13-12-13

Bijeenkomst November 2013

Verslag van de vergadering

                                  

Na het openingswoord van de voorzitter en het afhandelen van de administratieve punten gaf Franky groen licht voor het sprokkelen van vragen voor de rubriek “Open Agenda”. Volgende vragen werden genoteerd:

 

1)       Voyager bereikt grens van het zonnestelsel (Jan).

2)      Kortste afstand Mars-Aarde (Franky)

3)      Digitale versie van het maandblaadje (Gerard)

4)      Waarom draait Uranus retrograde? (Job)

 

1) Het antwoord op de vraag van Jan was geen simpele piste. Uitgangspositie was het officiële bericht van NASA dat Voyager de grens van het zonnestelsel bereikt zou hebben. Het signaal van Voyager deed er 35u over om de aarde te bereiken – Jan rekende snel even – 37.8 miljard km afstand = 252 AE en nu komt de verwarring: onze Oortwolk, iets waarvan men altijd schreef en nog steeds schrijft als zijnde een onderdeel van ons zonnestelsel, ligt nog een heel pak verder weg!  Verwarring alom……wat is nu eigenlijk die “grens” van ons zonnestelsel? Dirk las in Heelal dat de grens bepaald wordt door het schokfront dat optreed als de zonnewind botst met interstellaire straling van allerlei aard en kant, zeg maar de figuurlijke tegenwind! Voortgaand op deze stelling concludeerden we ook dat  we dan spreken over een wel heel dynamische grens. We kunnen er geen afstand op plakken, teveel variabelen. We sloten het punt af met de opdracht even allemaal collectief te zoeken naar duidelijkere gegevens totdat Jan las dat er in hetzelfde artikel al een “terug-fluit-zin” opgenomen was die stelde dat de aanhangers van de Oortwolk niet allemaal even blij zouden zijn met de melding van NASA dat de grens van ons zonnestelsel nog ver binnen de Oortwolk te vinden zijn. Zij stelden het zelfs andersom: we weten dat er vanuit de Oortwolk kometen naar binnen getrokken worden (één van de redenen om te onderbouwen dat de Oortwolk wel degelijk bij ons zonnestelsel hoort!), maar dat er ook externe factoren buiten de Oortwolk kometen op een interstellaire reis kunnen zetten. Dus helemaal de andere kant uit……..waar ga je nu de grens van het zonnestelsel leggen? Heel diffuus allemaal……..

 

2) Franky had gelezen dat Mars binnenkort weer het kortst bij de aarde zou staan. We waren verwonderd, want we wisten nog dat we op 27 augustus 2003 met z’n allen op de Gastelse Heide stonden om te genieten van de grootst mogelijke diameter van Mars. We zagen toen een “supergrote” Marsschijf met duidelijk herkenbaar de beide poolkappen. De afstand tot de aarde, toentertijd was 55.7 miljoen kilometer.  Met andere woorden: nu weer een super-dichte nadering, dat zou wel heel erg snel zijn. We deden wat opzoekwerk en kwamen uit dat Mars op 2 maart 2014 het kortst (in haar omloop) bij de aarde staat, maar de onderlinge afstand is dan nog steeds een slordige 92 miljoen kilometer. Ver weg van het record van 2003! Maar zoals altijd, er zijn steeds twee zijden aan een medaille: Je hebt een kortste nadering en je het een kortste nadering!. De ene is het absolute kortste punt wat de planeet ooit kan bereiken en de andere kortste nadering is als je de baangegevens van één jaar gaat bekijken! Dit laatste is wat Franky gedaan heeft!

 

3) De vraag van Gerard om het maandblaadje digitaal te kunnen ontvangen werd door het bestuur ontvangen met de teruggaande melding dat dit al besproken ins geweest in tijdens de bestuursvergaderingen. We blijven voorlopig nog printen.

 

4)Waarom draait Uranus retrograde? Wat is de reden van dit gedrag? Met deze vraag ontketende Job een debat dat onze secretaris het liefst in twee woorden zou willen verslaan: “Kosmisch Kansspel” – maar dat zou te gemakkelijk zijn (alhoewel, niet onterecht). Een poging tot verslaggeving betreffende deze vraag zo als volgt geformuleerd kunnen worden:  We weten dat een ster “geboren” word door de ineenstorting van een gas- en stofwolk. Deze wolk heeft een draaibeweging, dat is één! Onze ster is na instorting van de wolk gevormd en ze zal de restmaterie wegblazen door stralingsdruk. De restmaterie zal condenseren in klompen die de uitgang vormen voor de vorming van de individuen van het zonnestelsel, de planeten, de manen, kometen, asteroïden, en dergelijke. Ook op dit moment heeft alles een beweging, alles is dynamisch. De beweging die een condenserende wolk restmaterie heeft zal bepalen hoe het gevormde object zich zal gedragen in de toekomst, maar…….er zijn andere invloeden! We bespraken even de gevolgen van een botsing die een bewegingsrichting kan beïnvloeden, gravitatie kan een invloed hebben en nog andere variabelen zijn in het spel. Misschien had onze secretaris het niet mis met zijn “twee woorden-stelling”, het lijkt heel erg op een “kosmisch kansspel”! Job nam genoegen met deze antwoorden en hiermee was de ronde Open Agenda afgehandeld.

 

Franky gaf het signaal voor een korte pauze om dan terug het woord te geven aan Job en Lambert voor hun uiteenzetting:

 

Hoe stel ik mijn kijker af?

 

Omdat er tijdens de vorige bijeenkomsten het signaal gegeven werd dat er best wat meer aandacht mocht gaan naar het afstellen van de sterrenkijker en astrofotografie, besloten Job en lambert om één en ander inde vorm van een presentatie te verduidelijken. Lambert maakte een presentatie die, jammerlijk genoeg, door het crashen van zijn laptop heel moeizaam ging (met dank aan Microsoft).  Hoedanook, we hebben ons beholpen en namen genoegen met een heel slechte resolutie van het geprojecteerde beeld, het wegvallen van geluidsfragmenten en het meermaals opnieuw opstarten van de presentatie. Het verhaal in enkele zinnen:

Als je astrofotografie wil bedrijven is het heel voornaam dat je je kijker correct afstelt. Niet alleen de kijkerafstelling is belangrijk, ook de locatie waar je actief wil zijn. Ga op een heuveltop zitten als er sprake is van mist in de lagere gebieden. Niks zo vervelend als halverwege je sessie te moeten stoppen vanwege mistbanken! Dat is natuurlijk als je op move gaat. Werk je met een vaste opstelling zal dit minder meespelen.

 

Eenmaal aangekomen op je waarnemingsplek ga je een bepaald stappenplan doorlopen. Een stappenplan dat we middels beelden verduidelijkten. Allereerst lijn je je statief of zuil uit op het noorden. Doe dit zo goed mogelijk, wetende dat je nog steeds een kleine correctie kan doen met je azimut-knoppen. Van zodra je dit gedaan hebt ga je de montering en kijker opbouwen. We bespraken de verschillende aspecten van een opstelling: wat is een montering, waarvoor dienen de assen, hoe lijn je kijker-zoeker-volgkijker uit? Waarom is uitbalancering zo belangrijk en hoe balanceer je correct uit?

 

Eenmaal de kijker op het noorden uitgelijnd en gebalanceerd is kan het echte afstelwerk beginnen. Wanneer je visueel gaat werken en je gebruikt een kijker met een ruim beeldveld zal alles redelijk gemakkelijk gaan en kan je een bepaalde foutmarge toelaten. Met andere woorden, een ruwe pool-uitrichting zal voldoende zijn. Wil je echter gaan fotograferen en langere belichtingen toepassen of wil je gaan werken met de goto-functie bij redelijke vergrotingen, dan moet je zorgen voor een correcte pool-afstelling. We namen deze laatste stelling aan als zijnde nodig en vervolgden onze procedure met het hoofdstuk “Pool-afstelling”. We hadden dus een ruw uitgelijnde opstelling. Nu is het kwestie om het NCP (North Celestial Pole), het ware noorden te vinden. NCP is, zoals we allemaal weten NIET Polaris, maar een heel klein beetje daarnaast, richting Kochab, Kleine Beer. Om dit onzichtbare punt te pakken maken we gebruik van een poolzoeker. Een poolzoeker is een handig apparaatje dat met behulp van de locatie van Polaris ons in staat stelt om het NCP te centreren. We weten nu dat we enkele en alleen de azimutale adjusters en de poolhoogte-instelling mogen gebruiken om Polaris in het gemarkeerde cirkeltje te krijgen. Job liet nog even weten dat je door de kijker te roteren zodat de afbeeldingen van de Grote Beer en Cassiopeia in de poolzoeker overeenstemmen met de werkelijke stand aan de hemel, meteen je uuras correct zet. Even bijstellen zodat Polaris in het bolletje staat, dan even de kijker 180 graden roteren om de controleren of Polaris op de lijn blijft zitten en je bent klaar! Je hebt nu al twee van de drie belangrijke punten ingevuld! Je bent er bijna….

 

Oké, je kijker staat op een goede locatie, je kijker staat netjes uitgebalanceerd en correct uitgelijnd op het NCP en het is (hopelijk) helder geworden! Je zou nu aan de slag kunnen, maar….. het laatste belangrijke punt dient zich aan: scherpstelling! Niets belangrijk als optimaal scherpstellen. Je kan de voorgaande punten correct afgehandeld hebben, van zodra je genoegen neemt met een oppervlakkige scherpstelling zal teleurstelling je aandeel zijn bij de verwerking van de verkregen beelden. Hoe dit te voorkomen? Ook hier weer genoeg hulpmiddelen: je kan scherpstellen met een Batinov-masker. We toonden enkele beelden hoe dit in zijn werk gaat. Je kan ook testopnames maken en zo het ideale brandpunt zoeken, maar dat is een heel omslachtige bezigheid. Als je camera live-view ondersteund, maak daar dan gebruik van. Zoek in eerste instantie een heldere ster, zoals Betelgeuze, Wega, Arcturus of Capella. Zoom zo diep mogelijk in op je live-view en stel dan je focusseerinrichting af op zoek naar het scherpste beeld. Eenmaal je dat gevonden hebt zal je zien dat de schijf van die heldere ster geen punt is, want veel te groot en helder. Vergeet niet dat we om het brandpunt te vinden gebruik hebben gemaakt van een heldere ster. Dat vergemakkelijkt het bepalen van het brandpunt in eerste instantie. Nu is het belangrijk dat je de hele procedure herhaalt, maar dan met een zwakkere ster. Je zal zien dat bij afstelling je ster een fijner punt zal geven. Wil je helemaal tot het uiterste gaan, zoek dan een nog zwakkere ster (ga zo mogelijk een sterretje zoeken dat nog net zichtbaar is op je live-view) en je zal zien dat je kan gaan  focussen tot op wat wij “pin-point”-scherpte noemen. Let wel: dit is héél secuur scherpstellen, je doet dit bij voorkeur elektronisch! Manueel optimaal scherpstellen als het koud is is niet vanzelfsprekend, maar wel haalbaar, dus zeer de moeite waard om zo correct mogelijk te doen.

 

Voilà, je bent klaar!!!  Je hele opstelling is nu optimaal afgesteld om een nachtje te fotograferen. Let wel: blijf je afstelling respecteren, wat wil zeggen: ga niet tegen je statief schoppen, hanteer je kijker alsof je met iets heel delicaats bezig bent, hou je hele setup constant onder (voldoende) stroomspanning, hou de hele boel dauw-vrij (zelfs in de zomer). Qua scherpstelling kan nog gezegd dat je hier nu best vanaf blijft. Focus is focus! Ga je wisselen dan moet je de hele scherpstel-procedure herhalen. Ben je vergevorderd en heb je te maken met temperatuurschommelingen tijdens je sessie: bij elke temperatuurdaling (of stijging) van ca. 5° moet je je focus bijstellen.  Besteedt nog een beetje aandacht aan je ISO-waarde en je belichtingsduur en je bent vertrokken. Succes!

 

We hebben, ondanks de software-problemen die ons de ganse avond teisterden, een serie opnames getoond die gemaakt werden door een 8cm apo-tje, een 12 inch RC en een 12.5 inch RC. Boodschap was dat als je wil gaan fotograferen je helemaal geen “kanon” ter beschikking moet hebben. Beter nog, er zijn plenty objecten die je NIET kan fotograferen met een middelgrote tot grote kijker.  Enkele voorbeelden zijn de Orionnevel, Andromedanevel, Plejaden, Californianevel, Rosettenevel, Hartnevel, Lagunenevel…….al deze objecten passen niet meer in het beeldveld van de grotere RC’s en roepen om een kleinere kijker. Voordeel van een kleinere  kijker is dat eventuele fouten niet uitvergroot worden, het werkt iets meer relaxed en je krijgt indrukwekkende sterrenvelden op je afbeelding.   We eindigden de avond met een projectie van de beelden die Job maakte met zijn nieuwe kijker. We zagen schitterende groepen zonnevlekken en enkele opnames van de Orionnevel.  Het was 23.30u toen iedereen huiswaarts toog.

                                                                                                                                                                                                                                                         Lambert

 Verslag van de kijkavond

 

Helaas, ook deze keer wéér geen verslag van een buitenactiviteit. Wolken en mist, kortom een troosteloos weer en onze kijkers blijven weer op stal. Wat het een beetje droevig maakt,…….daags na onze geplande kijkavond was het kraakhelder! Tsja, we zijn dit gewoon, maar of we daar in berusten?  Ik denk het niet…..

 

 

Volgende keer beter?  Tot dan.

20:15 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.