsels die gevormd werden, ontstond ongeveer de helft erg recent. De andere helft was al in het prille beginontstaan en had nog nauwelijks enige wijziging ondergaan.  De eindconclusie van dit onderzoek was dat kluizenaarsstelsels zonder uitzondering deel uitmaken van een zeer dunne structuur van donkere materie in de lege ruimte. Dit verklaart de vrijwel rechte lijn waarin ze staan en dat is een typische eigenschap. Ze zijn in feite achtergebleven omdat in de simulatie duidelijk wordt dat de grote stelsels alle materie aan de randen van de lege ruimtes opslokten. Een andere typische eigenschap van dit type kluizenaarsstelsels is dat ze al heel lang bij elkaar in de buurt staan en dat geld waarschijnlijk ook voor VGS 31.

 Jan vond ook nog dat HST, afgelopen augustus in het sterrenbeeld Hydrus (Zuidelijk halfrond) een dwergstelsel gevonden heeft dat nu met de naam KKs 3 in de catalogen zal verschijnen. Het betreffende stelsel heeft heel zijn bestaan alleen gestaan op een afstand van 6.9 miljoen lichtjaar. KKs 3 heeft een massa van 25 miljoen zonmassa’s en bestaat uitsluitend uit sterren waarvan het gros zo’n 13 miljard jaren oud is (Populatie I-sterren). Het stelsel bevat vrijwel geen stof en gas en staat helemaal alleen in de ruimte. Pas op 3.5 miljoen lichtjaren staan nog twee andere kleine stelsels; NGC 55 en NGC 1313. De volgende stelsels liggen dan weer op een afstand van 10 miljoen lichtjaren. Er zijn geen aanwijzingen dat KKs 3  in het verre verleden ooit belaagd werd door andere stelsels en dan door onderlinge botsingen het stelsel leegzogen. Deze gegevens willen zeggen dat KKs 3 al het gas en stof dat het bij de geboorte voorhanden had, ongestoord en in volle isolatie, in sterren heeft kunnen omzetten en verder een eenzaam bestaan heeft kunnen leiden.

 Een méér dan boeiende uiteenzetting, helder en duidelijk gebracht door Jan,  maakte dat we “zagen” wat er met het heelal in de tijd gebeurde, hoe de voids ontstonden en dat leeg niet altijd leeg hoeft te zijn. We begrijpen nu dat, zelfs als de resources extreem laag zijn, er toch nog heel aparte dingen kunnen gebeuren. 

 We bespraken nog even de voorwaarden van een simulatie en de gevaren van het manipuleren van data. Een beeld vormen (de waarden voor een simulatie voorbereiden) wordt in de meeste gevallen gestuurd door een mentale prent die eigen is aan het onderzoek. Aan de andere kant, meten is weten, moet elke simulatie gepaard gaan met data-manipulatie. Enkel uit resultaten van gemanipuleerde data kan je afleiden wat een bepaalde anomalie kan veroorzaken, al dan niet uitsluiten.

                                                                                                                                                       Lambert

 

 Verslag van de kijkavond

Vrijdag, 13 februari 2015; Noorderkroon had een kijkavond op de agenda. Kijken (….wachten) naar de maan en genieten van komeet Lovejoy. Eerste deelnemer kwam toe om 17.00u, ruim een uur voor aanvang! Franky arriveerde als volgende en begon meteen met het opstellen van zijn kijker. Terwijl dit proces gaande was kregen we regelmatig bezoek van feestgangers, al dan niet in beschonken toestand, die in de taverne een verjaardag vierden. Naarmate het donkerder en donkerder werd kwamen méér Noorderkroners opdagen. Samen hebben we ons vergaapt aan talloze deepsky-objecten. De bino’s bleken een héél dankbaar verlengstuk te zijn!  We zochten en vonden o.a. komeet C/2014 Q2 Lovejoy en hebben hele sets foto’s genomen van de komeet en omgeving. Ondertussen kwamen de gekende objecten ook één voor één aan de beurt. Een leuke bedoening!  Terwijl dit allemaal gaande was liep een camera het hele gebeuren non-stop te registreren; 400 opnames van 20s die daarna gestapeld zullen worden in één uiteindelijke opname en timelapse video. Benieuwd wat we daar op te zien gaan krijgen! Tegen 22.00u begon de hemel dicht te trekken zodat we genoodzaakt waren te stoppen met wachten op de maan. Tsja, die maanactiviteiten willen maar niet lukken…..  halve doelstelling bereikt, iedereen toch tevreden!

 Dank aan alle deelnemers, het was een fijne activiteit!

                                                                                                      

 

19:26 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.