05-02-13

Verslag van de vergadering 25 januari 2013

Het nieuwe Michielshof zat afgeladen vol. Goed dat we onze zaalreserveringen op zak hadden, zodat we verzekerd waren van een zaal. Vanaf nu resideren we in zaal 202, op de eerste verdieping. Een mooie ruime zaal en dat was nodig.  Na wat over en weer “getaffel” met stoelen en items die door de mensen van het NICO waren achtergelaten konden we tegen 20.30u officieel van start gaan met onze bijeenkomst. Na het opnemen van de drank kon onze voorzitter de aanwezigen welkom heten en het startschot geven voor de avond.  Na enkele administratieve mededelingen inventariseerden we de vragen onder de rubriek “Open agenda” met als resultaat volgende onderwerpen:

  Open agenda onderwerpen:

  • ·         Franky: Plejaden en Zuidelijke Plejaden  en DVD Noorderkroon
  • ·         Fons: Terugkomend item “Vloeibare aarde”
  • ·         Dirk: Dubbelstersysteem en planeten?
  • ·         Lambert: Kreuz kometen en puinring rond Vega?
  • ·         Jan: Sterren fonkelen, maar planeten nooit, waarom?

 

  1. 1.       Franky had iets gelezen over de Zuidelijke Plejaden en vroeg zich af of dit gerelateerd was aan onze Plejaden, M45 in Taurus, de Stier. Het antwoord is neen. We spreken over twee grote open sterrenhopen, één in het Noordelijk halfrond en één in het Zuidelijke halfrond. De enige relatie die beide open sterrenhopen hebben is dat ze allebei groot zijn, jonge hete sterren hebben en relatief dichtbij staan. M45 is ons goed bekend, want zichtbaar met het blote oog. De Zuidelijke Plejaden kan je vinden onder nummer IC 2602 in de Index-Catalogue en in het sterrenbeeld Carina (De Kiel). De ouderdom van de sterren ca. 30 miljoen jaren en de afstand is 500 lichtjaren (M45 staat op 450 lichtjaren). Beide open sterrenhopen hebben een bepaalde neveligheid om zich heen, maar er is een verschil. Lambert wist te vertellen dat M45, onze Plejaden zich hullen in reflectienevels (zenden licht uit door de UV-stralen van de jonge hete sterren), maar dat die nevels, in tegenstelling van wat men vroeger dacht te weten, niet afkomstig zijn van de vormingswolk. De sterren van M45 razen door een gebied waar stof en gas  aanwezig is en de straling van de hete sterren maakt de nevels zichtbaar. Het beste bewijs van deze conclusie kan je zien aan de bewegingsvormen  (flows)van de Merope-nevel. Die is heel anders dan je zou verwachten moesten het ster-eigen nevels zijn. We bespraken ook nog even het verschil tussen reflectienevels, absorptie- en emissienevels.

 

  1. 2.       We kwamen terug op de vraagstelling van Fons: “Vloeibare aarde tijdens een aardbeving. Sommige van onze mensen hadden research gedaan naar dit topic en kwamen uit dat de term “vloeibare aarde” vooral geïnterpreteerd moet worden als  beeldspraak! Bij een aardbeving komen trillingen in de vorm van schokgolven. De longitudinale schokgolven vertrekken vanuit het hypocenter van de aardbeving. Het epicenter van een beving is het punt op het aardoppervlak, recht boven het hypocenter, het eigenlijke beginpunt van een aardbeving. Het zijn de golven die vanuit dit punt vertrekken die zich voortplanten doorheen de aarde en die zich manifesteren als golvingen aan het aardoppervlak. Dat is wat we zien en we ervaren deze golven, zeker als ze heel kort op elkaar liggen, als het golven van een wateroppervlak. De link naar “vloeibare” aarde is dan snel gemaakt. Fons was tevreden met dit antwoord en was al blij dat hij niet met een kluitje in het riet gestuurd was……of zoiets?

 

  1. 3.       Dirk verwonderde zich over het feit dat er tegenwoordig nogal wat exotische dingen ontdekt werden. Ééntje daarvan was een dubbelsterren-systeem MET planeten.  Vroeger (daar gaan we weer!) dacht men dat enkelvoudige sterrensystemen een planeet-huishouding kon onderhouden. Tegenwoordig, dank zij nieuwere en gesofistikeerde technieken zien we allerlei “gekke” dingen. We ontdekken planeten in dubbel, zelfs meervoudige sterrensystemen. Lambert wist zelfs te vertellen dat er al een planeet ontdekt is in een bolhoop (en dat is al helemaal contradictorisch met onze “oude” kennis !). Onnodig te zeggen dat planeten in een dubbel- of meervoudig sterrensysteem zwaar op hun donder krijgen. Er zullen enorme getijdenwerkingen optreden die de plaatselijke planeten kneden in een ongekende manier. De mate van instabiliteit ter plaatse zal moeilijk in te schatten zijn.

 

  1. 4.       In aanloop naar de grote kometen, dit jaar, lanceerde Lambert de vraag “wat is een Kreuz-komeet?”. Het simpele antwoord op deze vraag is: Een Kreuz-komeet is een volwaardige komeet, maar oorspronkelijk een  restant van een eerder gefragmenteerde komeet. Even op een rijtje zetten: stel je voor dat een komeet heel kort achter de zon door zal gaan (een zonnescheerder). Is de afstand tot de zon te klein en de getijdenwerking te groot, dan kunnen er twee dingen gebeuren: de komeet kan op de zon storten en we zijn hem voor altijd kwijt of de komeet fragmenteert en de afzonderlijke brokstukken vervolgen elk hun baan. Op deze manier krijgen we meerdere nieuwe kometen. Elk restant van een gefragmenteerde komeet die de passage om de zon doorstaat zal door het leven gaan als een Kreuz-komeet. Belangrijke informatie liet Lambert weten, want, in het kader van Panstarrs en ISON, beloofde hij  in het voorjaar een voordracht hieraan te willen besteden.

 

  1. 5.       “Puinring rond Vega” las lambert de afgelopen weken in de vakliteratuur. De vraagstelling: is dit een overschot van het stervormingsproces of hebben we hier te maken met ingevangen of gefragmenteerd object. Jan wist de oplossing: “We gaan even kijken of er condensatie in het spel is en dan weten we dat het restmateriaal is!”. Recente Amerikaanse berichten hebben het niet over stofringen, maar over puinringen. Men vermoedt in deze ringen nog niet ontdekte planeten.

 

  1. 6.       “Waarom fonkelende sterren wel en planeten niet?”, dat was de vraag die Jan op ons losliet.   Sterren fonkelen door beweging van de lucht, dat wisten we meteen te melden. Een onrustige atmosfeer (huiver) maakt dat de lichtstralen al golvend tot ons komen. Het licht van een ster, een puntbron, maakt een heel kleine hoek en wat er ook gebeurd, bij luchtonrust zullen we geconfronteerd worden met fonkelen. Like it or not! Planeten zijn schijfvormig, het licht dat we van hen zien maakt een grotere hoek. De hoek van interferentie maken dat we planeten niet zien fonkelen (oef, gelukkig!).

 Na deze geanimeerde uiteenzettingen was het tijd om de glazen nog eens te vullen en het woord aan onze voorzitter te geven voor zijn uiteenzetting:

Curiosity

Dirk begon zijn presentatie met het openingsscherm “Mars Science Laboratory”. Curiosity, het thema van de avond is slechts één onderdeel van deze missie. Het Mars Science Laboratory (MSL) is een rover (onbemande verkenner) die onderzoek doet op Mars. Meestal wordt de naam Curiosity gebruikt. De Curiosity gaat bodemmonsters analyseren op het mogelijke voorkomen van leven in het verleden. De landingsplaats is uitgekozen op basis van recente satellietfoto's die in die omgeving sporen van water laten zien. Het voertuig is ongeveer drie keer zo groot als de twee Mars Exploration Rovers die in 2004 elk een succesvolle missie uitvoerden.

 De lancering was oorspronkelijk gepland in oktober 2009. Wegens diverse problemen bij de ontwikkeling werd de lancering uitgesteld. De lancering vond plaats op 26 november 2011 vanaf het Cape Canaveral Air Force Station in Florida. De Mars Science Laboratory-missie heeft vier wetenschappelijke doelstellingen:

  1. 1.       vaststellen of er ooit leven mogelijk was op Mars
  2. 2.       het klimaat op Mars bestuderen
  3. 3.       de geologie op Mars bestuderen
  4. 4.       een bemande missie naar Mars voorbereiden

 Om deze doelen te bereiken, heeft hetMars Science Laboratory zes kleinere doelen:

  1. 1.       de mineralogische samenstelling van geologische materialen op het oppervlak en nabij het oppervlak van Mars bepalen
  2. 2.       proberen de chemische bouwstenen voor leven te vinden
  3. 3.       de processen die de rotsen en de grond hebben gevormd onderzoeken
  4. 4.       een tijdlijn (4 miljard jaar lang) opstellen van de evolutie van de atmosfeer op Mars
  5. 5.       de aanwezigheid, verspreiding en cyclussen van water en CO2 bepalen
  6. 6.       het brede spectrum van oppervlaktestraling bepalen

 Om tot bij Mars te komen moest men rekening houden met een lanceervenster. Dirk verduidelijkte dit middels een slide met baangegevens. De MSL-verkenner werd naar Mars vervoerd met behulp van een Atlas V 541-raket. Dit type raket werd eerder onder meer gebruikt voor de Mars Reconnaissance Orbiter en bestaat uit een mechanisch deel (het ruimtevaartuig) en het eigenlijke laboratorium, Curiosity. Op 6 augustus 2012 rond 7.30 uur Midden-Europese Tijd landde Curiosity op Mars. De landingsplaats was gekozen in de contouren van een rivierbedding, op een plaats waar deze zich verbreedt. Verder was de landingsplaats in de buurt van een vulkaan gekozen, omdat daar de kans om sporen van leven te vinden het grootst wordt geacht.

 Na deze inleiding en de doelstellingen van de missie bekeken we zeer uitvoerig de onderdelen van Curiosity. Dirk presenteerde beelden van elk onderdeel en besprak de functies daarvan. Curiosity is van het formaat kleine gezinswagen, weegt 899 kg,  heeft zes wielen, een robotarm en camera's die op manshoogte geïnstalleerd zijn.  Inwendig een volledig laboratorium om analyse zelfstandig te kunnen uitvoeren. Curiosity kan zich, langzaam, 5 tot 20 kilometer van zijn landingsplaats verwijderen. Het is de bedoeling dat het minimaal een Mars-jaar (687 dagen) in bedrijf blijft.

De landing, een prachtstaaltje van engineering,  vond plaats door allereerst af te remmen in de atmosfeer, daarbij werd een hitteschild gebruikt. Daarna werd een parachute ingezet die ook bij de nog supersonische snelheid functioneerde. In de laatste etappe van de landing werd een zogenaamde sky-crane (luchthijskraan) ingezet; een platform dat langzaam dichter bij de oppervlak van Mars kwam en zich in de lucht hield met behulp van vier kleine raketten. De verkenner werd vervolgens aan kabels van 7½ meter langzaam neergelaten. Toen de verkenner op de grond van Mars stond, vloog de sky-crane weer weg. De complexe landingsprocedure was nodig omdat de verkenner te zwaar is om alleen met parachutes of met airbags te laten landen. Als energiebron is een thermo-elektrische radio-isotopengenerator ( isotoop plutonium 238) geïnstalleerd in plaats van de weersafhankelijke zonnecellen van de Mars-rovers. Plutonium is instabiel en vervalt spontaan in lichtere elementen. Bij dit verval komen straling en warmte vrij. Deze warmte wordt door middel van het Seebeck-effect gebruikt om elektriciteit op te wekken. Vooral deep space-missies maken van deze energiebron gebruik, omdat op grote afstand van de zon zonnepanelen weinig energie kunnen opwekken en hun nut verliezen. Men had al een les geleerd met de door Mars-stof bedekte zonnepanelen van de eerdere Spirit Rover.

We zagen verschillende films over de lancering, animaties van bodemonderzoek, hoe Curiosity  rotsen onderzocht met z’n krachtige laserstraal en hoe het gelaserde of geboorde materiaal geanalyseerd werd. Heel informatief en op een duidelijke manier gevisualiseerd! Alle onderstaande elementen van de rover (zo noemen we een dergelijk rijdend laboratorium) werden uitvoerig besproken en in detail bekeken.  We kregen zelfs commentaren van de missie-specialisten. Hoe juist kan informatie zijn? Dirk eindigde zijn presentatie met een futuristische blik op wat Marsonderzoek zou kunnen zijn of worden.  Na de uiteenzetting was er nog even ruimte om een nabespreking te houden en stilaan tegen middernacht werd de bijeenkomst ontbonden.. Bedankt Dirk voor deze informatieve en visuele presentatie!

Verslag van de kijkavond 11 januari 2013

 Eindelijk, na weken, zeg maar maanden, kregen we van de weersvoorspellers het licht op groen. Groen, want na een zeer lange periode van regen, bewolking, mist en dergelijke, zou de bewolking openbreken en de sterren terug zichtbaar worden. Weg met het chagrijn van het slechte weer en het te lange wachten en vol goede moed de auto volgeladen om er een lap op te geven. De weersvoorspellers waren een beetje euforisch, we kregen een 10/10 wat betreft kijkcondities.

 Paul was als eerste aanwezig op de sterrenwacht en hielp Job met het opstellen van de PlaneWave. Lambert arriveerde als tweede, gevolgd door onze voorzitter en Tony. Resultaat: drie kijkers in het veld en de Skywatcher onder de koepel. We konden er aan beginnen. Eerste punt dat opviel was dat het afstellen van de kijkers moeizaam ging omdat er weinig afstelpunten voorhanden waren in de duisternis en dat na een lange onderbreking alle stappen van opbouwen en afstellen wat trager gingen. Rust roest, dus ook in de sterrenkunde! Naarmate de avond vorderde kwamen meer en meer Noorderkroners het waarnemingsveld verkennen en werd het, ondanks de koude, een gezellige boel. Jupiter kon op veel bijval rekenen; de equatoriale banden van de planeet kwamen heel mooi in beeld en het spel van de manen  Ganymedes, Europa en Callisto boeide elke waarnemer. Io kwam iets na 20.15u achter Jupiter uit en daarmee zagen we vier maantjes op een rij; twee aan de linkse kant, twee aan de rechtse kant.

Rond middernacht gingen alle lichten uit (behalve de lintverlichting) en de seeing verbeterde deels. Jammer was dat we geen open hemel hadden. Doorheen de nacht bleven wolken ons zicht vertroebelen en kregen we meer en meer de indruk dat er toch nog een hele boel vocht in de lucht hing. Het beeld in de kijkers bevestigden onze vermoedens; er was zo goed als geen contrast wat maakte dat de zwakkere objecten behoorlijk moeilijk waar te nemen waren. Job merkte meermaals op dat elke opname die hij maakte verdronk in de rode strooilicht-gloed. Hoedanook, we genoten van sprankelende beelden, we keken door NGC 2158 (de begeleider van opensterrenhoop M35 in de Tweeling. We wierpen een (moeizame) blik op de Paardekopnevel, Job maakte een schitterende opname van de Krabnevel en we bekeken tal van andere objecten. Rond 02.00u kwam Fons de nog aanwezige Noorderkroners een hart onder de riem steken en middels een “drupke” de inwendige temperatuur een beetje opdrijven. Dat het echt koud was viel op toen we alles gingen afbouwen: alles begon dicht te vriezen door de hoge luchtvochtigheid en zat onder het ijs. Het zou weer een hele klus worden om daags nadien alles terug droog te krijgen. Nog snel even de batterij van Fons zijn auto reanimeren en toen konden de laatste deelnemers huiswaarts keren. We hadden gehoopt door te kunnen werken tot aan de ochtendschemering, maar hebben het niet gered. De elementen waren tegen ons.  Maar kom…. we hebben ons ding weer kunnen doen! Sommige zaken werden geëvalueerd en aangepast, andere zaken genoteerd ter verandering.  We gaan er zeker sterker uit komen en hopen dat we tijdens de eerstvolgende kijkavond meer stabiliteit in de weersomstandigheden zullen hebben. De eerste kijkavond van 2013?  Een mooie binnenkomer! De tweede……komt eraan!!!!  Tot dan!

                                                                                                                                                                                            LBe

22:18 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |