30-06-13

Sterrenkunde in de oudheid.

Verslag van de vergadering 21 juni 2013

Op 21 juni, de langste dag van het jaar en het begin van de zomer, komen een groep Noorderkroner bijeen om de laatste studiebijeenkomst voor de zomerstop mee te maken. Een goed gevulde agenda: het traditionele welkomstwoordje door voorzitter Dirk (met nogmaals de verontschuldigingen voor de foute naamgeving, enkele edities geleden), de administrativa, de film van de uitstap van dit jaar en als hoofdthema “sterrenkunde in de oudheid” door voorzitter Dirk Schuurmans. Na bespreking van de administratieve punten werd de film opgestart. We genoten nogmaals van de uitstap, dankten de maker van de film, Michel Vandekerkhof, en  vroegen naar de mogelijkheden om een film te maken van alle hoogtepunten die Noorderkroon al op haar palmares heeft staan. Met andere woorden; een nieuw project. Michel en Jan gaan inventariseren wat mogelijk is.

 Open agenda: Een rondje open agenda leverde volgende punten op:

  • ·         Jan: Hoe werkt een H-α-filter?
  • ·         Tony: Hoe kan het zijn dat water al verdampt bij 20-30°C ?
  • ·         Job: Waarom lijken planetaire nevels (meestal) klein te zijn?
  • ·         Jan: Tijd staat stil op of voorbij de waarnemingshorizon van een zwart gat?

 Ons heel snelle antwoord op de initiële vraag “Wie kan een antwoord geven op de vraag hoe een H-α-filter werkt? ”luidde “Jo!!”, Want Jo is sinds enige tijd de trotse bezitter van een H-α-telescoop. Omdat Jan niet helemaal tevreden was met het “snelle” antwoord op deze vraag en omdat we wisten dat hij eigenlijk naar de werking van een dergelijk filter informeerde hebben we een beetje meer ons best gedaan. De beste uitleg die we (tot nu toe) konden geven was dat een H-α-filter enkel en alleen de specifieke H-α-lijn doorlaat in het optische systeem. Is er dan sprake van opwarming in het optisch systeem? Neen, omdat de eerste lens al een heel deel van het invallende licht reflecteert en niet naar binnen laat. Het licht dat door de eerste reflectieve filtering gaat zal dan nog verschillende stappen doorgaan om uiteindelijk enkel en alleen die specifieke golflengte in het brandpunt te brengen. Er is een heel kleine marge waarin gespeeld kan worden. Filamenten en granulen kunnen dan verscherpt in beeld gebracht worden. Hoe dit werkelijk in elkaar zit kan Jo ons beter uitleggen, we vermoeden een instelbare kanteling van het filter. We bespraken even de alternatieven, zoals een elektronisch zonnefilter en het populair wordende Herschel-filter.

 Tony refereerde naar de verdamping van water bij lagere temperaturen  (de waterhuishouding van onze planeet -neerslag). Tony weet nu dat water eigenlijk al verdampt bij temperaturen net boven 0°C. We mogen verdamping niet gelijkstellen bij het sterk visuele aspect van kokend water. Je ziet dan heel goed de gasvorm. Verdamping  bij lagere temperaturen is net zo goed verdamping en lucht heeft de eigenschap vocht op te nemen.

 De PN’s (Planetaire Nevels) zijn allen het resultaat van een nova. Een niet zo zware ster stoot in haar evolutie de buitenste atmosfeerlagen uit en creëert zo een “bel” van uitdijend gas. Dat is wat we zien en dat is wat we fotograferen. De kenners van PN’s weten dat en naast de grote jongens zoals de Ringnevel, de Helixnevel, de Halternevel (allemaal PN’s) een heleboel kleine, blauwe schijfjes met weinig detail te vinden zijn. We bekeken enkele zelfgemaakte opnames van dergelijke objecten en zagen meteen het verschil. Uitleg over dit fenomeen is in twee termen te vatten: afstand en tijdstip van evolutie. Met andere woorden; een dergelijke PN kan verder weg staan en nog maar relatief recent ontstaan zijn. De uitdijing van de “gasbel” zal uiteindelijk zorgen voor een grotere diameter (maar dan wel zwakker en ijler) en meer detail in uitzicht.

 De heftigste vraag van de avond kwam van Jan: staat de tijd stil op of net achter de waarnemingshorizon van een zwart gat? Indien Einstein gelijk heeft: ja, maar….. dan kan er dus geen zwart gat zijn? Een dilemma dat we als groep hebben opengebroken (doen ze in Amerika ook, dus waarom wij niet, hé?). We hebben ons gewaagd aan “out of the box-“ denken en dat is altijd verrassend. De gehele vraagstelling kwam neer op het issue “tijd” en die “tijd” is, zoals we pleegden te zeggen, best wel een beetje “tricky”. We hebben ons eens goed laten gaan met als resultaat dat we even ver staan als die lui in Amerika; we weten het niet!!!!  Was wel een leuke oefening! Na de pauze was het aan Dirk voor zijn uiteenzetting:

 

STERRENKUNDE IN DE OUDHEID

De astronomische wetenschap werd in die tijd niet (zoals nu) beoefend uit nieuwsgierigheid, of ter bevordering van de menselijke kennis, maar de studie van de hemel was een essentieel onderdeel van de theologische fundering van de vroege beschavingen.  Dan is er de belangrijkste vraag, waarom? Het meest voor de hand liggende antwoord is gevat in het feit dat de hemel een dynamisch en altijd bewegend geheel is. Door de voortdurend veranderende posities van de zon, de maan, planeten, sterren en andere objecten, begon de astronomie misschien als een natuurlijke bezienswaardigheid. Misschien werden na enkele generaties bepaalde patronen opgemerkt, en begon men mythische waarden toe te kennen aan bepaalde patronen. Astronomische gebeurtenissen, zon- en maansverduisteringen, komeetverschijningen..., werden in verband gebracht met aardse en menselijke zaken (voortekenen van onheil)

De Hemelschijf Van Nebra

Ze wordt wel de oudste representatie van de sterrenhemel genoemd. De bronzen schijf, ongeveer 30 cm in diameter, heeft gouden applicaties die de zon, maan en sterren verbeelden. In 1999gevonden door plunderaars op een archeologische site uit het bronzen tijdperk vlakbij het dorpje Nebra in oost Duitsland Pas drie jaar later kwam het object onder de aandacht van archeologen toen zij het probeerden te verkopen. Omdat er geen getuigen bij de opgravingen waren en het object in zo’n goede staat verkeerde was er aanvankelijk veel te doen omtrent de authenticiteit. Ook de betekenis en functie van het voorwerp riepen discussies op. Momenteel wordt algemeen aangenomen dat de schijf diende als seizoensklok. Gedateerd als zijnde uit 1600 voor onze jaartelling, brengt het ons terug in het bronzen tijdperk. In die tijd werd het gebied bevolkt door mensen waarvan hun cultuur niet bekend is. Alleen de talloze graven zijn als materiaal bewijs bewaard gebleven. Enig houvast biedt het ontwerp van de zwaarden en dolken die bij de schijf gevonden zijn. Dit wijst in de richting van de Balkan of het oude Griekenland, maar het volk wordt in oude bronnen aldaar niet benoemd.

In het gebied van de vondst zijn talloze graven gevonden uit dit tijdperk. Deze mensen leefden hier nog voor dat de Kelten arriveerden. Het agrarische tijdperk was al begonnen dus had men baat bij het timen van zaaien en oogsten. De Nebra schijf werd gevonden in een ringwal boven op de Mittelberg. Het is aannemelijk dat deze plek werd gebruikt als observatiepunt. Op de schijf lijken de sterren willekeurig geplaatst te zijn, behalve een cluster van 7 sterren die zijn geïdentificeerd als de plejaden zoals ze te zien waren 3600 jaar geleden. Daarnaast is de maan te zien in haar eerste kwartier. Een verklaring waarom de twee objecten op deze manier zijn afgebeeld vond men in de Mul-Apin collectie, een verzameling Babylonische documenten van 700 voor onze jaartelling, (kleitabletten) die de vroegste astronomische kennis bevat. Het Babylonische tijdperk loopt van ongeveer 1800 VC tot ± 600 VC, in een gebied tussen het huidige Bagdad tot de Perzische golf. Hierin staat beschreven dat er een 13de maan aan het jaar toegevoegd moest worden zodra de constellatie verschijnt zoals te zien is op de schijf. Op deze manier bleef de maankalender synchroon lopen met de seizoenen. De mensen uit Nebra wisten dit dus al 1000 jaar eerder. Een ander bekend fenomeen is dat deze samenstand vooraf gaat aan een maansverduistering. De “zon” op de Nebra schijf zou dan de volle maan verbeelden. Van origine zaten er aan beide zijden van de schijf gouden bogen, welke elk 82 graden van de cirkel omvatten. Precies de hoek waarover het punt van de opkomst en ondergang van de zon verschuift tussen de twee zonnewendes van de vindplaats. Hiermee lijkt bewezen dat de schijf verbonden is met dit gebied. Opmerkelijk is dat middels röntgenstralen is ontdekt dat onder de gouden boog die nog aanwezig is twee sterren verborgen zitten.

De bogen lijken er dus op een later tijdstip aan toegevoegd te zijn. Het kan een correctie betreffen, maar ook betekenen dat men de methode had ontdekt om een zonnekalender met de maankalender te synchroniseren. De korte boog op de schijf kan het “zonneschip” symboliseren. In die tijd werd er aangenomen dat de zon na zonsondergang per schip naar het oosten reisde om daar weer op te komen. Samen met de perforaties langs de rand van de schijf is ook deze functie op een later tijdstip aangebracht. Er wordt geopperd dat de kennis van de maankalender verloren ging, maar men wel aanvoelde dat het een belangrijk voorwerp betrof, en zodoende als cultuur object werd verheven. Met de vondst van de Nebra schijf is het duidelijk geworden dat de kennis van de hemelen in het bronzentijdperk al aardig geëvolueerd was en zich niet beperkte tot plekken zoals Stonehenge  maar over heel Europa verspreid.

Stonehenge

Er bestaan veel theorieën om het ontstaan en de betekenis van Stonehenge te verklaren, maar geen enkel geeft uitsluitsel. Stonehenge is en blijft één van de meest mysterieuze plaatsen op Aarde! Stonehenge werd in verschillende fasen gebouwd in een tijdspanne tussen ca. 3000 VC tot  ca. 1600 VC. De allereerste sporen dateren echter van ± 8000 jaar VC (gevonden onder de parkeerplaats nabij Stonehenge). Stonehenge evolueerde van een cirkelvormige verhoging van ± 110 m. met aan de rand een cirkel van palen en  een gracht er rond en diende in het begin waarschijnlijk als begraafplaats.

Rond 2600 VC werd begonnen met het plaatsen van de stenen die er nu nog staan. Uit onderzoek is gebleken dat deze stenen op één of andere manier over een afstand van ±240 km. Vervoerd werden, waarschijnlijk door gletsjers. Rond 2600 VC werd begonnen met het plaatsen van de stenen die er nu nog staan. Uit onderzoek is gebleken dat deze stenen op één of andere manier over een afstand van ±240 km. Vervoerd werden, waarschijnlijk door gletsjers. De plaatsing van de stenen wekt de indruk dat Stonehenge diende als kalender om de midzomer wende en de midwinter wende te bepalen. Toeval? De laatste opgravingen doen vermoeden dat Stonehenge vooral diende als kuuroord voor genezingen (er werden skeletten gevonden met lichamelijke aandoeningen, van mensen uit andere streken).

De restauratie van Stonehenge was verre van ideaal. Sommige stenen werden verplaatst, andere stenen werden in beton verankerd. Nog andere stenen werden gebruikt voor de aanleg van een weg. Bezoekers hebben op talrijke stenen eigen merktekens aangebracht. Fase 1 (ca. 3100 v.Chr.): Het eerste monument bestond uit een cirkelvormige verhoging met een gracht van 110 meter diameter in het open grasland. Er was een grote ingang in het noordoosten (zoals de huidige) en een kleinere in het zuiden. De bouwers plaatsten de beenderen van herten en runderen en een paar  vuurstenen  werktuigen in de bodem van de gracht. De beenderen waren veel ouder dan de geweien die gebruikt werden om de gracht te graven en de mensen die ze begroeven, hadden ze blijkbaar een hele tijd bewaard voor ze begraven werden. De kalk die uit de gracht gegraven werd, werd gebruikt om de verhoging te construeren. In de buitenste rand werden ook 56 putten gevonden waarin mogelijk palen zaten. Fase 2 (ca. 3000 v.Chr.): Zichtbaar bewijs van de tweede fase is er niet langer. Uit het aantal paalkuilen die uit deze periode stammen kon men opmaken dat er binnen de afsluiting een houten structuur gebouwd werd in het vroege derde millennium v.Chr. Meerdere staande palen werden geplaatst aan de noord-oost ingang en ook aan de zuidelijke ingang. De paalkuilen waren hier kleiner dan die van Stonehenge 1 (ong. 40 cm). De grotere kuilen van de vorige fase werden meer en meer als begraafplaats gebruikt. Ook de gracht werd als begraafplaats van assen na een crematie gebruikt. Minstens dertig verschillende crematies werden zo gevonden.  Hierdoor wordt Stonehenge meer en meer geïnterpreteerd als een crematie- en begraafplaats, de oudst bekende in het Verenigd Koninkrijk. Er werden ook fragmenten van onverbrande menselijke beenderen gevonden in de gracht. De gevonden potscherven in de onmiddellijke buurt droegen bij tot datering. Fase 3a (ca. 2600 v.Chr.): Opgravingen toonden aan dat rond 2600 v.Chr, bouwen met hout werd verlaten ten gunste van steen. In het centrum van de site werden gaten gevonden in de vorm van twee concentrische open cirkels. Dit zijn de zogenoemde Q en R-gaten. De gaten bevatten tot 80 staande stenen. Men dacht tot voor kort dat de stenen door mensen vanuit Wales tot op de bouwplaats werden gebracht. Volgens een nieuwere theorie zijn ze door gletsjers verplaatst. Andere staande stenen werden later gebruikt als liggende steen. De vier ton wegende stenen waren gehouwen uit gevlekte  doleriet  uit het  Ordovicium (485 tot 443 mil. J. gel.) maar er waren er ook van ryoliettufsteen  en kalkhoudende lavasteen. Elke steen was 2 meter hoog, 1 à 1,5 meter breed en ongeveer 80 cm dik. De steen die bekend geraakte als de Altaarsteen kwam uit South  Pembrokeshire  of  Brecon  Beacons en stond waarschijnlijk in het monument opgesteld als alleenstaande grote  monoliet. De noordoostelijke ingang werd in deze periode verbreed waardoor hij juist in de richting van de  midzomer  zonneopkomst en de midwinter zonsondergang kwam.

Ook werd de Hielsteen, een tertiaire zandsteen, waarschijnlijk in deze periode aan de noordoostelijke ingang geplaatst. Een precieze datering hiervan is niet mogelijk. Van deze periode dateert ook de Avenue, een paar parallel liggende grachten dat drie kilometer loopt vertrekkend vanuit de noordoostelijke ingang. In de volgende belangrijke fase van bouwactiviteiten aan het eind van het derde  millennium v.Chr. werden 30 enorme sarsen-stenen uit het  Oligoceen-Mioceen  naar de site gebracht. Bij het stapelen van de stenen werden  pen-en-gatverbindingen  toegepast. De horizontale stenen die bovenop lagen werden onderling verbonden door een  messing-en-groefverbinding, ook een klassieke houtbewerkingsverbinding. De stenen van 25 ton zwaar werden bewerkt met het duidelijke idee in gedachten van de open cirkel. De liggende stenen waren lichtjes gebogen. De staande stenen waren naar boven toe breder, om een effect van hoogte te versterken. De binnenkanten van de stenen werden fijner bewerkt dan de buitenkanten. Binnen de buitenste cirkel werden vijf  trilithons  geplaatst in de vorm van een hoefijzer, met het open einde in de richting van het noordoosten. Het waren gigantische stenen van 50 ton elk op dezelfde wijze met elkaar verbonden als die van de buitenste cirkel. Van de grootste trilithon staat er nog slechts één steen recht. Hij steekt 6 meter 70 boven de grond uit, 2 meter 40 is onder de grond.

De ingekerfde figuren van een "dolk" en 14 "bijlhoofden" werden gevonden op één van de sarsen-stenen. Nog meer bijlhoofden werden gevonden op 3 andere stenen. De afbeeldingen zijn morfologisch conform aan de wapens van de Bronstijd. Deze periode werd gedateerd aan de hand van  koolstofdatering  tussen 2600 en 2400 v.Chr. In de onmiddellijke nabijheid van de site werden 2 graven ontdekt die van een iets latere tijd dateren. 3 kilometer ten westen van  Amesbury  werd in 2002 de "Amesbury Archer" gevonden, in 2003 de "Boscombe Bowmen". De "Stonehenge Archer" werd in 1978 al ontdekt in de buitenste gracht van het monument. In deze periode werden, 2 kilometer van Stonehenge, een grote houten cirkel en een andere Avenue geconstrueerd op de siteDurrington  Walls. De positionering tegenover de zonsondergang en zonsopkomst op Midzomer- en Midwinterdag is tegenovergesteld als bij Stonehenge zodat het niet onwaarschijnlijk is dat er processies waren van de ene cirkel naar de andere op de kortste en de langste dag van het jaar. Het lijkt er op dat de cirkel in Durrington hierbij gold als een land van de levenden, waarbij Stonehenge het land van de dood was. Later in de  Bronstijd  werden de blauwe stenen voor de eerste keer opnieuw rechtgezet. Exacte gegevens ontbreken hierover nog steeds. De inkervingen tonen aan dat de stenen mogelijk deel werden van een voor een stuk uit hout opgetrokken structuur. Er werden blauwe stenen herschikt tot een ovalen structuur in het centrum. De altaarsteen werd mogelijk rechtop geplaatst. De nieuwere constructies waren minder grondig in de bodem verankerd waardoor sommige stenen in deze periode begonnen over te hellen. Na deze periode werden nog slechts kleine aanpassingen aan het monument gedaan. Kort daarna werd de noordoostelijke sectie van de cirkel uit de fase 3 V verwijderd waardoor de vorm van de centrale sarsens gespiegeld werd. Uit deze periode stamt ook  Seahenge  uit Norfolk. De periode waarin het monument voor het laatst gebruikt werd is de  IJzertijd. Binnen en buiten het monument werden Romeinse en middeleeuwse munten en artefacten opgegraven maar het is niet bekend of de site op dat moment nog een echte functie had.                                                                        

Verslag van de astro-dag 2013

Traditiegetrouw is onze laatste “veld”-werk-activiteit voor de zomerstop een Astrodag, zo ook dit jaar. Op zaterdag 8 juni was het verzamelen geblazen aan de sterrenwacht. Op het programma enkele zomerse activiteiten zoals zonnewaarnemingen, terrassen, babbelen over geschiedenis en sterrenkunde en …..

Sommige Noorderkroners waren al voor drie uur ter plaatse en installeerden hun kijkers om dan, heel gemoedelijk, achterover te gaan liggen in hun stoel of op terras met een frisse Grimbergen of kriek! Op het veld zagen we verschillende kijkers. Onze voorzitter had zelfs een dubbele opstelling, beide voorzien van zonnefilters.  Job installeerde de PlaneWave en Lambert de AT. Beide kijkers werden opgesteld in de schaduw, met de nadruk op het sterrenkijken, na het invallen van de duisternis. Tony had zijn C8 met Mylar-filter opgesteld en was al snel bezig met het waarnemen van de zon. De surprise van de dag was de Hα Lunt van Jo. Voor het eerst in de geschiedenis van Noorderkroon keken we Hα-beelden door apparatuur van onze eigen leden en wat een mooie kijker heeft Jo aangeschaft!  De PlaneWave en de AT bleven nog een tijdje werkloos omdat er gewacht moest worden op Polaris, zodat er goed afgesteld kon worden. Eenmaal dit gedaan kon het feest beginnen. Job ging volledig fotografisch werken, terwijl Lambert een gevarieerd programma hanteerde; visueel werken door de astrograaf (het mag ook wel eens andersom), fotograferen door de Triplet (testen wat de mogelijkheden zijn) en wide-field-fotografie met een 35mm f1.8 vanaf de contragewichten. Hoe was de nacht? Super winderig, redelijk helder en geen spatje vocht te bespeuren. We zagen weeral het ISS tweemaal overkomen, een gebeurtenis die wel vaker voorkomt als je de ganse nacht bezig bent. Wat viel ons op? Beide systemen hebben tot de morgen feilloos gewerkt, een performantie die aantoont dat we de kijkers volledig onder controle hebben! De resultaten van deze nacht? Een karrevracht aan beeldwerk dat( weer) beter is dan de vorige sessie. Onze leercurves zit goed en dat zal zich één dezer vertalen in langere volgopnames, hopelijk met contrastrijke achtergronden. Dan gaan we pas echt los! Ondertussen is het nog leren omgaan met guiden en dergelijke. Alles op z’n tijd. De Astrodag werd afgesloten om 04.30u , zondagochtend. Met een onweer op de achtergrond kroop de laatste deelnemer om 05.30u onder de lakens.

                                                                                                                                                                LBe

17:16 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.