27-06-11

Sterrenstelsels

Omdat we nogal wat reizigers onder ons midden hadden die net terug waren hebben we de open agenda even opzij geschoven en deze mensen hun relaas laten doen.

Paul Rackels beet de spits af. Tijdens zijn verblijf in Zuid-Spanje liet hij, via SMS, Lambert weten een excursie te willen maken naar het Duits-Spaans Astronomische Centrum te Calar Alto, gelegen in de Sierra de Los Filabres, Andalucia, ten noorden van Almeria Het is een samenwerking van het Maw-Planck Instiyuut te Heidelberg (De) en het Instituto de Astrofisica de Andalucia (SP) in Granada, Spanje. Caltar Alto beschikt over drie telescopen, openingen van 1.22m , 2.2m en 3.5m. De grootste kijker doet op dit moment baanbrekend onderzoek naar sterrenstelsels onder de projectnaam CALIFA. Het onderzoek zal een tijdspanne van drie jaren beslaan. Paul beschreef de omgeving, wist dat er in de buurt van de sterrenwachten twee hotels te vinden zijn en dat je best een bezoek op voorhand tot in de detail regelt. De sterrenwachten zijn op een berg gelegen en de toegang is vrij steil. Aan de zuidelijke kant van het gebergte, wist Paul, kan je niet minder dan 2000 plantensoorten vinden. Spectaculaire ravijnen en canyons voor de liefhebbers. Het klimaat ter plaatste kent enorm veel zonnedagen per jaar, maar…..ongelukkigerwijs was het barslacht weer tijdens de periode die Paul uitkoos voor een bezoek. Niettemin, we dankten Paul voor zijn inbreng en toelichting.

Onze tweede globetrotter van de avond van Gerard Verschaeren. Gerard heeft net een cruise achter de rug. De rit (of noemen we dat de vaart?) bracht hem van Miami naar Tenerife.  Gerard had wel geluk: hij maakte een regeling met de kapitein en mocht ’s nacht op de voorplecht verblijven (op z’n Titanic’s) om zich daar ongehinderd door enige vorm van storende lichtbronnen te wijden aan een diepgaand onderzoek van het hemelgewelf. Gerard vond op de voorplecht een overweldigend aanbod aan sterren. Zoveel en zo helder dat het identificeren welhaast een onmogelijke opdracht werd. Gerard greep terug naar de bekende sterrenbeelden en vertrok van de Grote Beer op zoek naar de andere sterrenbeelden. Orion werd ook redelijk snel gevonden. Het feit dat de sterrenbeelden gekanteld lagen maakte de zoektocht niet gemakkelijker. Fotograferen, op een varend schip (wat is het verschil tussen een schip en een boot?) en dan ook nog zonder een statief was een onbegonnen werk. Gerard betreurde het feit dat hij de camera nog niet helemaal kende. Aan de ene kant; langere belichtingstijden vanaf een niet stilstaand object maken astrofotografie zo goed als onmogelijk. Aan de andere kant: de pretlichtjes in Gerard’s ogen lieten ons wel verstaan dat hij toch genoten heeft van de ervaring en dat is waar het om gaat!

De titel van derde globetrotter van de avond viel te beurt aan Job Beeren. Zoals eerder gemeld: Job is terug in het land en bracht een verslag van zijn astronomische ervaring in de Verenigde Emiraten. Het werd een relaas vol van zand, stof en strooilicht en heersende temperaturen van rond de 60°C.. Zand, omwille van de nabijheid van de woestijn, stof als gevolg van verschillende zandstormen die hun locatie teisterde en tenslotte strooilicht van het nabije Dubai. We weten allemaal hoe funest stof en storende lichtbronnen zich optellen! De waarnemingen die Job terplekke kon maken beperkten zich tot het waarnemen van Saturnus en de maan. Veel sterren waren niet zichtbaar vanwege de overdaad aan storende elementen, zoals hierboven beschreven. Extra bescherming van camera en andere toestellen is geen overbodige luxe in deze omstandigheden. Job liet weten een bezoek gebracht te hebben aan de Burj Khalifa, een wolkenkrabber in de stad Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten, en momenteel het hoogste gebouw ter wereld met een hoogte van 828 meter. Het gebouw werd met groots vuurwerk geopend op 4 januari2010.Tijdens de bouw stond de toren bekend onder de naam Burj Dubai, letterlijk: Toren van Dubai), maar enkele uren voor de opening werd de toren herdoopt tot Burj Khalifa, een verwijzing naar Khalifa bin Zayed Al Nahayan, president van de Verenigde Arabische Emiraten en emir van het naburige Abu Dhabi. Job wist, want op de toren geweest,  dat je van de effecten van de wind op de toren niets merkt.

Een vierde item op onze agenda werd gebracht door Dirk Schuurmans. In deze tijden van elektronische geweld, meer specifiek de lasers die we gebruiken voor het afstellen van onze kijkers, dacht Dirk: “wat zou het effect zijn als ik de laser van een waterpas eens zou ombouwen naar een pionter?” en knutselde een “home-made” laserpen. Kan deze ook gebruikt worden om sterren aan te wijzen? Neen, een dergelijke laser geeft enkel een punt en geen straal. We lieten onze gedachten gaan over verschillende typen van lasers, waarom een rode laser een punt geeft en een groene een straal. Dirk dacht aan de golflengte. Job kijkt dit voor ons na en zal eerstvolgende keer uitleg verschaffen. Alle sprekers werden bedankt voor hun actieve bijdrage en toelichting en het woord werd gegeven aan Lambert voor zijn bijdrage van de avond:  De uiteenzetting begon metaforisch met het vergelijken van huizen en sterren. Eén enkele ster, één enkel huis. Meerdere sterren (sterrenhoop) en meerdere huizen, we hebben een straat. Onze Melkweg, een “straat” van sterren verlicht onze nachtelijke hemel. Het ene seizoen een beetje markanter dan het andere. Een heleboel “straten”, kort op elkaar en je hebt al snel een metropool, een gecomprimeerde wereld van licht en beweging. Een sterrenstelsel, een metropool van sterren. Laat de Melkweg achter je en “steden van ontelbare sterren” worden zichtbaar. We kennen deze objecten als….

sterrenstelsels.

Big Bang, T+100s. : het heelal koelt verder af en er kunnen zich heliumkernen vormen.  

T+300.000 jaar: het heelal is zó ver afgekoeld dat de elektronen aan atomen worden gebonden. Licht kan nu dus ongehinderd door de atomen heen beginnen bewegen. Voorheen was alles donker.

T+1 miljard jaar: rond deze periode moeten de eerste melkwegstelsels zijn ontstaan uit kleine “foutjes” in het heelal. Deze fouten kunnen bijvoorbeeld kleine temperatuurverschillen zijn of minuscule zwarte gaten die ontstaan zijn bij de oerknal.

T+13,7 miljard jaar: hier leven wij nu. Er is lang discussie geweest over hoe oud het heelal nu eigenlijk is. Schattingen liepen ruwweg tussen de 10 en 20 miljard jaar. Onlangs is met nauwkeurige metingen van de WMAP satelliet de leeftijd op 13,7 miljard jaar vastgesteld. Dit resultaat zou op 0,2 miljard jaar nauwkeurig moeten zijn. Een sterrenstelsel is een enorme verzameling sterren, gravitationeel gebonden. Het aantal individuele sterren kan enorm verschillen, van een paar miljard tot …… Kleine stelsels, de dwergstelsels tellen enkele miljarden sterren. De superstelsels, zoals NGC 1132 (elliptisch stelsel) reiken tot 1 biljoen sterren. (10.000.000.000.000). Hoe werden sterrenstelsels gevormd? We weten weinig over de vorming van sterrenstelsels en vragen ons nog steeds af: wie was het eerst, stelsels of zwarte gaten? Het jonge heelal was relatief uniform, een zee van gas en donkere materie, meer dan duizenden graden heet. Gebaseerd op de echo van de BB, de achtergrondstraling, vermoedt men dat materie klonterde, 300.000 j na de BB. Op dit tijdstip werd het heelal “koeler” en doorzichtig. Structuren zoals sterren en sterrenstelsels werden vermoedelijk gevormd 500 miljoen jaren na de BB. Niemand weet hoe materie voor het eerst samen klonterde. Hoe werden sterrenstelsels gevormd? Walter Baade deed een vergaande studie naar de vorming van sterrenstelsels in de jaren 50.Hij ontdekte oude (11 miljard j) metaal-arme (H-He) sterren rond de Melkweg. Materiaal  voortkomende uit supernovae (rijker in metalen en uitgestoten in het interstellair medium) nestelt zich in de actievere jonge sterren in ons sterrenstelsel. Dit model van Baade kreeg de naam ELS (Olin Eggen - Donald Lynden-Bell – Allan Sandage). Als gas instort door zwaartekracht creëert dit een sferische halo. Als er dan nog meer gas toegevoegd wordt begint dit te roteren en wordt gaande wijs verrijkt met zwaardere metalen. Er vormen zich “eilanden” van materieschijven binnen het stelsel. Dit is theorie één.

 Theorie twee: de “Mergers”. Onder deze noemer zullen “protostelsels”, vlokken van gas, gravitationeel naar elkaar toe trekken. Ze fusioneren samen en vormen de sterrenstelsels in het jonge heelal. Naarmate de tijd verstrijkt zullen  stelsels van diverse afmetingen zich binden met de oudere stelsels. Meer en meer astronomen beginnen dit model aan te nemen. Ze nemen aan dat het merendeel van de stelsels zich via dit proces gevormd hebben. Ze noemen dit proces het “small-to-big”-pad. HST-Deep Space beelden onderbouwen deze stelling. Ons Melkwegstelsel zou het resultaat kunnen zijn van het samengaan van een honderdtal kleine stelsels, doorheen de tijd. Open vraag: Niemand weet of sterrenstelsels eerst samen kwamen als gaswolken om dan sterren te vormen of…. dat eerst de sterren gevormd werden uit de gaswolken om dan te condenseren in sterrenstelsels.

 Theorie drie: zwarte gaten. Zwarte gaten werden als eerste gevormd in zware wolken van materie. Deze “zware” wolken versnellen de heldere omliggende materie. Deze materie, net buiten het bereik van het zwarte gat, is de basis voor de vorming van de sterrenstelsels. Zwarte gaten vinden we in het centrum van vele grote – tot medium-grote sterrenstelsels. Zwarte gaten zijn de motoren van de ver verwijderde quasars (hoog- energetische jonge sterrenstelsels). De James Webb-telescoop (2014) zal, na ingebruikstelling,  als eerste opdracht deze stelling onderzoeken.

Edwin Hubble (1889-1953) bedacht in 1926 de gekende “stemvork”, een classificatie van de verschillende types sterrenstelsels. De stemvork van Hubble toont hoe spiraalstelsels verschillen van elliptische stelsels. Er is zelfs een departement met spiralen die een centrale balk hebben, hun aanduiding begint met SB Let wel: de “stemvork” is geen evolutionair diagram, dus niet lezen als zijnde een kaart of zoiets als het HRD. We herkennen vijf soorten stelsels: Elliptisch (E0-E7), Lensvormig (SO), Spiraalvormig (Sa-Sc), Balkspiraal (Sba-SBc) en.alles wat hiervan afwijkt zijn  “onregelmatige” stelsels. We vergeleken de stemvork van Edwin Hubble met de meer gedetailleerde (infrarood-) kaart van de Spitzer Space Telescope. Deze vork geeft een meer gedetailleerd zicht op de “bulge”, de centrale verdikking rond elk centrum.

 Wat zijn de verschillen tussen die soorten stelsels? Spiraalstelsels zijn het thuis van jonge, hete sterren. Dit is zichtbaar in de blauw-witte kleur van de spiraalarmen. De rode vlekken die je ziet in de armen zijn stervorminggebieden. Er zijn vele “kraamkamers”. De kleuren en de temperaturen van sterren zijn aan elkaar gelinkt. De heldere blauwe en witte sterren in de stelsels zijn heter dan de gele en rode sterren. Maar…ze verbranden wel sneller en naarmate het stelsel ouder wordt, zal er minder stof en gas voorhanden zijn en stervorming komt tot een einde. De sterren branden  zich door de hoofdreeks en doven uit. Alles wat overblijft zijn  gele en rode sterren. Elliptische stelsels, een andere classificatie. Deze stelsels hebben geen bijzondere structuur. Ze hebben de vorm van een bol of een platte schijf.  Ze worden aangeduid met de letter E, gevolgd door een cijfer van 0 tot 7.    0 wil zeggen bolvormig, 7 is lensvormig. Er zijn ook verschillende formaten mogelijk. De kleinste zijn de dwergelliptische stelsels, met diameters tussen de 4.000 en 10.000 lichtjaar (onze Melkweg heeft een diameter van meer dan 100.000 lichtjaar).  Ze komen voor als begeleiders van grotere melkwegstelsels, zoals onze Melkweg.  Er komen ook reuze-elliptische stelsels voor. De grootste kunnen een diameter van bijna 2 miljoen lichtjaar bereiken. Ze hebben de aanduiding gE (g van giant), de reuzen onder de sterrenstelsels. Als je nu eens nauwkeurig naar een elliptisch stelsel kijkt zie je al vrij snel dat de sterren geler zijn dan in de spiraalstelsels. Nog iets wat gaat opvallen….in een elliptisch stelsel  zitten veel meer sterren dan in een  spiraalstelsel. Even op een rijtje zetten: hete sterren “doven” uit en ineens hebben we een elliptisch stelsel met méér sterren?

Waar komen die vandaan? We zagen een computersimulatie van twee stelsels, gevangen in elkaars zwaartekracht. Ze vermengen zich samen tot één nieuw en groter stelsel! Men vermoedt dat sterrenstelsels “groeien” door te “mergen”, samengaan. Dit mergen gebeurd via botsingen die over een heel lange tijdschaal doorgaan. Te lang om in een mensenleven te kunnen waarnemen. Wat we wel kunnen zien zijn de verschillende stadia van dergelijke “mergers”. Met computersimulaties worden de gaten ingevuld. Wetenschappers denken te weten dat ons huidig stelsel het resultaat is van het “mergen” van verschillende dwergstelsels.

Onze toekomst? De Melkweg botst met de Andromedanevel om uiteindelijk na een lang proces een nieuw gigantisch elliptisch stelsel te vormen. Foute boel?  Neen, de dichtheid in spiraalarmen is zo ijl dat er eigenlijk weinig gebeurd.

 Een lensvormig sterrenstelsel is een type sterrenstelsel dat zich volgens de Hubble-sequentie tussen een elliptisch en een spiraalvormig sterrenstelsel bevindt. Lensvormige sterrenstelsels behoren tot de schijfsterrenstelsels, die al veel van hun interstellair medium hebben opgebruikt en daarom maar erg weinig stervorming kennen.  Lensvormige sterrenstelsels bestaan voornamelijk uit al wat oudere sterren (zoals in een elliptisch sterrenstelsel). Het stof in veel lensvormige sterrenstelsels bevindt zich in de kern. Lensvormige sterrenstelsels hebben niet zoveel verschillende vormen als spiraalvormige sterrenstelsels.

 Onregelmatige stelsels. M82 (Messier 82 / NGC 3034) is een onregelmatig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Grote Beer in de M81-groep.  Het is een sterrenstelsel waar de mate van sterformatie het tienvoudige is van dat in een "normaal" sterrenstelsel.  De oorzaak hiervan is een dichte nadering van M82 tot het naburige stelsel M81, zo'n 100 miljoen jaar geleden (De kernen van de 2 liggen momenteel slechts 150 000 lichtjaar van elkaar af). M82 werd door Johann  Bode ontdekt op dezelfde dag dat hij M81 ontdekte. Onze buren, de Magelhaense wolken, zijn onregelmatige sterrenstelsels. De Lokale Groep is een groep melkwegstelsels die t.o.v. elkaar ongeveer dezelfde afstand behouden. Door het uitdijen van het heelal verwijderen de meeste stelsels zich van ons, maar die van de Lokale Groep zijn gebonden door de zwaartekracht. Ze wordt gedomineerd door twee grote spiraalstelsels, het onze en het Andromeda-stelsel, M31.  Ze hebben beiden een groep begeleidende kleinere stelsels. De Melkweg heeft  de Magelhaense wolken, M31 heeft de kleine elliptische stelsels NGC 205 en M32 (ook NGC 221 genaamd). M31 staat op een afstand van ongeveer 2,2 miljoen lichtjaar. Het stelsel is zo'n 65% zwaarder dan de Melkweg. Het is het verst verwijderde object dat nog met het blote oog zichtbaar is. Door een telescoop zien we het stelsel van opzij, onder een hoek van ongeveer 15°. Een kleiner spiraalstelsel, M33 of het Driehoeksstelsel maakt eveneens deel uit van de Lokale Groep. Andere leden zijn Leo-1 en -2, Ursa Minor en Draco, allen kleine elliptische stelsels. In totaal bevat de Groep 15 stelsels. Over sommigen is er nog discussie of ze er bij horen of niet, zoals de beide Maffei-stelsels.

 Het heelal zit vol mysteries. Eén daarvan is een ongekende vorm van materie (in een hoge abundantie). Donkere materie. Om dit fenomeen te begrijpen heeft men gepoogd het universum op verschillende manieren te “wegen”. Het bestaan van donkere materie werd in de jaren 30 gepostuleerd door Jan Oort, als gevolg van observaties van sterren in de buurt. Omdat een sterrenstelsel niet “uit elkaar” vliegt, oordeelde Jan Oort, moet er genoeg materie in het stelsel zijn om te verhinderen dat sterren zich van het centrum zouden verwijderen. Maar….er scheen niet genoeg zichtbaar materiaal voor te komen om te verhinderen dat de sterren zouden ontsnappen. Jan Oort berekende dat er in de buurt drie maal meer donkere materie zou bestaan dan zichtbare materie. Sterker bewijs kwam toen men de halo’s van stelsels ging bestuderen. Volgens de wetten van Newton moeten de omloopsnelheden van sterren om het centrum van het stelsel dramatisch lager liggen naarmate ze de onderlinge afstand tot het centrum vergroten. Wat stelt men vast? Snelheid blijft dezelfde, ongeacht hoe ver weg van het centrum. Verklaring voor dit gegeven is dat een enorme sferische halo van donkere materie de zichtbare materie omhuld. Nog een aanwijzing voor donkere materie komt voort uit studies van de sterrenstelsels- clusters. In de jaren 30 ontdekte Fritz Zwicky grote wolken van donkere materie in de Coma-cluster (300 miljoen lj afstand). Zwicky vond dat zichtbare materie slechts 10% hoeft  uit te maken van de totale massa om een sterrenstelsel gravitationeel bij elkaar te houden.  Hieruit leidde hij af dat vermoedelijk 90% van de aanwezige materie donkere materie zou kunnen zijn…. Wat is donkere materie? Eén van de meest intrigerende vraagstukken op dit moment. Het zouden neutrino’s kunnen zijn, het zouden bruine dwergen kunnen zijn…..,het zouden neutronensterren kunnen zijn….., misschien de zwarte gaten of misschien exotische deeltjes zoals axionen, massieve neutrino’s, fotino’s, of waterstofgas, op drift tussen de stelsels? Wat het ook is…..het zal een heel bepalende rol gaan spelen in het voortbestaan van ons heelal. Als er genoeg donkere materie voorhanden is kan de inflatie van het heelal tot een halt geroepen worden. En dan………..?  Wait and see…..

                                                                                                                                                                                                                            LBe

16:46 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Deepsky-netwerk

1 juni 2011, een stralend mooie dag, geen wind, geen spoor van bewolking en een verlengd weekend voor de boeg. Het was Lambert die als eerste het “kijkavond-netwerk” activeerde.

Omstreeks 20.00u (veel te vroeg, natuurlijk) arriveerde Lambert “full gear” aan de sterrenwacht. Even een babbeltje met de nieuwe eigenaar die per se nog het gras wou maaien zodat we comfortabel ons ding konden doen. Dan maar even een drankje nuttigen en een wandeling rond de vijver maken. In de schemering kon begonnen worden met de opstelling en afstelling van de kijker en de rest. Het werd een volledige opstelling, met laptop en alles. Er werd besloten om geen antidauwverwarming aan te sluiten, kwestie van de batterij te sparen en er waren geen indicaties dat dit nodig zou zijn. Het opvallendste van de avond, de eigenaar had het er ook al over, er waren zo goed als geen muggen!!! Nu dat we eens antimuggenspul bij hadden bleek dit helemaal niet nodig, gelukkig, maar! Naarmate de duisternis inviel werd het duidelijk….. dit was zo een nacht zoals er maar enkele per jaar zijn. Helemaal geen maan (die stond op een paar graden naast de zon), een kristalheldere en rustige atmosfeer en…..zo goed als geen verstrooiing van storende lichtbronnen. Nog voor de kijker afgesteld arriveerde de eerste verrassing van de avond: Job is terug in het land! Het werd een warm weerzien, we babbelden even bij en wierpen een eerste blik op Saturnus en zijn manen. Omdat we Stellarium op de laptop hadden lopen was het kinderspel om vast te stellen welke manen we zagen. Meteen na onze eerste indrukken kwamen de eerste bezoekers die nadien nog andere mensen naar ons toe stuurden. Op een gegeven moment hebben we de tijd genomen om de kijker uit te lijnen zodat we automatisch konden gaan werken. Een feilloze afstelling van de eerste keer en we waren vertrokken. Het ene object na het andere werd bekeken, besproken en gefotografeerd. Omdat Job een paar maanden in temperaturen van rond de zestig (!!!) graden had vertoefd viel de nachtelijke koude al snel op zijn gestel en moest hij forfait geven (deze reden en het feit dat hij vrouwlief had beloofd het niet te gek te maken!), waarvoor alle begrip. Lambert ging verder en werkte een hele lijst NGC’s, IC’s, Caldwell’s en Messiers af en waagde zich aan de eerste Abell’s (een belofte gedaan aan Rudi van Bommel, voorzitter van Aquila). De resultaten van de fotografische opnames blijven in stijgende lijn, wat betreft scheidend vermogen en beeldscherpte. Halverwege de nacht kwam Franky ook nog even een blitsbezoek brengen. Er werd even bijgebabbeld over de montering van Franky en we keken naar de ringnevel, die net vanachter de sterrenwacht vandaan kwam. Boven de vijver zagen we de volledige staart van de Schorpioen. Toen Francky vertrok bleef Lambert, samen met een overdaad aan kwakende kikkers en talloze uilen, alleen achter. Er waren nog tal van sterrenstelsels te gaan voor de ochtend schemering in zou vallen. En die ochtendschemering die kwam onherroepelijk. Tegen de klok van 03.30u merkte Lambert een terugval in helderheid, maar werkte door tot 04.00u. Toen was het op. In ijl tempo viel de grensmagnitude achteruit en was het opruimen geblazen. Een heerlijke nacht, zonder storende muggen, zonder vochtigheid, zonder koude en inwendig verwarmd door het terugzien van een vriend. Dat de doelstelling van de nacht, het testen van de nieuwe drivers voor de CCD-camera niet gehaald werd vanwege een niet passende R232-kabel mocht de pret niet drukken. We hadden de CCD gewoon kunnen aankoppelen en met de handset de kijker bedienen, maar het idee was om alles, camera zowel als de kijker, te sturen vanaf de laptop. Nog tijd en gelegenheid genoeg om dit af te werken! Uitdagingen moeten er zijn en……binnen afzienbare tijd beginnen de kriebels toch weer op te steken…….. de drang om een nacht te vertoeven onder de sterren!!!!

                                                                                                                                             Lambert

16:38 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

26-06-11

Astrodag 2011

Alle ingrediënten waren aanwezig, de planning was rond, de presentaties klaar, de leden aanwezig. Sommige hadden zo goed als alle apparatuur geladen, in de hoop een schitterend mooie afsluiting van het seizoen te kunnen realiseren. Alle ingrediënten, op één na…….. de zon! Laat nu de zon toevallig het voornaamste ingrediënt zijn. We hadden voorzien om eerst een hele tijd te besteden aan kijken en fotograferen van de zon, om dan na zonsondergang over te schakelen naar openluchtprojecties. Als het dan echt donker zou zijn zouden we overschakelen naar het deepsky gebeuren.  Alles was aanwezig om er een mooie, gezellige dag van te maken, alles behalve de juiste weersomstandigheden…….jammer! Weer een gemiste kans.

De eerste deelnemers arriveerden om 15.30u en doken meteen de taverne in. Op vrij korte tijd waren we met acht mensen samen. Ondanks de druilerige omstandigheden buiten werd het binnen toch gezellig. Een gezellige babbel, een drankje, twee schalen met bitterballen aangeboden door Francky…….alles goed om de somberheid van buiten te doen vergeten. De lopende gesprekken gingen van zelfbouw zonnefilters, zinken goten, nonnen, optische treinen tot Bahtinov-Hartman-maskers voor een perfecte scherpstelling. Job belde tussentijds met de melding dat zijn HEQ6Pro-montering in huis was. We zaten eigenlijk allemaal met jeukende handen om aan de slag te kunnen gaan. Helaas, buiten bleef het hopeloos uitzien ondanks het feit dat we ons optrokken aan de voorspelling van buienradar die ons wijs probeerde te maken dat vanaf 20.00u de hemel op zou trekken. Na enkele kriekskes, koffie’s, cola’s en bitterballen bleven we op onze (astronomische)  honger zitten. Het bleef bij een kameraadschappelijk samenzijn dat volgehouden werd totdat we tot het besef kwamen dat het echt niets zou worden. Het was een beetje na 21.00u toen de laatste mensen huiswaarts keerde. En……zoals zovele keren, daags na de feiten sloeg het weer helemaal om, volop zon en een uitzicht op een heldere hemel. Swat, we hebben geprobeerd, de opkomst was zeer goed , rekening houdende met het feit dat de eerste uren van de activiteit helemaal verregend waren. Je kan zeggen wat je wil…… Noorderkroners weten wat “volharding” betekent! Proficiat, mannen….goed bezig!!!!

 

Een prettig verlof en heel graag tot een volgende keer!!!

                                                                                                                                 LBe

 

!cid_25062011383.jpg

IMG_0995.JPG

!cid_25062011381.jpg

17:11 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

16-06-11

Maansverduistering

Het was links en rechts al aangekaart; op woensdag 15 juni zou er een maansverduistering plaatsvinden. We hadden op voorhand al eens gekeken op de pc. Het zou een totale verduistering zijn, maar…..op het moment dat de maan op zou komen was de verduistering al in volle gang. Het gegeven dat de maan niet meer dan 11 graden boven de horizon zou staan als de verduistering ten einde zou zijn (net geen middernacht), maakte dze een moeilijke om waar te nemen. Gelukkig zijn er nog dappere waarnemers en één daarvan is Francky Beckers. Ondanks de niet al te denderende weersomstandigheden trok Franky er op uit. Daags na de waarneming bezorgde Franky een waarnemingsverslag en niet minder dan 64 opnames van de verduistering. Hieronder zijn weergave van de feiten.

 

“Op een avond was ik aan het kijken op mijn laptop naar Stellarium en  liet de tijd wat sneller lopen. Toen zag ik opeens dat op 15 Juni een maansverduistering plaats zou vinden en dat had ik ook gezegd tegen Lambert, die toen die avond op de sterrenwacht aan de Bever stond met zijn Cassegrain.  Dus, 15 Juni om 21.00 uur, ik dacht bij mijn eigen ik pak in, vertrek  en ga wat foto’s maken van de maansverduistering. Ja, waarom ook niet! Een “nee” had ik al met die bewolking, het kon alleen maar beter worden en ja, daar was de maan. Het was allen maar spijtig dat die bewolking niet 15 minuten vroeger weg was, dan had ik verduistering helemaal gehad. Maar ja, we hebben het niet voor het zeggen, hé.  Al bij al heb ik toch nog een paar (64 opnames nvdr.) mooie foto’s kunnen maken.”                                                                                           

                                                                                                                                 Groetjes Franky

Frank bewijst hier dat, waar kennen we het van, ongeacht het weer; er is altijd een kans en je moet ze grijpen als ze zich voordoet! Door deze werkwijze te hanteren kan je wel eens een primeur binnen doen. In de jaren ’80 lukte het één iemand van Noorderkroon, als enige in de volledige Benelux, een zwaarbewolkte maansverduistering toch mooi helder te fotograferen. De beelden daarvan zijn toen op TV te zien geweest en het was gespreksonderwerp tijdens het VVS-weekend, toentertijd gehouden in het Europlanetarium. Er was twijfel en ongeloof, maar de  authenticiteit van de beelden werd onderbouwd met satellietbeelden.      

                                                                                                                                                     LBe

HIeronder enkele van de 64 opnames die Franky gemaakt heeft:

 

sized_IMG_2521.jpg

sized_IMG_2524.jpg

sized_IMG_2560.jpg

sized_IMG_2581.jpg

22:22 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

08-06-11

Proficiat!!!!!

U bent de 27.000 ste bezoeker, waarvoor dank!!!!

21:12 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Noorderkroon-Aquila 2011

Verslag van de kijkavond vrijdag 6 mei 2011.

Na de onweders, weeks voordien, was het eindelijk eens helder tijdens een kijkavond. We profiteerden van deze situatie en brachten een drietal kijkers in stelling. De Newton van Dirk en  Francky en de Cassegrain van Lambert. Voor het eerst in onze geschiedenis: alle kijkers ten velde waren voorzien van volgmotoren. We evolueren! In de vooravond werd tijd geïnvesteerd in het afstellen van de motoren die Francky recent aangeschaft had. Bij het opzetten van een parallactische montering dienen nogal wat regeltjes in acht genomen te worden. Daar waar de Cassegrain op een vorkmontering alles zelf uitricht (met behulp van een krachtig GPS-signaal) en uitrekent naar een perfecte “goto-“ afstelling, moet er bij een parallactische montering met goto (zonder GPS-ontvanger) toch wel het één en ander op voorhand gedaan. Een opsomming:

  1.        Montering uitrichten op noord
  2.        Kijker uitbalanceren (met camera e.a.)
  3.        Poolhoogte correct?
  4.        Waterpas zetten
  5.        Poolzoeker afstellen
  6.        Handset op juiste datum, uur, zomeruur  en coördinaten?
  7.        Bevestig 1 – 2 of 3 referentiesterren
  8.        …..en je uitlijning zou perfect moeten zijn.

Zou, want het liep helemaal mis. Gevraagd werd om na de afstelling de kijker op Saturnus te richten, maar het “goto-“systeem ging helemaal de verkeerde kant uit. We vermoeden ergens een setting voor het zuidelijk halfrond. Omdat Francky de handleiding niet bij had, moesten we onze poging staken. Er kon wel gevolgd worden. We keken naar diverse deepsky-objecten en maakte verschillende fotografische opnames. Eén daarvan bleek een eigenaardigheidje te vertonen. In een uitvergroting is er overal een drift te zien, behalve voor twee “objecten”? We zoeken dit nog uit. Meerdere opnames van Saturnus illustreerde weer het gegeven dat een planeet fotograferen moeilijker is dan een deepsky-object. We zagen massa’s meteoren (eta Aquariden) ISS  en andere satellieten  

 Een mooie leerrijke kijkavond, dank aan de deelnemers en heel speciaal dank aan de mannen die het anti-muggenspul meebrachten. Het was nodig! Zonder deze spray’s waren we letterlijk en figuurlijk “opgevreten”. Op naar een volgende kijkavond (zie uitnodiging)!

 Verslag van 27 mei 2011.

Als wij, leden van Noorderkroon, één cliché kennen is dat de stelling “We kijken elk jaar uit naar de verbroedering Noorderkroon-Aquila”. Dit is voor ons geen cliché, het is een vast gegeven. Jaren geleden opgestart, jaren volgehouden (gaat vanzelf) en de intentie om dit heel lang vol te houden. Beter nog: we hebben goesting en ideeën om dit nog verder uit te werken.

 27 mei 2011. Op onze agenda de zoveelste jaarlijkse verbroedering met Aquila, de sterrenkundige vereniging van Lommel. De contacten waren al lang op voorhand gelegd, de afspraken gemaakt. Omdat ons PC Michielshof nog steeds in de steigers staat (men loopt voor op schema door het goede weer) waren we genoodzaakt een ruimere locatie te vinden. Jan regelde een zaal in de parochiezaal aan de Statie. Jan Hermans had zich als spreker van dienst aangeboden en zou een uiteenzetting brengen onder de titel “Historische supernovae”. Vijf dagen voor de verbroedering diende Jan om dringende reden opgenomen te worden in het hospitaal, zodat we genoodzaakt waren in ijl tempo ons programma aan te passen. Lambert zorgde voor de laatste afspraken inzake de zaal en zorgde voor een vervangprogramma. We dachten aan een opkomst van een twintigtal mensen en besloten de grote zaal in te zetten. Projecteren tegen de muur bleek (op een paar antirookstickers na) helemaal geen probleem. Omstreeks 20.15u was de zaal op orde en waren de meeste gasten al aangekomen, zodat we netjes op tijd konden aanvangen met : 

De jaarlijkse verbroedering Noorderkroon-Aquila.

 

Tijdens de officiële verwelkoming benadrukte Lambert het belang van onze jaarlijkse verbroedering. Het weerzien, het uitwisselen van ideeën en het stimuleren van ons doen en laten maakt dat we deze jaarlijkse bijeenkomst een zeer warm hart toedragen, sterker nog; er is een wederzijdse interesse om dit gegeven nog verder uit te werken. De voorzitter van Aquila, Rudi van Bommel, sprak in zijn welkomstwoord de waardering uit die van VVS uitgaat over dit initiatief. Elk jaar, tijdens dealgemene ledenvergadering, wordt onze gezamenlijke activiteit aangehaald en gepromoot. We zijn hier meer dan  duidelijk goed bezig!

 

Als eerste item op de agenda bracht Lambert een presentatie die de aandacht vestigde op een heel normaal natuurfenomeen dat we tijdens onze kijkavonden heel goed in ons voordeel kunnen benutten.

 Een avondje sterrenkijken. Meestal betekent dit fotografie, deepsky, lichtzwakke objecten zoeken, kortom: grenzen verleggen… Om dit goed te doen hebben we een donkere achtergrond nodig….ee kans is groot dat we op verplaatsing moeten gaan. Eenmaal aangekomen op de waarnemingsplaats is niets zo vervelend als in het duister te weten te komen dat één en ander niet geregeld is.Hoe dit te voorkomen?Degelijke voorbereiding en kennis van je apparatuur is een belangrijk gegeven.Maar toch……ook al ken je je apparatuur blindelings, ook al is je nachtzicht beter dan dat van een konijn… de kans is groot dat je in het donker aan het “klommelen” geraakt en dat er waardevolle waarnemingstijd verloren gaat!Hoe kan je dit voorkomen?Koop of bouw een kant en klare sterrenwacht, liefst ver weg van storende lichtbronnen . Is dit er een beetje over, dan is er nog iets wat je kan redden:Maak optimaal gebruik van een heel natuurlijk  en alledaags fenomeen en tref al je voorbereidingen bij voorkeur voor of tijdens de…….

Schemering

 

Zomer, een aangename tijd. Voor velen is de zomer de tijd van de vakantieperiodes … een tijd van rust en ontspanning. Een tijd dat we oog (zouden kunnen) hebben voor andere  dingen.Eén van die dingen die alledaags en heel gewoon zijn is de schemering. Hoogste tijd om eens heel even stil te staan bij die dagelijkse gebeurtenis, die heel gewoon lijkt, maar toch enkele verrassende dingen met zich mee brengt. We openden met enkele beelden van schermingen, genomen op verschillende locaties, zoals Lapland, ergens op de oceaan, op onze heide. Sommige schemerige beelden liet al sterren zien. Is dit nog schemering?  Deze vraag zou later in de uiteenzetting duidelijker worden. Anyway, schemering,“het” moment om de laatste voorbereidingen te treffen.

We staan er niet altijd bij stil, schemering, alledaags, maar toch niet zo vanzelfsprekend. Om te beginnen moeten we ons realiseren dat enkel op Aarde de overgang van dag naar nacht een speciale gebeurtenis is. Enkel bij ons is de overgang van dag naar nacht een kleurrijke ervaring.  Op de meeste plaatsen in ons zonnestelsel is de overgang van dag naar nacht heel abrupt. Het lijkt wel of men op een knop drukt en overal is het, van het éne moment op het andere, stikdonker. We gaan het fenomeen  “ schemer op aarde” eens bekijken……

 Het feest begint als de zon op de rand van de horizon balanceert. De stralen van de ondergaande zon reizen nu door 13 x meer luchtmassa dan wanneer ze recht boven ons staat. Deze massa lucht waar de zonnestralen doorheen moeten voordat ze op ons netvlies vallen, zorgt er voor dat zo goed als al het blauwe licht uitgefilterd is. Enkel de langere golflengtes van het licht bereiken ons oog. Dit is de reden waarom de ondergaande zon rood of oranje lijkt. Zelfs regenbogen, vlak voor zonsondergang, hebben weinig of zelfs geen blauw licht.

We gaan verder: de zon zakt verder weg onder de horizon. Bij ons duurt dat proces 3 minuten. In de tropen slechts 2 minuten en het wordt schemerig!  Schemering…….het klinkt vaag, maar in feite is het heel precies gedefinieerd. We kennen niet één, maar drie soorten schemering!  Burgerlijke schemering begint bij zonsondergang en is een periode van heel intensieve kleuren. Fotografen weten wat we bedoelen! Verstrooiing van zonnelicht vlak over de horizon in combinatie met de dichtheid van de lagere luchtlagen maken dat kleuren heel intensief overkomen. Burgerlijke schemering eindigt officieel wanneer de zon  6° onder de horizon gedoken is. Die zes graden komen overeen met 12 zonnediameters. Op dit punt zullen de meeste straatverlichtingen aan zijn, het begin van de nautische schemering.  De schemering duurt langer op hogere breedtegraden. In zuidelijke landen zoals Spanje of Italië duurt de schemering veel korter dan in noordelijke landen als België. Het wordt daarom in zuidelijke landen 's avonds na zonsondergang veel sneller donker. Nog sterker is dit effect aan de evenaar. Dit komt doordat de zon recht onder de horizon verdwijnt. Ver ten noorden of ten zuiden van de evenaar beschrijft de zon een andere baan aan de hemel en gaat deze onder een kleinere hoek t.o.v. de horizon onder, waardoor de schemering langer duurt. We lieten een opsomming zien van de duur van de schemering op verschillende plaatsen op de aardbol en zagen wezenlijke verschillen.

 De nautische schemering blijft duren tot de zonneschijf 12° onder de horizon gezakt is. Op dit punt kan een zeeman geen onderscheid meer maken tussen zee en lucht, kleuren zijn nu weg! De astronomische schemering is begonnen en zal duren totdat de zon 18° onder de horizon gezakt is. Op dit punt beginnen de zwakste sterren zichtbaar te worden. Hoe zien we schemering?

Burgerlijke schemering: Het menselijk oog is in staat zonder inspanning gedrukt schrift te lezen. Doelen kunnen worden waargenomen, richten is mogelijk en er zijn weinig of geen belemmeringen voor militaire operaties.

Nautische schemering: Omtrekken van objecten die boven de horizon uitsteken kunnen worden waargenomen. De horizon is duidelijk zichtbaar. Bewegende voorwerpen kunnen op ca. 300 meter worden waargenomen. Navigatiesterren zijn zichtbaar.

Astronomische schemering: Visuele waarneming is niet mogelijk. Het verschil tussen astronomische schemering en volledige duisternis is slechts aan te geven in de waarnemingsmogelijkheid van bepaalde sterren.

Om verschillen in de zichtbaarheid te kunnen maken zijn we aangewezen op het bepalen van de grensmagnitude, aan de hand van de gekende sterrenkaarten waar sterren geteld moeten worden in specifieke gebieden. Het aantal zichtbare sterren refereert naar een grensmagnitude. Even resumeren….. we kennen dus drie schemeringen, drie gedefinieerde periodes die ons van daglicht naar duisternis brengen. Tegen de morgen worden de rollen omgedraaid. We hebben de drie verschillende schemeringen de revue laten passeren en we merken op dat we telkens spreken over aantal graden onder de horizon.

Dit om  de simpele reden dat de lengte in tijd kan variëren. Afhankelijk van het seizoen en de plaats kan de burgerlijke schemering  van een half uur tot ver in de nacht duren.  In de tropen is het steevast 24 minuten. Dank zij de langzame pas van het kwijnende licht merken we eigenlijk weinig van dit gebeuren.  Als het schemerig is bij helder weer zie je vaak eerst een gele gloed, de zon bevindt zich dan net onder de horizon. Naarmate de zon steeds verder zakt, wordt het steeds donkerder. De hemel wordt dan rood tot vermiljoen.

Daarna is het bij helder weer al snel ook astronomisch donker. Soms zie je een lichtblauwe gloed net boven de horizon hangen, dan is er weinig vocht aanwezig. Dit verschijnsel komt alleen bij zeer droog weer voor, zoals in de zomer. Dit treedt vooral op als er veel stof aanwezig is, stof verstrooit het zonlicht beter.Wat gebeurd er in onze ogen?De fotochemische veranderingen in ons oog, pupilverwijding van 2,5 tot bijna 7mm en de zachte opvoering van het roodgevoelige in onze ogen maken dat we bijna onmerkbaar een verandering in licht tot 500.000 x zwakker ( verschil daglicht – astronomische schemering) meemaken. Natuurlijk gelden deze waarden in een absoluut donkere omgeving. Onze hedendaagse samenleving dompelt ons in een nimmer duistere nacht. Een kleine serie van beelden met zware lichtpollutie illustreerden het gegeven dat onze ogen nog maar zelden absolute duisternis ervaren. Denk volgende schemering eens even na over deze gegevens, kijk eens rondom je en geniet van de kleurenpracht die de duisternis voorafgaat!!!

                                                                                                                                                                                   LBe

 Onmiddellijk na de presentatie van Lambert nam de voorzitten van Aquila over. Ook Aquila zag hun spreker op het laatste moment wegvallen en moet ook zorgen voor een alternatief programma. Van parallellen gesproken! Speciaal voor ons, gepresenteerd door Rudi van Bommel, een uiteenzetting over:

George Abell catalog of Planetary Nebulae.

 

 Rudi startte de presentatie met het CV van George Abell (1 maart 1927 – 7 oktober 1983)

George Ogden Abell behaalde zijn Bachelor, Master en Doctoraat (1951 –1952- 1957) aan het Calltech, California Institute of Technology. Hij was onder andere werkzaam als onderzoeksastronoom en leerkracht en maakte wetenschap en onderwijs populair bij de mensen. Op 22 maart 1955 ontdekte Abell samen met Robert G. Harrington 52P/Harrington-Abell een komeet uit ons zonnestelsel. Abell vergaarde bekendheid door het samenstellen van verschillende stercatalogi, waaronder een verzameling van 86 planetaire nevels. Planetaire nevels, het resultaat van de evolutie van bepaalde sterren die in het HRD terecht komen op die plaats die we kennen als AGC-sterren (Asymptotische Reuzentak oftewel Asymptotic Giant Branch). Wanneer het helium in een dergelijke ster uitgeput raakt, zal opnieuw waterstof verbrand worden in een bovenliggende schil. Dit gebeuren vult het uitgeputte helium terug aan, zodat heliumverbranding terug kan opstarten. Dit proces noemt men een thermische puls en kan verschillende malen voorkomen tijdens de AGB-fase. Bovenstaand proces houdt ook in dat de ster periodiek uitzet en dat de buitenste lagen niet meer sterk gebonden zijn door zwaartekracht. Er stroomt dus telkens materie weg van de ster, dat dan door sterrenwind verder (sferisch) wordt uitgestraald. Is nu de heersende temperatuur hoop genoeg, dan zal de ster het omringende materiaal ioniseren en doen oplichten. We hebben een planetaire nevel!

 Rudi nam alle nevels met ons door. Geprojecteerd tegen de muur toonde hij een telkens een fotografisch beeld, positief én negatief. Sommige Abell’s waren zo lichtzwak dat de keuze om zowel positief als negatief te tonen de juiste keuze was. Verder was elke slide voorzien van de specifieke gegevens zoals, magnitude van de nevel, magnitude van de centrale ster, de nummer, het betreffende sterrenbeeld, al dan niet de Sharpless cataloognummer, de PK-nummering, af en toe zelfs het NGC-nummer, de galactische coördinaten en de diameter van het object. We hebben ze alle 86 in detail bekeken en besproken. Zesentachtig? Neen, er waren een paar objecten die onterecht  in de cataloog geraakt zijn. Het heeft weinig of geen zin om te gaan zoeken naar Abell 17. Bestaat niet, net als Abell 76. Nu, op zich geen alleenstaand gegeven. We weten dat Messier ook enkele missers op zijn naam heeft. M102, vinden we niet, want onbestaand. En dan nog de discussies die lopen over M109? In elk geval, Abell heeft een heel mooie reeks objecten bij elkaar gesprokkeld. Van redelijk groot, Abell 85:  32’ (zo groot als de diameter van de volle maan) tot hele kleintjes van slechts 0.3’ diameter. De lichtsterkte? Zwak tot heel zwak! De meeste heel mooi sferisch, andere dan weer bipolair. Allemaal ijl, een vast gegeven. Zo ijl dat we bij sommige planetaire nevels zelfs sterrenstelsels achter de planetaire nevel zagen. Een heel mooie was een sferische bel van uitgestoten gas met (schijnbaar) vast op de rand een balkspiraalstelsel en ietsje hoger in de sferische bel een ander sterrenstelsel. Heel indrukwekkende beelden. Op elk beeld probeerden we vast te stellen welk ster de centrale ster was. Bij sommige lukte dat niet omdat toevallige voorgrondsterren die bedekten. Het gegeven voorgrondster kan men aan de hand van spectraalanalyse aantonen. En hoe klein zo een Abell ook kan zijn, hoe klein het gebied van de afbeelding ook is, op enkele afbeeldingen doorkruiste een satelliet het object. Ondanks deze “beeldvervuiling” zoals men dat dan pleegt te noemen schitterend mooie opnames. Op het einde toe kregen we meer en meer structuren in de planetaire nevels te zien. Echte schokgolven zoals we die kennen uit de HST-beelden van de Cat-eye nebula, voor de kenners NGC6543, Caldwell 6), ook een planetaire nevel in het sterrenbeeld Draak.

Over sterrenbeelden gesproken: Abell had blijkbaar ook een voorliefde voor het sterrenbeeld Aquila. Dit sterrenbeeld kwam meerdere malen ter sprake, want genoeg te vinden daar. Noorderkroon, daarentegen……maar kom; we hebben Gemma, nietwaar?

Bij het afronden deed Rudi een oproep en adviseerde de meest ambitieuzen onder ons om eens een poging te wagen met de Abell cataloog. Als je vandaag de dag  mooie kleurenopnames maakt van de Abell’s garandeert hij ons eeuwige roem en kunnen we wedijveren met de besten van ons land. We verdenken er Rudi van de lat wel erg hoog te leggen, maar we onthouden dat er toch verschillende Abell’s in de cataloog zitten die we aan moeten kunnen. We beloofden om zeker een poging te wagen, zowel met de digitale camera als met de CCD. Bij uitblijven van resultaten is de stelling van de te hoge lat bewezen!

Na een korte pauze, goed voorzien van drank, heeft Rudi als extra aanvulling een presentatie gebracht over

Optische verschijnselen.

 

Rudi had tijdens de uiteenzetting over de schemering onthouden dat Lambert nooit bewust het ontbreken van het blauwe licht in een schemerige regenboog waargenomen had. Hij besloot dus met deze presentatie naadloos in te spelen op die openstaande vraag. Vele optische verschijnselen passeerde de revue en werden rijkelijk gevisualiseerd aan de hand van schitterend mooie en informatieve slides. We begonnen met de regenboog. De primaire regenboog met een straal van 42°, en de secundaire regenboog met een straal van 51°. We zagen de kleurschakeringen en onthielden het ezelsbruggetje ROGGBIV. Als we een secundaire regenboog zien, zal deze altijd gespiegeld zijn aan de primaire, met andere woorden: het rode licht altijd naar elkaar toe. Die pot goud? Rudi komt er niet bij en adviseert om er geen jacht op te maken. Hoe uniek is een regenboog? Absoluut uniek. Iedere waarnemer ziet een andere regenboog, afhankelijk van zijn positie ten opzichte van de regenboog. Een regenboog bij volle maan? Geen probleem, we spreken dan van een maanboog. Omdat onze ogen met het nachtzicht minder gevoelig zijn voor kleuren lijkt dat de maanboog kleurloos is. Niets is minder waar. Na de regenboog en  maanboog bestaat er ook een mistboog, zijn er lichtzuilen en halo’s.  We kennen bijzonnen, bijmanen, coronae, de zeldzame groene flits, de heiligenschijn of glorie, we zagen zelfs lichtzuilen bij de helderste planeten en als afronding de Venusgordel, niet te verwarren met vieze smog!

Een zeer aansluitende presentatie, rijkelijk voorzien van schitterende beelden en, hoe kan het anders, zeer duidelijk en helder gepresenteerd door Rudi van Bommel, waarvoor dank!

Om het officiële gedeelte van de avond af te sluiten overhandigde Lambert niet één, maar twee flessen wijn (was dat voorzienigheid of toevalligheid?) aan de voorzitter van Aquila en sprak zijn dank en waardering uit aan alle leden van Aquila. Rudi nam wijn en applaus in ontvangst en nam meteen de gelegenheid ons allen uit te nodigen op de eerstvolgende verbroedering waar Noorderkroon de gast zal zijn. Wij hebben deze uitnodiging uiteraard onmiddellijk geaccepteerd. Qua agendavulling mag er geen probleem zijn; we hebben al twee items en heel misschien ook twee sprekers!  Tot volgend jaar!!

Na de bijeenkomst werd nog ruim nagekaart, werden toekomstplannen besproken en  werd geïnformeerd naar de mensen die niet aanwezig konden zijn (Aquila groet Job Beeren in het verre oosten). Met dank aan allen die zich ingezet hebben om deze avond weer meer dan geslaagd te maken. Dank aan de sprekers, de barmannen van dienst en hen die hielpen om de zaal  klaar te zetten en terug op orde te brengen.   

                                                                                                                                                                                            LBe

   Kwartaalagenda:

 

Is momenteel nog niet beschikbaar: Hou onze website in de gaten. http://noorderkroon-achel.skynetblogs.be/   Vergeet niet dat na de activiteiten op deze uitnodiging de zomerstop intreedt en dat deze zijn einde kent met het waarnemen van de Perseiden op 12 augustus. Je zal te zijner tijd een uitnodiging ontvangen.

19:47 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

02-06-11

Een supernacht!!!!!!!

Verslag kijkavond 1 juni 2011.
1 juni 2011, een stralend mooie dag, geen wind, geen spoor van bewolking en een verlengd weekend voor de boeg. Het was Lambert die als eerste het “kijkavond-netwerk” activeerde.


Omstreeks 20.00u (veel te vroeg, natuurlijk) arriveerde Lambert “full gear” aan de sterrenwacht. Even een babbeltje met de nieuwe eigenaar die per se nog het gras wou maaien zodat we comfortabel ons ding konden doen. Dan maar even een drankje nuttigen en een wandeling rond de vijver maken. In de schemering kon begonnen worden met de opstelling en afstelling van de kijker en de rest. Het werd een volledige opstelling, met laptop en alles. Er werd besloten om geen antidauwverwarming aan te sluiten, kwestie van de batterij te sparen want er waren geen indicaties dat extra verwarming nodig zou zijn. Het opvallendste van de avond, de eigenaar had het er ook al over, er waren zo goed als geen muggen!!! Nu dat we eens antimuggenspul bij hadden, bleek dit helemaal niet nodig, gelukkig maar! Naarmate de duisternis inviel werd het duidelijk….. dit was  een nacht zoals er maar enkelen per jaar zijn. Helemaal geen maan (die stond op een paar graden naast de zon), een kristalheldere en rustige atmosfeer en…..zo goed als geen verstrooiing van storende lichtbronnen. Nog voor de kijker afgesteld arriveerde de eerste verrassing van de avond: Job is terug in het land! Het werd een warm weerzien, we babbelden even bij en wierpen een eerste blik op Saturnus en zijn manen. Omdat we Stellarium op de laptop hadden lopen was het kinderspel om vast te stellen welke manen we zagen. Meteen na onze eerste indrukken kwamen de eerste bezoekers die nadien nog andere mensen naar ons toe stuurden. Er was zelfs één iemand die stellig beweerde dat ze de ring van Satrunus kon zien met het blote oog!! Ja, ja.... om jaloers op te worden! 

Op een gegeven moment hebben we de tijd genomen om de kijker uit te lijnen zodat we automatisch konden gaan werken. Een feilloze afstelling van de eerste keer en we waren vertrokken. Het ene object na het andere werd bekeken, besproken en gefotografeerd. Omdat Job een paar maanden in temperaturen van rond de zestig (!!!) graden had vertoefd viel de nachtelijke koude al snel op zijn gestel en moest hij forfait geven (deze reden en het feit dat hij vrouwlief had beloofd het niet te gek te maken!), waarvoor alle begrip. Lambert ging verder en werkte een hele lijst NGC’s, IC’s, Caldwell’s en Messiers af en waagde zich aan de eerste Abell’s (een belofte gedaan aan Rudi van Bommel, voorzitter van Aquila). De resultaten van de fotografische opnames blijven in stijgende lijn, wat betreft scheidend vermogen en beeldscherpte. Er zijn zelfs opnames gemaakt van M13 met in de onmiddellijke omgeving sterrenstelsel NGC6207 (= magnitude 12.1 (zie tweede afbeeling hieronder)). Alle Messiers werden per sterrenbeeld afgewerkt, het had een Messiermarthon kunnen worden, moesten de bomen niet in de weg gestaan hebben! Halverwege de nacht kwam Franky ook nog even een blitsbezoek brengen. Er werd even bijgebabbeld over de montering van Franky en we keken naar de ringnevel, die net vanachter de sterrenwacht vandaan kwam. Boven de vijver zagen we de volledige staart van de Schorpioen. Toen Francky vertrok bleef Lambert, samen met een overdaad aan kwakende kikkers en talloze uilen, alleen achter. Er waren nog tal van sterrenstelsels te gaan voor de ochtend schemering in zou vallen. En die ochtendschemering die kwam onherroepelijk. Tegen de klok van 03.30u merkte Lambert een terugval in helderheid, maar werkte door tot 04.00u. Toen was het op. In ijl tempo viel de grensmagnitude achteruit en was het opruimen geblazen.

Een heerlijke nacht, zonder storende muggen, zonder vochtigheid, zonder koude, het weerzien van vrienden en een ellenlange lijst van objecten die gezien en gefotografeerd werden. Dat de doelstelling van de nacht, het testen van de nieuwe drivers voor de CCD-camera niet gehaald werd vanwege een niet passende R232-kabel mocht de pret niet drukken. We hadden de CCD gewoon kunnen aankoppelen en met de handset de kijker bedienen, maar het idee was om alles, camera zowel als de kijker, te sturen vanaf de laptop. Nog tijd en gelegenheid genoeg om dit af te werken! Uitdagingen moeten er zijn en……binnen afzienbare tijd beginnen de kriebels toch weer op te steken…….. de drang om een nacht te vertoeven onder de sterren!!!!
Lambert

sized_ATT en kijkavond mei 2011 007.JPG

sized_kijkavond 1 juni 2011 026(1).JPG

sized_kijkavond 1 juni 2011 029(1).JPG

sized_kijkavond 1 juni 2011 030(1).JPG

sized_kijkavond 1 juni 2011 038(1).JPG

sized_kijkavond 1 juni 2011 043(1).JPG

 

14:48 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |