05-05-13

Jaarlijkse uitstap Noorderkroon-Achel

Verslag van de Jaarlijkse uitstap 2013                                  

Zoals ieder jaar slaat Noorderkroon in April haar vleugels uit en verkent enkele astronomische en culturele hoogstandjes in België of omliggende landen. Het bestuur bespreekt elk jaar mogelijke reisdoelen, kies er ééntje uit en valt dan terug op de expertise van Jan Hermans om één en ander uit te werken en om te vormen in wat wij kennen als “onze jaarlijkse uitstap”. Onnodig te zeggen dat de organisatie van onze jaarlijkse uitstappen veel werk met zich mee brengen. Werk en uitvoeringen die, dank zij Jan Hermans, elk jaar perfect uitgevoerd kunnen worden. Heel terecht dat Jan elk jaar, wanneer de reis er bijna opzit, onze waardering en een applaus in ontvangst kan en mag nemen. Ook dit jaar maakt geen uitzondering op de lange reeks die Jan al neergezet heeft. Het was weer een topdag! Een kort verslag:

 20 april 2013, een stralende zon met in de vroege ochtend iets frissere temperaturen dan we zouden willen en een bus uit Lommel met chauffeur Piet achter het stuurwiel. Reisdoel: we trekken naar de Hoge Venen en gaan op bezoek in het Natuurcentrum Signal de Botrange, om dan na de lunch terug af te zakken naar de steenkoolmijn van Blegny.

 

We vertrokken om 08.00u, stipt op tijd, op het Michielsplein richting Hasselt om vandaaruit  te neus richting Luik te zetten. Van Luik naar de Hoge Venen is maar een habbekrats. We zaten twee uren in de bus en genoten van de landschappen, het ontluikende groen en geanimeerde  gesprekken. In het land van Herve viel het op dat er heel veel hoogstam-fruitbomen te zien waren. Helaas, de natuur liep twee weken achter. Was dat niet het geval geweest hadden we kunnen genieten van een heuse bloesemtocht. Herve, land van glooiende heuvels, fruitbomen en…..de gekende stinkkaas (volgens een bepaalde deelnemer hoort alles wat stinkt naar zweetvoeten in een kous te zitten en niet in een kaasdoosje J). De Hoge Venen, ieder van ons heeft deze wel eens of meerdere keren doorkruist, maar het blijft een aparte beleving. Schitterend mooie panorama’s en…oeps…donkere wolken. Naarmate we doorheen het gebied reden en Signal de Botrange, het hoogste punt (700m als je op het trapje gaat staan!) van België naderde, klaarde het weer uit. Gelukkig! 

 

In het natuurcentrum werden we verwelkomd en  in twee groepen verdeeld. Op het programma een film over het geologische aspect van de regio en de diversiteit van de verschillende habitats. Het werd vrij snel duidelijk dat het grensoverschrijdende park Hoge Venen-Eifel een uniek stuk natuur is in Europa. Elke geologische zone werd in detail besproken en middels prachtige beelden gedocumenteerd.   Als tweede deel op de agenda bezochten we de tentoonstelling  “FANIA”, een fonkelnieuwe expositie die opende op 23 maart 2013. Alle eigenschappen van de Hoge Venen kwamen aan bod en er waren werkelijk schitterend mooie diorama’s te bewonderen. De rode draad door de tentoonstelling is het houten knuppelpad of “caillebotis”, dat de meeste veenwandelaars wel kennen . Dit pad bracht ons doorheen de verschillende thema’s van de tentoonstelling. We maakten kennis met de beroemde korhanen – gekozen als embleem van het natuurpark – en hun uitbundig baltsgedrag. In de ontvangstruimte, onder het genot van een knapperend houtvuur, kon men nog genieten van een tentoonstelling “Dierenschilderingen op hout”, door Simonne Grandjean. Zeer aan te bevelen!  Na een korte lunch trokken we terug naar Piet, onze chauffeur, die ons via enkele opgelegde omleidingen veilig afzette op de parking van steenkoolmijn Blegny.

 

Blegny, gelegen tussen Luik en Maastricht kan je de mijn van Blegny vinden. Blegny-mijn is één van de vier authentieke steenkoolmijnen van Europa waar de ondergrondse gangen nog toegankelijk zijn voor het publiek. De ondergrondse galerijen, gelegen op 30 en 60 m diepte geven de bezoeker de kans om de extractie van de steenkolen zelf te ontdekken. De mijn van Blegny werd in 2012 erkend als wereldpatrimonium door UNESCO. Ook hier werden we opgesplitst in twee groepen. Twee groepen, twee gidsen. Onze gids? Een steengoede gids, afkomstig van Bocholt en momenteel woonachtig aan de Maaskant. Er was dus totaal geen sprake van een taalbarrière! We hebben intens genoten van zijn uitleg, humor en zijn visie op vreemdelingen was zeer uitgesproken! Ongetwijfeld een top-gids!

Voordat we de mijn effectief zouden betreden kregen we eerst een film te zien. De titel “La pierre qui brûle” gaf meteen duidelijk aan waar het over ging. Steenkool in al haar facetten!  We zagen hoe steenkool ontstond en hoe het ontgonnen werd In Blegny begon de exploitatie van de steenkool in de 15eeeuw, onder impuls van de monniken van de abdij van Val-Dieu. De steenkoolmijn van Argenteau-Trembleur, op het grondgebied van Blegny, was de laatste steenkoolconcessie in het Noorden van het Luikse Bekken. Tegen het einde van de film zagen we  hoe de verschillende Belgische mijnen één voor één gesloten werden onder druk van de aanvoer van de toen goedkopere fossiele brandstoffen zoals olie. Blegny-mijn werd als allerlaatste mijn gesloten op 31 maart 1980 en meteen open gesteld voor het publiek. De mijn had twee schachten voor de ventilatie van de galerijen, die hier tot 8 verdiepingen omlaag reikten, met een diepste punt van 530 m. Naast de mijn ligt de terril van Blegny waarop de steenresten gestort werden.

 Na de vertoning van de film mochten (moesten) we ons “verkleden” als kompels. We kregen allemaal een donkerblauw vest aan en werden voorzien van een blitse helm.  Eenmaal aangekleed mochten we aan de voet van de mijnschacht, waar de lift in het schachtblok te vinden is, een heel geanimeerde eerste uitleg van onze gids in ontvangst nemen. De toon was onmiddellijk gezet: hier staat een gids die, weliswaar niet in Blegny-mijn, maar in de Limburgse mijn van Eisden had gewerkt; een ervaringsdeskundige!  Uit zijn verhaal konden we opmaken dat Blegny-mijn eigenlijk maar een kleine mijn was. De hoeveelheid kolen lag beduidend lager dan die van de Limburgse mijn in Eisden. Nog even een verhaal over mijngas, de speciale Davylamp die de aanwezige mijngassen op een veilige manier kon detecteren en de later gebruikte kanaries en we waren klaar om de mijn effectief te betreden. We werden, net als de kompels vroeger, in een dubbele liftkooi gestouwd en met een aardig vaartje 30 meter diep de aarde in “gedropt”. Verbazend hoe snel dat gaat en dan nog…..in de grotere en diepere mijnen daalt de lift met een snelheid van ruim 70km/u. Omdat het balkdonker is merk je niet veel van de afdaling.

In 1970 had Blegny-mijn een capaciteit van 232.000 ton kolen en dit met een bezetting van 680 personen. Nu zijn het enkel de gids en de  toeristen die het grint in de ondergrondse gangen laten knerpen. Je doorloopt een galerij (een steengang) die je tot bij een echte steenkoollaag in exploitatie (het werkfront) brengt, waar je kennismaakt met de werktuigen van de mijnwerker. Je daalt af langs een parallelle trap, je steekt de werkplaats (de pijler) over en je ziet de sleufmachine, waarmee de steenkool werd losgemaakt, en de stutting (driedelig: stijlen en kappen), die moest verhinderen dat het plafond instortte. Tijdens onze wandeling door de gang kregen we om de zoveel meter heel duidelijke info van onze gids, geholpen door Sem (Sam?), onze jongste deelnemer. Heel leuk om de interactie tussen gids en jongste deelnemer te mogen genieten! Een aantoonbaar bewijs dat wij in onze groep, met stellige zekerheid, de beste gids hadden! In de gang op niveau -30m  kregen we een heleboel informatie; hoe werd een gang gemaakt en gestut? Waarom zit er los gesteente achter de schutplaten? Hoe zit het met de luchtvoorziening en hoe krijg je een zuurstofaanvoer in een zijschacht? Dat laatste werd effectief uitgevoerd terwijl wij er met onze neus boven hingen. Een persluchtventilator werd opgestart en al gierend joeg deze de lucht in de nieuwe zijschacht. Een oorverdovende herrie, en dat was dan alleen nog maar de zuurstofvoorziening! We kregen info over de in- en uitstroom van gemigreerde arbeiders. Welke nationaliteiten kwamen en gingen en waarom?  Nadat we alles op niveau -30 m gezien hadden daalden we via een verraderlijk schuine trap af naar niveau -60m. Onderweg zagen we hoe de kompels hun werk moesten doen, heel beklijvend. En dan was er nog het verhaal van temperatuur en luchtvochtigheid op bepaalde diepte. Kompels die op grote diepte, bij een temperatuur van bijna 40° en 100% luchtvochtigheid werkten, hadden de keuze: ofwel hielden ze hun klederen aan en stonden in geen tijd klets- en kletsnat met verwondingen in de huidplooien als uiteindelijk gevolg of  ze ontkleedden zich volledig zodat hun kleding op het einde van hun shift nog droog waren en werkten volledig naakt. ’t Zijn maar weetjes, hé dames? Paarden die in de mijn werkten? We weten  nu dat die beesten onder aan de lift gehangen werden om ze naar beneden te krijgen en dat een paard, eenmaal beneden, ook effectief beneden bleef tot het geen dienst meer kon doen. Een paard, werkend in de mijn, was gedoemd tot blindheid. Men trok een lederen kap over hun kop om verwondingen te voorkomen. Eén paard trok 7 wagentjes van 300 kg. De latere diesellocomotieven die na de paarden ingezet werden trokken een veelvoud van deze waarde. Onze gids wist te vertellen dat wanneer een diesellocomotief aankwam, de uitlaatwalm voor de locomotief uit de mijnwerkers bereikte en dat een kwartier daarna pas de locomotief toekwam. Het was dan nog een hele poos wachten totdat de volledige combinatie gepasseerd was.

 Op het niveau –60 van de voetgalerij keer je terug naar de put N°1 langs een galerij waar je de machines voor het transport van de steenkolen kan zien, evenals een boormachine om een steengang doorheen de lagen aan te boren. Onze gids liet deze boormachine eens draaien om ons een gevoel van “werkgeluid” te geven. Een oorverdovende herrie, en dat was dan nog maar enkel deze ene machine! Op het einde van de gang kwamen we weer aan bij de lift die ons in “no time” terug naar het daglicht en de warmte van de dag  bracht. Op 12 meter boven de grond kwamen we aan in de wasinstallatie met de losvloer, waar de kolenwagentjes vol steenkolen en stenen aankwamen, en in het verlengde daarvan de sorteer- en wasinstallatie, waar de steenkolen werden gescheiden van de stenen. We zagen dat er veel handwerk aan te pas kwam bij het uitsorteren en vernamen dat hier voornamelijk vrouwen en arbeidsongeschikten aan het werk gezet werden. Onze gids gaf ons mee welke de verschillen waren tussen de Luikse steenkolen en de Limburgse. Alles had te maken met de kwaliteit en uiteindelijk met de prijs die op het einde van de rit betaald moest worden. In de vertrekhal, waar de kolen geladen werden voor transport genoten we van een audio-visueel eerbetoon aan de kompels van weleer en kregen nog éénmaal de boodschap mee dat de vreemdelingen die in de jaren 70 naar hier gehaald werden hard, heel hard moesten werken voor hun kost. Blegny was een “geen kolen-geen geld-mijn”. Geen plaats voor gelanterfanter of dergelijke. Men werd betaald volgens het volume dat persoonlijk gedolven was. Het waren zeker niet de Belgen die de kolen naar boven haalde. Met deze boodschap bedankte onze gids ons voor ons bezoek en de getoonde interesse. Hebben we nu het echte mijnleven leren kennen? Neen……om die ervaring op te kunnen doen hebben we “iets” gemist. Dat” iets” is de gezamenlijke combinatie van een aardedonkere tunnel, enkel verlicht door de lampjes van de mijnwerkers, het  stof  dat volgens onze gids zo compact is dat je slechts de contouren van iemand die vlak naast je staat kan herkennen, de gecombineerde herrie van alle machines die tegelijkertijd hun werk doen en dan ook nog een dosis hard labeur: dat is een steenkoolmijn!!!

 Bij het verlaten van de mijnsite namen we even de tijd voor de traditionele groepsfoto en togen toen huiswaarts. Jan had geregeld dat we een tussenstop maakten  in Herstal om in de Lunchgarden  de inwendige mens wat aan te sterken. Om 19.00u verzamelden  we voor de laatste maal aan de bus en reden huiswaarts. De reis verliep voorspoedig. Jan nam nog even de gelegenheid om Berke te huldigen voor zijn 10 jaren verdienstelijkheid als voorzitter van Noorderkroon. Onze nieuwe voorzitter, Paul, overhandigde in naam van alle Noorderkroners een presentje aan Berke. Bijna toegekomen in Achel was het aan onze nieuwe voorzitter om een dankwoord te richten aan Jan, die deze reis weer tot in de puntjes had uitgestippeld  en voor het vlekkeloos verloop van deze uitstap. Jan, nogmaals onze dank voor deze leerrijke, mooie dag!

 

                                                                                                                                                                            Lambert

Verslag van de kijkavond

 We zijn het er allemaal over eens; het weer is ons de laatste maanden niet welgezind en dat reflecteert zich in de kijkavonden die we op onze agenda geplaatst hadden. Ook de kijkavond van 5 april was niet veel beter. Zware bewolking was de reden waarom we niet op post waren. We blijven hopen op betere tijden…..☼

 

 Kwartaalagenda:

Mei 2013

 

Studiebijeenkomst:   24 mei 2013; 20.15u  Michielshof

Onderwerp: 8e verbroedering Noorderkroon-Aquila  Zaal 202

Onderwerp:  beide agenda’s zijn nog niet bekend gemaakt.

 Kijkavond:  Deepsky-objecten bekijken

Wanneer:     3 mei 2013; aanvang 21.00u aan de sterrenwacht

Kijker te gebruiken:    zoveel als mogelijk                                             

 

Juni  2013.             

Studiebijeenkomst:     21 juni  2013; 20.15u Michielshof

Onderwerp : sterrenkunde in de oudheid (Dirk)

Kijkavond :  Astrodag  met rand-activiteiten

Zonwaarneming gevolgd door presentatie en kijkavond

Wanneer:  zaterdag 8 juni 2013;: aanvang om  16u aan de sterrenwacht

Kijkers te gebruiken:  zoveel als mogelijk

 

Extra activiteiten tijdens zomerstop:

 

Juli 2013: VVS- ZON-dag op  7 juli 2013   (is een zondag) . aanvang 15.00u aan de sterrenwacht

18:53 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

De commentaren zijn gesloten.