27-05-14

Programmatie voor Juni, Juli en Augustus

Zomerprogrammatie:

 

Juni  2014.             

 

Studiebijeenkomst:  6 juni 2014

Aanvang: 20.15u in het Michielshof

Onderwerp :    Open agenda &  sterrenwacht LBe

Kijkavond:  20-06-2014

 

LET OP!!!!!  omdat de locatie aan de sterrenwacht op 20-06-2014 grotendeels bezet is door een feesttent moeten we gaan uitwijken. We gaan een andere locatie opzoeken. Welke? Dat is een goede vraag waar we best samen over beslissen. Om deze redenen hebben de leden in de uitnodiging de vraag gelezen om samen te komen aan het Michielshof te Achel. Van daaruit kijken we verder.

 

Op het programma: Deepsky zomerobjecten

 

Juli en Augustus (tot aan de Perseïden)  = Zomerstop

 

Extra activiteit op zaterdag 5-07-2014  ZON-dag 14.00u aan de sterrenwacht

 

Perseïden-actie op 15 augustus  vanaf 22.00u aan de sterrenwacht

 

18:55 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Verslag van bijeenkomst Maart 2014

DE KIJKAVOND VAN 21 FEBRUARI 2014

 

“Afwisselend bewolkt met opklaringen” Dat waren de voorspellingen voor 21 februari 2014. Om 19h30 bleek er wel degelijk sprake van een echte opklaring. Het was kraakhelder en Jupiter stond heel uitdagend te schitteren in de tweeling en er was geen maan vanavond! Zou dit onze eerste goede kijkavond worden in 2014?

Om 20h00 was Franky al volop bezig met het opstellen van zijn kijker bij de vijver. Tony en Gerard hadden de prachtige sterrenhemel ook gezien en arriveerden even later. Met een beetje hulp was de eerste telescoop snel operationeel en wees perfect in de gewenste richting.

Eenmaal Franky zijn kijker klaar was maakte hij alles gereed om te fotograferen terwijl Tony en Jan naar boven trokken voor observatie vanuit de sterrenwacht.

Hier was natuurlijk Jupiter als eerste aan de beurt. Een van de maantjes stond vlak bij de planeet. Onwetend welke maan het was werd het afwachten of ze verder of dichter bij de planeet zou komen staan.

Intussen waren er enkele bezoekers beneden aangekomen waar ook Dirk zijn telescoop bij Franky had opgesteld. Na wat uitleg beneden kwamen die ook even Jupiter bewonderen. Enige uitleg over planeten en sterrenbeelden volgde nog terwijl ook Paul het gezelschap kwam vervoegen.

Tony richtte nadien de telescoop op de prachtige kleurrijke Orionnevel waarbij we een fantastisch beeld kregen van de mooie jonge trapeziumsterren. Na Orion volgde Aldebaran waarvan de rode kleur zijn naam als ‘rode reus’ duidelijk maakte, gevolgd door de jonge blauwe sterren van de Plejaden die als diamanten bijna uit het beeld sprongen.

Even werd gezocht naar de paardenkopnevel, maar vergeefs. Dan maar terug naar Jupiter en kijken of het maantje verder of korter bij de planeet stond en wat bleek: het was al helemaal verdwenen. (later bleek dat het Io was die voor de planeet doorging)

Het was helder genoeg voor een vergroting van 80X en hiermee konden we heel duidelijk de banden op Jupiter zien en zelfs vaag de bekende rode vlek.

Franky had de gure wind die over de vijver scheerde getrotseerd en enkele uitstekende opnames gemaakt die hij ons boven in de sterrenwacht even kwam tonen. De erg schrale wind was intussen ook toegenomen en veroorzaakte trillingen op de telescoop die te veel stoorden voor  goede astrofoto’s.

Zoals voorspeld kwam ook even later vanuit het westen bewolking binnendrijven. Omstreeks half twaalf werd alles opgeruimd, de sterrenwacht afgesloten en trokken de aanwezige waarnemers voldaan naar huis. Het was een zeer geslaagde kijkavond…                                                                                                                             Jan Hermans

 

Verslag van de Nationale sterrenkijkdagen Noorderkroon.

Via de internetgazet en de plaatselijke lichtkranten werden de bewoners van de regio op de hoogte gesteld van  onze activiteiten tijdens de Nationale sterrenkijkdagen 2014. Jean-Pierre Sleurs was zo vriendelijk deze aankondiging verder door te geven aan andere verenigingen.

 

Op vrijdag, 7 maart verzamelden verschillende Noorderkroners aan de sterrenwacht en bouwden hun kijkers op; Franky met zijn Skywatcher Newton telescoop, Job met zijn TMB-refractor, Tony bemande zijn Skywatcher refractor onder de koepel en Dirk zette zijn Skywatcher Dobson aan de voet van de sterrenwacht klaar voor de eerste bezoekers. Op dat moment was de lucht grauw en grijs….misschien zou het beteren? Een dik half uur later was de hemel opengetrokken en konden de eerste bezoekers genieten van beelden van de maan en Jupiter. De maantjes van Jupiter waren heel mooi te zien, net als de equatoriale banden op de planeet. Gebruik makende van de opklaring werden de kijkers uitgelijnd, in de hoop lekker te kunnen volgen en relaxed aan de avond te kunnen beginnen! Helaas……het weer ging tegenzitten en voor de kijkers goed en wel uitgelijnd waren trok de hemel dicht en was het gedaan met de eerste activiteit. Ondanks deze zeer korte sessie kregen we toch (daags nadien) via onze weblog een digitaal dankwoord van een groep bezoekers. Ze hadden duidelijk genoten van die korte sessie. Er werd afgesproken dat er een vervolg zou komen op zaterdag. Als er een verslag toekomt zal dit aansluitend opgenomen worden (zie hieronder de ervaringen van Franky).

                                                                                                                                                                            LBe

 

De dag van de nationale sterrenkijkdagen was in het water gevallen, maar s ‘anderdaags was het  prijs. Dirk, Tonny en ik waren weer paraat. Dirk en ik op de grond en Tonny in de toren, met een paar mooie opnames van de M82, Cigar galaxy, de halve maan en de NGC 2266 open sterrenhoop. We hebben ook wat bezoek gehad van Els en de kinderen en ze waren er echt van weg, ik denk wel dat we er jeugd gaan bijkrijgen en nog een paar mensen!

                                                                                                                                                                       Franky

 Verslag van de bijeenkomst op 21 maart 2014

  1. Opening

 

-          Dirk opende de vergadering omstreeks 20h30. nadat we allen eerst de prachtige werkjes van de kleinkinderen van Theo hadden bewonderd. Theo had enkele meteorieten bij en vertelde ons hoe enthousiast kinderen hun sterrenkundige kennis opbouwen.

-          Jan was bereid de verslaggeving te doen. Dirk trad op als moderator.

-          Franky had zich telefonisch verontschuldigd voor deze bijeenkomst

 

Administrativa

~          .Noorderkroon is ingegaan op het verzoek van Aquila om in Overpelt de jaarlijkse verbroedering te laten doorgaan. In naam van de Noorderkroon zal Dirk het verhaal over de raakpunten en verschillen tussen astronomie en astrologie voordragen.

~          Over de ruimte onder de sterrenwacht is tot heden alles stil gebleven. We blijven maar geduldig wachten op de goedkeuring.

~          In Juli wordt een “Zonkijkdag” georganiseerd

~          Jan stelde de vraag of Jo iets had gevonden over het systeem van de nummervolgorde van de zonnevlekken. Jo bevestigde dat hij dit had opgezocht en dit verder op de avond even wilde toelichten. Het verslag werd verder zonder op- of aanmerkingen goedgekeurd.

 

Open agenda

1/ Tony: Op 21 maart 2015 is er een zonsverduistering in Europa.

2/ Jo: Uiteenzetting zonnevlekkennummering.

3/ Dirk: Wat is de kleinste afstand tussen 2 sterren?

4/ Dirk: Hoe wordt het bewijs geleverd van de oerknal?

6/ Job: Waarom leven kleine sterren langer dan grote?

7/ Lambert: Een ster is eindig; is een sterrenstelsel ook eindig?

 

1.       Tony vertelde dat de zonsverduistering van 2015 op 21 maart ergens op de oceaan begint. De Faeröer eilanden is een mooie locatie om dit fenomeen waar te nemen op. De totaliteit zal er omstreeks 11h00 in de voormiddag zijn. Tony zal hierover nog meer informatie verzamelen en op een volgende bijeenkomst zijn reisplannen en voorbereidingen toelichten.

2.       Jo had opgezocht hoe de nummering van de zonnevlekken is opgebouwd en hiervoor een prachtige PP presentatie gemaakt. Hij merkte op dat er geen naamgeving of nummering voor zonnevlekken bestaat. Het zijn de actieve zones op de zon die genummerd worden. Een actieve zone kan een of meerdere spots bevatten. Op mooie beelden zagen we enkele zonnevlekken met hun donkere kern en hun lichtere rand. De kern (umbra) is een koeler gebied met een diepte van  +/- 800 m; De lichtere rand vormt de rand rond het dal (penumbra). De National Oceanic and Atmospheric Administration ( NOAA ) geeft een nummer aan actieve regio’s en nummert vervolgens door. Belangrijk is dat een actief gebied pas wordt erkend en een nummer krijgt als het door twee observatoria is waargenomen. Het nummeringsysteem begon op 5 januari 1972 en kent sindsdien continue vervolg. Een voorbeeld van een actief gebied "AR5128" ( AR voor Active Region ) of "NOAA Region 5128". We zien alleen maar actieve regio's wanneer ze op de zijkant van de zon staan met uitzicht op Aarde. Omdat de Zon in ongeveer 27 dagen ronddraait kunnen we dezelfde actieve gebieden soms meer dan een keer zien ( indien het lang genoeg duurt). In dit geval krijgt de zone een nieuw nummer en kan een langdurend actief gebied meerdere nummers krijgen. Om praktische, computationele redenen blijft het aantal actieve gebieden beperkt tot vier cijfers. Daarom gaat de volgorde van de nummers 9998, 9999 over in 0000, 0001, enzovoort.  Een andere instelling die ook actieve gebieden registreert en nummert is het Italiaanse INAF. Dit instituut is hiermee reeds bezig sinds 1892. Hun systeemnummering start iedere 11 jaar opnieuw. Nadat de elfjarige cyclus van de zon is afgelopen wordt opnieuw gestart met nummer 1.

België nummert niet maar verwerkt wel gegevens. Dit gebeurt bij het KMI.

Het was een mooie en duidelijke presentatie. We dankten Jo voor zijn uitgebreid zoekwerk en de mooie gepresenteerde verheldering.

3.       De gemiddelde afstand tussen de sterren is +/- 4,3 lichtjaar, maar de minimale afstand tussen 2 sterren is niet meteen te bepalen. In een bolhoop zitten sterren dichter bij elkaar dan in een Melkwegarm. Massa en eigen beweging hebben invloed op de onderlinge afstanden. Bij contactdubbelsterren is de minimale afstand “0” want er is een massaoverdracht tussen de 2 sterren. Een exact cijfer over de kortste afstand tussen 2 sterren kan dus niet worden gegeven.

4.       Er is sprake van een bewijs over de theorie van de oerknal. De deeltjesdetector IceCube op de Zuidpool heeft 28 hoogenergetische deeltjes gevonden die met zekerheid neutrino’s zijn, afkomstig vanbuiten ons zonnestelsel. Wetenschappers selecteerden de zeldzame neutrinogebeurtenissen met een energie boven de 50 TeV (tera-elektronvolt). Ter vergelijking: de LHC in Genève versnelt protonen tot een energie van 7 TeV. Uiteindelijk bleven 28 neutrino’s over die met zekerheid afkomstig zijn van buiten ons zonnestelsel. Met behulp van die speciale telescoop op de Zuidpool ontdekte men een patroon gevormd door 'zwaartekrachtgolven' in het oudste licht van het heelal; de achtergrondstraling. Het bestaan van de golven werd al in 1916 door Albert Einstein voorspeld in zijn algemene relativiteitstheorie, maar er waren nog nooit bewijzen van gevonden - tot nu dus. De Belg Francis Halzen, onderzoeksleider van IceCube, meent dat ‘een nieuw tijdperk van astronomie is aangebroken’.

5.       Bij kleine sterren wordt waterstof door kernfusie omgevormd tot Helium. Bij grotere sterren is er niet alleen waterstoffusie maar vinden er op andere schillen tezelfdertijd ook andere fusieprocessen plaats waarbij elementen zwaarder dan Helium worden gevormd. Dit kost natuurlijk extra brandstof waardoor de ster minder lang uit haar voorraden kan putten. Ook als is de brandstofvoorraad zoveel groter, de verwerking gaat des te sneller en ten koste van de levensduur.

6.       Als alle sterren in de Melkweg geëxplodeerd zijn en uit het gecondenseerd materiaal telkens opnieuw weer ontelbare malen nieuwe sterren zijn ontstaan, wordt gevoelsmatig verwacht dat alle materie van een sterrenstelsel in de loop der tijd volledig omgezet geraakt in straling.

Die redenering wordt echter niet door iedereen bijgetreden omdat de invloed van donkere materie niet gekend is de theorie zegt dat energie nooit verloren kan gaan.

Het is onmogelijk in te schatten of het stelsel in een cluster wordt opgenomen en opnieuw gevoed wordt. Dat een stelsel in de tijd verandert wordt onomstreden aangenomen, maar of stelsels uiteindelijk definitief zullen verdwijnen is niet voor iedereen vanzelfsprekend.

 

Na een korte pauze nam Jan het woord voor een uiteenzetting over het ontstaan van sterren en planeten.

 

HOE KWAM HET ZONNESTELSEL TOT STAND?

 

Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden bevond er zich in ons melkwegstelsel een gaswolk die voor 99% uit gassen bestond en ook uit een klein aantal microfijne stofdeeltjes. De gassen bestonden vooral uit waterstof en helium. Andere elementen zoals CO (koolstofmonoxide), CO2(koolstofdioxide), NH3(Ammoniak), siliciumverbindingen en metalen kennen hun oorsprong in sterren die op het einde van hun leven uit elkaar spatten en hun materieresten de ruimte inblazen.

Een interstellaire wolk gas is erg ijl en is niet in staat om door zijn eigen aantrekkingskracht samen te trekken. Een belangrijke oorzaak om contractie te starten kan een dichtbij staande supernova explosie geweest zijn. De drukgolven van de explosie veroorzaken de eerste verdichting in de wolk die dan langzaam begint samen te trekken onder haar eigen zwaartekracht. De wolk, met daarin alle gassen en elementen, neemt langzaam een draaiende beweging aan. Dit komt doordat de materie niet homogeen verdeeld is. De protoplanetaire wolk wordt door botsingen warmer.  Dit object kunnen we al in IR waarnemen als een Herbig-Haro-object. Door concentratie en draaiing verandert de  protoplanetaire wolk stilaan in een object dat steeds ronder wordt en als globule te zien is in stervormingsgebieden.

Ongeveer alle materie die zich in deze schijf bevindt trekt nu verder samen in het centrum. Op deze plaats ontstaat een protoster die we later zullen kennen als onze eigen zon. In het centrum  lopen de druk en temperatuur steeds hoger op. Na ca 10 tot 50 miljoen jaar, afhankelijk van de massa, stijgen druk en temperatuur zo hoog dat kernfusie optreedt. Waterstof wordt nu omgezet in Helium. De nieuwe ster is een T-Tauri-Ster.

Bij het ontsteken van de T-Tauri-Ster eindigt de eerste fase van het planetaire vormingsproces.

 

De schijf koelt nu langzaam af omdat de aantrekkingskracht wordt afgeremd door de sterke zonnewind. Korrels stof (metalen en silikaten)  condenseren, botsen met elkaar en plakken door onderlinge elektrostatische ladingsverschillen. Dit is het begin van het accretieproces.

Condenserende stofdeeltjes, kleiner dan 1 micrometer, ontmoeten elkaar en plakken aan  elkaar. Ze vormen de eerste planetesimalen. Stofdeeltjes van verschillende groottes hebben verschillende snelheden waardoor er meer botsingen optreden en de deeltjes nog groter worden. Die groeien op hun beurt steeds sneller. In het accretiestadium worden in een protoplanetaire schijf zeer veel planetesimalen gevormd. Sommigen overleven het proces, anderen worden verbrijzeld door te sterke botsingen en nog anderen worden gevangen door reeds gevormde ‘oligarchen’.

Terwijl ze groeien neemt hun aantal af. Volgens de hypothese blijven de oligarchen groeien tot er binnen ongeveer een miljoen jaar objecten zijn gevormd met 0,5 tot 1,0 aardmassa's. 

De temperatuur in een protoplanetaire schijf is niet overal gelijk.          Er ontstaat daarom een rotsgrens” en een “vriesgrens”. De rostgrens ligt op een afstand van de ster waar condenstatie van silicaten mogelijk is. De sneeuw- of vriesgrens ligt veel verder weg.

In de binnenste regionen van de schijf zijn de temperaturen te hoog voor vorming en condensatie van water-, methaan-, of ammoniamoleculen. Pas buiten de zogenaamde “frost line” is de temperatuur hiervoor laag genoeg (ongeveer 150 K). In het binnenste deel van de schijf ontstaan daarom minder waterstofverbindingen, de enige deeltjes die kunnen accretiseren zijn die van zwaarder metaal- en silikaatstof. In het binnenste gedeelte zullen zich daardoor "stenige" planeten vormen, naar buiten toe gasvormige.

Vanwege de grotere hoeveelheden vast materiaal in de buitenste delen van de schijf, kunnen een aantal planetesimalen zo groot worden (tot tien keer de massa van de Aarde) dat hun gravitatiekracht sterk genoeg is om gasvormige materie te verzamelen. Als dit eenmaal gebeurt, groeien ze nog sneller omdat het grootste gedeelte van de massa bestond uit waterstof en helium. Die bleven dan gedurende de vorming gasvormig en namen niet deel aan de accretiefase.

Gasdeeltjes waren wel in grote mate aanwezig maar konden niet accretiseren omdat hun snelheid te groot was om door elektrostatische krachten aan elkaar te kleven. Sterk geconcentreerde planetesimalen in de hogere regionen van de schijf, kunnen door plaatselijke contractie extra veel materie verzamelen en een extra kern vormen. Hierin treedt snelle rotatie op en het beginproces kan zich herhalen en een dubbelster vormen. (60% van de sterren in de Melkweg zijn dubbelsterren)

Als door de zonnewind al het gas uit de protoplanetaire schijf is weggeblazen, blijven er veel protoplaneten en planetesimalen over. Tussen 10 en 100 miljoen jaar na het begin van de vorming komen er veel chaotische botsingen voor. 

Honderden miljoenen jaren lang worden de ontstane planeten gebombardeerd door planetesimalen. Dat bombardement is in de loop der tijd afgenomen maar het lijkt niet volledig ten einde. In ons Zonnestelsel zijn aanwijzingen te vinden voor een hernieuwde periode van heftige inslagen. Waarschijnlijk werden die veroorzaakt door de resonantie van de gravitatie van Jupiter en Saturnus en werd een grote hoeveelheid planetesimalen naar het binnenste gedeelte van het Zonnestelsel getrokken. Deze periode van intense inslagen wordt het Late Heavy Bombardment genoemd.

Anno 2014 is nog niet alles tot planeten gevormd. Er zweven nog steeds veel brokstukken in het eclipticavlak. Volgens de regel van Titius-Bode moeten we tussen Mars en Jupiter ook een planeet vinden, maar hier vinden we een gordel van resterende planetesimalen; de planetoïdengordel. 

Is deze ontstaan door destructieve botsingen of werd de vorming tegengewerkt door de tegengestelde aantrekkingskrachten  van Jupiter en de zon?

Bij Saturnus zien we met een telescoop de gekende “Cassinischeiding” in de ringen. Door de aantrekkingskracht van kleine maantjes die zich in de ringen bevinden, “herdermantjes” genoemd, worden de ruimtes in de ringen constant leeg gehouden.

Als we de voorstelling van de Oortwolk nader bekijken zien we nog duidelijk de oorspronkelijke sferische vorm van de protoplanetaire wolk zoals die ooit rond de kern hing. De hele wolk wordt gevormd door overgebleven planetesimalen.

 

Is het huidige resultaat nu het uiteindelijk te bereiken vormingsresultaat?  Volgens de huidige theorie is het wordingsproces niet gestopt, maar niemand kan voorspellen of dit proces eindigt vooraleer over 4-5 miljard jaar het zonlicht definitief dooft.

 

 

 

18:45 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |