10-07-10

zomeragenda 2010...

 

! ! ! Uitnodiging !!!

 

 Beste vrienden,

              Net als alle voorgaande jaren maken we ons klaar om ten volle te genieten van  (voor de meeste onder ons...) een welverdiende (en broodnodige...) rust. Aangezien we momenteel met wel heel korte nachten zitten heeft het weinig of geen zin om een kijkavond te organiseren. Onze eerstvolgende activiteit zal doorgaan op de sterrenwacht, onder de noemer "Perseiden 2010". Dit jaar moeten we er een feest van maken. Er zal helemaal geen maan zijn....dus de ook de zwakkere meteoren zullen zichtbaar zijn. Noteer alvast  12 augustus  in je agenda! We beginnen de actie op 12 augustus om 22.00u. Kwestie van nog een beetje daglicht te hebben als we de stellingen innemen! Tot dan...

             Het bestuur

Vakantie!! 

Enjoy!!!!

Verslag van de bijeenkomst van 25 juni 2010.

Administrativa

 •·       In  oktober 2010 zal de nacht van de duisternis doorgaan. De eerste werkvergadering is al achter de rug en het programma begint vorm te krijgen. Noorderkroon zoekt voor die activiteit een stuk of 5 leden die zich willen inzetten om er voor te zorgen dat ons gedeelte van het programma feilloos zal verlopen. We denken aan mensen op de sterrenwacht en enkele mensen die de gidsen van de wandelingen kunnen aanvullen betreffende het gedeelte van het planetenpad.

 Verslag van de zonneprojectie 12 juni 2010.

Wat eerst zware bewolking was, werd gelukkig tegen 16u een open hemel met daarin een stralende zon.  Later op de namiddag zou die stralende zon af en toe dichtgedekt worden, maar kom.....we hebben ons ding kunnen doen! Na het installeren, afstellen en bijstellen van de kijker kregen we al snel een mooi duidelijk beeld van de zonneschijf. Op het eerste zicht was het maar rustig gesteld op de zon, maar na enig "op en neer" geschuif van het beeld zagen we een groep heel fijne zonnevlekken. We projecteerden deze op het diascherm en ze werden meteen een stuk groter. Niet zo groot als vorig jaar, maar duidelijk een mooie groep! Nu de zonneschijf ongeveer een meter (we gingen tot 1.5m) groot was werd er nog een groep zichtbaar, helemaal onderaan. Boven in beeld zagen we een groep witte vlekken......later zagen we met behulp van de Mylarfilters dat hieruit twee heel kleine zonnevlekjes ontstonden. Deze waarneming bracht het totaal op  drie groepen van zonnevlekken. We hebben de rest van de zonneschijf heel intensief afgespeurd naar andere vlekken, maar niets gevonden.  Tijdens onze waarnemingen hebben we redelijk wat bezoekers (en jeugd!) over de vloer gehad. Zij genoten mee van beelden en uitleg. Tegen 19u sloten we de activiteit af en keerden huiswaarts.   (LBe)

 Verslag van de bijeenkomst van 25 juni 2010.

 Op de agenda stond een groepsbespreking over "sterrenprojecties". We hebben deze bijeenkomst moeten aflasten vanwege het ontbreken van de groep. Van alle genodigden waren enkel Job, Jan en Lambert aanwezig. Franky kwam na negen uur, toen hadden we al besloten de bijeenkomst af te lasten.  Om de verplaatsing en het gesjouw met apparatuur toch niet helemaal voor niets gedaan te hebben besloten we er een terrasavond van te maken.  Jammer....sommige mensen hadden tijd en energie over om dit voor te bereiden.

                                                                                                            Lambert

 Vakantiestop 2010.

De afgelopen activiteiten hebben iets aangetoond.......het is zomer, de vakanties staan op het punt aan te vangen en de opkomst tijdens de vorige bijeenkomst was laag. Extreem laag...zo laag dat we besloten om de bijeenkomst af te blazen.. Misschien is dit een teken aan de wand en is het tijd om er tijdelijk de riem er even af te gooien. We besloten tot een vervroegde zomerstop die, net als alle andere jaren, haar einde zal vinden bij de aanvang van de Perseidenactie. Verder in dit blaadje kan je een klein artikeltje over de  kijkavond vinden. We hopen in elk geval op een stevige vertegenwoordiging op 12 augustus.

Een zomerstop is een periode van rust, even de zinnen verzetten en ander horizonten verkennen. Doch......we blijven niet stilzitten, ook niet tijdens de zomerstop. We blijven ons onverminderd inzetten in de popularisering van de sterrenkunde. Zo kan je in dit blaadje lezen dat we de Scouts 25 St Joris gaan opvangen en hun ondersteunen in iets wat blijvende herinneringen kan achterlaten bij de groep 11- tot13 jarigen die ons komen bezoeken.

Een goed bestuur kijkt vooruit, zomerstop of niet. Ook Noorderkroon zal tijdens de zomerstop verder werken zodat we nog tal van activiteiten op onze agenda kunnen plaatsen. De komende Nacht van de Duisternis is één van die activiteiten die onze aandacht verdienen. Geniet van je welverdiende rust, snuif zoveel mogelijk cultuur op tijdens je vakantie, reserveer ook eens enkele uren onder een "vreemde" sterrenhemel en deel die nadien met ons allen!

Voor de komende activiteiten wil het bestuur een beroep doen op jullie allemaal. Heb je tijdens je vakantie iets bezocht met een wetenschappelijke inslag? Maak eens een verslagje en presenteer dit eens! Ben je tijdens één van de onderstaande activiteiten thuis en heb je zin om ons te helpen? Niet twijfelen.....je hulp en aanwezigheid worden zeer op prijs gesteld.

Fijne vakantie!!!!!

Scoutsbezoek op de sterrenwacht.

Op woensdag 4 augustus verwachten we een groep scouts op onze sterrenwacht. We zullen hen wegwijs maken doorheen de sterrenhemel en leggen hen uit wat kometen en vallende sterren zijn.  De groep zal na het bezoek aan onze sterrenwacht op eigen houtje de Perseiden gaan waarnemen. Het is dus niet meer dan vanzelfsprekend dat wij, als sterrenkundige vereniging, er alles aan zullen doen om hun zo goed las mogelijk voor te bereiden op hun activiteit.

Heb je zin om mee te werken aan het ontvangen en begeleiden van deze groep, kom dan op 5 augustus tegen 21.30u naar de sterrenwacht. Alle hulp is welkom, uiteraard!

Nacht van de Duisternis.

 Jan en Lambert hebben in naam van Noorderkroon-Achel de eerste werkvergadering van de Nacht van de Duisternis (oktober 2010) bijgewoond. We hebben in ruwe lijnen het programma van de activiteit al op papier. Uitgangspunt is zoals vorige jaren nog steeds de sterrenwacht. Rond de vijver zullen tal van activiteiten plaatsvinden en er zal weer een geleide nachtwandeling zijn.

Een stuk van de nachtwandeling zal langs het eerste deel van het Planetenpad gaan. We kunnen deze kans niet laten schieten en zullen tijdens dit stuk van de wandeling de nodige uitleg voorzien. Indien er slecht weer in het spel is zal Noorderkroon voor een vervangprogramma zorgen.

We doen een warme oproep aan mensen die op de sterrenwacht actief willen zijn, alsook een drietal mensen die de nachtwandelaars willen gidsen langs het Planetenpad. Let wel, enkel dat stukje van het Planetenpad, voor de rest van de wandeling zullen ervaren natuurgidsen de mensen door het duister leiden.

Wat moeten we verstaan onder het gidsen langs het Planetenpad? Heel summier, de mensen een gevoel van afstand en leegte bijbrengen. Aan het beginpaneel staan de planeten redelijk kort bij elkaar, maar hoe verder weg van de zon, hoe "leger" de ruimte wordt. Dit gevoel is enkele zinnen mee te geven aan de wandelaars. Een korte uitleg van enkele zinnen per paneel maakt dat eigenlijk ieder van ons deze taak op zich zou kunnen nemen.

 

In augustus is er een volgende werkvergadering; we houden jullie op de hoogte!

12 Augustus 2010, de Perseiden!!!!

Elke zomer trekt de aarde door de Perseïden meteorenzwerm, dit is een wolk van stofdeeltjes achtergelaten door de komeet Swift-Tuttle. De naam Perseïden is afgeleid van het sterrenbeeld Perseus dat rond middernacht aan de noordoostelijke sterrenhemel te vinden is. De meteorenzwerm heeft zijn oorsprong schijnbaar in dit sterrenbeeld. Vele stofdeeltjes komen dan in botsing met de dampkring van de aarde en veroorzaken kortstondig een lichtstreep aan de hemel.

In het vroege Europa werd deze meteorenzwerm de 'Tranen van Laurentius' genoemd. De naamdag van deze heilige valt op 10 augustus, op die datum in het jaar 258 zou hij op een gloeiend rooster doodgemarteld zijn. In sommige landen, vooral die waar naamdagen gevierd worden, gebruikt men deze naam nog steeds.

De Perseïdenactiviteit stijgt geleidelijk van enkele exemplaren per nacht eind juli, tot vele tientallen vallende sterren per uur rond het maximum in de ochtend van 13 augustus. Om deze meteoren waar te nemen is geen telescoop of verrekijker nodig: het volstaat om met het blote oog te kijken naar een willekeurige plaats aan de hemel. De meeste Perseïden zie je vanuit donkere plaatsen buiten de stedelijke gebieden, telkens vanaf middernacht. We maken nu al gebruik van dit maandblaadje om je te sensibiliseren, teneinde dit fenomeen samen met ons waar te nemen.

Wat staat er zoal op het programma?

  • Helemaal GEEN maan!! en buitenkans om dit hemels schouwspel in alle glorie te aanschouwen. Geen maan wil ook zeggen dat we (eindelijk...) ook een de zwakkere meteroren gaan kunnen zien, zeer in tegenstelling tot de vorige jaren.
  • Een ambiance om "U" tegen te zeggen. Genieten van sterren en sfeer in gezelschap van vrienden.
  • Op 12/13 augustus plenty (hopelijk..) meteoren en evenveel satellieten.
  • Een paar keer kans op het overvliegen van het ISS terwijl je op de eerste rij zit!
  • Een jarige voorzitter (na middernacht, althans..).
  • Kikkers, krekels en enkele occasionele uilen zorgen voor een nachtconcert.
  • En dit allemaal.........GRATIS en voor niets!!!!

Wat kan er tegenvallen?

  • Het zou wel eens bewolkt kunnen zijn, maar daar gaan we NIET van uit.
  • Er zouden wel eens een paar muggen kunnen zitten. En dat is geen veronderstelling maar een FEIT, dus breng een beschermende spray of zalf mee. 't Wil wel eens helpen.
  • Met een beetje pech vliegt er een vleermuis in je haren, hoogst onwaarschijnlijk, maar als het toch gebeurd was dat beestje heel zeker op jacht naar die dekselse muggen.
  • Je zou de kijkavond kunnen vergeten...... en meteen de leukste activiteit van het jaar missen (is dan je eigen schuld!).
  • Je kan door je ligzetel zakken (is al gebeurd.....).
  • Je kan aantreden in een T-shirt en een Bermuda, maar dan kom je om van de koude. Er waren in het verleden al mensen die ons uitlachten met deze waarschuwing. Die weten nu wel beter!!!!Zorg voor warme drank, kleedt je warm aan en geniet van de nacht!

Kortom: 12 augustus om 22.00u op de sterrenwacht.........zorg dat je er bij bent. Misschien is een langverwachte piek van meteoren je beloning?

 Kwartaalagenda:

 Juli 2010:

Maandelijkse bijeenkomst: zomerstop

Kijkavond:                         zomerstop

Augustus 2010.

Maandelijkse bijeenkomst: zomerstop

Kijkavond:                         Perseiden op 12 augustus om 22.00u op de sterrenwacht.

Bezoek Scouts 25 St Joris op woensdag 4 augustus  om 21.30u.

September 2010.

Maandelijkse bijeenkomst: 17 september 2010 (20.15u in de Joy) Open agenda met o.a evolutie van het onderzoek naar het godsdeeltje, veilig opbergen van radioactief afval en als hoofdthema...........

 Kijkavond:                         3 september 2010 om 21.00u aan de sterrenwacht. Kijker te gebruiken: lenzenkijker voor Uranus, Jupiter en Neptunus. Pal in het zuiden kijken in de Boogschutter en de Schorpioen.

 

Bestuursvergadering op 7 september 2010 om 19.30u bij de voorzitter.

 

Op de valreep toch nog even een balletje opgooien richting  leden van het netwerk "niet geplande kijkavond"........ wie neemt het initiatief? Ook al is het hoogzomer en zijn de nachten extreem kort, we hebben al aardig wat kansen links laten liggen. Nogmaals, elke activiteit die met waarnemen te maken heeft kan gemeld worden via SMS. Vergeet niet ... in de zomer zijn de mooiste sterrenstelsels en nevel zichtbaar, al is maar voor heel even.

 

 

16:08 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

07-06-10

De lat een beetje hoger.....

Naar aanleiding van de vorige fotografiesessie (met een enorm storende maan) ging Lambert deze keer eens op pad terwijl er helemaal geen maan te zien was. Om delat nog een beetje hoger te leggen had Lambert voor zijn 50-500mm telelens besloten om daar nog eens een 1.4 converter bij te gooien. Fotograferen met een brandpunt van 750mm!!!

Op de zelfde locatie als vorige keer werd in de schemering alles opgesteld en dan maar wachten tot 23.30u voor de eerste referentiesterren. Afstellingen en aligneren ging snel; geen problemen. Bij de eerste opnames met de converter was het even schrikken......bijna geen registraties bij 30 seconden belichting....."wat hebben we nu aan de hand?"... Na testen, herhaalde scherpstellingen en zelfs belichtingen tot drie minuten viel de spreekwoorderlijke euro.....de ASA-waarde stond helemaal fout ... 100 in plaats van 1600! Na een snelle check van alle overige instellingen kwamen de eerste veelbelovende resutlaten met de correcte instellingen. Hieronder enkele beelden van het gebeuren.....

FinePix S3Pro  sized_DSCF7395

FinePix S3Pro  sized_DSCF7424

 FinePix S3Pro  sized_DSCF7425

FinePix S3Pro  sized_DSCF7449

 FinePix S3Pro  sized_DSCF7452

FinePix S3Pro  sized_DSCF7457

 FinePix S3Pro  sized_DSCF7458

De eerste resultaten nodigen uit tot nog betere scherpstelling en indien het licht het toelaat, nog langere belichtingen!

 

20:30 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

verbroedering Aquila-Noorderkroon en kijkavonden.

Sterren, spectra en mensen.

 

Met zijn verhaal over sterrenspectra bracht Bram  een stukje astronomische historie terug tot leven en betrok daarin de mensen die deel uit maken van die historie. Bram benadrukte het belang van spectroscopie. De eerste beelden toonden enkele regenbogen. In een tabel zagen we de golflengten van elke kleur van de regenboog. We kennen allemaal het ezelsbruggetje ROGGBIV (rood-oranje-geel-groen-blauw-indigo-violet).

 Als allereerste mens kwam Isaac Newton(1643-1727) in beeld. Newton hield zich bezig met licht. Hij leidde het licht door een prisma om het wit licht te splitsen in zijn hoofdkleuren (een spectrum) en omgekeerd. Van een spectrum terug naar wit licht.

In 1800 ontdekte William Herschel(1738-1822) het bestaan van het verschijnsel infrarood. Hij deed dat door met een thermometer de temperatuur van de kleuren van het licht, dat door een prisma viel, te bepalen. Hij ontdekte dat hoe meer richting rood, hoe hoger de temperatuur was. Toen Herschel de thermometer voorbij het rood hield, was de temperatuur nog hoger dan in het rode deel. William Herschel concludeerde, dat in dit deel van het spectrum licht bestond, dat niet door de ogen van een mens waargenomen kon worden.

Jozef Fraunhofer (1787 - 1826) was een Duits natuur- en werktuigkundige. Zijn grootste bekendheid heeft hij te danken aan zijn onderzoek van vaste absorptielijnen in het zonnespectrum, die naar hem ook wel fraunhoferlijnen worden genoemd. Hij ontdekte 574 donkere lijnen en kon aan de hand van deze lijnen bepalen welke stoffen er in de lichtbaan van een ster te vinden waren.

Gustof Kirchhoff (1824 - 1887): Een hete, vaste stof produceert een continu spectrum. Een heet gas produceert een emissiespectrum met discrete golflengten die afhangen van de energieniveaus van de atomen in het gas. Een hete, vaste stof omgeven door een koel gas (ten opzichte van het object) produceert een absorptiespectrum, met gaten die afhangen van de energieniveaus van de atomen in het gas.

Henri Draper (1837-1882) was een amateurastronoom en telescoopbouwer. Hij was ook een pionier in de spectroscopie en de astrofotografie. Na zijn dood stelde zijn weduwe een fonds in ten voordele van de fotografische en spectroscopische sterreninventaris ( Henri Draper Memorial).

Met Edward Pickering en Willemmina Fleming (zijn huisvrouw) kwamen er meer spectraalklassen. Ze verfijnde de reeds bestaande classificatie.  Antonia Maury, de nicht van Draper, werd later door Fleming opgeleidt, net als Annie Connon. Maury kreeg de noordelijke sterrenhemel toegedeeld en Connon bracht een decimale verfijning aan bij de zuidelijke sterren. Annie Connan verdiende door haar inzet het predicaat "meest verdienstelijke waarnemer". Haar werk resulteerde in de Henry Draper Catalog, waarin de spectraalklasse van niet minder dan 225.000 sterren vermeld staat. Na deze HD-kataloog kwamen er in de periode 1925-1936 nog eens 47.000 sterren bij en in 1949 nog eens 86.000 (postuum).  Haar systeem wordt hedendaags nog steeds gebruikt.

Cecillia Helena Payne (1900-1979) besloot op een gegeven moment om biologie te studeren. Tijdens deze studies was ze aanwezig bij een lezing van Arthur Eddington, met als titel "afbuiging van het licht tijdens een zonsverduistering. Dit gegeven intrigeerde haar en ze besloot astrofysica te studeren. Ernest Rutherford was haar docent. Ze ging naar Harvard en werd opgenomen in Pickerings team. Ze bestudeerde de ionisatietheorie van Meghnad Saha. CHP (Cecillia Helena Payne) stelde in haar proefwerk: "sterren bestaan grotendeels uit waterstof". Russell (van het Hetrzsprung Russeldiagram) stelde dat dit niet mogelijk was en eiste een aanpassing in de thesis. Later zou Russell zijn mening herzien doch geeft geen credit aan CHP. Otto  Struve noemde haar thesis de "meest briljante thesis ooit gezien", maar CHP promoveerde niet. Na haar huwelijk met Gaposchkin werd CHP uiteindelijk  toch nog professor (1956), ruim 30 jaren na haar  proefschrift.

Met Christiaan Dopler kwam Bram stilaan bij het einde van zijn uiteenzetting. Het Dopplereffect geldt niet alleen geluid, maar zoals geweten ook licht.  Het effect werd genoemd naar de Oostenrijkse natuurkundige Christian Doppler, die in 1842 dit verschijnsel voor zowel licht- als geluidsgolven beschreef . Veel dubbelsterren zijn via spectra ontdekt.

Met Christiaan Doppler als laatste in rij heeft Bram ons een reeks wetenschappers gepresenteerd die allen actief waren in de spectroscopie. Zonder het werk van voorgaande mensen zou onze kennis van sterren niet hetzelfde zijn.                                                                                                                                                                                                      Lambert Beliën

Tijdens de pauze was het tijd om hulde te brengen aan een jarige Aquiliaan: Jan Dejongh was de gelukkige jarige. Jan was zo goed het voltallige gezelschap te voorzien van vlaai en taart, welke zeer gesmaakt werden. Nogmaals proficiat aan Jan, nog vele jaren!!! Nog iemand die felicitaties verdiende: Rudi Van Bommel, de voorzitter van Aquila mocht van VVS de zilveren Galileopenning in ontvangst nemen. Rudi is terecht fier op deze erkenning!! 

Het tweede deel van de avond, het Noorderkroon-gedeelte werd ingevuld door Lambert Beliën met een uiteenzetting over "Deep Impact en Rozetta", twee komeetmisssies.

Deep Impact & Rosetta.

In het verleden zijn er al komeetmissies geweest, een opsomming:

•1.     1985    NASA ICE missie

•2.     1986    twee Russische Vega's en twee Japanse: Susei en Sagigake (Halley)

•3.     1986    ESA Giotto bij komeet Halley

•4.     1992    ESA Giotto bij komeet Grigg-Skjellerup.

•5.     2001    NASA Deep Space 1 naar komeet Borrely

•6.     2004    NASA Startdust naar komeet Wild 2

 7.   2005    NASA Deep Impact...... Lambert verkoos hier even te stoppen en eens nader te bekijken welke inzichten Deep Impact ons bracht en wat er mee gedaan werd.  Met enkele beelden van baangegevens van Tempel 1 en het vluchtplan was de start gemaakt.

 De sonde Deep Impact werd gelanceerd met een Boeing Delta II-draagraket, vanaf  de lanceerinrichting 17-B op Cape Canavaral. Geminini North Observatory op Mauna Kea, Hawaii zal het hele spektakel volgen. De afmeting van het "flyby"-voertuig is vergelijkbaar met een strandbuggy. De Impactor is ca 90 x 90cm, vergelijkbaar met een kleine tafel en weegt 370 kg. De totale combinatie (flyby en Impactor) weegt 1 ton. De Impactor zal de komeet niet uit haar baan brengen, de kracht van inslag  is te vergelijken met een steentje tegen een rijdende vrachtwagen. Het heeft geen invloed op de snelheid en de bewegingsrichting van de vrachtwagen, rep. komeet. De naderingssnelheid van de komeet t.o.v. de Impactor is 10 maal sneller dan een afgevuurde kogel. De geslagen krater is vergelijkbaar met de afmeting van een voetbalstadium en dit enkele verdiepingen diep.

 De Orbiter: Het ruimtetuig heeft een zonnepaneel , een gevoelige antenne , een 370 kg zware, zelfsturende Impactor, een puinschild en wetenschappelijke instrumenten voor hoge en middelhoge resolutie beeldvorming, infrarood spectroscopie en optische navigatie. Het voertuig is 3,3 meter lang, 1,7 meter breed en 2,3 meter hoog; totale massa is 1020 kg. In de laatste fase van de missie, de encounter-fase, zullen er twee richtmanoeuvres moeten gebeuren. Zes uur later zal Deep Impact de Impactor loslaten in de baan van de komeet. Twaalf minuten na dit gebeuren zal de flyby wegsturen van de komeetbaan en een veilige positie innemen.

 De  Impactor zal volledig zelfstandig zijn botsingskoers afstellen met als doel een inslag op de zonbeschenen zijde van de komeet. Na de inslag zal de Orbiter tot 13 minuten na de inslag opnames blijven maken en dan overgaan in beveiligde modus (puinschild) . 95 minuten na de inslag zal de Orbiter een laatste opnamerun maken. De Impactor is ontwikkeld om zichzelf te richten op een, vanuit de Orbiter, bekeken punt van inslag. Ook aardse  telescopen hebben een vrij zicht nodig. Eenmaal aangekomen zal de Impactor inslaan met een snelheid van 36.800 km/h. De voorkant van de Impactor is voorzien van koepelvormige (honingraat) koperplaten. Koperplaten, omdat dit de beste resultaten naar een grote krater geeft (dichtheid bij benadering gelijk aan het komeetoppervlak).

De achterzijde van de Impactor is voorzien van de  batterij, de elektronische componenten, computers en de stuur- en aandrijvingelementen die de Impactor op haar baan houden.  Beelden van de assemblage en beelden van de inslag. Een verse krater van 100m diameter en 30 m diep brachten nieuwe inzichten: o.a heel fijn materiaal (vergelijkbaar met talkpoeder). Swift X-ray Telescope registreerde tot 13 dagen na de impact een continue  uitstroom van  gassen en stof..........men roept op tot dieper onderzoek!

 Rosetta, nog geplande komeetontmoeting.

 Hoeksteenmissie langdurig wetenschappelijk onderzoek. De lancering ging door op 2 maart 2004. Tijdens de totale vlucht maakt men gebruik van zwaartekrachtversnellingen:

 

 Aarde: maart 2005

Mars: februari 2007

Aarde: november 2007

Aarde: november 2009

2867 Steins  September 2008

21 Lutetia Juli 2010.

 Het internationale  industriële team van Rosetta bedraagt de deelname van meer dan 50 aannemers, komende uit 14 Europese landen en de Verenigde Staten. De hoofdaandeelhouder is firma Astrium uit Duitsland. Grote onderaannemers zijn: Astrium UK (ruimtevaartuig-platform) - Astrium France ( ruimtevaartuig-avionics)  en Alenia Spazio (assemblage, integratie en verificatie). EADS Astrium is de nummer 1 in Europa en nummer 3 in de wereld. Ze hebben in totaal 15.000 mensen in dienst (Frankrijk - Duitsland - UK - Spanje en Nederland en zijn al 40 jaren actief in ruimtevaart. EADS Astrium is partner van 22 andere bedrijven die zich met ruimtevaart bezig houden Radiocommunicatie tussen Rosetta en de aarde maakt gebruik van een "deep-space-antenne". Deze schotelantenne werd gebouwd door ESA in New Norcia ( in de buurt van Perth), Australië. Operatoren van de firma Xantic bedienen de schotelantenne

 Rosetta's voornaamste doel is helpen begrijpen hoe het zonnestelsel ontstond en evolueerde. De samenstelling van een komeet geeft een idee over de samenstelling van de gaswolk waaruit de zon en de planeten gevormd werden, meer dan 4.6 miljard jaren geleden. Men hoopt antwoorden te verkrijgen door deze diepteanalyse van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko.  Het project "Rosetta" is het eerste project dat als doel heeft een Orbiter in een baan om een komeet te brengen en er effectief op te landen met een kleiner tuig, de lander. Deze missie zal resulteren in de meest gedetailleerde studie aan kometen, ooit. De doelkomeet, 67P/Churyumov-Gerasimenko,  zal men bereiken in 2014. De Rosetta lander zal men loslaten met als doel een afdaling naar komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko.  Doel van de lander is het maken van een heel gedetailleerde analyse van de komeetkern en het oppervlak. De minimumduur van de missie is 65 uren, maar de operaties kunnen uitgebreid worden tot enkele maanden. Sommige instrumenten zitten onder een "kap" die je kan vinden onder de zonnepanelen.Een antenne stuurt de gegevens van het komeetoppervlak via de Orbiter naar de aarde. De Lander heeft 9 experimenten aan boord, samen goed voor 21 kg instrumenten. Naast deze experimenten is er ook een boorsysteem meegenomen om monsters van de komeet te kunnen nemen.

 De Rosetta is een grote aluminium doos met afmetingen 2,8 x 2,1 x 2,0 meter. De wetenschappelijke instrumenten zitten gemonteerd aan de bovenkant van de doos (payload Support Module), terwijl de subsystemen op de onderkant zitten (Bus Support Module). Aan  een kant van de Orbiter is een 2,2 meter diameter schotelantenne, een stuurbare hooggevoelige antenne. De lander zit vast aan de andere kant, tegenover de schotelantenne. Twee enorme zonnepanelen, elk 32 vierkante meter groot, hebben een totale span van 32 meter van tip tot tip. Elk paneel bestaat op zich uit 5 losse panelen die tot +/- 180 graden kunnen verplaatsen, teneinde het maximum aan zonlicht op te vangen.

Zodra komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko in beeld is zal Rosetta alle instrumenten op dit object richten, de antenne continue naar de aarde en de zonnepanelen naar de zon. De zijkanten zitten bijna continue in de schaduw. Om deze reden zitten de meest gevoelige items aan deze kant gemonteerd. In het midden van de Orbiter zit het hoofdvoortstuwingsysteem. Twee grote brandstoftanks flankeren een verticale straalpijp. De bovenste tank zit vol met brandstof en de onderste tank heeft oxidiser als inhoud. Naast deze centrale voortstuwing heeft Rosetta ook nog 24 kleine thrusters die nodig zijn om kleine correcties of manoeuvres  door te voeren. De kracht die deze thrusters geven is 10 Newton, te vergelijken met de kracht die nodig is om een grote zak appels vast te houden. Meer dan de helft van het te lanceren totaalgewicht is brandstof. De Rosetta-Orbiter's wetenschappelijk instrumentarium is 11 experimenten groot.

De instrumenten zijn samengesteld door diverse wetenschappelijke instituten in Europa en de USA. Alle experimenten zullen non-stop op de komeet gericht zijn gedurende de ganse wetenschappelijke fase van de missie. ESA's Giotto en aardse observatoria toonden aan dat kometen complexe organische moleculen bevatten. Deze organische moleculen zijn rijk aan koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof. Intrigerend, want deze elementen zijn nodig om nucleine- en aminozuren te maken, essentiële bestanddelen van leven zoals wij het kennen. We verwachten niet dat Rosetta een antwoord zal geven op deze vragen,  het zal hooguit een boel extra informatie opleveren. Rosetta zal de isotopische abundanties in het komeetijs analyseren.  De isotopen van een bepaald chemisch element zijn atomen van hetzelfde soort, maar met een klein verschil in gewicht. Deuterium, bij voorbeeld, is een isotoop van waterstof. Als de verhouding waterstof-deuterium in onze oceanen gelijk is aan de waarden in het komeetijs, kan dit een sterk argument zijn voor de theorie dat een deel van het water op aarde afkomstig is vanuit de ruimte.  Men gaat uit van een planning van 12 jaren. De nominale missie eindigt in december 2015. December 2015, de komeet heeft net haar kortste afstand tot de zon achter de rug en is terug op weg naar de uiterste diepte van het zonnestelsel.

 Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko is klein (4 km), bijgevolg zal de gravitationele pull die ze uitoefent miljoenen keren zwakker zijn dan hier op aarde. Om deze redenen zal de Rosetta-lander neerdalen met een snelheid van een wandelaar. De Lander zal wel gebruik moeten maken van een harpoen, om te voorkomen dat de Lander bij contact zal terugveren en verdwijnen in de ruimte. Rosetta zal de komeet ontmoeten op een afstand van 675 miljoen km van de zon. De zonnecellen in de zonnepanelen van Rosetta zijn gebaseerd op nieuwe technologieën. Dankzij deze vernieuwing is het mogelijk een missie uit te voeren voorbij de planetoïdengordel en dan slechts gebruik makende van zonnelicht. Tot nu toe maakte men gebruik van nucleaire krachtbronnen.  De nieuwe zonnepanelen maken dat Rosetta kan opereren op een afstand van 800 miljoen kilometer van de zon. Het licht ter plaatse is nog maar 4% van hetgeen wij hier ontvangen. Deze technologie kan toegepast worden in toekomstige deepspace-missies. Sommige van de systemen, nodig om de interne temperatuur van het vaartuig te regelen, zijn een ander voorbeeld van technologische vernieuwing. Temperatuur is een kritiek gegeven bij deze missie. Wanneer Rosetta kort bij de zon is zal er risico voor oververhitting zijn. Men gaat dit tegen door gebruik te maken van o.a. radiatoren en louvres. De moeilijkste fase van de onderneming zal gebeuren in mei 2014. Rosetta zal de snelbewegende komeet naderen en moet afremmen. Het afremmen moet de sonde kort bij de komeetrand brengen. Omdat de camera's aan boord nog niet actief zijn moet men heel zeker zijn van de verkregen data en berekeningen, afkomstig van de grondwaarnemingen. Op 5 augustus vloog Rosetta voorbij planetoïde 2867 Steins. Kortste nadering was 800 kilometer.  Steins is een E-type planetoïde met een diameter van slechts 5 kilometer.

 ESA's kometenjager Rosetta vloog op 13 november langs de aarde om omloopenergie op te pikken. Toen begon het laatste deel van zijn tien jaar lange reis naar de buitenste regionen van het zonnestelsel. Er stond nog een aantal observaties van het aarde-maanstelsel gepland voordat het ruimtevaartuig de komeet 67/P Churyumov-Gerasimenko gaat bestuderen. Dit werd de laatste scheervlucht langs de aarde en de laatste keer dat Rosetta gebruik maakte van de zwaartekracht van een planeet. Om 08:45u kwam Rosetta volgens planning het dichtst bij de aarde. De scheervlucht gaf de satelliet precies genoeg versnelling om door te kunnen gaan naar de buitenste regionen van het zonnestelsel. Volgens schema komt het ruimtevaartuig in juli 2010 vlak langs de asteroïde 21 Lutetia.  
 Naar verwachting komt Rosetta in mei 2014 op zijn eindbestemming aan. Daar laat het de lander Philae neer die het oppervlak ter plaatse gaat bestuderen. Vervolgens vergezelt het ruimtevaartuig de komeet op zijn reis richting de zon. Tijdens deze reis wordt de komeet maximaal twee jaar grondig bestudeerd.

  We sloten het verhaal af met enkele beschouwingen betreffende de baan van de sonde ten opzichte van de komeet, de dichtheid van de komeet en het al dan niet gestoorde signaal van de Lander naar de Orbiter, te danken aan sterke ionisatie, ter plaatse.

                                                                                                                        Lambert Beliën

 Vers van de pers: Met de Europese VISTA-telescoop is een indrukwekkende infrarood opname gemaakt van de Kattepootnevel, een gigantisch stervormingsgebied op 5500 lichtjaar afstand van de aarde, in het sterrenbeeld Schorpioen. De nevel, met een middellijn van ca. 50 lichtjaar, bestaat uit dichte gas-en stofwolken waarin nieuwe sterren ontstaan. Op de foto's die in zichtbaar licht zijn gemaakt, ziet hij er uit als een pootafdruk van een kat. Op de nieuwe foto zijn de dichtste stofwolken nog steeds donker maar zijn ook de pas gevormde sterren te zien .(artikel ingezonden door Job Beeren; brom Europlanetarium Genk)

 Extra kijkavond:  op dinsdagc18 mei, totaal onverwacht,  besloten Job en Lambert naar de sterrenwacht te trekken in een ultieme poging om toch nog Mercurius te spotten (was niet gelukt tijdens de vorige kijkavond). Ondanks een stralend heldere hemel en verwoedde pogingen bleek Mercurius al te laag te staan om nog zichtbaar te zijn vanaf de sterrenwacht. Een andere keer beter!! Wat wel lukte....Mars - Venus en Saturnus gezocht en gevonden ......tijdens de schemering. Dat is een heel straffe toer om de scherpte van je zintuigen te testen. We hebben het trio (en de maan) uitvoerig bekeken met behulp van de kringkijker. Er was wel enig afstelwerk aan de kijker alvorens deze effectief ingezet kon worden. We weten nu dat de dragers van de zoeker niet goed staan; deze moeten bijgesteld worden, willen we een bepaald object op de kruisdraad krijgen. De koepel, daarentegen, die loopt gelijk een trein. Eén enkele persoon laat met gemak de koepel rond lopen. Onze inspanningen van vorige opknapbeurt zijn niet vergeefs geweest.

 Al met al een heel fijne avond die we afsloten met een frisse Grimbergen. Bij deze nogmaals een  oproep aan de leden van het "kijkavondnetwerk"....we wachten op jullie initiatief. Wie geeft het startschot?

                                                                                                                          Job & Lambert

Een nieuwe aanwinst!

 Zaterdag 8 mei kreeg ik heel onverwacht telefoon en vernam dat er in Achel, in de Generaal Dempylaan, een refractor was afgeleverd. De nieuwe en trotse eigenaar is niemand minder dan Tony Van Hertem. Nieuwsgierig trok ik dan ook meteen, gewapend met mijn fototoestelletje, naar Tony om de nieuwe aanwinst te bewonderen en... het was de moeite. Een refractor met een objectief van maar liefst 150mm diameter en een brandpunt van 1200mm.  De "SKYWATCHER EQ - 6" .Onze voorzitter Bèrke was ook gearriveerd en gezamenlijk hebben we het apparaat buiten even opgesteld. De kijker is voorzien van een zeer stabiele en vrij hoog instelbare driepoot. Dat is ook wel nodig want het is zeker geen lichtgewicht. Hij heeft een duidelijke zoeker, variabele oculairhouder voor 1,25 inch en 2 inch en is voorzien van 2 oculairs (resp. 10 en 25 mm) van het type "super Plössl". De montering is parallactisch met graadaanduiding en het volgsysteem is uitgerust met 2 elektrische volgmotoren en een handig bedieningspaneel met regelbare snelheden.

Om de opstelling snel en eenvoudig parallactisch af te stellen is de poolas volledig hol en voorzien van een zoeksysteem met projectie langs waar de afstelling eenvoudig kan worden uitgevoerd. Bij het afstellen worden in dit zoekveld ook nog enkele belangrijke sterrenbeelden geprojecteerd waardoor ook meteen de kijker op de gewenste uuras kan worden ingesteld. Tony is zinnens om een aanpassingsstuk te maken waarmee hij de kijker ook in de sterrenwacht kan opstellen. Als alles naar wens verloopt en het weer ons niet te veel parten speelt mogen we waarschijnlijk nog meer interessante kijkavonden verwachten. Proficiat Tony en veel succes met deze mooie aanwinst!

Verslag kijkavond 28 mei 2010.

 De vooruitzichten waren (weer) goed, de hemel was open en helder, de maan nog verre van zichtbaar. De eerste deelnemers (5 deelnemers aanwezig tijdens de sessie) waren al aanwezig, nog voor het afgesproken uur van 22.30u. Terwijl Tony bezig was met de laatste aanpassingen aan de zuil van de sterrenwacht (gereed maken voor de Skywatcher EQ6 (zie elders in dit blaadje), werd er aan de voet van de toren al gekeken naar de eerste planeten die zichtbaar werden. Saturnus met z'n manen werd een spoedklus. Ze stond op het punt te verdwijnen achter de bomen. Het feit dat alles snel, snel moest gaan vertaalde zich door in de verdere nacht. Normaal gezien moet je toch wat tijd besteden aan afstellingen van de verschillende optische systemen (zoeker - kijker-telelens - scherpstellingen). Doe je dat niet voor de volle 100%, dan achtervolgd je dit de rest van de nacht. Ook het gegeven dat  het niet donker was en sluierbewolking,  maakte dat we zo goed als niet konden werken met het Nagler-oculair. Een ander gegeven blijkt de moeilijkheid van wisselende dioptrie. Verschillende waarnemers betekent verschillende scherpstellingen. Met een vergrendelde hoofdspiegel en een motorfocus valt dat allemaal wel mee, maar heel af en toe bij het wisselen van een oculair, kan het wel eens net niet haalbaar te zijn.  We hebben nog verschillende fotografische opnames gemaakt  tot tegen de klok van 01.00 u opeens de boel dichtzat. Bewolking!!! Tijd om af te ruimen en huiswaarts te keren. Al bij al toch een fijne nacht gehad!!!!

                                                                                                                    Lambert

 

20:17 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

23-05-10

Fotograferen tijdens een wassende maan.

FinePix S3Pro  sized_DSCF7318
Vrijdag, 22 mei om 22.30u: de maan stoort enorm, maar toch  enkele punten op de "astronomische" agenda.

  1. een nieuwe locatie scouten en meteen uitproberen
  2. een nieuw idee betreffende fotograferen MET storende maan
  3. M.a.w. de ganse nacht besteden aan testen van "nieuwe" dingen.

Onlangs vond ik op Google Maps een locatie die wel eens aan mijn wensen kon voldoen. Weinig og geen verkeer, geen straatlampen, geen huizen...alleen velden en koepelbossen die storende elementen afschermen. Afschermen is een loos woord, want deze nacht nam ik toch een flinke dosis maanlicht voor lief. Bij het testen van mijn "nieuwe inzichten" betreffende fotograferen met strooilicht kon ik alleen maar tevreden zijn met de behaalde resultaten. Het idee werkt en verdient verdere uitwerking. Hieronder enkele beelden van de omgeving en enkele van de talloze objecten die tijdens deze waarnemingsrun gemaakt zijn.

 FinePix S3Pro  sized_DSCF7328

FinePix S3Pro  sized_DSCF7330

FinePix S3Pro  sized_DSCF7331

 

FinePix S3Pro  sized_DSCF7345

FinePix S3Pro  sized_DSCF7348

FinePix S3Pro  sized_DSCF7349

 FinePix S3Pro  sized_DSCF7375

FinePix S3Pro  sized_DSCF7379

 

14:19 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Planetaire nevels door Lambert Beliën

Moeilijk voorspelbaar, maar soms toch een succes,  de geplande kijkavonden…

 

Op 9 april was er een periodieke ­kijkavond op de sterrenwacht en het was, zoals gewoonlijk, moeilijk vooraf te voorspellen of het weer hiervoor die avond geschikt was. Pas toen de avond viel werden we door een heel mooie heldere sterrenhemel naar de sterrenwacht gelokt.

De eerste “astronomen” arriveerden omstreeks negen uur. Met feestelijke klanken op de achtergrond (er was een groot feest in het cafetaria) en een schitterende sterrenhemel ging de deur van de sterrenwacht open voor wat een magnifieke kijkavond zou worden.

In afwachting van de refractor werd eerst tijdelijk de newtonkijker in gebruik genomen en op Mars gericht, maar met de slecht afgestelde zoeker lukte het helemaal niet om de planeet in de kijker te krijgen. Dirk en Geert waren druk doende om alles af te stellen terwijl de anderen op zoek gingen naar sterrenbeelden en genoten van het prachtig uitspansel. Toen alles enigszins was afgesteld en we de kijker zouden kunnen gebruiken, arriveerde Bèrke met de refractor.

We besloten dan toch maar de refractor op te stellen en met Mars in beeld werd uitgebreid geëxperimenteerd met diverse oculairwaarden. Het aantal bezoekers was intussen ook toegenomen en na die experimenten werden koepel en kijker naar Saturnus gericht. Hier was heel duidelijk te zien dat de mooie ring rond de planeet zo goed als plat ligt ten opzichte van onze kijkrichting en we zagen ook duidelijk de maan Titan, de grootste van de vele manen van Saturnus, op een afstand van circa 6 planeetdiameters. Vreemd was dat er zich, bij het perifeer kijken, een zwarte vlek net boven de rand van de fijne ring op de planeet aftekende.Voor een maan leek het erg groot en niemand kon verklaren wat we daar precies zagen. Om na te gaan of dit te verklaren was met een sterkere vergroting, werd de barlowlens (beeldverdubbeling) er tussen geplaatst, maar hiermee bleef het verwachtte resultaat helemaal uit. Er was ruim voldoende verstelmogelijk met de oculairverstelling, want het object kon zelfs voorbij het brandpunt worden gedraaid, maar ondanks de ruime afstelmogelijkheid was het beeld niet scherp te krijgen. Intussen was het onmogelijk te verklaren of die donkere vlek, die we alleen bij perifeer kijken zagen, de maan Tethys was of misschien gewoon de schaduw van de platte ring die net over de rand van de smalle ring op de planeet wordt geworpen. Er werd besloten om dit nog verder op te zoeken, want lang konden we dit niet meer bekijken omdat rond elf uur de bewolking toenam en de hemel helemaal dicht trok.

Samengevat kunnen we zeker zeggen dat het een zeer geslaagde kijkavond was; een van de weinigen die we in het voorjaar mogen verwachten?

Jan Hermans

 

 

~      Open agenda

 

1.     Jakobsstaf

2.     Aardbeving

3.     Hoe relatief is temperatuur?

 

Onder de vraag “Hoe meet ik de hoogte van een boom met “ne knuppel?” kregen we uitvoerig antwoord, gegeven door de aanwezigen. We telden niet minder dan drie verschillende oplossingen, gaande van de Jakobsstaf naar “platleggen” en driehoeksmeting gezien van tussen je benen. Jan verduidelijkte het principe van de Jakobsstaf aan de hand van een voorbeeld dat we in ons archief hebben. Een waarnemer wil de hoogte bepalen van een object en heeft als hulpmiddelen alleen  maar een stok. Hij gaat als volgt te werk: Hij neemt de stok met horizontaal gestrekte arm vast (hoogte tussen hand en top zijn in tekening aangegeven  als X-Y) en loopt voor- of achteruit tot  hij de top van het te meten voorwerp (punt B) net boven de bovenrand van de stok te zien krijgt. De plaats waar hij dan staat wordt op de grond gemarkeerd. (trekt bvb een streep bij punt C). De waarnemer maakt nu een merkteken op de helft van het deel van de stok dat boven zijn horizontaal gestrekte arm uitsteekt ( punt Y’) en markeert dit of breekt het bovendeel af.  Dan loopt hij zo ver achteruit tot de top van het te meten voorwerp weer precies een lijn vormt met de gemarkeerde hoogte (B-Y’) en markeert de plaats waar hij is aangekomen op de grond.(punt D). Door nu de afgelegde weg tussen de punten C en D die hij op de grond heeft gemarkeerd te meten, kan hij de hoogte van het voorwerp bepalen. De afstand tussen de punten C en D (afgelegde weg) is gelijk aan de afstand tussen A en B (hoogte v/h voorwerp)

 

 De vraag over aardbevingen kwam van Jacky Hermans. Hoe kan het zijn dat een beving van 7.3 op de schaal van Richter (beving in Chili) minder schade als gevolg had dan de beving van Haïti (6.5 op de schaal van Richter)? Je zou denken; hoe zwaarder een beving, des te meer schade. In dit geval niet. Het heeft allemaal te maken met het soort van beving. Als twee tektonische platen op elkaar botsen en onder elkaar door bewegen zal het gevolg van een beving, die daaruit voortkomt, een verticale trilling als gevolg hebben. Nu, een verticale trilling is minder erg dan horizontale trillingen. Het zijn de horizontale bevingen (trillingen) die voor de meeste schade zorgen.

 

De derde vraag op de open agenda behandelde de vraag: “Hoe relatief is temperatuur?”. Dirk had heel wat opzoekwerk gedaan en besprak de verschillende temperatuurschalen zoals Celsius, Kelvin en Fahrenheit. In zijn uiteenzetting kwam meerdere malen een kernwoord voor, namelijk “materiedichtheid”. In het kort gezegd: lucht van 25° C is aangenaam, maar als men  een emmer water van 25°C over je heen stort is dat een heel ander gegeven. Jan wist dat je zonder problemen je hoofd in een oven 120°C kan steken. Best niet proberen met een stuk ijzer dat verwarmt is tot 125°C. Temperatuur is, net als kleur een heel relatief gegeven.

 

Planetaire nevels.

 

Een zonachtige ster produceert het grootste gedeelte van haar leven energie door waterstof om te zetten in helium. Aan het eind van deze fase van kernfusie zwellen deze sterren op tot ongeveer 100 maal hun oorspronkelijke formaat en worden ze “rode reuzen”. Aan het eind van de rode reus fase worden de buitenste lagen van de ster weggeblazen. Het uitgestoten gas blijft uitdijen met de centrale ster als middelpunt.

Deze centrale ster zal, nadat alle kernfusie is opgehouden veranderen in een “witte dwerg”.

 

De witte dwerg. Een witte dwerg is een ster die aan het einde van haar levenscyclus is gekomen. In de witte dwerg vinden dus geen kernreacties meer plaats. De massa van de ster moet kleiner dan 1,4 zonmassa's (Chandrasekhar-limiet) zijn, want anders eindigt de ster als een neutronenster of een zwart gat. Vooraleer een ster een witte dwerg wordt, zwelt ze op tot een rode reus en stoot een deel van de materie af in de vorm van een planetaire nevel. De overblijvende kern stort dan in tot een witte dwerg. Die heeft een straal van enkele duizenden kilometer en een dichtheid van honderden ton per kubieke centimeter. Een doorsnee witte dwerg heeft ongeveer één zonnemassa, maar zijn volume is niet groter dan dat van de aarde. Dat betekent dat het zwaartekrachtsveld aan de oppervlakte enkele honderdduizenden malen sterker is dan aan het aardoppervlak. Vanwege de kleine oppervlakte straalt een witte dwerg – ondanks zijn hoge oppervlaktetemperatuur – 100 tot 10.000 maal minder licht uit dan de zon.

De temperatuur van een jonge witte dwerg is hoog: vele tienduizenden graden, waarbij hij heel langzaam afkoelt tot een zwarte dwerg. Het andere ingrediënt:Nevels… Onder de term nevel kunnen de volgende objecten vallen:

 

§  Sterrenstelsels

Samenstelsels van miljarden sterren, omstreeks 100 000 lichtjaar in diameter. Deze vormen onder de nevels de objecten met de grootste afmetingen.

§  Bolvormige sterrenhoop

Door zwaartekracht gebonden sterrengroepen van enkele duizenden sterren, die verspreid liggen binnen een sterrenstelsel.

§  Open sterrenhoop

Losse groepen van enkele dozijnen tot honderden jonge sterren, ook wel galactische clusters geheten.

§  Emissienevels

Gaswolken met hoge temperatuur. De energie wordt verkregen door ultraviolet licht van nabij gelegen sterren en weer uitgestraald als vaak roodachtig licht.

§  Reflectienevels

Licht reflecterende stofwolken. Vaak de plaats van het ontstaan van jonge sterren.

§  Donkere nevels

Stofwolken die het licht van andere bronnen blokkeert.

Is een stelsel zodanig in de ruimte georiënteerd dat het vlak van de spiraalarmen naar ons toe is gericht, dan ziet men de donkere materie van dit vlak als een donkere band het hele stelsel doorsnijden.

§  Supernova-overblijfselen

Ontstaan aan het eind van het leven van massieve sterren, een groot deel van de oorspronkelijke massa van de ster wordt in een explosie in de ruimte geslingerd.

§  Planetaire nevels

Gaswolken die als een schil door sommige sterren aan het eind van hun leven zijn uitgeworpen.

 

Een planetaire nevel is de uitdijende gasschil in de ruimte geproduceerd door bepaalde types sterren aan het eind van hun leven.  Een planetaire nevel is erg helder, vooral op een golflengte van 500,7 nanometer, waar dubbel geïoniseerde  zuurstofatomen een min of meer groene gloed veroorzaken. Hij is zo helder dat we hem zelfs in behoorlijk verre sterrenstelsels nog kunnen onderscheiden.

Nevels en gaswolken worden beschouwd als de geboorteplaats van sterren. In dezelfde wolk ontstane sterren vormen soms met elkaar een sterrenhoop; het aantal sterren daarvan kan uiteenlopen van slechts enkele tot een paar duizend sterren. Een sterrenhoop kan uiteen vallen door zwaartekrachtwerkingen van andere kosmische formaties. Nevels worden gecategoriseerd naar de mate van hun lichtweerkaatsing. Sommige types nevels hebben speciale namen gekregen, zoals heldere nevels, donkere nevels en planetaire nevels. Heldere nevels zijn gigantische stofwolken die veel licht van nabije sterren weerkaatsen (reflectienevels). Reflectienevels worden gekenmerkt door een blauwe uitstraling, overigens te gering om met het oog waar te nemen. Wanneer een heldere nevel in de buurt van een zeer hete ster staat, kan het voorkomen dat de gasatomen in de nevel geïoniseerd worden door de ultraviolette straling van de ster. De gaswolk gaat hierdoor zelf licht uitstralen en wordt dan een emissienevel genoemd. Deze zijn herkenbaar aan de warm rode kleur, evenmin met het oog waarneembaar.

Er bestaat ook een mengvorm, de emissie-reflectienevel.

In  tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, hebben deze nevels niets te maken met planeten. De naam ontstond toen men vroeger dacht dat planeten uit deze nevels konden ontstaan. Ze zien er immers uit als grote ringen rond een centrale ster. Als hier klonteringen in ontstonden, konden planeten gevormd worden. Tegenwoordig weten we dat deze nevels niet met vorming, maar met sterfte te maken hebben. Planetaire nevels ontstaan uit de buitenste gaslagen die een ster op het eind van haar leven uitstoot. Dit vormt een ring of wolk rond de overblijfselen van de centrale ster die, wanneer ze zwaar genoeg is, nog een tijd kan doorgaan met kernfusie. Planetaire nevels worden geclassificeerd met het systeem van Vorontsov-Velyaminov:

§  I - stervormig

§  II - schijfvormig

ú  a - schijf helderder naar het centrum

ú  b - uniforme schijf

ú  c - schijf met sporen van een ring

§  III - onregelmatige schijf

ú  a - onregelmatige helderheid

ú  b - schijf met sporen van een ring

§  IV - ringvormige nevel

§  V - onregelmatige vorm, tussen planetaire en reflectienevel

§  VI - exotische vormen, bv. S- of 8-vormig

Een mooi voorbeeld is de Helixnevel. Een spectaculaire variant ontstaat wanneer de centrale ster na een tijd uiteindelijk een nova of zelfs een supernova wordt. De gassen die hierbij worden uitgestoten, hebben een veel grotere snelheid dan die in de planetaire nevel. Als ze elkaar inhalen en botsen, kan er een fantastisch vuurwerk ontstaan. Planetaire nevels worden onderverdeeld vanuit drie basisvormen: rond - elliptisch of Vlindervormig.

 

De Helixnevel. Met behulp van de infrarood-satelliet Spitzer is rond de centrale ster van de bekende Helixnevel een stofschijf opgespoord. De straling van de hete kern van de ster, die nog als witte dwerg in het centrum van de Helixnevel staat, verhit het uitgestoten materiaal, waardoor dit licht is gaan uitzenden. Hoewel de planetaire nevel en de witte dwerg al vaak onderzocht zijn, is nog niet eerder vastgesteld dat de laatste door stof omgeven is.

De  waargenomen stofschijf is ruwweg zo groot als de Kuipergordel van ons zonnestelsel, het gebied buiten de baan van Neptunus waar zich veel ijsachtige objecten bevinden. De Helixnevel is een planetaire nevel op 700 lichtjaar van de aarde, in het sterrenbeeld Waterman.

De binnenste ring is ongeveer twee lichtjaar  in diameter en heeft een snelheid van zo'n 100 000 km/u. Het midden van de Helix gloeit blauw-groen omdat de ster zuurstof in het omringende gas met UV licht bestraalt. Daarbuiten toont de rode kleur de aanwezigheid van waterstof en stikstof. Door het ijle gas van de nevel heen zijn verder gelegen sterrenstelsels te zien.

 

De Halternevel. Deze planetaire nevel, M27 of NGC 6853, wordt vanwege de hier rood gekleurde lobben aan weerszijden doorgaans de Halternevel genoemd. De nevel staat op een afstand van ongeveer 900 lichtjaar en is daarmee één van de dichtstbijzijnde planetaire nevels.

Doordat men de uitdijingsnelheid van de nevel heeft kunnen bepalen op 27 km/s, kan de leeftijd ervan worden geschat op 48.000 jaar.

 

De Vlindernevel. De Vlindernevel is een schitterende planetaire nevel in het sterrenbeeld Slangendrager. Deze nevel dankt zijn naam aan zijn twee ver uitstrekkende 'vleugels'. De opmerkelijke vorm van de nevel is een gevolg van het feit dat de centrale ster een dubbelster is.

Door de kleine afstand tussen de beide sterren wordt er gas van de ene ster aan de andere overgedragen, waardoor een dunne, maar dichte gasschijf in het baanvlak van beide sterren is ontstaan. Eén van de sterren blaast een krachtige sterrenwind uit, die op het gas in de schijf klapt en vervolgens met grote snelheid naar boven en beneden wordt afgebogen.

 

SuWt 2 Centaurus. Dit beeld van de planetaire nevel SuWt 2, op 6500 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus, toont een heldere ring van gas die een heldere centrale ster omhult. Planetaire nevels zijn de uitgeblazen gasschillen van rode reuzensterren. Wanneer de kern van de ster inkrimpt tot een compacte, hete witte dwerg, worden de nevelresten door de ultraviolette straling van die dwerg tot gloeien gebracht. In het centrum van SuWt 2 bevindt zich echter geen witte dwerg, maar een merkwaardige dubbelster die niet heet genoeg is om de nevel aan te lichten. Astronomen denken dat er oorspronkelijk sprake geweest is van een drievoudige ster. In het rode reuzenstadium zou de buitenste van de drie de andere twee gedeeltelijk hebben opgeslokt, waardoor ze op kleinere onderlinge afstand terecht zijn gekomen. De mantel van de reuzenster zou vervolgens de ruimte in zijn geblazen.


Vergis je niet:  In 1950 ontdekte de astronoom Arthur Hoag het eerste exemplaar van een bijzondere klasse van sterrenstelsels. Dit stelsel vertoont een bijna perfecte ring van jonge, blauwe sterren rond een kern van oudere, gele sterren. Het ringstelsel van Hoag bevindt zich op een afstand van 600 miljoen lichtjaar en is met een diameter van 120.000 lichtjaar net iets groter dan ons Melkwegstelsel. Alhoewel zulke stelsels helemaal niet zo veel voorkomen, is er rechtsboven de kern nog een tweede ringstelsel te zien.

 

Aangeslagen door de wind! Astronomen geloven dat een planetaire nevel ontstaat wanneer een snelle stellaire gaswind vanuit de centrale ster de langzamere wind inhaalt die ontstond toen de ster zijn buitenste schillen afstootte. Op de grens tussen de twee winden doet zich een schok voor die zorgt voor de zichtbare, dikke schil die zo karakteristiek is voor planetaire nevels.

De atomen in de gasschil krijgen energie toegevoerd uit de straling van de centrale ster en komen zo in aangeslagen toestand terecht. De nevel zendt deze energie vervolgens weer uit. Het licht van de centrale ster kan de planeetnevel wel 10.000 jaar op laten lichten.

 

Verschillende vormen. Het is niet duidelijk waarom de meeste planetaire nevels niet bolvormig zijn, maar er zijn verschillende ideeën over. Eén hypothese is dat de vreemde vormen van planetaire nevels het gevolg zijn van een centrifugale kracht die ontstaat door de hoge omwentelingssnelheid van rode reuzen. Een andere hypothese is dat een nabijgelegen ster de symmetrie van de sterrenwind kan beïnvloeden. De meest recente en overtuigende theorieën echter gebruiken magneetvelden om de vormen van de planetaire nevels te verklaren.

 

Magneetvelden. De aanwezigheid van magneetvelden zou de ingewikkelde vormen van planetaire nevels heel mooi kunnen verklaren, aangezien de afgestoten materie wordt vastgehouden langs de veldlijnen van het magneetveld. Vergelijk het maar met het ijzervijlsel dat de veldlijnen van een staafmagneet volgt; een klassiek natuurkundig experiment voor op de middelbare school.Magneetvelden ver van de centrale ster kunnen de gassen in de planetaire nevel misschien gevangen houden, maar dichtbij de ster doen ze precies het omgekeerde.

Bij de magnetische polen van de ster is het magneetveld het sterkste en oefenen de veldlijnen zoveel kracht uit dat ze materie aan de ster helpen ontsnappen. Magnetische velden kunnen op verschillende manieren gevormd worden in de buurt van planetaire nevels. Een stellaire dynamo kan een magnetisch veld opwekken tijdens de fase waarin de nevel wordt afgestoten.

Voorwaarde voor zo’n dynamo is wel dat de kern van de ster harder draait dan de buitenlaag; dit is bij onze zon het geval. Het kan ook dat magnetische velden fossiele resten zijn van eerdere fases van de evolutie van een ster. Meestal is de materie in sterren zo sterk elektrisch geleidend dat magneetvelden miljoenen of zelfs miljarden jaren kunnen blijven bestaan.

In beide gevallen kan interstellair gas de originele bolvorm van de uitgestoten materie nog verder vervormen. Het idee dat magnetische velden een belangrijk onderdeel zijn in de vorming van planetaire nevels was tot 2002 een puur theoretische claim. In dat jaar werden de eerste aanwijzingen voor de aanwezigheid van dat soort magneetvelden gevonden.

Radioastronomische waarnemingen toonden magneetvelden aan in de buitenlagen van reuzensterren. Deze lagen zijn de voorlopers van planetaire nevels. Magnetische velden zijn nog nooit waargenomen in planetaire nevels zelf. Om een directe aanwijzing te krijgen voor de aanwezigheid van magnetische velden in planetaire nevels hebben astronomen besloten zich te richten op de centrale sterren. Daar zouden de magneetvelden moeten hebben overleefd.

 

Gevonden! Het eerste directe bewijs is nu geleverd. Stefan Jordan en zijn team hebben als eerste magnetische velden ontdekt in verschillende centrale sterren van planetaire nevels.

Met de FORS1 spectrograaf van de 8-m klasse VLT (Very Large Telescope, European Southern Observatory, Chili) hebben ze de polarisatie van het licht dat door vier van deze sterren wordt uitgezonden gemeten. Aan de hand van de karakteristieke polarisatie in de spectraallijnen was de sterkte van het magneetveld in de sterren te bepalen. Onder invloed van een magneetveld verandert het gedrag van een atoom op een unieke manier. Dit effect heet het Zeeman effect en werd in 1896 ontdekt door Pieter Zeeman in Leiden. Als deze atomen licht opnemen of uitstralen wordt dat licht gepolariseerd. Dit maakt het mogelijk de intensiteit van het magneetveld te meten aan de hand van de mate van polarisatie. Deze polarisatie-effecten zijn echter meestal heel erg zwak; de metingen vereisen data van zo’n hoge kwaliteit dat alleen telescopen met een diameter van 8 meter of meer zoals de VLT die kunnen leveren.

Als de magneetveld-hypothese om de vorm van plaatnevels te verklaren klopt zouden deze sterren dus sterke magneetvelden moeten hebben. De nieuwe data toont aan dat dit inderdaad het geval is: de sterke van de magneetvelden loopt van 1000 tot 3000 Gauss; dat is ongeveer duizend keer krachtiger dan het magneetveld van de zon. De hypothese dat magneetvelden een grote rol spelen bij de vorming van planetaire nevels wordt door de observaties van Stefan Jordan en zijn collega’s ondersteunt.

Het team wil nu gaan zoeken naar magneetvelden in de centrale sterren van bolvormige nevels. Deze sterren zouden een zwakker magnetisch veld moeten hebben. Deze data zou het astronomen mogelijk moeten maken om het verband tussen magneetvelden en de vreemde vormen van planetaire nevels te bepalen.

 

 “Hot news” : Sterrenkundigen hebben een nieuw type object in het heelal gevonden: super-planetaire nevels. Gewone planetaire nevels zijn de uitdijende gasschillen die door sterren zoals de zon aan het eind van hun leven de ruimte in worden geblazen. Super-planetaire nevels bevatten veel meer gas, en worden geproduceerd door sterren die tot acht keer zo zwaar zijn als de zon. Het bestaan van planetaire nevels rond zwaardere sterren was al wel voorspeld, maar ze waren nog nooit ontdekt. De vijftien nieuw ontdekte super-planetaire nevels bevinden zich in de Grote en de Kleine Magelhaense Wolk - twee kleine begeleiders van ons Melkwegstelsel. Met Australische radiotelescopen waren ongeïdentificeerde bronnen van radiostraling in de Magelhaense Wolken gevonden. Vervolgonderzoek met optische telescopen bracht het bestaan van de nevels aan het licht. Dat de super-planetaire nevels veel radiostraling zouden uitzenden, was niet verwacht. Waarom vergelijkbare objecten tot nu toe niet in ons eigen Melkwegstelsel zijn waargenomen, is ook niet bekend

 

De Boemerangnevel. Waardoor werd de Boemerangnevel gevormd? De symmetrische wolk, die Boemerang werd gedoopt, lijkt te zijn gecreëerd door een snelle wind van gas en stof . Wat precies de wind insnoert en de nevel zijn tweepolig uiterlijk geeft is echter nog een raadsel — het zou een centrale schijf van dicht gas of een centraal magnetisch veld kunnen zijn. Men denkt dat de ijskoude Boemerangnevel een ster of stersysteem is dat evolueert naar de planetaire nevel fase.  De Boemerangnevel meet ongeveer één lichtjaar in diameter en bevindt zich zo'n 5000 lichtjaar van ons af in de richting van het sterrenbeeld Centaurus.

 

We sloten het thema af met enkele afbeeldingen van bekende en minder bekende planetaire nevels. 

                                                             Lambert Beliën                                                                                                                                     Lbe

14:04 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

03-04-10

Enkele sfeerbeelden van ons uitstapje...

FinePix S3Pro  sized_DSCF6912

 

 

 

FinePix S3Pro  sized_DSCF6907

sized_Bluetooth-uitwisselingsmap

 

FinePix S3Pro  sized_DSCF6902

FinePix S3Pro  sized_DSCF6974

 

FinePix S3Pro  sized_DSCF6977

 

FinePix S3Pro  sized_DSCF6981

 

FinePix S3Pro  sized_DSCF6987

 

FinePix S3Pro  sized_DSCF6947

21:49 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Maart 2010, een stapje in de wereld...

Administrativa 

      Vanwege de reis: geen punten, wel enkele rechtzettingen in het vorige verslag stonden enkele fouten in de lijst van deelnemers die actief deelnemen in het netwerk "Sterrenkijken buiten de reguliere kijkavonden". We noteerden het correcte GSM-nummer van Paul Rackels, zijnde  0498221171. Dirk Schuurmans woont op volgend adres:  Haag 27 te Achel en niet in de Kluizerdijk zoals eerder gepubliceerd.

 

Nationale sterrenkijkdagen 2010.

 Ondanks slecht weer toch groot succes op de nationale sterrenkijkdagen te Achel.

 Op 19 en 20 maart 2010 werden opnieuw de jaarlijkse "nationale sterren­kijk­dagen" georganiseerd. Zoals ieder jaar deed de Achelse sterrenkundige vereniging "Noorderkroon" ook mee en nodigde de bevolking uit om op de sterrenwacht eens een kijkje te komen nemen door de telescoop...

 Vrijdagavond 19h00 was in de sterrenwacht op het domein  "De Bever" alles gereed voor het extra bezoek en omwille van het onvoorspelbare Belgische weer was een eventueel vervangpro­gramma voorbereid. Dit laatste bleek al gauw geen overbodige moeite te zijn geweest, want al was er enkele dagen vooraf een mooie sterrenhemel te bewonderen, op vrijdag 19 maart was de medewerking van de weergo­den spoorloos. Het was zodanig bewolkt dat geen ster, maan of planeet door het dichte wolkendek heen geraakte. De koepel van de sterrenwacht bleef dan ook dicht, de kijker onaangeroerd en noodgedwongen werd een projectiescherm opgesteld.

Jammer voor de grote opkomst van ouders met kinderen uit de basisschool van Achel en hun leerkrachten die het recent behandelde thema over de zon met haar planeten graag hadden afgesloten met een echte waarneming door een professionele telescoop op de sterrenwacht.

Om te voorkomen dat de talrijke bezoekers niet helemaal node­loos waren komen opdagen, werd het vervangprogramma opgestart en kon men de sterrenhemel, zoals hij zonder bewolking op die avond zichtbaar zou zijn geweest, op het scherm bewonderen. Ook de projectie van enkele mooie "deep-sky" objecten wekte indruk en kende veel belangstelling. Met die voorstelling konden we toch enigszins wat invulling geven aan het bezoek van de circa 100 belangstellenden die we - gespreid over de avond - mochten ontvangen.

Er kwamen talrijke vragen van zeer uiteenlopende aard; gaande van de werking van een telescoop tot supernova's en zwarte gaten. Dit allemaal terwijl de wolken hardnekkig stand hielden en de koepel van de sterrenwacht hopeloos dicht bleef.

Na het bezoek werd iedereen uitgenodigd voor een eventuele tweede poging op zaterdag en kreeg elke geïnteresseerde een eenvoudig zoekblaadje mee om thuis, bij een open hemel, zelf op zoek te gaan en een beetje wegwijs te geraken aan de sterrenhemel.Het weer op zaterdag leek voldoende kans te bieden voor een nieuwe poging. Het was afwisselend bewolkt met opklaringen. Behalve de talrijke wolken waren er regelmatig grote heldere gebieden aan de hemel, waardoor fonkelende sterren en de wassende maansikkel opnieuw een 50-tal bezoekers naar de sterrenwacht lokten.

Om 20h00 werd de telescoop opgesteld, schoof de koepel open en draaide de kijker naar de mooie maansikkel. Ten gevolge van het veranderlijke weer moest er wel met regelmatige onderbrekingen worden gekeken, want telkens opnieuw werd de maan tijdelijk door wolken verduisterd. Bezoekers moesten dan geduldig die overtocht afwachten, maar uiteindelijk kwam toch iedereen aan de beurt om het indrukwekkende oppervlak van de maan, met zijn ontelbare inslagkraters, van op een afstand van bijna 400.000 km door de telescoop te bewonderen. Uit de onderlinge reactie van bezoekers bleek dat het zeker de moeite loonde om hierop te wachten. Vooraleer iedereen de maan in al zijn glorie had kunnen aanschouwen was Mars al tot hoog in het zuiden tussen en achter de wolken door geschoven. De kijker werd op de planeet gericht nadat hij met een zenitprisma was uitgerust (om verticaal te kunnen waarnemen). Eveneens met regelmatige onderbrekingen werd Mars tussen het wolkendek geobserveerd en ook nu moest weer geduldig worden gewacht om onze rode zusterplaneet in het vizier te krijgen en te kunnen onderscheiden van andere sterren.

Het mooie okerkleurige schijfje verschool zich regelmatig achter de onbestendige wolkenmassa's tot even voor 23h00 de lucht definitief dicht trok. Zelfs enkele korte bliksemflitsen aan de westelijke horizon kondigden aan dat het tijd werd om de koepel en de tweede kijkdag af te sluiten. Ondanks het weer mogen we de nationale sterrenkijkdagen te Achel als geslaagd beschouwen. Ruim 150 mensen brachten een bezoek aan de sterrenwacht waarvan een grote groep op zaterdag gelegenheid had de maan en Mars te bewonderen.

Jan Hermans

 Verslag van de jaarlijkse uitstap Noorderkroon.

Je krijgt wat je verdient....dus, niet abnormaal dat we(zoals bijna altijd) onder een stralende zon vertrokken op onze zoveelste uitstap, op zoek naar meer kennis. Jan had de afgelopen tijd serieuze inspanningen geleverd, teneinde ons weer te verblijden met enkele boeiende thema's. Voor de uitstap 2010 werd dat een bezoek aan Tongeren, het Gallo-Romeins museum en als afsluiter een bezoek aan het nagelnieuwe Cosmodroom in het Europlanetarium te Genk.

Om  08.45u, na een kwartiertje tevergeefs wachten op een achterblijver, vertrok de bus met 37 deelnemers richting Tongeren. Na een voorspoedige reis doorheen het achterland pikten we aan de gevangenis van Tongeren onze eerste gids op, voor een geleide rondrit in en rond Tongeren. Geografisch gezien had Tongeren een streepje voor; een kruispunt van belangrijke heirbanen, gelegen op een heuvel en aan de voet stroomde de bevaarbare rivier de Jeker, een zijrivier van de Maas. Drie troeven om uit te bouwen. De locatie op een heuvel maakte het voor de Romeinen interessant vanwege het strategische voordeel. Met z'n 28000 inwoners is Tongeren nu een kleine provinciestad,dat was toentertijd anders: Tongeren was ten tijde van de Romeinen een wereldstad, historisch gezien was Tongeren de eerste stad van België  Aan het "arresthuis", het tegenwoordige jeugdgevangenis lag het startpunt van onze rondrit. Langs het "slachthuis, het Tongerse begijnhof, de brouwerij, het lakengebouw, restanten van poorten in de Middeleeuwse muur, de Moerenpoort, de Leopoldwal, De Maastrichterpoort, de Romeinse muur (het verschil tussen een Romeinse en een Middeleeuwse muur is dat de Romeinse muren geen schietgaten en geen steunberen hebben. Middeleeuwse muren wel!

Aan de rand van de oude stadskern zijn nog imposante overblijfselen bewaard van de 4544 meter lange stadsmuur uit de 2de eeuw. Deze was eertijds ca. 6 m hoog en op regelmatige afstanden versterkt met ronde torens. Aan de buitenzijde werd de muur beschermd door enkele diepe verdedigingsgrachten. Op de plaats van de toegangswegen tot de stad bevonden zich monumentale poorten. Vanaf de Middeleeuwen werd de Romeinse stadsmuur grotendeels afgebroken voor de herbruikbare bouwmaterialen, vandaar dat er nu van deze eens zo indrukwekkende muur nog hoofdzakelijk de muurkern, bestaande uit twee ruwe blokken silex, overblijft. Langs deze muur werd een wandelweg aangelegd, gaande van de Bilzer- tot aan de Luikersteenweg. Dorpjes rond Tongeren zoals "Mulken" en "Lauw" waren ook een onderdeel van onze trip. Droog Haspengouw, open landerijen met z'n 105 kastelen (bijna allemaal bewoond)  en talrijke vierkanthoeven met heel vruchtbare gronden, we zitten niet op zand-, maar op leemgronden. Voor het welzijn en de gezondheidszorg had men de geneeskrachtige Pliniusbronnen. Een Tempelierstoren uit de12e eeuw staat nog statig tussen de vruchtbare velden. De Beukenberg, bekend omwille van het Romeinse aquaduct. We  kregen van de gids een uitvoerige uitleg over de werking van de Romeinse waterhuishouding in Tongeren. Ietsje verder een houten triomfboog die de vergankelijkheid van een Romeinse overwinning  aantoonde. Romeinse begraafplaatsen lagen altijd buiten de stadsmuren. Er zijn verschillende begraafplaatsen, buiten de twaalf gekende tumuli, enorme graafheuvels. Rijke landheren, die hun inkomsten uit de landbouw haalden wilden na hun dood begraven worden onder hun vruchtbare gronden, dewelke hun rijkdom verschaften. Een tumulus is een familiegraf en  bied onderdak aan de urnen met de assen van de gecremeerden  en hun grafgiften. Niet te vergeten enkele munten voor Charon, de veerman die de overledene over de Stykx bracht.

 Na de val van het Romeinse rijk kende Tongeren  haar afgang toen de bisschopszetel  naar Maastricht verhuisde. Tongeren werd een spookstad om pas later in de 14e eeuw terug op te bloeien als een handelsstad. Hedendaagse specialiteiten, waaronder "Tongers lof", beter gekend als waterkers kan je aantreffen aan de oevers en in de overstromingsgebieden van de Jeker. Maretakken, nog iets streekeigen,  is overvloedig te vinden in de populieren die aangeplant werden om de kalkrijke bodem te draineren (180 liter water per dag, per boom). Holle wegen,  relieken van de vroegere karrensporen, geven het landelijke gebied een rustiek karakter, ze doorkruisen het glooiende landschap, met hier en daar enkele  koepelbossen die voor beschutting voor het vee zorgen.

Na onze rondrit was het tijd voor de lunch in de Bazilik, een brasserie  aan de voet van de Basiliek. We genoten van een broodmaal en babbelden intussen even bij over de zaken die we deze voormiddag al te verteren kregen. Na de verpozing was er een uurtje vrij te beschikken in het centrum. Even een wandeling maken voordat de twee gidsen voor het bezoek aan de basiliek en het Gallo-Romeins museum ons oppikten. Men heeft maar liefst 300 jaar gebouwd aan de Gotische basiliek. In het interieur zitten een aantal noemenswaardige religieuze kunstschatten verborgen. De bekendste kustschat is het uit notenhout gesneden beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Tongeren - Oorzaak Onzer Blijdschap, dat dateert van omstreeks 1479. Sinds 1890 wordt dit Mariabeeld meegedragen in een processie die om de 7 jaren uitgaat ter gelegenheid van de Kroningsfeesten.  Het indrukwekkende orgel is van de hand van orgelbouwer Jean-Baptiste Le Picard. Het telt 53 registers en circa 4.000 orgelpijpen. Om dit bijzonder waardevol orgel optimaal te bewaren is de Basiliek voorzien van een vloerverwarming.  Aan de oostzijde wordt het koor van de Basiliek omsloten door een oude, Romaanse kloostergang uit de 12de eeuw. In de muren van deze kloostergang zijn tal van grafstenen ingemetseld. Deze werden uit de kerkvloer verwijderd bij een grote restauratiecampagne in de 19de eeuw.  Onder de vloer van de Basiliek zijn merkwaardige stenen restanten gevonden van het oudste gebedshuis in het Romeinse Belgica, waarschijnlijk ook de Romeinse kathedraal van Bisschop St Servasius, Episcopus Tungrorum (ca 350). Na de rondleiding van een half uurtje in de basiliek was het tijd om het Gallo-Romeins museum te betreden.

 Op de plaats waar ooit een luxueuze Romeinse villa stond, bevindt zich nu het Gallo-Romeins museum. "Hoe leefden de eerste bewoners in onze streken?", "Hoe waren de Romeinen en de Galliërs gekleed?", "Hoe werden de Franken begraven?", ... Op deze en vele andere intrigerende vragen biedt het Gallo-Romeins museum een antwoord en dit in een specifiek architectonisch kader waarin heden en verleden hecht met elkaar verbonden zijn. De vele archeologische objecten die in het museum tentoongesteld worden, geven je een overzicht van de prehistorie tot en met de Merovingische periode in onze gebieden. Keizer Augustus verdeelde de provincie Gallia Belgica in districten, waarbij Atuatuca Tungrorum de hoofdstad van het Civitas Tungrorum werd. Dit gebied lag in het vroegere gebied van de Eburonen. Nadat de Eburonen waren verdreven woonden hier de Tungri; mogelijk waren dit nazaten van de Eburonen, maar het kan ook een Germaanse stam geweest zijn. Kort voor het begin van onze jaartelling werd in Atuatuca Tungrorum een Romeins legerkamp gebouwd. De plaats was strategisch goed gelegen aan de belangrijke Romeinse heerweg van Keulen (Colonia Claudia Ara Agrippinensium) naar Boulogne-sur-Mer (Gesoriacum). Er kwamen al snel burgers wonen in de nabijheid van het Tongerse kamp, vooral handelaars en ambachtslui. Ze vestigden zich ten zuidwesten van de legerplaats en waar ze een burgernederzetting stichtten (canabae). De burgernederzetting ontwikkelde zich volgens een regelmatig stratennet (het schaakbordpatroon) met een losse bebouwing van houten huizen. Mede dankzij de vruchtbaarheid van Haspengouw en de strategische ligging groeide Atuatuca Tungrorum uit tot een bloeiende Gallo-Romeinse nederzetting. Weldra werd er een administratief centrum en garnizoensplaats gevestigd. Atuatuca Tungrorum was verantwoordelijk voor de bevoorrading van legerkampen aan de Rijn als Xanten (Castra Vetera) en Nijmegen (Noviomagus).

De stad werd zwaar beschadigd door plunderingen en een grote brand tijdens de Bataafse opstand in 70. De stad werd weer opgebouwd met verharde straten, openbare gebouwen en een aquaduct dat naar de stad voerde vanuit de Kertsborn, een bron in Widooie. Het is mogelijk dat het aquaduct water van verder weg via Widooie naar Tongeren voerde (het 20 km verderop gelegen Rukkelingen-Loon wordt genoemd), maar daarvoor zijn nog geen bewijzen gevonden. De woningbouw werd meer en meer in steen uitgevoerd. In het noordwesten werd op één van de hoogste punten van de stad op de plaats van een ouder heiligdom een tempelcomplex gebouwd. In de 2e eeuw werd een 4,5 kilometer lange Romeinse muur om de stad gebouwd: de grootste omwalling die de stad ooit zou krijgen. Ook werden een handels- en rechtsgebouw (basilica) en een officiële graanopslagplaats gebouwd. Rond deze tijd begon men de stad Municipium Tungrorum te noemen. Tijdens deze bloeiperiode was de stad in oppervlakte groter dan Keulen.Waarschijnlijk heeft Tungrorum nooit veel meer dan 5000 inwoners gehad, vergelijkbaar met Noviomagus (Nijmegen). Hiermee was Tungrorum de grootste stad op het grondgebied van het huidige België, maar had het toch veel minder inwoners had dan steden als Trier (Augusta Treverorum) en Reims (Durocortorum), die in de Romeinse tijd 20 tot 30.000 inwoners hadden. Rond de stad ontstonden grote landbouwbedrijven (villae rusticae). Tussen 235 en 275 werden de de landbouwbedrijven grotendeels verwoest door plunderende Germaanse stammen, maar onder keizer Diocletianus werd de rust opnieuw hersteld. Tongeren werd deel van de nieuwe verdedigingslinie tegen de Germanen langs de heerweg Keulen - Boulogne-sur-Mer (Gesoriacum) en er werd een contingent soldaten gestationeerd. In 313 erkende keizer Constantijn de Grote in het Edict van Milaan het christendom, waarna de godsdienst zich onbelemmerd kon verspreiden. Het bisdom Tongeren werd de oudste bisschopszetel in de Nederlanden (in de 8e eeuw werd de zetel verplaatst naar Luik).

Rond 350 volgden nieuwe Germaanse invallen en de Romeinen besloten hun aandacht naar het beter verdedigbare Maastricht te verschuiven. Municipium Tungrorum werd minder welvarend, en ook het bevolkingsaantal nam af. In de 4e eeuw werd de muur ingekort en omsloot deze enkel nog het hoger gelegen stadsdeel. In deze periode werd de stad vereerd met een bezoek van keizer Julianus Apostata. Van de omwalling uit deze periode is enkel nog de Romeinse Toren op het Vrijthof bewaard gebleven, terwijl van de muur uit de 2e eeuw nog verschillende stukken overeind staan. In december 406 staken de Germanen massaal de bevroren Rijn over en werden grote delen van het noordelijke Romeinse Rijk onder de voet gelopen. De heerschappij van de Romeinen in deze streken kwam hiermee voorgoed ten einde.

In 57 v. Chr. veroverde de Romeinse veldheer Julius Caesar het gebied van het huidige Noord-Frankrijk, België en Zuid-Nederland, het Gallia Belgica. In Atuatuca, een vesting van de Eburonen, werd een Romeins kampement aangelegd. Ambiorix en Catuvolcus, twee koningen van de Eburonen, kwamen in 54 v. Chr. in opstand tegen de Romeinen. Met een list wisten de Eburonen de Romeinen uit Atuatuca te lokken: het 14e legioen en een cavelerie-eenheid van 200 man werden enkele mijlen buiten Atuatuca in een keteldal in een hinderlaag gelokt en vrijwel volledig uitgeroeid. Caesar stuurde daarop negen legioenen naar Belgica. Na een langdurige strijd werden de opstandige stammen afgeslacht of van hun grondgebied verdreven. Catuvolcus pleegde zelfmoord en Ambiorix vluchtte de Rijn over naar de Germanen

 Na ons bezoek aan het GRM verzamelden we aan de bus voor de verplaatsing naar het Europlanetarium om een voorstelling van het nagelnieuwe Cosmodrome bij te wonen.. Na de groepsfoto en de verwelkoming door Guido Gubbels van het Europlanetarium werden we overgedragen aan ons "oud-lid" Roel Kwanten, die tijdens ons bezoek voor het eerst de Cosmodrome zou bemannen. Roel toonde eerst enkele trailers om ons de mogelijkheden van de nieuwe installatie te tonen. Na deze demonstratie was het tijd voor de eigenlijke voorstelling. Het was een digitale reis doorheen de ruimte. We zagen de voorstelling "Wonders of the Universe", formidabel mooie beelden van alle objecten die je kan tegenkomen als je op verplaatsing bent in de ruimte. Men had bij het begin van de voorstelling de lat al hoog gelegd, verwachtingen waren hoog gespannen en ......ja, inderdaad.... als je bedenkt dat een planetarium tegenwoordig niets meer is dan 2 projectors en wat die allemaal kunnen, 't is indrukwekkend. Na het bezoek aan het planetarium was er nog even tijd om onder de koepel te vertoeven. Roel Kwanten deed ons de uitleg van de kijker, de koepel, en dies meer. Intussen werd het tijd om de gastheren te bedanken voor hun welgewaardeerde inspanningen (proficiat Roel, 't was zeer goed!!) en naar de bus te gaan voor de laatste etappe van onze uitstap: de inwendige mens terug op sterkte brengen in de LunchGarden te Genk.  Tijdens de terugreis naar Achel werd Jan Hermans nog getrakteerd  op een daverend applaus. Welverdiend, want het was weer tot in de puntjes verzorgd!  Tot  volgend jaar!

Vers van de pers:

-  Britse wetenschappers hebben de jongste planeet ooit ontdekt. Hij is 'pas' 35 miljoen jaar oud, aldus de universiteit van het Engelse Hertfordshire donderdag. De tot nu toe bekendste jongste planeet is 105 miljoen jaar oud. Het nieuwe jonkie is BD+20 1790b gedoopt. Het bevindt zich op een afstand van 83 lichtjaren van de aarde en is vijf keer zo groot als Jupiter.

-  Amerikaanse sterrenkundige hebben voor het eerst een duidelijk bewijs gevonden voor het bestaan van een dubbele quasar in een tweetal sterrenstelsels die in botsing zijn. Quasars zijn extreem heldere kernen die sommige sterrenstelsels vertonen.  Ze ontstaan doordat het super zware zwarte gat in het centrum van zo'n stelsel veel materie uit de omgeving naar zich toe trekt. Door de wrijving wordt de omgeving enorm heet. Samensmeltingen van sterrenstelsels worden gezien als een belangrijke oorzaak van het op gang komen van de materiestroom naar zo'n zwart gat.    Bron: www.europlanetarium.com.       (Beide artikels zijn onder de aandacht gebracht door Job Beeren.)

Kwartaalagenda:

 Mei  2010    

              

Studiebijeenkomst:  14 mei  verbroedering Aquila Lommel

                                 Spreker & onderwerp:  Deep Impact & Rozetta  door LBe.

 

                Kijkavond: 28 mei  deepsky

             Wanneer:    21.30u aanvang   

                 Kijker te gebruiken:  Cassegrain aan de voet van de sterrenwacht.

 

Juni 2010       

 

Studiebijeenkomst:      25 juni 2010 u om 20.15 u Joy

                                    Sterrenbeelden herkennen met behulp van projectie. 

                                    Door de groep.

                                                                 

          Kijkavond : zonnewaarneming.

          Wanneer:  :   12  - 6 -2010    om  16.00u  op de sterrenwacht

          Kijker te gebruiken: lenzenkijker projectie

Agenda NVWS Eindhoven: 2010

22 April 2010: NVWS Eindhoven: "Sterrenkunde op La Palma" Prof. Dr. R.F. Peletier  RUGGroningen

De lezingen worden voortaan gehouden in het atrium van het Augustinianum te Eindhoven gelegen aan de Wassenhovestraat 26

21:33 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

08-03-10

Laatste loodjes .......

De winter is bijna voorbij.....de echt goed donkere nachten, jammer genoeg ook. Toch nog even snel wat sfeerbeeldjes van die donkere nachten......

FinePix S3Pro  sized_boom-acomposition(001)

FinePix S3Pro  sized_boomgezwel-acomposition34(001)

FinePix S3Pro  sized_juffer2-pleiaden-acomposition(001)

 FinePix S3Pro  sized_grevenbroek1-acomposition(001)

FinePix S3Pro  sized_kerkhamont-acomposition

 FinePix S3Pro  sized_provence-acomposition(001)

KODAK LS743 ZOOM DIGITAL CAMERAsized_laatste kwartier-acomposition(001)

 sized_moon2-cassegrain-acomposition(001)

21:19 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Verslagen februari 2010

Zoals jullie hebben vernomen gaan we eind deze maand ( 27-03-2010) op reis. Jan Hermans heeft, zoals meerdere jaren in het verleden, weer een prachtige dag voor ons uitgestippeld. Tegen de tijd dat je dit leest heb je waarschijnlijk al een persoonlijke uitnodiging ontvangen en misschien ben je al ingeschreven voor deze activiteit. Jan wist een paar vernieuwde zaken te combineren. Het recent vernieuwde Gallo-Romeins museum in Tongeren en het vernieuwde Europlanetarium. Betreffende het Europlanetarium: de vernieuwing is heel recent. We zullen bij de eersten zijn die het kunnen meemaken! We kijken er naar uit. Heb je nog niet ingeschreven? Neem eens contact op met Jan Hermans, misschien zijn er nog plaatsen vrij. Ten zeerste aan te bevelen!!!

Tot dan...      Het bestuur

    ! ! ! Uitnodiging !!!

 Op 19 en 20 maart 2010 verzamelen we tegen 20.00 uur aan de sterrenwacht. Op de agenda staan de Nationale sterrenkijkdagen. We hebben onze sterrenwacht opgegeven bij de VVS, twee dagen toegankelijk voor iedereen. We richten de kijkers op Mars, die nu heel gunstig staat. Natuurlijk zullen de grote publiekstrekkers allemaal aan bod komen. Er staat een heel fraaie maansikkel, Saturnus zal zichtbaar zijn (later op de avond) en natuurlijk.....de grote Orionnevel en vele andere objecten zijn probleemloos zichtbaar. Voor ieder wat wils!!

 Aangezien we alle registers open getrokken hebben, qua publiciteit, verwachten we een grote opkomst (zelfs bij slecht weer!!). In deze optiek verwachten we een mooie opkomst van onze leden, het zal meer dan nodig zijn. Ieder die wil kan helpen de mensen op te vangen, onder de koepel, maar ook op het bordes van de sterrenwacht, zal een aangename aanvulling zijn op de bezetting die we nu al hebben. We denken dan voornamelijk aan het helpen wegwijs maken tussen de sterrenbeelden. Intussen....blijf  reclame maken voor deze activiteit!!!!Tot kijk...  Het bestuur

 Verslag van de bijeenkomst van 5 februari 2010.

•~     Administrativa :

Het verslag werd goedgekeurd, na de opmerking dat er een fout zat in de laatste regel van blz 4: " Is de kortste nadering en zal de baansnelheid van de aarde het snelst zijn. Later op haar baan om de zon, verder in de seizoenen, zal deze baansnelheid sneller zijn. (Uitleg Berke.)". De gemaakte typefout was dat de baansnelheid TRAGER is in plaats van sneller. Berke had het juist, de notulist zat er naast. Dank aan de oplettende lezers!

•·       Op 5 maart geeft Noorderkroon, naar jaarlijkse gewoonte, weer een les "inleidende sterrenkunde" aan de 5e klassers van de Robbert te Hamont en dezelfde dag animatie bij een avondwandeling op de basisschool te Hamont-Lo (zie verslagen elders in dit blaadje).

•·       Netwerk-kijken is opgestart: we hebben al mooie reeks deelnemers. Heb je ook interesse: geef je naam en GSM-nummer op aan het secretariaat. Elders in dit blaadje kan je de lijst van deelnemers vinden.

•·       Onze penningmeester laat weten dat we nu al 29 inschrijvingen (jaarlijkse uitstap) binnen hebben.  Haast is geboden!!!

Netwerk SMS-kijkavond

We hebben dit initiatief in het leven geroepen als tegengewicht voor het  vele slechte weer dat zich voordoet tijdens onze geprogrammeerde kijkavonden. In een poging om toch iedereen te kunnen laten meegenieten van een individuele actie, tijdens een gunstige heldere nacht, bedacht het bestuur de SMS-service. Wat bedoelen we hiermee?  We hebben nu al een 7-tal mensen die zich gegroepeerd hebben. Ze kennen van elkaar het GSM-nummer (je kan in je GSM een groep aanmaken) en adres. Als iemand van de deelnemers  tijd en goesting heeft in een individuele actie (Sterrenkijken, fotograferen, meteoren kijken, noem maar op...) dan stuurt hij (of zij) een SMS-je naar de groep met de vermelding van activiteit en plaats. De ontvangers die (vrijblijvend) wensen deel te nemen weten dan wat en waar te zijn.

Open agenda

 1.     Witte dwergen?

2.     Mars en trilling?

3.     Botsende stelsels in een uitdijend heelal?

4.     Hoe raar is kleur?

 Antwoord op vraag 1: Hier komen we tijdens het volgende kwartaal op terug in de vorm van een volledige uiteenzetting over planetaire nevels. We weten dat de hoofdspeler een witte dwerg is. Vandaar de beslissing en nu even niet op in te gaan.

Antwoord op vraag twee:  Dirk stelde afgelopen week vast dat hij tijdens een Marswaarneming meer bewegingstrilling (kijker) leek te ervaren dan bij een waarneming aan een nevel. Het antwoord op deze vraag is dat beide waarnemingen evenveel trillingen ervaren. Trillingen in je beeld kunnen afkomstig zijn van vele factoren: een zuchtje wind, vibraties van voorbij rijdend verkeer, het kan zelfs in je opstelling zitten. Ze hebben allen één zelfde kenmerk:  ze verstoren de rust van je beeld. Elk optisch systeem heeft last van trillingen. De kunst is om deze zo snel als mogelijk te dempen. Nu de stelling: Waarom lijkt de trilling bij een Marswaarneming heftiger dan een waarneming aan een nevel?  Uit het voorgaande weten we dat de trilling bij beide waarnemingen even erg is. Bij de Marswaarneming zal de trilling geaccentueerd worden door de messcherpe omlijning van de planeet. Een nevel, daarentegen, mist deze scherpe omlijning en heeft een omfloerste overgang in de ruimte. Met andere woorden: je ziet eigenlijk geen"rand". Er is geen harde referentie van licht naar donker en daarom "lijkt" de trilling minder erg. Lambert liet weten dat tijdens bepaalde (lichtzwakke) waarnemingen een beetje "selfmade"-trilling de waarneming kan bevoordelen.

Antwoord op vraag drie: Op de vraag hoe kunnen sterrenstelsels botsen met elkaar terwijl we weten dat het heelal uitdijt? Als je de uitdijing heel nuchter bekijkt lijkt dit theoretisch onmogelijk. Hoe kan het dan zijn dat stelsels botsen? Donkere materie, fluctuaties in zwaartekracht en aantrekkingskracht maken dat er, ondanks de uitdijing van de ruimte, toch nog interactie is tussen de stelsels in de onmiddellijke nabijheid.

 Antwoord op vraag 4: Heel raar (en relatief)!!! Het debat begon met de echte kleur van de zon: na lang zoeken kwamen we uit op zuiver wit in plaats van geel. Het gele licht dat we zien is de interpretatie van de som van de resterende lichtstralen (frequenties) die we zien als onze atmosfeer het blauwe licht  er uit gefilterd heeft (vandaar onze blauwe lucht!). Elke astronaut weet je te vertellen dat de zon sneeuwwit van kleur is.  Wat met de kleur van Mars of de regenboog. Die laatste is ook een raar gegeven, want geen massa, geen schaduw.......bestaat een regenboog eigenlijk wel? En die kleuren.....is het rode licht van Mars wel rood, bestaan er echt rode reuzen?  Bedenk dat we hier met onze voeten op aarde staan en dat het licht dat we zien een filtering heeft ondergaan door onze atmosfeer. Zelfs de beelden van de Hubble Space Telescope (bevindt zich in de hoogste regionen van onze atmosfeer -dus nog niet in de ruimte) hebben in bepaalde mate te lijden van atmosfeer. Als we bijvoorbeeld zouden reizen naar de Orionnevel (met z'n schitterende kleuren), zouden we merken dat, bij aankomst, de kleuren verschoven zijn naar grijs en uiteindelijk vervagen als de nevel oplost voor onze ogen. Weg kleuren.....Kleur, een heel relatief begrip!

De aanwezigen kregen allen een opdracht: denk tegen volgende bijeenkomst eens na over het begrip "temperatuur". Net als kleur valt hier ook veel over te zeggen. We zullen dit punt op de open agenda van de maand april zetten (maart = uitstap).

Het hoofdthema van de avond, de bewegingen van de maan, werd gebracht door Job Beeren en Jan Hermans. Beide heren brachten het onderwerp op een hoger niveau door zich niet enkel te beperken tot de vele bewegingen. Het werd presentatie met beelden van verduisteringen, verschillende grootheden van de maan, het interieur, het ontstaan, maanden, libraties, e.d.

 

De bewegingen van de maan

Job begon zijn deel van de uiteenzetting met het tonen van diverse afbeeldingen van de maan. Verschillende fases, gedeeltelijk verduisterde en totaal verduisterde maan, om dan uit te komen bij de eerste slide die enkele theorieën betreffende het  ontstaan van onze  maan.  Het inslaan van een vreemd object, het uitbreken van eigen materiaal door deze inslag en de vorming van de maan. Een andere theorie: Van Westrenen en zijn collega prof. Rob de Meijer, gaan uit van het feit, dat de maan uit de aarde gevormd is door toedoen van een op hol geslagen natuurlijke kernreactor diep in de aardmantel. Dit in tegenstelling tot de gangbare theorie, dat de maan ontstaan is  uit brokstukken van een gigantische botsing tussen de aarde en een "planeet". Vervolgens kwamen de grootheden van de maan aan bod. Job nam even de tijd om ze te overlopen.

De maan laat altijd dezelfde zijde aan de aarde zien. Soms wordt per abuis gedacht dat de maan niet om haar as draait. Wanneer dit het geval zou zijn  zal de baan om de aarde verlopen. In dit geval zal dan altijd dezelfde zijde door de zon worden beschenen . Doch, de maan draait wel zeker om haar as en doet  dat precies in dezelfde tijd om de aarde te ronden, dat heet gebonden rotatie. Wanneer de maan zich tussen de zon en aarde bevind kan de zon beschenen kant niet worden waargenomen en is het nieuwe Maan. Na 7,4 dagen is het eerste kwartier. Wordt de gehele, naar ons gekeerde zijde, verlicht dan is het Volle maan. Eenmaal 22,1 dagen later komt de maan in zijn laatste Kwartier. Precies na 29,5 dagen is het wederom nieuwe maan en kunnen we ze wederom niet waarnemen. Job toonde in een versneld tempo de verschillende maanfasen.

 Het albedo, een maat voor het weerkaatsingvermogen. Een spiegel kaatst meer licht terug dan bijvoorbeeld een stuk zwart  papier, het albedo van een spiegel is daarom ook veel hoger dan zwart papier. Het albedo ligt altijd tussen de 0 en 1. Niets teruggekaatst is 0, alles teruggekaatst is 1. Beide komen dus in de natuur niet voor. De maan heeft een albedo van 0,07, dat wil zeggen dat de maan 7/100 ofwel 7% van het licht dat op de maan valt  weer terug kaatst. Mercurius heeft een laag albedo en betekent dat de oppervlakte heel donker is. De planeet Venus heeft door haar wolkendek juist een heel hoog albedo. Dit kaatst een heel groot deel van het licht terug. Job gaf in een opsomming  alle albedo's van onze planeten. Het asgrauw lichtschijnsel van de maan leunt aan dit gegeven. Net voor of na nieuwe maan ,als deze nog een dunne sikkel is, is het asgrauwe licht goed te zien wanneer het licht van de zon wordt teruggekaatst (voornamelijk door de wolken van de aarde) en dan vervolgens weer door de maan naar de aarde wordt teruggestrooid. Soms is het asgrauwe licht zo sterk dat er details op de donkere zijde van maan zichtbaar worden zoals  hier de verschillende maren.

De volgende slides behandelden de maansverduistering. Aan de hand van verhelderde tekeningen toonde Job de verschillende aspecten van zowel zons- als maansverduisteringen. Welke voorwaarden ingevuld moeten worden om een totale verduistering te bekomen. Een fraaie kaart van de verduistering van 1999 bracht ons even terug in de stemming van weleer. Duidelijk was te zien dat je best zo kort mogelijk op de centrale lijn kan gaan zitten, wil je optimaal genieten van een totale verduistering. Na het gedeelte van de verduisteringen presenteerde Job enkele beelden met de vraag om eens even een paar gebieden op de maan te identificeren. We hebben nog heel wat werk voor de boeg. Na deze vaststelling werd er even aandacht besteedt aan het interieur van de maan om vervolgens uit te komen bij de Lunakhods, de eerste (Russische) "voertuigen" op de maan. Van daar was het een kleine stap naar de Apollomissies. Een opsomming van alle landingsplaatsen met een beetje uitleg werden door Job geduid . In het jaar 1969 op 21 juli om 3 uur 56 minuten en 15 seconden zette Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan. Enkele sfeerbeelden van de Maanrover, de maanomgeving en de  beroemde "eerste voetstap" gingen voor aan de boodschap dat de maan op dit moment het doel is van vele landen.  India stuurt onbemande missie naar de maan, China laat zich niet onbekend, Japan is actief en ook Europa heeft plannen met de maan.   Met deze afsluiter gaf Job het woord aan Jan Hermans die naadloos de draad oppikte met zijn kant van het verhaal:        

                        Diverse bewegingen van de maan rond de aarde, deel twee

 De aarde beweegt in 1 jaar rond de zon en intussen draait de maan rond de aarde. De tijd die verloopt tussen twee opeenvolgende conjuncties (rechte lijn) van de maan ten opzichte van eenzelfde ster, is de siderische periode of siderische maand. Ze is gelijk aan een volledige omwenteling van de maan om de aarde en duurt 27 dagen en 8 uur. Maar tijdens die siderische maand verplaatst zich de aarde (samen met de maan) verder op haar jaarlijkse baan rond de zon. Om nu van op de aarde de maan opnieuw in dezelfde stand ten opzichte van de zon te kunnen zien, moet de maan nog iets meer dan twee dagen op haar baan om de aarde opschuiven. Dit noemt men de synodische maand en die duurt dan ook 29 dagen en 12 uur. Dit is de tijd tussen volle maan en de volgende volle maan. De synodische maand is wel licht variabel t.g.v. de wetten van Keppler.

Door de aardrotatie zien we dat de maan zich dagelijks van oost, over zuid naar west om de aarde verplaatst. Gezien ze echter zelf om de aarde draait in 27,3 dagen, legt ze 360°/27,3 of 13°11'12" per dag af in tegenwijzerzin. Dus maansopgang, culminatie en ondergang zullen dagelijks gemiddeld ongeveer 52.8 minuten later plaatshebben of m.a.w. de maan komt dagelijks 52,8 minuten later op. De maan maakt een elliptische baan rond de aarde. Hierdoor is de afstand tot de aarde niet altijd dezelfde. Door het verschil in afstand is de diameter van de maan ook variabel. Bij de dichtste afstand (perigeum) is de maan groter dan bij de verste afstand (apogeum). De maanbaan draait, in tegenstelling tot de meeste manen bij andere planeten, niet in het evenaarsvlak van de planeet, maar maakt een hoek van 5°09' met het vlak van de ecliptica. Soms bevindt de maan zich boven en later weer onder het eclipticavlak. Omdat de baan van de maan een hoek maakt van 5°09' met de aardbaan, kan een verduistering alleen maar plaatsvinden als de maan in de snijlijn van beide vlakken komt en zodoende één rechte lijn vormt met aarde en zon. Als de maan de schaduwkegel van de aarde mist, wat meestal voorkomt, is het bij oppositie gewoon volle maan.

Een anomalistische periode wordt steeds gemeten ten opzichte van de apsiden. Net zoals dat het geval is voor de planeten, verschuift de apsidenlijn van de maan langzaam ten gevolge van allerlei gravitationele storingen die op de maanbaan inwerken. De apsidenlijn loopt voorwaarts, d.w.z. in dezelfde zin als de zon en de maan, zodat de anomalistische maand iets langer duurt dan de siderische, namelijk ongeveer 27.554551 dagen. Een tropische periode wordt steeds gemeten ten opzichte van het lentepunt. Het lentepunt is het snijpunt van de schijnbare zonnebaan (ecliptica) door de hemelevenaar (verlengde van de evenaar in de ruimte) en geldt als het nulpunt van het hemelcoördinatenstelsel. De tropische omloopstijd van de maan, tropische maand genoemd, verschilt nauwelijks van de siderische maand, omdat de verschuiving van het lentepunt een gevolg is van de precessie (tolbeweging) die 26000 jaar duurt. De tropische maand is daardoor verder van weinig betekenis. De draconitische periode (knopenmaand) is de tijdsduur tussen 2 opeenvolgende klimmende knopen. Ten gevolge van de aantrekkingskracht van de zon, loopt de knopenlijn van de maanbaan terug, d.w.z. in tegengestelde zin als zon en maan. De teruglopende beweging van de knopenlijn bedraagt ongeveer 19° per jaar. Door de tegemoetkomende knopen, duurt de draconitische maand slechts 27.2 dagen, ongeveer 2.5 uur korter dan de siderische maand.

Optische libratie

We kennen libratie in de lengte en in de breedte.

  • ü In de lengte. De rotatietijd van de maan om haar eigen as is altijd hetzelfde en duurt 27 dagen en 8 uur. De snelheid waarmee de maan om de aarde draait is echter niet constant. Deze snelheid is het grootst wanneer de maan het dichtst bij de aarde staat (perigeum), en het kleinst wanneer de maan haar grootste afstand tot de aarde bereikt (apogeum). Hierdoor lopen rotatie en omloop in de loop van een maand een beetje uit de maat. Daardoor zijn éénmaal de oostelijke en éénmaal de westelijke randgebieden van de maanrand enigszins naar de aarde gekeerd. Dit noemen we libratie in de lengte. We kunnen hierdoor iets meer dan de helft van de maan zien.
  • ü In de breedte: Net zoals bij de aarde valt het evenaarsvlak niet samen met het eclipticavlak. Het evenaarsvlak van de maan maakt een hoek van 1°32'33" met de ecliptica. Daarnaast maakt het vlak van de maanbaan nog een hoek met de ecliptica (5°09'). De maanevenaar maakt dus een hoek van 1°32' + 5°09' = 6°41' met het baanvlak van de maan en hierdoor worden de polen van de maan afwisselend naar de aarde gericht. Een vergelijkbare situatie geeft op aarde (=23°27') aanleiding tot de seizoenen. Door libratie in lengte en breedte kunnen we in totaal 59% van het maanoppervlak zien vanaf de aarde.

 Fysische libratie

De hierboven beschreven libraties zijn optische effecten. De maan 'schommelt' niet echt.  Toch bestaat er een echte 'schommeling' van de maan: de fysische libratie. Het is een onregelmatigheid in de rotatie van de maan veroorzaakt door de zwaartekracht van de aarde. De diameter van de maan, gericht naar de aarde is iets groter dan de gemiddelde diameter.  De fysische libratie is echter veel kleiner dan de optische en bedraagt maximum 2' in lengte en 3' in breedte.

 Invloed van de maan op de aarde

Hoewel de massa van de maan veel kleiner is dan die van de zon, is haar getijdenkracht op de aarde toch groter. Dat komt omdat ze zich veel dichter bij onze planeet bevindt. Door de vloeibare vorm kan de watermassa de aantrekking van de maan blijven volgen. In de richting van de meridiaan waar de aarde naar de maan is gekeerd, is er hoogtij omdat de aantrekkingskracht daar het grootst is. Aan de tegenoverliggende meridiaan, die 180° verder ligt, is het eveneens hoogtij omdat daar de aantrekkingskracht het kleinst is en het water 'achterblijft'. Het hoogtij aan deze kant komt wel minder hoog dan aan de kant waar de maan staat. Zes uur later is dezelfde plaats op aarde 90° verder gedraaid en ontstaat op die plaats laagtij, omdat het water van daar wordt weggetrokken naar de twee plaatsen waar er hoogtij is. 180° verder dan hoogtij, aan de tegenoverliggende meridiaan, is het eveneens hoogtij omdat daar de aantrekkingskracht het kleinst is en het water 'achterblijft'. Het hoogtij aan deze kant komt minder hoog dan aan de kant waar de maan staat. Zes uur later is dezelfde plaats op aarde 90° gedraaid en krijgt die plaats laagtij, omdat het water daar weggetrokken wordt naar de twee plaatsen waar er hoogtij is. Bij eerste en laatste kwartier werken beide aantrekkingskrachten elkaar tegen, zodat een doodtij ontstaat. Het getijdenverschil wordt ook beïnvloed door de aantrekkingskracht van de zon. Bij volle en nieuwe maan wordt de aantrekkingskracht van de maan versterkt, zodat springtij voorkomt.Bij eerste en laatste kwartier werken beide aantrekkingskrachten elkaar tegen, zodat een doodtij ontstaat. Havens zoals Antwerpen, die wat dieper landinwaarts liggen hebben twee nadelen door de getijden.

  •  Grote schepen kunnen alleen bij hoogwater binnenvaren.
  •  In de riviermonding wordt het afstromende water geremd door de tegenovergestelde kracht van de vloed. Daardoor bezinkt het puin dat door de rivier wordt meegebracht. Er moet voortdurend gebaggerd worden om de riviermonding bevaarbaar te houden.

 Getijden kunnen ook als energiebron gebruikt worden. Op de Rance in Bretagne hebben de Fransen een getijdencentrale gebouwd. Zij benutten hier het getijdenverschil van 13 m tussen eb en vloed om via turbines elektriciteit te produceren.

Jan Hermans

Beide heren werden uitvoerig bedankt voor hun verhelderende uitleg.

 Wetenwaardigheid:

Wordt Ariane-5 de Europees ruimteprinses?

De Amerikaanse president heeft in zijn bezuinigingsplan 2010 diverse ruimtevaartprojecten stopgezet. Mogelijk wordt dit een zegen voor de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Binnenkort brengt de 50ste Ariane 5-raket weer twee satellieten in een baan om de aarde. Ariane-5 is het succesnummer van de Europese ruimtevaart, maar er zijn wel kapers op de kust. China, India en Rusland gaan proberen een deel van de commerciële satellietlanceringen in te pikken. Daarom wil de Franse president dat de Europese ruimtevaartorganisatie ESA nu al gaat werken aan een vernieuwde Europese draagraket. Europa lanceert meestal vanaf de basis te Kourou. Die ligt ter hoogte van de evenaar in Frans Guyana. Met de Ariane worden de meeste commerciële satellieten gelanceerd (bijna50%) De lancering van een satelliet met de Ariane kost ca 150 miljoen Euro, terwijl de Ariane V, bij het verlaten van de fabriekspoort, 115 miljoen Euro heeft gekost. De lancering met een Russische protonraket is echter 10% goedkoper...

 ESA

ESA staat voor: "European Space Agency" of Europees ruimtevaart agentschap. Het is in 1975 opgericht om niet afhankelijk te blijven van de Verenigde Staten. België behoort, samen met Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Engeland, Italië, Nederland, Zweden Zwitserland en Spanje tot de 10 eerste leden van de organisatie. ESA telt 18 leden. 95% Van het ruimtevaartbudget van België gaat naar ESA. Hiermee levert België de vijfde grootste bijdrage met 5,72% van het totale budget. Ariane, genoemd naar de Griekse mythologische figuur Ariadne, is intussen al aan zijn vijfde generatie raketten toe. De eerste Ariane lancering gebeurde op 24 december 1979 van op de basis te Kourou, maar vanaf 1988 maakte de ESA al gebruik van de Ariane-4 raket. ESA had telkens weer een betere raket nodig om de concurrentie voor te blijven. Er werden ontwerpen gemaakt voor een sterkere raket die zwaardere objecten in de ruimte kon brengen. In 1996 was het ontwerp voor de nieuwe raket klaar, de Ariane-5 (ook wel Ariane V genoemd). De eerste Ariane-5 maakte een testvlucht in 1997, maar explodeerde al na 37 seconden door een fout in de software. Op 30 oktober 1997 en 21 oktober 1998 gingen twee testvluchten goed en werd de Ariane-5 in gebruik genomen. Er zijn verschillende types Ariane-5; elk geschikt voor een andere taak. De raket is ook zo ontworpen dat hij gemakkelijk verbeterd kan worden. Er worden nu plannen gemaakt waardoor de raket een gewicht van 12 ton kan lanceren en daarmee de sterkste raket ter wereld is.

Ariane-5 Generic

De Generic was de eerste Ariane-5 raket. Hij is 52 meter hoog, heeft een diameter van 5,4 meter, kan 6 ton lanceren en weegt op het lanceerplatform 745 ton. De Ariane-5 is een drietrapsraket. De eerste trap bestaat uit twee vaste brandstofraketten. De tweede trap is het onderste gedeelte van de hoofdraket, en de derde trap het bovenste deel. De twee vaste brandstofraketten zorgen, met elke 238 ton vaste brandstof, voor 90% van de energie die nodig is voor de lancering. De andere 10% neemt de hoofdmotor voor zijn rekening. Nadat de raketten zijn opgebrand vallen ze af en neemt de hoofdmotor, Vulcain genaamd, het werk over. De Vulcain werd op 40 verschillende locaties door heel Europa ontworpen en gebouwd. Alleen de bouw van een Vulcain motor zorgt al voor een kwart van de kosten van elke Ariane-5 raket. Tien minuten na de lancering is de raket buiten de atmosfeer en valt het onderste deel van de raket naar beneden. De tweede motor, de Eastus, ontbrandt dan en zorgt dat de raket genoeg snelheid krijgt om in een baan om de aarde te blijven. Als deze snelheid bereikt is wordt de satelliet vrijgelaten.

Ariane 5 ECA

Dit is de sterkere versie van de Ariane-5 Generic raket. De Ariane-5 ECA kan 4 ton meer aan gewicht de ruimte in schieten, 10 ton in totaal dus. De raket kan meer gewicht op tillen door toepassing van de nieuwe Vulcain -2 motor. Deze is een stuk sterker dan de Vulcain- 1. Als brandstof wordt 130 ton zuurstof en 26 ton waterstof meegenomen. De raket is zo verbeterd dat hij nu twee satellieten van 5 ton tegelijk de ruimte in kan schieten. Hierdoor zijn de kosten per satelliet beduidend lager en is het dus veel aantrekkelijker om een satelliet te lanceren met behulp van de Ariane 5 ECA raket. De ECA is ook vier meter hoger dan de originele Ariane-5. Verschillende gebouwen zijn aangepast vanwege de grootte van de raket. Zo is het lanceerplatform vier meter hoger gemaakt. De Ariane-5 ECA heeft 3 belangrijke troeven:

  • Ze kan als enige 2 satellieten tegelijk lanceren.
  • Ze heeft een groet betrouwbaarheid (96% geslaagde lanceringen)
  • Heeft nu al 35 succesvolle lanceringen na elkaar uitgevoerd

 De nieuwe generatie:

Er wordt momenteel gewerkt aan een zesde versie van de Ariane. Hiermee moeten dan satellieten van 12 ton i.p.v. 10 ton in de ruimte worden gebracht. Versie 6 zal daarvoor worden uitgerust met een nieuwe motor voor de laatste trap. De eerste vlucht hiermee wordt voorzien voor 2017.

Bijdrage door Jan Hermans

Kwartaalagenda:

Het eerste kwartaal is bijna voorbij. Nog even wachten op de bestuursvergadering en dan zal de nieuwe kwartaalagenda gepubliceerd worden. Gebruik, zoals altijd,  het internet om als eerste ons programma te zien.   http://noorderkroon-achel.skynetblogs.be/

Verslag van kijkavond 19 februari 2010.

Op de agenda een maankijkavond die vanwege het slechte weer vervangen werd door een tweede inventarisatieronde in ons archief.  Nadien hebben we tijdens een extra vergadering onze gedachten eens laten gaan over onze huisvestiging na de renovatiewerkzaamheden van het Michielshof te Achel.

Noorderkroon op de Robbert en op de Basisschool te Hamont-Lo

Lambert gaf, naar jaarlijkse gewoonte weer een les inleidende sterrenkunde aan de 5e klassers van de Robbert te Hamont. Dezelfde dag, maar dan 's avonds zorgden Jan Hermans en Lambert Beliën voor een vervangende activiteit op de basisschool te Hamont-Lo. De laatstgenoemde activiteit viel ook letterlijk in het water, maar werd toch aangegrepen om publiciteit te maken voor de komende sterrenkijkdagen. We schatten de bezoekers op meer dan 200 personen, jong en oud! We hadden op 5 maart  een totaal van 300 mensen die een beetje meer licht in het duister ervaren hebben!!!

20:49 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

08-02-10

Nationale Sterrenkijkdagen 2010

Dit jaar zullen we op vrijdag 19 en zaterdag 20 maart 2010 (vanaf20.00u) weer onze deuren openen. Beide dagen staat onze sterrenwacht ter beschikkking van iedereen die wel eens door een sterrenkijker wil kijken. Onze mensen zullen de bezoekers met raad en daad bijstaan en daar waar mogelijk al hun vragen beantwoorden

Leden: Let wel even op! Om de maand Maart niet al te zwaar te belasten hebben we de geplande kijkavond van 12 maart geschrapt. We gan al onze energie bundelen in het correct opvangen van het publiek. We hopen op jullie aanwezigheid!   Tot dan.

19:12 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

30-01-10

"heet" en "koud" nieuws, januari 2010

 

! ! ! Uitnodiging !!!

 

 Beste vrienden,

                          We zijn al aangekomen in de tweede maand van 2010. We gaan deze maand inzetten met een uiteenzetting over onze naaste buur, de maan. Jan Hermans en Job Beeren gaan alle bewegingen van de maan eens grondig in de verf zetten voor ons.  Zoals jullie weten heeft het bestuur al serieuze inspanningen geleverd die moesten leiden naar een avondje maan-kijken. Tot nu toe lukte het niet, vanwege redenen ons allen bekend! Laat ons allen  deze kans te baat nemen en eens luisteren naar de uiteenzetting van bovengenoemde heren, (volgens geruchten die rondgaan zal het de moeite zijn) zodat we,  moest het eens lukken met die maan-kijkavond, we allen, gesterkt met een dosis kennis over de materie, weten wat we zien en wat we nooit zullen kunnen zien. De activiteit zal aanvangen  om 20.15u in zaal Joy van het PC Michielshof en wel  op vrijdag 5 februari 2010. Hartelijk welkom aan allen!! 

    ! ! ! Uitnodiging !!!

Op 19 februari 2010 verzamelen we tegen 20.00 uur aan de sterrenwacht. We gaan aan de slag met de refractor, die we richten op...jawel.....de maan!!!! Een heel goede reden om ook aanwezig te zijn op de eerstgenoemde activiteit. Wat kunnen we  (als het weer meezit, natuurlijk!) beloven?  Wel...als het aan ons ligt, een onvergetelijke kijkavond met tal van "sightings" die je nooit eerder zag. We bestuderen verschillende topografische curiositeiten op de maan en daar zijn er genoeg van. Wat dacht je van het trio Theophilus, Cyrillus & Catherina? Heel markante kraters die we eens goed gaan bekijken. Koepelbergen, breuklijnen, depressies, heuse bergen, lavavlakten......allemaal te zien. Jan en Job zullen een extra gelegenheid hebben om hun uiteenzetting van 5 februari te visualiseren aan de hand van de waarnemingen. Het zal leerrijk en boeiend worden. Zorg voor warme kleding  en vooral...wees welkom!!!!

Verslag van de bijeenkomst van 22 januari 2010

Administrativa 

 Het verslag werd zonder op- of aanmerkingen goedgekeurd.

Op vrijdag 8 januari hebben we de start gemaakt van het archiveren van onze kelderruimte. Elke kijkavond die in het water valt zullen we voortaan opvullen met archiveringswerken in de kelder.

 Reis Noorderkroon in het voorjaar 2010 werd door Jan uitvoerig toegelicht. Er is maar één bus voorzien en als die vol is........is het te laat!!!! Schrijf tijdig in en maak samen je met vrienden een onvergetelijke uitstap in ons eigen land! Eén dezer dagen zal iedereen een persoonlijke uitnodiging in zijn of haar brievenbus vinden.

 Voor de officiële aanvang van de bijeenkomst toonde Lambert een reeks "onmogelijke" foto's. Elders in dit blaadje kan je meer uitleg vinden over de manier waarop de opnames tot stand kwamen.

 

Open agenda

•1.Oerknal

•2.Korte dagen

 Franky bracht een foto van de oerknal met zich mee: Vraag is: hoe weet men hoe de oerknal er uit zou moeten zien. Tweede vraag : lijkt de rode rand op de foto zwakker te worden als je de foto verder van je af houdt?  Als antwoord op de eerste vraag wisten we te vertellen dat, als je een afbeelding van de bigbang ziet, je moet realiseren dat dit artistieke impressies zijn. Hoe visualiseer je een gebeurtenis die plaatsvond in het niets? Er was immers nog geen ruimte. We weten dat je enkel kan terugrekenen. Zichtbaar zal het nooit worden om de simpele reden dat pas 300.000 jaren na de bigbang het eerste licht zichtbaar werd. Dit is het tijdperk van de eerste recombinatie. We kennen allemaal de bekende schematische tunnelweergave van de vorming van ons heelal. We weten ook allemaal dat de uitvinder van deze theorie een Belg was, nl. George Lemaitre. Het was de Brit Fred Hoyle die de stelling van de Leuvense priester belachelijk maakte door ze "the Bigbang", de grote knal, te noemen. Het is een jammerlijk feit dat men heden ten dage, in elke discussie   over de bigbang enkel spreekt over Fred Hoyle en een heel zeldzame keer over George Lemaitre. Als gevolg van een ingezonden lezersbrief van Lambert Beliën heeft het Amerikaanse magazine "Astronomy" in 2009 een uitgebreid artikel geschreven over George Lemaitre. Ere wie ere toekomt!!!

De tweede vraag was het snelst te beantwoorden: het verschijnen en het verdwijnen van de rode ring op de foto heeft alles te maken met een optische illusie. Hoe komt het dat het lengen van de dagen in het begin van het jaar trager gaat dan later in het jaar? in de winter staat de zon het kortst bij de aarde. Op 21 dec. Is de kortste nadering en zal de baansnelheid van de aarde het snelst zijn. Later op haar baan om de zon, verder in de seizoenen, zal deze baansnelheid sneller zijn (Uitleg Berke).

(Uitleg Jan): Perkenwet van Kepler: zelfde tijd per oppervlakte geeft een snellere doorgang tijdens de winter. Stand van de aardas is ook van belang: we draaien sneller ten opzichte van de eigen  rotatie. We moeten dan nog een beetje doordraaien!!! Dit maakt dat we trager "lengen"  in het begin van het jaar.( De perkenwet: Als een planeet in dezelfde tijd van A naar B en van C naar D gaat, zijn de gearceerde oppervlakten even groot.) De discussie werd verder uitgebouwd met een  korte uitleg over tijdzones, die naadloos overging in het gedachte-experiment " Hoe laat is het op de Noordpool?" en klokken, door de eeuwen heen.

Het hoofdthema van de avond, "Infraroodsterrenkunde", is zoals we weten het stokpaardje van Jan Hermans, die zo goed was deze materie voor ons te presenteren. Aan de hand van een Powerpointpresentatie bracht Jan het onderstaande relaas:

Wat is Infra Rood?

IR is een deel van het elektromagnetisch spectrum dat zich naast het zichtbaar bevindt en straalt met langere golflengte dan zichtbaar licht. Het was omstreeks 1800 dat William Herschell het zonlicht in verschillende kleuren bestudeerde met behulp van een prisma. Naast het rode licht plaatste hij een thermometer en stelde vast dat de temperatuur opliep. IR wordt dan ook warmtestraling genoemd, maar de vraag is: kunnen we in de koude ruimte van het heelal iets verwachten van warmtestraling? Ja! want beneden 0°C is er nog altijd warmtestraling. Bij 0°C is de temperatuur gelijk aan 273,15°Kelvin. 0°K is het absolute nulpunt. Hier vind geen energieovergang meer plaats.

Wat is nu eigenlijk een golflengte? Voorgesteld door de Griekse letter λ is  golflengte de afstand van de ene golftop tot de volgende golftop en de frequentie (uitgedrukt in hertz) is het aantal golftoppen dat per seconde voorkomt. De golflengte * de frequentie = de lichtsnelheid  (λ*f =C)Belangrijk is ook dat straling met korte golflengte krachtiger is dan straling met een lange golflengte.

Zwarte lichaamsstraler:Verwarmen we een zwart lichaam (dat niets weerkaatst) dan absorbeert dit alle straling en wordt door de opgenomen energie warmer. Een voorwerp dat een verhoogde temperatuur heeft straalt energie uit naar gebieden met een lagere temperatuur (denk maar aan een kachel). De golflengte is altijd in verhouding tot de temperatuur. Wordt de temperatuur lager dan neemt de golflengte dus toe. Dat zien we in de emissiekromme van een zwarte straler.

Hoe ontstaat straling? Hiervoor moeten we eerst naar de opbouw van materie kijken. We zien dat deze bestaat uit atomen die op hun beurt vertegenwoordigd worden door elektronen, protonen en neutronen. De elektronen hebben een negatieve lading, de protonen een positieve en de neutronen zijn neutraal. Rutherford vond dat >99% van het atoom lege ruimte is...  Niels Bohr stelde een atoommodel voor waarbij de elektronen met enorme snelheid rond de kern tollen in diverse schillen.

Wanneer elektronen in een hoger  energieniveau terecht komen dan willen die eigenlijk naar hun grondtoestand terug, maar ze kunnen dit alleen als ze de energie, waarmee ze in die toestand geraakten, kunnen afgeven. Dit doen ze door, in diverse golflengtegebieden, straling uit te zenden.

Het zichtbaar licht zendt straling in tussen  400 nm  en 780 nm; gaande van violet naar diep rood.  Het golflengtegebied van IR wordt ook opgedeeld in verschillende gebieden. Veelal wordt het golflengtegebied van 780 nm tot 10 micrometer aangeduid met nabij-infrarood, van 10 tot 30 µm met middel-infrarood, van 30 µm tot 300 µm met ver-infrarood en van 300 µm tot 1 mm met sub-millimetergebied. Infrarood betekent 'onder het rood', omdat de frequentie van infraroodstraling iets lager ligt dan die van het rood.

Soorten: We kennen twee soorten straling: thermische en niet thermische straling. Thermisch kennen we van het voorbeeld van de brandende kachel die haar warmte uitstraalt naar de koudere omgeving. Niet thermische straling ontstaat als elektronen langs magnetische veldlijnen in een spiraalvormige beweging versnellen en hierbij worden "opgeladen". Dit wordt synchrotronstraling genoemd en kent een zeer breed spectrum. (ook poollicht wordt op die manier veroorzaakt als deeltjes langs de veldlijnen van het aards magnetisch veld binnenvallen.) We kennen emissie- en absorptiespectra. Emissie: Verhit men gas onder lage druk (vb natrium) dan zend dit straling uit en ontstaat een emissiespectrum. Absorptie:  Zenden we wit licht door eenzelfde koud gas dan ontstaat een absorptiespectrum. We zien dan een continue achtergrond met donkere lijnen, juist op de plekken waar we anders  emissielijnen vinden.

Temperatuur: Behalve licht zendt onze zon ook in ander golflengten uit. Het grootste deel van de emissie gebeurt in het zichtbaar licht, maar ook in het IR, in het UV en in het Röntgengebied wordt straling uitgezonden. De atmosfeer houdt  veel van die niet zichtbare straling tegen. Met IR straling kunnen we ook temperaturen bepalen. Met behulp van de "verschuivingswet van Wien" kunnen we uit de golflengte ook de temperatuur bepalen want de max golflengte vermenigvuldigd met de temperatuur is altijd constant. Dit noemt men de constante van Wien         (λ max. * T = constant= 2,9 *10-3 mK.)

Spelbreker: De atmosfeer is bij het meten van IR uit de ruimte een grote spelbreker. Slechts in enkele smalle "vensters" ( lees specifieke golflengten) wordt IR alleen maar tot op vrij grote hoogte doorgelaten. Pas rond 1970 was de ontwikkeling van de creogene techniek (diepkoeltechniek) zover dat het mogelijk werd apparatuur voor IR meting te gebruiken en op grote hoogte metingen uit te voeren aan boord van ballonnen. Toen die techniek snel verbeterde  werd in 1983 de eerste IR satelliet IRAS in gebruik genomen.

In contourkaarten werden gebieden zichtbaar waar materie in dezelfde golflengte straalt. Hiermee kregen de astronomen een beeld van de omvang van eerder onbekende gebieden en van de processen die hier plaatsvinden of achtersteken. Met IRAS, en later met de steeds verder verbeterde opvolgers, kwam op vrij korte termijn enorm veel informatie vrij over diverse objecten, gaande van planeten tot deepsky-objecten. Bij planeetonderzoek in IR werd o.a. duidelijk dat Jupiter ook veel energie uitstraalt in het IR gebied en kan worden bewezen dat de planeet meeer energie uitstraalt dan ze van de zon ontvangt. Ook het verschil in straling ter hoogte van de banden en de zones op het oppervlak is in IR beelden duidelijk te onderscheiden. Ze heeft dus een eigen interne energiebron. Ook van gebieden waar zich veel stof en gas bevindt kreeg men met IR een beter beeld. Eerder ongekende materie zendt soms enorm veel straling uit in eerder onmeetbare golflengten. Er was een voorbeeld van het absorptiespectrum van een koolstofster waar duidelijk de ster kon worden onderscheiden van een er omheen draaiende stofschil. Zelfs de elementen die oorzaak zijn van emissie uit de stofschil kunnen m.b.v. die golflengten worden geanalyseerd. Op een beeld van het zodiakaal licht, dat veroorzaakt wordt door stof dat zich in de eclipticavlak bevindt, waren op een contourkaart duidelijk drie erg dichte stofbanden te zien.

Bij komeetonderzoek in deze golflengten geven de komeetstaarten hun geheimen prijs en als we over een visueel beeld van het sterrenbeeld Orion een IR beeld projecteren wordt duidelijk waar warmtestraling aanwezig is en waar niet. Met enkele IR-beelden van "koude" moleculaire wolken in de ruimte, planetaire nevels, M 45 en het IR-beeld van een ver melkwegstelsel sloten we deze voordracht af.

                                                                                                                                    Jan Hermans

Wetenwaardigheid:

Een ijsberg met een lengte van negentien kilometer is op weg naar het zuiden van Australië.

Wetenschappers hebben het over een gebeurtenis die in de voorbije honderd jaar niet meer is voorgekomen. De ijsplaat, die tien jaar geleden afbrak in Antarctica, heeft een oppervlakte van 140 vierkante kilometer. Toch was het brok ijs ooit nog groter, want onderweg brak ie in twee delen. Ook is er al heel wat ijs gesmolten. De ijsplaat zou zich, d.d. 09-12-09, op 1700 kilometer ten zuiden van de kust van Australië bevinden.

                                                                  Ingezonden artikel door Jan Hermans.

Het wonderlijke van onze atmosfeer 

De afgelopen 100 jaar is het op onze aarde gemiddeld bijna 1 graad Celcius warmer geworden. Wetenschappers verwachten dat het, tegen het einde van deze eeuw, wel 2 graden of meer warmer worden. Het is ook ooit veel kouder geweest. We weten dat er ooit ijstijden zijn geweest met gemiddeld lagere temperaturen dan nu. Het klimaat heeft dus wel ooit eerder variaties gekend, maar de verandering gebeurde toen niet aan het huidige tempo; dat ging veel langzamer. De oorzaak waarom het nu op relatief korte termijn gebeurt, wordt toegewezen aan de ingreep van de mens die massaal steenkool en aardolie verbruikt en enorme gebieden bos kapt en afbrandt. Fijn zou je denken, hoe warmer, hoe meer en langer zomer en meer mooi weer, maar dat is mooi mis, want een warmer klimaat betekent ook dat ijsbergen afsmelten, dat daardoor de zeespiegel stijgt en dat belangrijke diersoorten systematisch zullen verdwijnen en het natuurlijk evenwicht verstoord geraakt.

 Weer en klimaat.

Het weer is een uiting van het klimaat van dag tot dag (vandaag regen, morgen zonneschijn). Het klimaat daarentegen is het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar. Er zijn ook verschillende klimaatsoorten op aarde. Wij leven hier in België in een gematigd zeeklimaat. Verder van zee verandert dit in een landklimaat. Wij kennen daarbij vier seizoenen: lente, zomer, herfst en winter t.g.v. onze positie op aarde. Op andere plaatsen op aarde kent men soms maar twee seizoenen; een regen en een droog seizoen. Dit alles is een gevolg van onze atmosfeer. De atmosfeer is een mengeling van gassen die als een deken rond de aarde ligt. Ons klimaat speelt zich af in de onderste lagen van de atmosfeer. Zonder de atmosfeer zou er op aarde geen leven mogelijk zijn. Denk maar aan de zuurstof die we nodig hebben om te ademen. Maar de atmosfeer heeft nog meer belangrijke functies. Ze houdt de zeer schadelijke en levensdodende ultraviolette stralen van de zon tegen. De voornaamste gassen in de atmosfeer zijn zuurstof, stikstof argon en koolstofdioxide. Ze zijn verdeeld over verschillende lagen. Sommige gassen uit de atmosfeer kunnen het zonlicht "vangen". net zoals het glas van een serre de warmte van het zonlicht vasthoudt. Het zijn voornamelijk waterstof, koolstofdioxide, stikstofdioxide en methaan. Zonder deze gassen zou de warmte van de zon terug naar de ruimte gaan en zou het op aarde berenkoud zijn.: -18°C.

 Van waar komen die gassen?

Vulkanen spuwen lava, zwavel en koolstofdioxide uit.  Bossen hebben koolstofdioxide nodig om te groeien en zetten deze om in zuurstof. s' Nachts geven ze een klein deel terug af aan de atmosfeer. Bij het massaal afbranden van bossen, zoals in Brazilië, Afrika en Indonesië, komt veel koolstofdioxide in de lucht. Het verwarmen van huizen en fabrieken met steenkool, aardgas en aardolie veroorzaakt ook veel koolstofdioxide. Ruim 30% van de opgenomen warmte van de zon wordt teruggekaatst naar de ruimte, de rest wordt geabsorbeerd door de atmosfeer, de oceanen en de aarde zelf.

 Te veel is te veel

Als er te veel broeikasgassen, zoals koolstofdioxide en methaan in de atmosfeer aanwezig zijn, stijgt de temperatuur op de aarde omdat er minder wordt teruggekaatst naar de ruimte. Het hele klimaat dreigt dan te veranderen, de gemiddelde temperatuur zal stijgen met als gevolg dat de eeuwenlange evenwichtstoestand in de war geraakt met alle gevolgen van dien...

                                                                  Ingezonden artikel door Jan Hermans.

Digitale Fotografie.

Zij die frequent op onze website zitten hebben de oproep al gelezen. Probeer eens om oude (of zelfs nieuwe) opnames die je maakte van sterrenhemels te combineren met andere opnames. Je kan, als je er een beetje tijd insteekt tot heel verrassende resultaten komen. Met andere woorden...wees eens creatief met fotografie! Nu kan je natuurlijk stellen; "ja...composities sturen...dat zijn geen echte opnames, hé?". Het weerwoord hierop is dat je, mits inachthouding van bepaalde spelregels, onmogelijke opnames kunt realiseren. Wat bedoelen we hiermee? Je wil bijvoorbeeld eens een mooie foto maken van bijvoorbeeld een molen, afgezet tegen een schitterende sterrenhemel (zie voorbeeld in dit blaadje). Je gaat met veel overtuiging met je camera op locatie en je merkt al snel dat klemtoonbelichting en strooilicht van allerlei oorsprong maken dat je voor een onmogelijke opdracht komt te staan. Je hebt meer dan genoeg licht om de molen op papier te zetten, maar je krijgt er geen enkele ster bij, want die verzuipt in het licht. Gedaan met het sfeerbeeld dat je voor ogen had. Of niet?

Ben je creatief en wil je, ondanks alles, toch een dergelijke opname realiseren? Enkele tips: ga overdag naar de molen, fotografeer die zodanig dat er een stralend heldere hemel op de achtergrond staat.  Een volgende stap is dat je een opname maakt van de sterrenhemel met dezelfde lens. Kwestie van de juiste verhoudingen aan te houden (je kan hier ook mee spelen!) Je hebt nu twee verschillende opnames die we gaan combineren. Met behulp van een degelijk fotobewerkingsprogramma (ik werk met Corel Paint Shop Pro Photo X2) ga je de achtergrond van de opname van de molen wissen. Er zijn handige tools om dit te bereiken in je fotobewerkingsprogramma. Een kwestie van oefenen en proberen. Als je eenmaal de foto van de molen zodanig ontdaan hebt van storende elementen en achtergrond (stralende hemel, in dit geval), ga je de beide opnames samenvoegen. Je gebruikt de afbeelding van de "gestripte" molen als nieuwe laag en "plakt" deze op de sterrenhemel. Nu moet je nog enkele dingen doen: ten eerste doe je aan randvervaging om een soepele en zuivere overgang te verkrijgen. Vervolgens ga je een goede schikking (compositie) zoeken. De belangrijkste stap gaat nu komen: zorg dat de kleurdiepte van elke laag overeenkomt. Met andere woorden: een daglicht-heldere molen, afgezet tegen een donkere sterrenhemel is niet realisitisch. Bewerk,  met behulp van kleurtoondiepte en verzadiging, de tonen om beide opnames zo natuurgetrouw als mogelijk te benaderen. Heb je inspiratie nodig? Kijk eens op onze website voor meerdere voorbeelden aan de hand van opnames gemaakt en gecombineerd door Beliën Lambert. Let wel: als je opnames van anderen gaat gebruiken, denk dan even aan auteursrechten! Het leukste (en eerlijkste)  is en blijft werken met je eigen opnames.

Proberen maar!!!!                                                                   LBe                                                                                            

Agenda NVWS Eindhoven: 2010

 

18 februari 2010: NVWS Eindhoven: "Waarnemingshorizon, kunnen we alles waarnemen?" Prof. Dr. John Heise  SRON Utrecht.

19 Maart 2010: NVWS Eindhoven: "Kreutz kometen" door Prof. Dr. R.F. Strom   ASTRON  Dwingeloo

22 April 2010: NVWS Eindhoven: "Sterrenkunde op La Palma" Prof. Dr. R.F. Peletier  RUGGroningen

De lezingen worden voortaan gehouden in het atrium van het Augustinianum te Eindhoven gelegen aan de Wassenhovestraat 26

 Denk er aan.........Ambiorix verwacht je !!!!  

 Schrijf tijdig in voor onze jaarlijkse uitstap en geniet samen met ons van een mooie dag, vol van nieuwe impressies (vernieuwd Gallo-Romeins museum en als primeur het Cosmodrome te Genk).  Tal van professionele gidsen staan die dag klaar om ons in te wijden in hetgeen ze te bieden hebben!   Een gepersonaliseerde uitnodiging is onderweg of reeds in je bezit. We hopen op je deelname, tot dan!!!

17:18 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Laatste loodjes 2009- start 2010.

Verslag van de bijeenkomst van 18 december 2009

Administrativa

 • Er waren geen opmerkingen betreffende het vorige verslag.

• Milou Van Baelen liet middels een mailtje weten dat ze op 3 december 2009 om 23.05u een zeer  heldere vallende ster heeft gezien. Ze vermoedde een Geminide, welke ze beschreef als een kleine vuurbol. Heeft iemand anders deze (of andere heldere Geminiden) gezien? We horen het graag.

• Op 18 december hield Stella Videns (Hechtel) een academische zitting en organiseerde een tentoonstelling rond de sterrenkundige pater Jozef Dreesen. Noorderkroon heeft de tentoonstelling bezocht.

• Het bestuur wil de leden enquêteren. Vraag is of er interesse is om de maandelijkse studievergadering te zien verschuiven van vrijdag- naar zaterdagavond. Laat het bestuur uw mening weten.

• Bewolkte sterrenkijkdag? Geen erg...we gaan tijdens elke verwaterde kijkavond deze "verloren" tijd opvullen met het archiveren van onze verslagen, brochures, tijdschriften, en dergelijke. Onze archiefruimte kan je vinden in de kelders van de Joy. Alle hulp is welkom.

• De Nacht van de Duisternis zal doorgaan op 16-10-2010. We zullen, net als vorige jaren mede-inrichter zijn.

• Nogmaals een oproep om diversiteit in de maandblaadjes en op de website te krijgen. Bezorg uw bijdrage, al dan niet voorzien van afbeeldingen aan het secretariaat.

• We bekijken of we terug een bel- of SMS-service opgestart kunnen krijgen als iemand, buiten de geplande kijkavonden om, beslist om een sterrenkijker op te stellen en waar te nemen (zie elders in deze uitgave).

 

Nieuwjaarspeech door de voorzitter.

"Beste Noorderkroners,

Het jaar 2009 is weer bijna voorbij en dan is het weer tijd om nog eens terug te kijken naar het voorbije jaar. Het weer was niet altijd zoals we het graag zouden hebben. Er kunnen wel mooie avonden geweest zijn, om naar de sterren te kijken, maar dat is op voorhand moeilijk te bepalen.

De koepel van de sterrenwacht hebben we weer beter aan het draaien gekregen, zodat onze problemen hiermee waarschijnlijk opgelost zijn. Wat het andere materiaal betreft; we hebben zeer goede kijkers waarmee we voor onszelf en voor het publiek zeer mooie kijkavonden kunnen organiseren.

Jan en Lambert zijn naar de scholen geweest om lessen te geven over sterrenkunde en de jeugd had zeer veel belangstelling , met als gevolg dat ze ook een voormiddag, samen met de onderwijzers, op onze sterrenwacht geweest zijn. Dit initiatief is zeer aan te bevelen en moet zoveel als mogelijk herhaald worden. Zo komt onze vereniging in de belangstelling bij de kinderen, maar ook bij de ouders.

Ik hoop dat dit zo voort gezet kan worden, we zijn goed bezig om het jaar 2010, met vol vertrouwen, tegemoet te zien en ik wens u dan ook allen een gelukkig Nieuwjaar en veel voorspoed voor u en uw familie,

 Uw voorzitter, Lambert Breemans "

Kasverslag door de penningmeester

Aan de hand van een zeer duidelijke excelsheet bracht Jan Hermans het financiële aspect van 2009 onder de aandacht. Zoals we van een goede penningmeester kunnen en mogen  verwachten, duidelijk zichtbare inkomsten en uitgaven die als eindresultaat toonde dat de economische crisis totaal geen invloed heeft gehad op het afgelopen boekjaar. Jan sloot 2009 af met een positief saldo. Een welgemeend applaus voor de penningmeester. Hopelijk zet deze trend zich verder in de komende jaren. We weten (al sedert lange tijd) dat onze centen in goede handen zijn bij Jan!

Jaarverslag door de secretaris.

Net als vorige jaren werd het jaarverslag in de vorm van een powerpoint gebracht. Alle activiteiten die we het afgelopen jaar hebben georganiseerd werden middels woord en beeld even terug in herinnering gebracht. Een jaarverslag kent ups en downs, ook dit jaar.  Midzomer trof ons de harde tijding dat onze goede vriend en collega-amateur Piethein Maas overleden was..... een donderslag bij heldere hemel. We herinneren ons dat Piethein een joviale en spontane vriend was, die heel graag  zijn visie over het heelal deelde. We gaan die gesprekken en het gezelschap van Piethein blijven missen. 2009 bracht ons.......jawel...niet minder dan zes geslaagde kijkavonden en dat is een sensationele stijging vergeleken met vorig jaar!! (Je moet het maar kunnen uitleggen, hé?). We hopen deze stijging in 2010 te kunnen handhaven, zo niet  op te voeren. Het bestuur werkt aan hulpmiddeltjes om deze doelstelling te bereiken. De presentatie liet al uitschijnen: we staan niet stil en zullen er alles aan doen om het jullie in 2010, op gebied van amateursterrenkunde,  zo aangenaam mogelijk te maken.

De algemene kennisquiz.

Onder de bekende noemer "algemene kennisquiz" bracht Jan Hermans weer een, bij tijden, hilarische quiz, vol met instinkers. Aan de hand van 35 vragen die slechts zelden over sterrenkunde gingen (het was een algemene kennisquiz!) werden de grijze cellen van de aanwezigen danig op de proef gesteld. En......je steekt er wat van op! Degene die het niet wisten (en dat waren er veel!!!); een haas gaat sneller en berg op dan af. Het schijnt dat een haas zich de poten breekt als "ie" bergaf moet gaan, hij struikelt over zijn eigen poten. Je moet het maar weten! Een andere vraag was bijvoorbeeld: "Hoe schrijf je 2947 in Romeinse notatie?", begin er maar aan! Heel hilarisch werd het toen Jan een reeks multiple choise vragen op de aanwezigen los liet. Ik ga er niet over uitweiden, maar het had met bruine beren te maken (en nog andere zaken....). Onze quizleider prikkelde onze motivatie om te winnen door een mooi prijzenpakket samen te stellen. Wie waren de winnaars? Eigenlijk allemaal......we hebben ons geamuseerd, we hebben allemaal weer iets geleerd en we hebben onze Jan nogmaals voorzien van een daverend applaus. Voor degene die een gooi naar de eerste plaats willen doen, volgend jaar.....dank zij de samenstelling van de vragen weten we nu helemaal niet meer welk soort instinkers Jan zal bedenken in december 2010. We blijven ons bijscholen ('t zal nodig zijn!!).

Van slak tot lichtsnelheid

De presentatie "Van slak tot lichtsnelheid" is een ludiek poging om snelheid te visualiseren. Lambert had aan de hand van een beeldverhaal een rode draad uitgezet: van traag (tergend traag) in trappen naar de lichtsnelheid. De trap van versnelling werd gevisualiseerd door "aardse" dingen. Onder de noemer "traag" begon het verhaal met de groeisnelheid van korstmos, schimmeldraden en een beetje sneller: bamboe. Van de slak (jaja...daar is ie!) naar de schildpad, de wandelaar, de fietser. Van de brommer naar de oldtimer, om uit te komen bij de bolides. Van powerboten en de Trust naar de Zero-G, straaljagers, Nasa x43a....... Je merkt het...we hebben de snelheid, stapsgewijs en met diverse hulpmiddelen, van stilstaand opgevoerd tot 7700 km per uur om dan de aarde te verlaten met behulp van de Saturnus V raket. Met de laatstgenoemde zitten we met een snelheid van 11.2 km/s, nodig om de aardse aantrekkingskracht te kunnen overwinnen. Terwijl we met een behoorlijke snelheid door de ruimte suizen nemen we de tijd om het één en ander te bekijken en te bespreken. Doel van dit alles is ervaren dat we met enkel te  "kijken" reizen in de tijd tegen lichtsnelheid. Dat "kijken" niet zo evident is hebben we ook even snel bewezen. De processen die schuil gaan achter het kijken kwamen (ook al eerder dit jaar, dank zij Jan Hermans)  aan bod, maar ook een waarschuwing dat wat je denkt te zien niet altijd dat is wat je ziet. Iedereen kent wel de optische illusies. We hebben er enkele de zaal in gestuurd en aangetoond dat kijken eigenlijk het werk van de hersenen is en dat het geleerd moet worden.

 Bottomline van het hele verhaal was dat je weinig moeite moet doen om aan lichtsnelheid te "reizen".   Snelheid en kijken (weten wat je ziet), de twee sleutelwoorden van deze presentatie hebben ons van de vaste grond onder onze voeten tot in de diepe ruimte gebracht en even snel weer terug. Er was de kritische observatie dat we bij het terugkomen op aarde heel wat snelheid moesten inleveren. De gedachte bij deze waarneming werd aangetoond door het feit dat we steeds gereisd hebben aan lichtsnelheid en dat we , terug op aarde, geconfronteerd worden met een onneembare barrière;  de aardse atmosfeer. Door dit fenomeen worden we zodanig afgeremd dat er van ongehinderde lichtpassage geen sproke meer is. Je merkt het; we hebben echt gedacht in termen van licht, snelheid en beweging! Een leuke ervaring.

 De schoonheid van Wiskunde en IJsberen

Als extraatje presenteerde Jan enkele leuke wiskundige animaties. We keken met stijgende verbazing naar wiskundige pareltjes, op het grappige af en verwonderde ons over de voorspelbaarheid van de uitkomsten. Over reeksen gesproken!

 

Een ander verbazingwekkend gebeuren was een fotosessie met een ijsbeer, een heuse  Ursus maritimus (voorheen: Thalarctos maritimus) van een kleine 300 tot 600 kg zwaar, die een Huskie knuffelt. De ijsbeer bezocht veertien dagen na elkaar de Huskie die zich dat alles liet welgevallen. Over een bloeddorstig roofdier gesproken!! Een ander beeld was een schitterende opname van een ijsberg, boven water en tegelijkertijd onder water. Een klein discussiepunt bij een foto van zon en maan, genomen op de Noordpool. Een gigantisch grote maan, net boven een veel kleinere zon. We stelden ons de vraag of dit wel mogelijk is? Jan zal deze foto nader onderzoeken en te zijner tijd terugkoppeling geven. Leuke intermezzo's!!

 De terugkoppeling van de betreffende foto is intussen ook al gebeurd: als je én de zon én de maan samen in één enkel beeld brengt en je gebruikt een telelens die de maan uitvergroot, dan heb je zo ' een "onmogelijk" beeld van een reusachtige maan en een piepkleine zon. Kwestie van de juiste verhoudingen in een juiste context zien!  Dank u, Jan, voor het onderzoek!

Vers van de pers:

Planetenjager ontdekt 32 exoplaneten. : AMSTERDAM -  Met een speciaal instrument op de 3,6 meter telescoop in Chili zijn 32 nieuwe exoplaneten ontdekt. Een exoplaneet is een planeet buiten ons zonnestelsel die om een andere dan onze zon draait. Met de ontdekking van 32 nieuwe aardse hemellichamen is het aantal bekende exoplaneten in een klap toegenomen met 30 procent.

 

Dat heeft de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) maandag bekendgemaakt naar aanleiding van een internationale conferentie over exoplaneten in de Portugese stad Porto. De 32 planeten buiten ons zonnestelsel zijn ontdekt met de HARPS, een uiterst nauwkeurig instrument dat in de wetenschappelijke wereld bekendstaat als de belangrijkste exoplanetenjager van onze aarde. HARPS (High Accuracy Radial Velocity Planet Searcher) heeft de afgelopen vijf jaar meer dan 75 van de in totaal vierhonderd nu bekende exoplaneten gespot. De planetenjager maakt deel uit van de 3,6 meter telescoop op La Silla in Chili van de ESO, de Europese Zuidelijke Sterrenwacht. HARPS is een extreem precieze spectrograaf (optisch instrument om licht te meten). Het is in staat om de schommelingen van sterren te meten door kleine veranderingen - van slechts 3,5 kilometer per uur - te detecteren in de snelheid waarmee sterren door het heelal bewegen, de zogeheten radiale snelheid. Exoplaneten kunnen door hun zwaartekracht schommelingen van sterren veroorzaken. Vijf jaar lang gedurende honderd nachten per jaar speurde HARPS het universum af met soms spectaculaire ontdekkingen, zoals de Gliese 581d, de eerste superaarde in de leefbare zone van een ster. De recente ontdekkingen betreffen zogenoemde superaardes (gemiddeld vijf keer zo groot als onze planeet) en reuzenplaneten (supergrote gasbollen zoals Jupiter). De wetenschappers van ESO gaan ervan uit dat ongeveer 40 procent van zonachtige sterren een of meer exoplaneten in hun buurt hebben. Bron: De Telegraaf. Onder de aandacht gebracht door Job Beeren.

Wetenwaardigheid:

Zoals je al kon lezen in de rubriek "Administrativa" kregen we van Noorderkroonlid Milou Vanbaelen (Hamont) een melding binnen van een Geminidenwaarneming. Milou zag een heel heldere meteoor op 3 december. Geminiden kan je herkennen aan het feit dat ze schijnbaar vanuit een punt net boven het sterrenbeeld de Tweelingen komen, dat ze geel gekleurd en helder zijn, maar vooral omdat ze traag overkomen. Vergeleken bij de supersnelle Perseiden zijn dit echte "dieselkes". Je hebt ruim de tijd om ze te volgen, terwijl ze al dan niet hun nalichtend spoor over de hemelbol trekken. 

 

Een andere feit is dat deze zwerm een lange en gestage opbouw kent. Het maximum was voorzien voor de nacht van 13/14 december, maar je kon al dagen op voorhand genieten van dit hemels vuurwerk. Echt top was het natuurlijk als je zo dicht mogelijk tegen het maximum ging kijken. Tegen de ochtend van 14 december had je tot 60 meteoren per uur kunnen zien. Dat is er ééntje per minuut!! We vermelden ook nog even dat bij de Geminiden geen komeet aan de basis ligt, maar wel de planetoïde 3200 Phaethon. Deze laatstgenoemde is nog steeds een discussiepunt: " is 3200 Phaethon een planetoïde of een gedoofde komeet?".

Een meteoor - ook wel vallende ster genoemd - heeft niets met echte sterren van doen. Het gaat om een stofdeeltje of stukje gruis uit de ruimte dat de dampkring van de aarde binnenkomt. Het botst met hoge snelheid tegen moleculen in de lucht die daardoor even oplichten. Zo zien we een lichtflits(-je) aan de hemel.        LBe


Oproep aan de leden.

Lidgeld 2010.

Een nieuw werkjaar, tijd om weer de gevraagde contributie te voldoen. We hebben, ondanks het feit dat allerlei instanties knokken tegen de crisis, de prijs van 15 euro per lid kunnen handhaven. Wat is de tegenprestatie? Wel, we bieden we u weer een gans jaar onze inzet aan, ons gekoppeld intellect, onze vriendschap, het gebruik van ons instrumentarium, 12 maandblaadjes, korting tijdens onze jaarlijkse uitstap in het voorjaar....Met andere woorden; een kleine bijdrage voor de werking van onze vereniging voor een heel scala van voordelen, waarvan je zelf bepaald hoeveel het je opbrengt!!  En......wie wil steunen hoeft zich niet in te houden. We vragen een bescheiden lidgeld, maar laten iedereen vrij om ook een donatie te doen, wat zeer op prijs gesteld zal worden.  Bij voorbaat dank!!

Kijkavond SMS-service.

Om de kijkavonden iets minder  in het water te doen vallen gaat het bestuur enkele initiatieven in het leven roepen. Wat gaan we proberen op te bouwen? In eerste instantie blijven we maandelijkse kijkavonden programmeren en publiceren. Daar veranderd niets aan. Bijkomend (en dat is dan weer een extra service voor hetzelfde geld!!) is dat we gaan proberen een SMS-netwerk op te zetten.

Wat is de bedoeling van dit alles? We gaan uit van deze situatie: we hebben een kijkavond die wegens slecht weer niet door gaat (of wel, maakt niet uit). Enkele dagen later is het wel helder en iemand van de deelnemers in het netwerk besluit te gaan waarnemen. Wat doet hij dan? Hij is in het bezit van de GSM-nummers van de anderen die deel uit maken van het netwerk en stuurt hen een SMS met de melding "kijkavond op volgende locatie........).

 De andere leden van het netwerk die tijd en goesting hebben weten dan waar het te doen is en kunnen deelnemen aan het initiatief. Uiteraard zou het ook leuk zijn om nadien een kort verslagje aan de secretaris te bezorgen. Om dit functioneerbaar te maken zoeken we dus mensen die deel willen nemen aan dit gebeuren en die bereidt zijn hun GSM-nummer te delen met de andere deelnemers. Zij die interesse hebben, laten maar iets weten aan het secretariaat.

 Website en maandblaadje.

Net als vorig jaar doen we weer een oproep naar actieve inbreng van de leden. Niet enkel door hun aanwezigheid tijdens de bijeenkomsten en kijkavonden, maar ook actief bezig te zijn met de inhoud van het maandblaadje en de website. Heb je iets interessants gelezen of ben je iets te weten gekomen, waarvan je denkt "dat is iets voor onze leden...", dan kan je dit delen door een kort verslagje in je eigen woorden toe te zenden naar het secretariaat. Om alles een beetje verwerkbaar te maken vragen we om alles digitaal te verzenden. Het heeft weinig of geen zin om een gans artikel over te moeten typen. Stuur je bericht naar het gekende e-mailadres: lambert.belien@hotmail.com of gebruik de mailknop van onze website. Onze secretaris zal in de mate van het mogelijke rekening houden met de publicatie van de berichten (website is ongelimiteerd, alles kan er op. Het blaadje, daarentegen,  heeft een eindige capaciteit. Als er ruimte over is worden de artikels opgenomen. Bedoeling van alle bovenstaande initiatieven is jullie actief te betrekken in de opbouw van een interactieve vereniging. Door jullie inbreng hopen we een nog grotere diversiteit te bekomen. Iedereen binnen onze vereniging kan daar de vruchten van plukken!!

 

16:56 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

04-01-10

Foto's in het donker......

Wintertijd........de tijd van lange en donkere nachten. Een uitgelezen kans om eens wat extra foto's te maken. Profiteren van donkere hemels en  weinig strooilicht. Waar nog op wachten?

Hieronder enkele sfeerbeelden die je al gauw kan maken als je een beetje inventief bent met je gemaakte opmaken. Probeer eens om foto's te combineren. Wat willen we hiermee zeggen? Wel, in het kort gezegd, wees eens creatief met je composities, en als je nog niet tevreden bent......ga eens combineren. Hieronder enkele voorbeelden.

Succes!!!!

FinePix S3Pro  sized_DSCF3716acomposition

FinePix S3Pro  sized_lanklaar fietsbrug-acomposition

FinePix S3Pro  sized_DSCF4021acomposition

 

FinePix S3Pro  sized_rodebessen-acomposition

FinePix S3Pro  sized_napoleonmolen-acomposition

 

22:07 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

24-12-09

Algemene ledenvergadering 2009

 

! ! ! Uitnodiging !!!

 

 Beste vrienden,

                             Graag nodigen we u uit voor de eerste studiebijeenkomst van 2010. Deze zal doorgaan op vrijdag 22 januari 2010.  Op de agenda hebben we zoals altijd de open agenda, waar je nog steeds met je vragen terecht kan en als hoofdschotel serveren we u een uiteenzetting over infrarood-sterrenkunde, gebracht door Jan Hermans.

 

We hebben de afgelopen bijeenkomsten redelijk wat tijd besteedt aan het visuele aspect van waarnemen. Zowel het visuele waarnemen als de processen die daar achter schuil gaan zijn onder de aandacht gebracht. We denken met de uiteenzetting "infrarood-sterrenkunde" een brug te kunnen slaan, welke ons meer inzicht zaln verschaffen in waarnemingen in een andere golflengten. We zullen zien dat er andere hulpmiddelen in het beeld komen en dat hun gegevens verschillen van datgene wat wij door onze optische telescopen zien. We zullen ook zien dat er grenzen verlegd worden door deze technieken.

 

Zoals altijd  starten we om 20.15u in zaal Joy van het PC Michielshof.

Tot dan ,   het bestuur

  

    ! ! ! Uitnodiging !!!

 

Op 8 januari 2010 verzamelen we tegen 20.00 uur aan de sterrenwacht en we richten de Cassegrain op Mars, die op een paar dagen na, haar kortste nadering tot de aarde van dit jaar zal hebben. Het beeld zal dus zeker de moeite zijn. Als we Mars eens goed bekeken hebben zullen we de telescoop haar ding laten doen. Dit wil zeggen dat we een hele resem deepsky-objecten de revue laten passeren.

 Nieuw is dat, als het onverhoopt bewolkt is, we de activiteit toch laten doorgaan. Niet op de sterrenwacht, maar in de kelder van de Joy. We gaan onze kelder archiveren (zie rubriek "administrativa" voor meer details). Zij die willen helpen zijn van harte welkom.  Intussen blijven we hopen op heldere nachten!!!!

 Tot kijk...  Het bestuur

 Verslag van de bijeenkomst van 18 december 2009

 Administrativa

•·       Er waren geen opmerkingen betreffende het vorige verslag.

•·       Milou Van Baelen liet middels een mailtje weten dat ze op 3 december 2009 om 23.05u een zeer  heldere vallende ster heeft gezien. Ze vermoedde een Geminide, welke ze beschreef als een kleine vuurbol. Heeft iemand anders deze (of andere heldere Geminiden) gezien? We horen het graag.

•·       Op 18 december hield Stella Videns (Hechtel) een academische zitting en organiseerde een tentoonstelling rond de sterrenkundige pater Jozef Dreesen. Noorderkroon heeft de tentoonstelling bezocht.

•·       Het bestuur wil de leden enquêteren. Vraag is of er interesse is om de maandelijkse studievergadering te zien verschuiven van vrijdag- naar zaterdagavond. Laat het bestuur uw mening weten.

•·       Bewolkte sterrenkijkdag? Geen erg...we gaan tijdens elke verwaterde kijkavond deze "verloren" tijd opvullen met het archiveren van onze verslagen, brochures, tijdschriften, en dergelijke. Onze archiefruimte kan je vinden in de kelders van de Joy. Alle hulp is welkom.

•·       De Nacht van de Duisternis zal doorgaan op 16-10-2010. We zullen, net als vorige jaren mede-inrichter zijn.

•·       Nogmaals een oproep om diversiteit in de maandblaadjes en op de website te krijgen. Bezorg uw bijdrage, al dan niet voorzien van afbeeldingen aan het secretariaat.

•·       We bekijken of we terug een bel- of SMS-service opgestart kunnen krijgen als iemand, buiten de geplande kijkavonden om, beslist om een sterrenkijker op te stellen en waar te nemen (zie elders in deze uitgave).

 Nieuwjaarspeech door de voorzitter.

"Beste Noorderkroners,

Het jaar 2009 is weer bijna voorbij en dan is het weer tijd om nog eens terug te kijken naar het voorbije jaar. Het weer was niet altijd zoals we het graag zouden hebben. Er kunnen wel mooie avonden geweest zijn, om naar de sterren te kijken, maar dat is op voorhand moeilijk te bepalen.

De koepel van de sterrenwacht hebben we weer beter aan het draaien gekregen, zodat onze problemen hiermee waarschijnlijk opgelost zijn. Wat het andere materiaal betreft; we hebben zeer goede kijkers waarmee we voor onszelf en voor het publiek zeer mooie kijkavonden kunnen organiseren.

Jan en Lambert zijn naar de scholen geweest om lessen te geven over sterrenkunde en de jeugd had zeer veel belangstelling , met als gevolg dat ze ook een voormiddag, samen met de onderwijzers, op onze sterrenwacht geweest zijn. Dit initiatief is zeer aan te bevelen en moet zoveel als mogelijk herhaald worden. Zo komt onze vereniging in de belangstelling bij de kinderen, maar ook bij de ouders.

 

Ik hoop dat dit zo voort gezet kan worden, we zijn goed bezig om het jaar 2010, met vol vertrouwen, tegemoet te zien en ik wens u dan ook allen een gelukkig Nieuwjaar en veel voorspoed voor u en uw familie,

Uw voorzitter, Lambert Breemans "

Kasverslag door de penningmeester

 Aan de hand van een zeer duidelijke excelsheet bracht Jan Hermans het financiële aspect van 2009 onder de aandacht. Zoals we van een goede penningmeester kunnen en mogen  verwachten, duidelijk zichtbare inkomsten en uitgaven die als eindresultaat toonde dat de economische crisis totaal geen invloed heeft gehad op het afgelopen boekjaar. Jan sloot 2009 af met een positief saldo. Een welgemeend applaus voor de penningmeester. Hopelijk zet deze trend zich verder in de komende jaren. We weten (al sedert lange tijd) dat onze centen in goede handen zijn bij Jan!

 Jaarverslag door de secretaris.

 Net als vorige jaren werd het jaarverslag in de vorm van een powerpoint gebracht. Alle activiteiten die we het afgelopen jaar hebben georganiseerd werden middels woord en beeld even terug in herinnering gebracht. Een jaarverslag kent ups en downs, ook dit jaar.  Midzomer trof ons de harde tijding dat onze goede vriend en collega-amateur Piethein Maas overleden was..... een donderslag bij heldere hemel. We herinneren ons dat Piethein een joviale en spontane vriend was, die heel graag  zijn visie over het heelal deelde. We gaan die gesprekken en het gezelschap van Piethein blijven missen. 2009 bracht ons.......jawel...niet minder dan zes geslaagde kijkavonden en dat is een sensationele stijging vergeleken met vorig jaar!! (Je moet het maar kunnen uitleggen, hé?). We hopen deze stijging in 2010 te kunnen handhaven, zo niet  op te voeren. Het bestuur werkt aan hulpmiddeltjes om deze doelstelling te bereiken. De presentatie liet al uitschijnen: we staan niet stil en zullen er alles aan doen om het jullie in 2010, op gebied van amateursterrenkunde,  zo aangenaam mogelijk te maken.

 De algemene kennisquiz.

 Onder de bekende noemer "algemene kennisquiz" bracht Jan Hermans weer een, bij tijden, hilarische quiz, vol met instinkers. Aan de hand van 35 vragen die slechts zelden over sterrenkunde gingen (het was een algemene kennisquiz!) werden de grijze cellen van de aanwezigen danig op de proef gesteld. En......je steekt er wat van op! Degene die het niet wisten (en dat waren er veel!!!); een haas gaat sneller en berg op dan af. Het schijnt dat een haas zich de poten breekt als "ie" bergaf moet gaan, hij struikelt over zijn eigen poten. Je moet het maar weten! Een andere vraag was bijvoorbeeld: "Hoe schrijf je 2947 in Romeinse notatie?", begin er maar aan! Heel hilarisch werd het toen Jan een reeks multiple choise vragen op de aanwezigen los liet. Ik ga er niet over uitweiden, maar het had met bruine beren te maken (en nog andere zaken....). Onze quizleider prikkelde onze motivatie om te winnen door een mooi prijzenpakket samen te stellen.

Wie waren de winnaars? Eigenlijk allemaal......we hebben ons geamuseerd, we hebben allemaal weer iets geleerd en we hebben onze Jan nogmaals voorzien van een daverend applaus. Voor degene die een gooi naar de eerste plaats willen doen, volgend jaar.....dank zij de samenstelling van de vragen weten we nu helemaal niet meer welk soort instinkers Jan zal bedenken in december 2010. We blijven ons bijscholen ('t zal nodig zijn!!).

Van slak tot lichtsnelheid

De presentatie "Van slak tot lichtsnelheid" is een ludiek poging om snelheid te visualiseren. Lambert had aan de hand van een beeldverhaal een rode draad uitgezet: van traag (tergend traag) in trappen naar de lichtsnelheid. De trap van versnelling werd gevisualiseerd door "aardse" dingen. Onder de noemer "traag" begon het verhaal met de groeisnelheid van korstmos, schimmeldraden en een beetje sneller: bamboe. Van de slak (jaja...daar is ie!) naar de schildpad, de wandelaar, de fietser. Van de brommer naar de oldtimer, om uit te komen bij de bolides. Van powerboten en de Trust naar de Zero-G, straaljagers, Nasa x43a....... Je merkt het...we hebben de snelheid, stapsgewijs en met diverse hulpmiddelen, van stilstaand opgevoerd tot 7700 km per uur om dan de aarde te verlaten met behulp van de Saturnus V raket. Met de laatstgenoemde zitten we met een snelheid van 11.2 km/s, nodig om de aardse aantrekkingskracht te kunnen overwinnen. Terwijl we met een behoorlijke snelheid door de ruimte suizen nemen we de tijd om het één en ander te bekijken en te bespreken. Doel van dit alles is ervaren dat we met enkel te  "kijken" reizen in de tijd tegen lichtsnelheid.

Dat "kijken" niet zo evident is hebben we ook even snel bewezen. De processen die schuil gaan achter het kijken kwamen (ook al eerder dit jaar, dank zij Jan Hermans)  aan bod, maar ook een waarschuwing dat wat je denkt te zien niet altijd dat is wat je ziet. Iedereen kent wel de optische illusies. We hebben er enkele de zaal in gestuurd en aangetoond dat kijken eigenlijk het werk van de hersenen is en dat het geleerd moet worden. Bottomline van het hele verhaal was dat je weinig moeite moet doen om aan lichtsnelheid te "reizen".   Snelheid en kijken (weten wat je ziet), de twee sleutelwoorden van deze presentatie hebben ons van de vaste grond onder onze voeten tot in de diepe ruimte gebracht en even snel weer terug. Er was de kritische observatie dat we bij het terugkomen op aarde heel wat snelheid moesten inleveren. De gedachte bij deze waarneming werd aangetoond door het feit dat we steeds gereisd hebben aan lichtsnelheid en dat we , terug op aarde, geconfronteerd worden met een onneembare barrière;  de aardse atmosfeer. Door dit fenomeen worden we zodanig afgeremd dat er van ongehinderde lichtpassage geen sproke meer is. Je merkt het; we hebben echt gedacht in termen van licht, snelheid en beweging! Een leuke ervaring.

 De schoonheid van Wiskunde en IJsberen

Als extraatje presenteerde Jan enkele leuke wiskundige animaties. We keken met stijgende verbazing naar wiskundige pareltjes, op het grappige af en verwonderde ons over de voorspelbaarheid van de uitkomsten. Over reeksen gesproken!

 

Een ander verbazingwekkend gebeuren was een fotosessie met een ijsbeer, een heuse  Ursus maritimus (voorheen: Thalarctos maritimus) van een kleine 300 tot 600 kg zwaar, die een Huskie knuffelt. De ijsbeer bezocht veertien dagen na elkaar de Huskie die zich dat alles liet welgevallen. Over een bloeddorstig roofdier gesproken!!

 Een ander beeld was een schitterende opname van een ijsberg, boven water en tegelijkertijd onder water. Een klein discussiepunt bij een foto van zon en maan, genomen op de Noordpool. Een gigantisch grote maan, net boven een veel kleinere zon. We stelden ons de vraag of dit wel mogelijk is? Jan zal deze foto nader onderzoeken en te zijner tijd terugkoppeling geven. Leuke intermezzo's!!

 Vers van de pers:

Planetenjager ontdekt 32 exoplaneten.

AMSTERDAM -  Met een speciaal instrument op de 3,6 meter telescoop in Chili zijn 32 nieuwe exoplaneten ontdekt. Een exoplaneet is een planeet buiten ons zonnestelsel die om een andere dan onze zon draait. Met de ontdekking van 32 nieuwe aardse hemellichamen is het aantal bekende exoplaneten in een klap toegenomen met 30 procent. Dat heeft de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) maandag bekendgemaakt naar aanleiding van een internationale conferentie over exoplaneten in de Portugese stad Porto.

De 32 planeten buiten ons zonnestelsel zijn ontdekt met de HARPS, een uiterst nauwkeurig instrument dat in de wetenschappelijke wereld bekendstaat als de belangrijkste exoplanetenjager van onze aarde. HARPS (High Accuracy Radial Velocity Planet Searcher) heeft de afgelopen vijf jaar meer dan 75 van de in totaal vierhonderd nu bekende exoplaneten gespot.De planetenjager maakt deel uit van de 3,6 meter telescoop op La Silla in Chili van de ESO, de Europese Zuidelijke Sterrenwacht. HARPS is een extreem precieze spectrograaf (optisch instrument om licht te meten). Het is in staat om de schommelingen van sterren te meten door kleine veranderingen - van slechts 3,5 kilometer per uur - te detecteren in de snelheid waarmee sterren door het heelal bewegen, de zogeheten radiale snelheid. Exoplaneten kunnen door hun zwaartekracht schommelingen van sterren veroorzaken. Vijf jaar lang gedurende honderd nachten per jaar speurde HARPS het universum af met soms spectaculaire ontdekkingen, zoals de Gliese 581d, de eerste superaarde in de leefbare zone van een ster. De recente ontdekkingen betreffen zogenoemde superaardes (gemiddeld vijf keer zo groot als onze planeet) en reuzenplaneten (supergrote gasbollen zoals Jupiter). De wetenschappers van ESO gaan ervan uit dat ongeveer 40 procent van zonachtige sterren een of meer exoplaneten in hun buurt hebben.

Bron: De Telegraaf. Onder de aandacht gebracht door Job Beeren.

 Wetenwaardigheid:

Zoals je al kon lezen in de rubriek "Administrativa" kregen we van Noorderkroonlid Milou Vanbaelen (Hamont) een melding binnen van een Geminidenwaarneming. Milou zag een heel heldere meteoor op 3 december. Geminiden kan je herkennen aan het feit dat ze schijnbaar vanuit een punt net boven het sterrenbeeld de Tweelingen komen, dat ze geel gekleurd en helder zijn, maar vooral omdat ze traag overkomen. Vergeleken bij de supersnelle Perseiden zijn dit echte "dieselkes". Je hebt ruim de tijd om ze te volgen, terwijl ze al dan niet hun nalichtend spoor over de hemelbol trekken.   Een andere feit is dat deze zwerm een lange en gestage opbouw kent. Het maximum was voorzien voor de nacht van 13/14 december, maar je kon al dagen op voorhand genieten van dit hemels vuurwerk. Echt top was het natuurlijk als je zo dicht mogelijk tegen het maximum ging kijken. Tegen de ochtend van 14 december had je tot 60 meteoren per uur kunnen zien. Dat is er ééntje per minuut!! We vermelden ook nog even dat bij de Geminiden geen komeet aan de basis ligt, maar wel de planetoïde 3200 Phaethon. Deze laatstgenoemde is nog steeds een discussiepunt: " is 3200 Phaethon een planetoïde of een gedoofde komeet?". Een meteoor - ook wel vallende ster genoemd - heeft niets met echte sterren van doen. Het gaat om een stofdeeltje of stukje gruis uit de ruimte dat de dampkring van de aarde binnenkomt. Het botst met hoge snelheid tegen moleculen in de lucht die daardoor even oplichten. Zo zien we een lichtflits(-je) aan de hemel.

                                                                                                                                      
Oproep aan de leden.

Lidgeld 2010.

Een nieuw werkjaar, tijd om weer de gevraagde contributie te voldoen. We hebben, ondanks het feit dat allerlei instanties knokken tegen de crisis, de prijs van 15 euro per lid kunnen handhaven. Wat is de tegenprestatie? Wel, we bieden we u weer een gans jaar onze inzet aan, ons gekoppeld intellect, onze vriendschap, het gebruik van ons instrumentarium, 12 maandblaadjes, korting tijdens onze jaarlijkse uitstap in het voorjaar....Met andere woorden; een kleine bijdrage voor de werking van onze vereniging voor een heel scala van voordelen, waarvan je zelf bepaald hoeveel het je opbrengt!!  En......wie wil steunen hoeft zich niet in te houden. We vragen een bescheiden lidgeld, maar laten iedereen vrij om ook een donatie te doen, wat zeer op prijs gesteld zal worden.  Bij voorbaat dank!!!

Rek. nr. : 035-3329049-50    De Noorderkroon

p.a.  Azalealaan 10

3930 Hamont-Achel

Kijkavond SMS-service.

Om de kijkavonden iets minder  in het water te doen vallen gaat het bestuur enkele initiatieven in het leven roepen. Wat gaan we proberen op te bouwen? In eerste instantie blijven we maandelijkse kijkavonden programmeren en publiceren. Daar veranderd niets aan. Bijkomend (en dat is dan weer een extra service voor hetzelfde geld!!) is dat we gaan proberen een SMS-netwerk op te zetten.

Wat is de bedoeling van dit alles? We gaan uit van deze situatie: we hebben een kijkavond die wegens slecht weer niet door gaat (of wel, maakt niet uit). Enkele dagen later is het wel helder en iemand van de deelnemers in het netwerk besluit te gaan waarnemen. Wat doet hij dan? Hij is in het bezit van de GSM-nummers van de anderen die deel uit maken van het netwerk en stuurt hen een SMS met de melding "kijkavond op volgende locatie........). De andere leden van het netwerk die tijd en goesting hebben weten dan waar het te doen is en kunnen deelnemen aan het initiatief. Uiteraard zou het ook leuk zijn om nadien een kort verslagje aan de secretaris te bezorgen. Alle initiatieven vallen onder de vlag van Noorderkroon en tellen dus mee voor je jaarlijkse subsidies.

Om dit functioneerbaar te maken zoeken we dus mensen die deel willen nemen aan dit gebeuren en die bereidt zijn hun GSM-nummer te delen met de andere deelnemers. Zij die interesse hebben, laten maar iets weten aan het secretariaat.

 Website en maandblaadje.

Net als vorig jaar doen we weer een oproep naar actieve inbreng van de leden. Niet enkel door hun aanwezigheid tijdens de bijeenkomsten en kijkavonden, maar ook actief bezig te zijn met de inhoud van het maandblaadje en de website.

Heb je iets interessants gelezen of ben je iets te weten gekomen, waarvan je denkt "dat is iets voor onze leden...", dan kan je dit delen door een kort verslagje in je eigen woorden toe te zenden naar het secretariaat. Om alles een beetje verwerkbaar te maken vragen we om alles digitaal te verzenden. Het heeft weinig of geen zin om een gans artikel over te moeten typen. Stuur je bericht naar het gekende e-mailadres: lambert.belien@hotmail.com of gebruik de mailknop van onze website. Onze secretaris zal in de mate van het mogelijke rekening houden met de publicatie van de berichten (website is ongelimiteerd, alles kan er op. Het blaadje, daarentegen,  heeft een eindige capaciteit. Als er ruimte over is worden de artikels opgenomen. Bedoeling van alle bovenstaande initiatieven is jullie actief te betrekken in de opbouw van een interactieve vereniging. Door jullie inbreng hopen we een nog grotere diversiteit te bekomen. Iedereen binnen onze vereniging kan daar de vruchten van plukken!!

 

Kwartaalagenda:

 Februari 2010   

      Studiebijeenkomst:  5 februari  om 20.15u  in de Joy

         Open agenda  &  Alle bewegingen van de maan door Jan Hermans en Job? Nog navraag te doen bij Job.

         Kijkavond: Maan  19 februari               

  Wanneer:        20.00u  op de sterrenwacht met de refractor

   Maart 2010        

  Studiebijeenkomst:      27 maart    jaarlijkse uitstap

          Kijkavond:   Vesta - Juno & Mars  12 maart

          Wanneer:  om 20.00u op de sterrenwacht met de Cassegrain

 

Vanwege het bestuur Noorderkroon-Achel:

De allerbeste wensen  en een gezond, leerrijk 2010!

Agenda NVWS Eindhoven 2010

18 februari 2010: NVWS Eindhoven: "Waarnemingshorizon, kunnen we alles waarnemen?" Prof. Dr. John Heise  SRON Utrecht.

19 Maart 2010: NVWS Eindhoven: "Kreutz kometen" door Prof. Dr. R.F. Strom   ASTRON  Dwingeloo

22 April 2010: NVWS Eindhoven: "Sterrenkunde op La Palma" Prof. Dr. R.F. Peletier  RUGGroningen

De lezingen worden voortaan gehouden in het atrium van het Augustinianum te Eindhoven gelegen aan de Wassenhovestraat 26.

13:52 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

15-12-09

Jaarlijkse uitstap in 2010

Het was collega-Noorderkroner Dirk Schuurmans opgevallen dat er een foutje in onze kwartaalplanning geslopen was. In de linker kolom stond abuiselijk dat we als derde bijeenkomst in het eerste kwartaal onze jaarlijkse uitstap zouden houden op 17-03-2010. Dirk heeft hiervan melding gemaakt en de datum is nu aangepast: het betreft de 27 maart 2010.

Dank je, Dirk, voor de opmerkzaamheid en de melding!!

Intussen; geniet van de extra donkere (en koude) sterrenhemel! Nu is het huiste moment om te genieten van de winterse sterrenpracht. Sterren fonkelen helemaal niet, wat wil zeggen dat de atmosfeer zuiver en droog is. Geen fonkelingen, geen storingen en geen "seeing-cellen" die je foto's verknoeien.  Profiteer ervan!!

Fijne feestdagen!!!!!!!

19:42 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

09-12-09

Vuurbol!!!!

Milou Vanbaelen liet weten op 3 december om 23.05u een heel heldere meteoor gezien te hebben. Ze omschreef hem "als een zeer heldere Geminide, net een kleine vuurbol".

Dit is natuurlijk de tijd van de Geminiden. Geniet van de heldere, trage en significant geel gekleurde meteoren. 't is de moment!!!!! En denk er aan....... als je ooit hoopt een vuurbol te zien.....moet je zeker naar de Geminiden kijken. Succes!!!

22:21 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

bestuursagenda 1e kwartaal 2010

  • Januari 2010
  • Studiebijeenkomst: 22 januari om 20.15u in de Joy
  • Open agenda & Infrarood- sterrenkunde door Jan Hermans
  • Kijkavond : Deepsky & Mars
  • Wanneer: 8 januari deepsky sterrenwacht om 20.00u
  • Kijker te gebruiken: Cassegrain
  • Februari 2010
  • Studiebijeenkomst: 5 februari om 20.15u in de Joy
  • Open agenda & Alle bewegingen van de maan door Jan Hermans en Job? Nog navraag te doen bij Job.
  • Kijkavond: Maan 19 februari
  • Wanneer: 20.00u op de sterrenwacht
  • Kijker te gebruiken: refractor Berke
  • Maart 2010
  • Studiebijeenkomst: 27 maart jaarlijkse uitstap
  • Kijkavond: Vesta - Juno & Mars 12 maart
  • Wanneer: om 20.00u op de sterrenwacht
  • Kijker te gebruiken: Cassegrain

22:14 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

21-11-09

De Melkweg

Verslag van de bijeenkomst van 6 november 2009.

 Open agenda

•1.     Optica blijft terugkomen: Dirk zocht een rechtopstaand beeld en is geadviseerd daar niet langer naar te zoeken (althans zonder omkeerprisma).

•2.     Job bevestigde de foutieve stralengang in een schematische weergave van de lichtbaan in een catadioptrische kijker. Ook hier zullen de stralen voor het brandpunt kruisen en een omgekeerd beeld tonen (zie blaadje vorige maand).

•3.     De recente "man-made" inslag op de maan, op zoek naar water, heeft ook ons beroerd. Ja, er zijn sporen van water gevonden. Jan wist dat de inslag in krater Cabeus al sporen van water liet registreren op een diepte van 3 mm. Van de ene vraag kwam de andere en we probeerden te achterhalen vanwaar dat water zou kunnen komen. Het water zat op drie mm diepte. Wat met die halve meter regoliet?....en... waar komt het regoliet vandaan? Is het gevolg van thermische erosie? We zoeken dit verder uit. Jan wist nog te melden dat de camera op een cruciaal punt het liet afweten, maar dat er wel verwerkbare meetdata voorhanden is.

•4.     Onmiddellijk gevolg van het voorgaande punt; wat is de aanleiding van de schommeling in de maanlunatie? We weten dat de excentriciteit van de baan van de maan tot een verschil van een paar duizend kilometer kan oplopen. Dit gegeven en mogelijk een verschil in massaverdeling zorgen voor het wobbelen van de maan en maakt dat we af en toe eens om het hoekje kunnen kijken. Jan & Job nemen zich voor eens een uitgebreide presentatie te brengen over het thema "Maan".

•5.     De stand van de sterrenbeelden verschilt van waarnemingsplaats tot waarnemingsplaats. We zagen beelden van de sterrenhemel op de Canarische eilanden en zagen een deel van het sterrenbeeld Centaurus. Je hoeft niet eens zo ver te reizen om het verschil te zien. Zuid-Frankrijk of Italië geeft je in de zomer al een veel "dieper" zicht op het zuiden. Je kan sterrenbeelden zien die hier nooit boven de horizon komen. Een tip: ga je op reis, maakt niet uit waarheen...neem altijd even de tijd om 's nachts de zuidelijke hemel te verkennen. Zoek bij voorkeur een vlakke horizon en probeer sterrenbeelden te vinden die zo laag mogelijk staan. Heel leerrijk en verrassend!!!

•6.     Als laatste punt kregen we de melding dat er bij CERN geen roet in het eten is gegooid, maar een broodkruimeltje in de één of andere installatie. De dader blijkt een vogeltje te zijn. Gevolg van deze daad is dat de LHC (de Large Hadron Collider) weer stil ligt. In het vorige blaadje lieten we weten dat er weer opgestart was. Blijkbaar een valse start! We volgen dit verder op en berichten te zijner tijd.

•7.     Hoogste tijd om het woord te geven aan Lambert Beliën die een presentatie bracht onder de noemer " De Melkweg".

 De Melkweg

 "De Melkweg tekent zich af tussen de polen van het heelal met zwakkere en sterkere lichtvlekken en zij glanst zo helder dat ze geleerden aan het peinzen zet."

          -- Dante

 Een beetje mythologie...

Volgens de Egyptische mythologie  is de Melkweg ontstaan uit de melk die vloeide uit de uier van de hemelse koe. De vier poten van de koe steunden op de vier hoeken van de aarde.

Volgens de oude Grieken zou de god Zeus  de baby Herakles aan zijn vrouw Hera hebben gegeven om te zogen. Toen Hera zich realiseerde dat de baby niet haar eigen kind was, maar het zoveelste kind dat haar brave echtgenoot bij een andere vrouw had verwekt, duwde ze het verontwaardigd van zich af. De daarbij gemorste melk vormde de Melkweg.

De Azteken noemden de Melkweg Mixcoatl, "wolkenslang", en associeerden hem met de god met dezelfde naam.

 Tot de jaren twintig van de 20e eeuw was het niet bekend dat er zich buiten onze Melkweg nog andere sterrenstelsels bevinden. Men ging er algemeen van uit dat het melkwegstelsel uniek was in het heelal en dat er daarbuiten niets meer was. Weliswaar had de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) al een suggestie gedaan dat de door astronomen waargenomen "nevels" in werkelijkheid andere "melkwegen" zouden kunnen zijn zoals het onze, maar aan deze suggestie was niet veel aandacht geschonken. De astronoom Vesto Slipher toonde in 1914 het bestaan aan van de roodverschuiving in de spectra van bepaalde spiraalnevels en de daaraan gekoppelde radiale snelheid, die veel hoger was dan mogelijk was voor objecten binnen de Melkweg. Hij legde met deze observaties de basis voor de ontdekkingen van de astronoom Edwin Hubble. Met behulp van de principes van  de roodverschuiving en zijn supersterke telescoop stelde deze vast dat de sterrenstelsels zich schijnbaar steeds sneller van ons verwijderden, geformuleerd in de Wet van Hubble. Dit bevestigde de hypothese van Georges Lemaître dat het hierbij ging om een reële expansie van het heelal.

 De lokale Groep.

Thans weten we dat de sterrenstelsels zelf ook weer groepen vormen, clusters genoemd.

De Melkweg maakt deel uit van de zogenoemde Lokale Groep van ongeveer 30 stelsels, waartoe ook het Andromedastelsel (M31), de Driehoeknevel (M33) in het sterrenbeeld Driehoek en de Magelhaense wolken behoren. De Lokale Groep bestaat verder voor het grootste deel uit dwergachtige, onregelmatige of elliptisch gevormde stelsels. Onze naaste buurcluster is de Virgocluster. Zowel de Lokale groep als de Virgo Cluster zijn onderdeel van de Lokale Supercluster, één van de gigantische groepen van clusters van sterrenstelsels in het universum.

 Structuur van de Melkweg.

Het is voor astronomen niet gemakkelijk geweest zich een beeld te vormen van de structuur van de Melkweg, want we zitten er middenin. Ook wordt ons zicht op grote delen ervan verhinderd door interstellaire stofwolken. Na heel veel zoekwerk is men er uiteindelijk toch in geslaagd zich een redelijk nauwkeurig beeld te vormen van deze structuur. Onderzoek naar de structuur van de Melkweg werd onder meer gedaan door William Herschel, Jacobus Cornelius Kapteyn en Jan Hendrik Oort.

 Als we de Melkweg van opzij zouden kunnen zien, zou zij er uitzien als een schotel (de galactische schijf) met een verdikte kern (de centrale verdikking). De galactische schijf heeft een doorsnee van 100.000 lichtjaren en een dikte van ongeveer 3.000 lichtjaren.

De Melkweg is samengesteld uit tenminste 200 miljard sterren (recentere schattingen spreken zelfs van rond de 400 miljard sterren), waarvan het grootste deel zich in de schijf bevindt. Het stelsel bevat oude en nieuwe sterren, stof en moleculaire gaswolken. Het bestaat uit een centrale verdikking (bulge), een schijf met vier grote en enkele kleinere 'spiraalarmen' en een halo. De galactische schijf wordt gevormd door diverse spiraalarmen, plaatsen waar de dichtheid van sterren (en vooral die van jonge, lichtkrachtige sterren) groter is dan elders. De Melkweg heeft vier hoofdarmen en minimaal twee kleine armen.

De vier hoofdarmen zijn de Sagittariusarm, de Perseusarm, de Cygnusarm en de Centaurusarm. Ons zonnestelsel bevindt zich in één van de kleinere armen, de Orionarm. De armen bestaan uit stofwolken, nevels, jonge en oude sterren. De centrale verdikking van de Melkweg is balkvormig en geelwit van kleur. Hij heeft een doorsnee van ongeveer 20.000 lichtjaar en een dikte van ongeveer 6.000 lichtjaar en bevat naar schatting 50 miljard sterren in een dichte concentratie. In het centrum van de Melkweg bevindt zich hoogstwaarschijnlijk een supermassief zwart gat, Sagittarius A. Dit is echter niet erg actief, want  in tegenstelling tot de situatie in de galactische schijf - is er in het centrum weinig interstellair gas overgebleven. De halo is een 'bolvormige ruimte' om de Melkweg heen. Daarin bevinden zich relatief kleine bolvormige sterrenhopen, elk bestaande uit zo'n 100.000 zeer oude sterren. Door spectra-analytisch onderzoek ontdekten astronomen dat de samenstelling van die sterren verschilt van die van de galactische schijf. Men spreekt hier van zogenaamde Populatie II sterren. (Ook de sterren van de centrale verdikking behoren voor het grootste deel tot dit type).

 De laatste jaren is onder astronomen het vermoeden gerezen dat er zich in de halo veel meer materie bevindt dan die van de enkele honderden bolvormige sterrenhopen.

De snelheid waarmee sterren rond het centrum van de Melkweg draaien neemt beslist niet af met de afstand, hetgeen doet vermoeden dat de massa niet grotendeels in centrale verdikking en schijf geconcentreerd is, maar min of meer gelijkelijk verspreid is over de halo, die zich dan bovendien over een veel grotere afstand zou uitstrekken dan men tot dusverre meende.

Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van de theorie van de donkere materie, een vorm van materie, die geen licht uitzendt of absorbeert en behalve door gravitatie nauwelijks interactie heeft met "gewone" materie. Het is niet onwaarschijnlijk dat de massa van deze "donkere materie" 10 maal zo groot is als die van de "zichtbare materie". Het bestaan van deze vorm van materie is echter nog niet aangetoond; het is één van de grote mysteries van de astrofysica.

Eigenlijk is het bijzonder dat we ongeveer weten hoe ons Melkwegstelsel eruit ziet. We kunnen met steeds betere telescopen de ruimte buiten ons sterrenstelsel bestuderen, en de vorm van de stelsels daar bekijken. Uit zulke metingen weten we ook wat voor vormen sterrenstelsels zoal kunnen hebben. De simpelste stelsels zijn bol- of pannenkoekvormig, maar grotere en complexere stelsels hebben vaak een spiraalvorm. De verschillende vormen van sterrenstelsels worden ingedeeld in de Hubble-reeks, genoemd naar de beroemde sterrenkundige Later in de presentatie bleek dat de Hubble-classificatie misschien wel omgekeerd bekeken dient te worden. Ons zonnestelsel bevindt zich in de galactische schijf, ongeveer halverwege het centrum en de rand van de Melkweg.

 Aan de hand van de relatieve bewegingen van een groot aantal sterren wordt geraamd dat onze zon met een snelheid van ongeveer 220 km/s rondom het centrum van de Melkweg draait en één omwenteling voltooit in ongeveer 220 miljoen jaar.

Hieruit kan, aan de hand van de zwaartekrachtswet van Newton, worden berekend dat de massa van het stelsel die zich binnen de baan van onze zon bevindt ongeveer 90 miljard zonnemassa bedraagt. De totale massa is ongetwijfeld nog veel groter.

Promotieonderzoek in 2000 van Amina Helmi heeft aangetoond dat de Melkweg is ontstaan door botsingen en samensmeltingen van kleinere stelsels. Zij gebruikte hiervoor de gegevens die tussen 1989 en 1993 door de HIPPARCOS satelliet van de plaatsen en bewegingen van 120.000 sterren zijn verzameld. Zij ontdekte dat er tenminste twee kleinere sterrenstelsels zijn geweest waar de Melkweg uit is ontstaan. Voor haar ontdekking werd ze in oktober 2004 onderscheiden met de Christiaan Huygensprijs.

Je merkt er niets van, maar op dit moment draait onze planeet met meer dan 900.000 kilometer per uur om het centrum van de Melkweg. Tot voor kort werd gedacht dat we 'maar' 792.000 km/u bereikten. De nieuwe snelheid, gemeten met behulp van heldere stervorminggebieden, betekent ook dat de Melkweg veel zwaarder is dan gedacht. Ons buursterrenstelsel Andromeda blijkt niet langer veel groter dan de Melkweg, maar ongeveer even groot.

 In ons universum zijn naar schatting zo'n 100 miljard sterrenstelsels. Van de stelsels die niet al te ver weg van ons staan weten we heel veel. Door naar hun helderheid en beweging te kijken, kunnen we afleiden hoe zwaar de stelsels zijn en hoeveel sterren er ongeveer in zitten.

Het bijzondere is dat we over sommige nabije sterrenstelsels veel meer weten dan over het meest nabije stelsel van allemaal: onze eigen Melkweg.

Nieuwe ontdekkingen... een paar maanden geleden werd nog een tot dan toe onbekende spiraalarm ontdekt in onze Melkweg.  Zo'n spiraalarm is zeker geen klein detail, maar door een combinatie van ruimtestof, heldere sterren en het centrum van de Melkweg was het tot dan toe onzichtbaar. Nu blijkt dat naast de vorm ook het formaat van ons Melkwegstelsel verkeerd was ingeschat. We draaien zo'n 150.000 kilometer per uur sneller dan voorheen werd aangenomen, en omdat de snelheid en de massa van een sterrenstelsel direct samenhangen, betekent dat ook dat de Melkweg maar liefst 50 procent zwaarder is dan we dachten.

 Dat ons Melkwegstelsel spiraalvormig is, is al heel lang bekend. Dat het ook symmetrisch is werd al lang gedacht, maar sommige delen van het sterrenstelsel zijn moeilijk te bestuderen.

Amerikaanse wetenschappers hebben nu aangetoond dat de zogenaamde nabije-3-kiloparsec-arm, de spiraalarm die het dichtst bij het centrum van de Melkweg zit, een spiegelbeeld heeft aan de andere kant van het Melkwegcentrum. Daarmee wordt ons sterrenstelsel een stukje meer symmetrisch. In de 3-kiloparsec-armen zitten overigens geen sterren, alleen maar interstellair gas. Een belangrijke vraag die nu nog overblijft is waar de armen beginnen. We weten dat de kern van ons sterrenstelsel geen bol is, maar een soort balk. In de meeste soortgelijke sterrenstelsels komen de spiraalarmen uit de zijkanten van die balk, maar of dat voor de nabije- en verre-3-kiloparsec-armen ook zo is, blijft nog onduidelijk.

 Hoe kijk je naar een stelsel? De grootste dwarsligger is het centrum van het Melkwegstelsel. De dichtheid van sterren is daar heel erg hoog, en het is bijzonder lastig om te meten wat daar vlak achter ligt. We gebruiken meestal radiotelescopen om ons Melkwegstelsel te onderzoeken. Dat doen we omdat de radiostraling die door sterren wordt uitgezonden de aarde veel beter bereikt dan de andere soorten straling, zoals licht. Meestal wordt er gekeken naar de straling van waterstofgas, die een golflengte van 21 centimeter heeft.  Astronomen van het Harvard-Smithsonian observatorium in de Verenigde Staten zijn de foute inschatting op het spoor gekomen. Daarvoor gebruikten ze observaties van de Very Long Baseline Array (VLBA), een rij van tien radiotelescopen in de zuidelijke staten van de VS. De VLBA heeft bestaat uit tien schotels met elk een doorsnede van 25 meter. De afstand tussen de twee verste schotels is 8611 kilometer, wat betekent dat de metingen die door de rij telescopen worden gedaan een ongekende precisie hebben. De telescopen zijn op elkaar afgesteld, zodat de waarnemingen van alle tien de schotels met elkaar gecombineerd kunnen worden. Dat levert een enorme precisie op.

In de Lokale Groep, de verzameling sterrenstelsels waar onze Melkweg deel van uitmaakt, leken we altijd het (kleine) stelseltje naast het grotere Andromeda te zijn. Nu blijkt dat we ongeveer even groot en zwaar zijn als het buurstelsel. Dat is niet alleen leuk: zwaardere objecten trekken elkaar namelijk ook sterker aan.  En.....aantrekken wil zeggen....botsen.

Andromeda en de Melkweg zullen waarschijnlijk ooit met elkaar in botsing raken. Niets om je zorgen over te maken, want zo'n proces duurt miljoenen jaren. We voerden even een debat over hoe het uitzicht zo zijn als de Andromedanevel en de Mekweg botsen We hebben duidelijk gemaakt dat geen mens dit zal kunnen waarnemen, gezien het ganse proces enkele miljoenen jaren on beslag neemt. Binnen een mensenleven zal je totaal geen verandering kunnen waarnemen.. Maar ondanks dit gegeven..... op den duur zal het heelal er in deze buurt dus wel heel anders uit gaan zien.

 Na de presentatie was er nog ruimte voor nabespreking, dat was nodig.

 Vers van de pers:

Een tijdje geleden heeft Lambert een uiteenzetting gebracht over missies naar kometen. Eén daarvan was "Stardust" die op 2 januari 2004  met behulp van een speciale aerogel stofdeeltjes probeerde in te vangen tijdens een flyby door een komeetstaart. Wel.....er is nieuws!!Astronomy laat volgende boodschap over de persen rollen: " Comet harbors life's building Block", vrij vertaald is dat "komeet herbergt bouwsteen voor het leven".

 ".....Wetenschappers hadden al lang vermoedens, maar hebben nu het bewijs gevonden. De ingevangen deeltjes van komeet Wild 2, terug naar de aarde gebracht door Nasa's ruimtetuig Stardust (sterrenstof) hebben onmiskenbaar sporen van het aminozuur glycine. Levende organismen gebruiken glycine voor de aanmaak van proteine en het is de eerste keer dat we dit vinden in een komeet, aldus Jamie Elsila van Nasa's GSFC. Eerst dacht men aan aardse contaminatie, maar onderzoek toonde aan dat de abundantie van het glycine's koolstofisotoop gelijk is aan dat wat gemeten wordt in de ruimte."

 Dit bericht opende opnieuw de debatten die stellen dat sommige van de bouwstenen voor het creëren van leven gevormd en afkomstig zouden kunnen zijn uit de ruimte, en afgeleverd door een meteoriet- of komeetinslag.

 Verslag van de kijkavond November 2009

Niet de eerste keer en ook zeker niet de laatste keer: het regende!  We keken uit naar  een kijkavond waar we de kans kregen om de kennis die we opgedaan hadden van Jan Hermans (optimalisatie van het zicht tijdens deepsky-waarnemingen) in de praktijk te brengen. Een volgende keer misschien?

 

 

 

Kwartaalagenda:

Aangezien de laatste activiteiten de bestuursvergadering voorafgaan  is de nieuwe kwartaalprogrammatie nog niet voorhanden. We wijzen nogmaals op onze website (http://noorderkroon-achel.skynetblogs.be  voor diegene die snel op de hoogte willen zijn van de data betreffende het eerste kwartaal 2010.

 Website Noorderkroon-achel.

Onze website http://noorderkroon-achel.skynetblogs.be  is ontworpen en wordt beheert door onze secretaris.  Ieder lid van Noorderkroon is in de mogendheid om een artikel, een verslag, etc.  al dan niet voorzien van beelden te plaatsen op deze website. Hoe gaat dit in zijn werk? Allereerst maak je een artikel, voorzie het (indien gewenst) van beelden  en stuur dit per email op naar het secretariaat (lambert.belien@hotmail.com). De artikels worden bij voorkeur ontvangen in een Word-document waarin de afbeeldingen reeds zijn ingevoegd. Heb je afbeeldingen die zwaar zijn, comprimeer deze eerst met een programmaatje dat je gratis van het internet kan downloaden. Het programma "BDsizer" laat je toe om zware afbeeldingen te comprimeren zonder verlies van resolutie. Je kan een foto van bvb 15 megapixel terugbrengen naar 200 kB zonder enig merkbaar verlies. Dit is nodig omdat zware afbeeldingen niet geuploaded kunnen worden naar de website. 200kB is het maximum en hierdoor blijft onze website toegankelijk. Kijk bij een volgend bezoek  maar eens hoeveel beeldmateriaal er al op onze website samengebracht is en maak meteen even gebruik van de mogelijkheden van de site. Je kan reacties op een artikel achterlaten, je kan een waarderingscijfer afgeven en je kan rechtstreeks mailen met het secretariaat. Maak er gebruik van en denk er aan: om een meerzijdig karakter te geven aan onze website is het onontbeerlijk dat er inzendingen van jullie gaan toestromen. Hetzelfde geldt voor ons maandblaadje!!!

 Hou wel rekening met deadlines die gerespecteerd dienen te worden binnen de normale programmatie. Indien een artikel te laat binnenkomt zal dit in regel verschijnen in het daaropvolgende blaadje.

 Agenda NVWS Eindhoven: najaar 2009/2010

19 november 2009: NVWS Eindhoven: "Klimaatverandering, hoe een specialist het ziet." Dr.ir. P. Siegmund (KNMI De Bilt)

17 december 2009: NVWS Eindhoven: "Hemelmechanica, tijdmeting en zonnewijzers." Ir H.J. Hollander

18 februari 2010: NVWS Eindhoven: "Waarnemingshorizon, kunnen we alles waarnemen?" Prof. Dr. John Heise  SRON Utrecht

19 Maart 2010: NVWS Eindhoven: "Kreutz kometen" door Prof. Dr. R.F. Strom   ASTRON  Dwingeloo

22 April 2010: NVWS Eindhoven: "Sterrenkunde op La Palma" Prof. Dr. R.F. Peletier  RUGGroningen

De lezingen worden voortaan gehouden in het atrium van het Augustinianum te Eindhoven gelegen aan de Wassenhovestraat 26

17:02 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Het oog en het brein.

Verslag van de bijeenkomst van 23 oktober 2009

Open agenda

•1.     Ontstaan van superzware sterren (zie mail Jan. De collaps van de gaswolken is voor 90% te wijten aan schokgolven ipv zwaartekracht. Jan had gevonden dat wanneer een gaswolk door schokgolven gecomprimeerd wordt er toch plaatselijke gebieden zijn die ontsnappen aan de stralingsdruk en als gevolg toch nog materiaal kunnen invangen. Dit is de reden dat de protoster aan massa kan winnen en blijven groeien (tot op een bepaald niveau, natuurlijk).

•2.     Brandpunt Cassegrain was te wijten aan een afbeeldingfout. Het oculair zit ook hier achter het brandpunt.

•3.     Vanwaar komt ons water? Begonnen met agressieve atmosfeer: waterstof-zuurstof verhouding is systematisch ontstaan door uitdamping van de gesteenten. Onderlinge verbindingen onder de juiste omstandigheden (hou rekening met atmosferische druk).

•4.     Zout water: vanwaar komt het zout? Zout komt door een kringloop waterdamp, regen, rivieren, zee uiteindelijk in zee terecht en slaat daar neer. Jan wist dat het neerslaan relatief is. Het leven in zee zal dit zout "consumeren" en het zout zal dus niet neerslaan op de bodem. De pH-waarden van de zeeën zijn ook een aandachtspunt. Koralen ondervinden een nadelig effect van de waarden die momenteel heersen.

•5.     Water op Mars en de maan kwam ook even aan bod.

•6.     LHC is bezig terug op te starten. Het zal nog een hele tijd duren voordat het systeem volactief is.

                          Het oog en het brein door Jan Hermans

 

Vorige bijeenkomst hebben we onder andere de invloed en de kenmerken van de telescoop bekeken, maar uiteindelijk komt bij het waarnemen alle informatie via ons oog in onze hersenen terecht, waar we ons bewust worden van hetgeen we zien.

Het oog.

Licht komt binnen via onze oogpupil ons oog binnen, gaat door de lens en valt dan door het vocht in de oogbol op de retina, het netvlies. Jan toonde aan de hand van enkele beelden hoe ons oog functioneert. In het netvlies vinden we de lichtgevoelige receptoren zoals de kegeltjes en de staafjes. Deze zijn via bipolaire en ganglioncellen verbonden met de zenuwen, die de informatie doorgeven naar de hersenen. De hersenen, op hun beurt, maken de informatie begrijpelijk en zetten ons aan tot actie; het tekenen of beschrijven van een object of doorgaan naar het volgende (we zijn aan het waarnemen...) De lens zorgt er voor dat het beeld op het netvlies scherp wordt (door boller of minder bol te worden) en de pupil en de kegeltjes en staafjes passen zich aan de hoeveelheid licht aan die het oog binnenkomt. We spreken daarbij van lichtaanpassing als het oog zich aanpast aan meer licht dan waar het aan gewend was en van donkeraanpassing als het oog zich aanpast aan minder licht. Tijdens een waarnemingssessie treden beide op. Heel gevoelig is ons oog als we, na een tijdje duisternis, ineens in de lichten van een naderende auto kijken of als we met kunstlicht een sterrenkaart dienen te raadplegen.

 De oogpupil.

 De iris van ons oog (en daarmee de pupil) kan zich verwijden als het donker wordt en vernauwen als het lichter wordt. Het bereik van de diameter ligt tussen de twee (bij zonlicht overdag) en zeven mm (als het donker is). Naargelang de pupil wijder wordt kan meer licht ons netvlies bereiken, waardoor we meer zien in het donker. Dit verschil kan oplopen tot 2.7 magnituden. Let wel: het kan tot 30 minuten duren voordat het pupil zich volledig heeft aangepast aan het donker. Hoe kleiner het verschil in verlichting, hoe sneller dat de aanpassing zal gebeuren. Jan toonde diverse grafieken die dit aantoonden.

 Kegeltjes en staafjes.

De belangrijkste orgaantjes in ons oog voor aanpassing aan donker en licht zijn de kegeltjes en de staafjes in het netvlies. In één oog zitten 6.000.000 kegeltjes en 120.000.000 staafjes. De kegeltjes werken als er relatief veel licht is. Ze reageren zolang de luminantie van een voorwerp of de hemelachtergrond hoger is dan ongeveer 4.7 millicandela's per vierkante meter. Is er minder licht dan nemen de staafjes het over. Een kanttekening: de staafjes laten niet toe kleur waar te nemen, in tegenstelling tot de kegeltjes. We zien enkel grijstinten. Jan toonde aan de hand van diverse grafieken dat adapteren aan het donker (aanpassing aan minder licht) niet ten alle tijden gelijk is. In de curven van de grafiek zagen we dat bepaalde aanpassingen sneller, dan niet trager verlopen.

 Donkeraanpassing.

De donkeraanpassing van de kegeltjes gaar vrij snel en is na een minuut of acht voltooid. De aanpassing van de staafjes gaat in het begin ook redelijk vlot, maar volledige aanpassing  aan het donker duurt veel langer dan bij de kegeltjes. Jan toonde aan dat aanpassing aan het donker niet altijd even snel verloopt. Als we vanuit daglicht een volledige aanpassing naar het donker willen bekomen dienen we toch rekening te houden met een tijdspanne van 40 minuten. Natuurlijk is hier de hoeveelheid licht die we opgevangen hebben de bepalende factor. Hoe meer blootgesteld aan sterk licht, hoe meer tijd er nodig zal zijn om nachtzicht te bekomen.

Je moet zelfs rekening houden met een duur van één tot twee uren om tot de volle aanpassing te komen. En er is meer.....de overgang van kijken met de kegeltjes naar de staafjes heeft een overlap. We noemen dit de Purkinjeshift. Tijdens dit proces, de overgang van kegeltjes naar staafjes zal de gevoeligheid van ons zicht verschuiven naar de blauwe kant van het spectrum. Dit is de reden waarom de rode sterren ineens minder helder lijken dan de blauwe (die worden helderder).

Samen met Jan keken we naar de biochemische  processen die schuil gaan achter het zien. De aanmaak van Rhodopsine en haar relatie tot vitamine A. Het is de hoeveelheid Rhodopsine die voor de gevoeligheid van de staafjes zorgt. Het wordt sneller afgebroken dan het wordt aangemaakt. Om deze reden is het heel voornaam aandacht te besteden aan je waarnemingsplaats en de manier waarop je te werk gaat. Vermijd onnodig licht, ten alle tijden.

 Wat betekent dit voor het waarnemen van zwakke deepsky-objecten?

Onder de lichtvervuilde omstandigheden zoals op vele plaatsen in België voorkomt, met een achtergrond van 0.005 cd/m² zullen de staafjes zelfs na een uur of meer de grens van hun aanpassing nog niet bereikt hebben. Ze passen zich vanaf 1 cd/m² tot ruim 0.0000001 cd/m² aan. Bevinden we ons onder een goed donkere hemel, met een achtergrond van 0

0003 cd/m² dan zal de aanpassing een stuk verder gevorderd, maar nog steeds niet volledig zijn. De aanpassing zal verder toenemen als we in het beeldveld van het oculair kijken en meer naargelang we waarnemen, met hogere vergroting, dus kleinere uittree-pupil en daarmee donkerder beeld.

 Komen we voor langere tijd achter het oculair vandaan om met het blote oog de hemel te bekijken, dan zal de heraanpassing daarna weer een volle 2.5 tot 4 minuten in beslag nemen. Gezien de lichtgevoeligheid van de staafjes is het niet aangewezen om tijdens deepsky-waarnemingen de telescoop even te richten op de maan of planeten.

Laatstgenoemden zijn zo helder en geven zodanig veel licht af dat de kegeltjes gaan overnemen (we zien weer kleur).  Er zijn diverse truckjes om je nachtzicht te blijven behouden: gooi een zwarte doek over je hoofd en scherm alle strooilicht uit. Gebruik een ooglapje om je "nachtoog" te beschermen. Kijk bijvoorbeeld met het linkse oog naar je atlas en houdt het rechtse oog afgeschermd van lichtbronnen door middel van een ooglapje. Het werkt!

 En als er dan al kunstlicht moet zijn? Gebruik van  rood licht is aan te bevelen, maar volgens onderzoeken zijn zo goed als alle rode lichten in de handel niet enkel rood. Ze hebben een zweem van groen en geel licht in zich, wat op zich weer niet goed is. Andere bronnen promoten dan weer andere kleuren, maar feit is dat de gebruikte lichtbron zo zwak mogelijk gebruikt dient te worden. Over het juiste rood licht had Jan een tip: rood licht is het beste, maar als je kunt zien dat het rood i op het papier waar je naar kijkt is het te fel.

 Perifeer waarnemen.

De staafjes en de kegeltjes zijn niet gelijkmatig verdeeld over het netvlies. Dit maakt dat je ervoor moet zorgen dat, als je waarneemt, het licht daar terecht komt waar de meeste staafjes zitten (en houdt meteen rekening met de blinde vlek). Rechtstreeks naar een lichtzwak object kijken kan resulteren in het feit dat je helemaal niets ziet. Verschuif je beeldvel een heel klein beetje en kijk "naast" het object. Dit noemen we perifeer kijken. Nog een ander effect waar we ons van bewust moeten zijn is het Troxler-effect. Als je lange tijd gefixeerd naar een punt kijkt zullen details aan de rand van het beeldveld verdwijnen, ze lossen op. Door even de telescoop te bewegen vallen ze terug op.

 Het brein.

Eindbestemming van de signalen die we met onze ogen opvangen. In het brein worden de beelden samengesteld en het is hier dat het af en toe wel eens fout kan gaan. Jan toonde verschillende afbeeldingen die we onder de noemer "optische illusies" allemaal wel eens ooit gezien hebben. Het kan ook voorkomen dat een waarnemer bijvoorbeeld de centrale ster in de Ringnevel denkt te zien. Wat je denkt te zien is niet altijd wat je ziet! Denkt te zien, want de hersenen weten dat er een centrale ster is en gaat die zo mogelijk invullen. Ruis, nog zoiets....kijken naar een bolhoop en ineens lijkt één enkele ster zovele malen helderder te zijn, ze springt er heel even uit. Niets meer dan ruis! Intekenen en na de waarnemingen controleren zal meestal uitsluitsel geven.

 Jan concludeerde en presenteerde ons 10 aandachtpunten:

 •1.     Zorg dat je overdag je ogen afschermt tegen fel licht.

•2.     Geef je ogen de tijd zich aan te passen aan het donker.

•3.     Zorg dat er geen helderder licht is dan datgene dat uit je oculair komt.

•4.     Kijk niet naar een plek die lichter is dan het beeld in je oculair.

•5.     Gebruik, als het niet anders kan, rood licht, zo zwak en zo weinig als mogelijk.

•6.     Gebruik grote letters of symbolen zodat je met heel weinig licht toekomt.

•7.     Kijk bij zwakkere objecten altijd perifeer en kijk rond (troxler-effect).

•8.     Beweeg je telescoop om de gevoeligheid van de staafjes te benutten.

•9.     Bereid je waarneming goed voor en je hebt minder licht nodig.

•10.  Zorg dat je per waarneming maar één keer je atlas hoeft te raadplegen.

 We sloten af tegen middernacht. Jan, bedankt om enig licht te werpen op deze materie.

 Vers van de pers:

De NASA heeft vrijdag  (9 oktober 2009) een onbemande sonde en een afgedankte rakettrap laten inslaan op de Maan. Bedoeling van het onuitgegeven bombardement is te bevestigen dat er water op het hemellichaam is.Op 18 juni slingerde een Atlas-5-draagraket vanop Cape Canaveral twee onbemande sondes naar de Maan, de "Lunar Reconnaissance Orbiter" (LRO) en de "Lunar Crater Observation and Sensing Satellite" (LCROSS). Om te pletter te kunnen slaan op de Maan maakte de 891 kilo wegende LCROSS zich vrijdag om 03.50 uur Belgische tijd los van de bovenste Centaurtrap van de Atlas. Om 13.31 uur plofte de 2,3 ton wegende Centaur aan zowat 9.000 kilometer per uur in de zuidelijk gelegen en tot 4 kilometer diepe krater Cabeus. De LCROSS vloog door de "wolk" van stof en materiaal om met 9 instrumenten het opgezwiepte puin te analyseren. Vier minuten later crashte ook de LCROSS. De LRO, telescopen op Aarde plus de Hubble ruimtetelescoop volgden het 79 miljoen dollar kostende bombardement dat waterijs tevoorschijn moet toveren.   

 bron: Belga

16:53 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Hoe werken telescopen?

Verslag van de bijeenkomst van 25 september 2009.

Hoe werken telescopen?


Waarschijnlijk heeft u wel eens op een nacht de hemel ingekeken opzoek naar sterrenbeelden of gewoon sterren of de maan en nu zou u wel eens de sterren of de maan of andere planeten van dichterbij willen zien. Dit kan met een telescoop.

Een telescoop is een apparaat dat u in staat stelt om objecten te vergroten. Er zijn vele verschillende telescopen en vele verschillende prijsklassen. Hoe bepaald u welke telescoop de beste is voor u? en hoe zorgt u ervoor dat u niet teleurgesteld bent als u de telescoop gaat gebruiken om de sterren te observeren?

Een telescoop is een fantastisch apparaat dat de kracht heeft om objecten die ver en ver weg zijn te laten lijken alsof ze heel dicht bij zijn. Telescopen zijn er in verschillende afmetingen en uitvoeringen, van een kleine plastic buis die u kunt kopen in een winkel voor € 1 tot de Hubble Space telescoop die enkele miljarden euro's kost. Amateur telescopen zitten hier ergens tussen in. Ondanks dat ze niet zo goed vergroten als de Hubble telescoop, kunnen ze toch ongelooflijke dingen doen.

Een rondvraag  over de bekendste systemen gaf al snel een verrassend antwoord: We begonnen bij de exotische Kuttertelescoop. We namen de tijd om dit systeem eens door te lichten. De meeste telescopen die u vandaag de dag op internet en de winkels kunt vinden zijn in te delen in drie soorten:

  • de refractor telescoop, deze telescoop heeft lenzen (net als in een verrekijker).
  • de reflector telescoop, deze telescoop heeft spiegels (net als de Kutter).
  • Een combinatie van bovenstaande

Alle drie hebben hetzelfde resultaat, maar werken compleet verschillend.


Een telescoop heeft twee belangrijke kenmerken:  Hoe goed het licht kan verzamelen en hoe goed het kan vergroten.

De kracht van een telescoop om licht te verzamelen hangt helemaal af van de diameter van de lens of de spiegel dat gebruikt wordt om licht te verzamelen. Hoe groter de diameter van de lens of de spiegel hoe meer licht er verzameld kan worden en hoe scherper het uiteindelijke beeld zal zijn die u kunt zien.

De kracht van een telescoop om te vergroten is afhankelijk van de lenzen die de telescoop gebruikt. Het oculair zorgt voor de vergroting. Aangezien vergroting afhankelijk is van het oculair en u het oculair in een telescoop kunt verwisselen en daardoor zelf de vergroting kan bepalen is de diameter van een telescoop veel belangrijker dan de vergroting.


De refractor telescoop gebruikt lenzen om astronomische waarnemingen te doen en wordt ook wel een "lenzentelescoop" of "refractor" genoemd. De Refractor is het eerste optische instrument dat voor astronomische waarnemingen werd gebruikt ergens begin 1600 door Galileo.

afbeelding: Een refractor telescoop (ook wel een lenzentelescoop genoemd)


Voordelen van refractors

  • Geeft goede beelden weer van planeten
  • Planeetdetails worden fantastische weergegeven
  • Goed betaalbaar voor lenzen die kleiner zijn dan 10cm (100mm)

Nadelen van refractors

  • Heeft last van kleurfouten (chromatische aberratie)
  • Erg duur voor lenzen die groter zijn dan 10cm (100mm)
  • Voor het bekijken van nevels is de refractor minder geschikt omdat de lichtopbrengst niet genoeg is.

Wat is een reflector telescoop?


Een reflector telescoop gebruikt spiegels om astronomische waarnemingen te doen en wordt ook wel een "spiegeltelescoop" of "reflector" genoemd. De eerste praktisch toepasbare reflector is ontwikkeld door Sir Isaac Newton in 1668.


Afbeelding:  Design van een reflector telescoop (ook wel een spiegel of Newton telescoop genoemd)

De reflector maakt gebruik van een holle spiegel achterin de telescoop die de invallende lichtstralen terugkaatst en samenbrengt in een brandpunt op een hulpspiegeltje. Het hulpspiegeltje kaatst het licht vervolgens door naar een oculair waardoor u het heelal kunt observeren. Omdat een reflector gebruikt maakt van een "hulpspiegeltje" wordt er vaak gezegd dat een reflector minder presteert dan een refractor omdat er een kleine verstoring opstreed, veel fabrikanten lossen dit echter op door een grotere spiegel achterin de telescoop te plaatsen waardoor deze verstoring geminimaliseerd wordt.


Voordelen van reflectors

  • Reflectors zijn goedkoper dan refractors (indien zelfde grootte)
  • Reflectors hebben geen last van kleurfouten
  • Goed voor "deepsky" observaties

Nadelen van reflectors

  • De telescoop moet zo nu en dan gecollimeerd worden (spiegels goed tegen over elkaar zetten)
  • Omdat er gebruik gemaakt wordt van een "hulpspiegeltje" is er minder detail voor planeten and bij een refractor (lens telescoop)
  • Minder goed voor planeetobservaties.


 Wat is een Maksutov- Cassegrain of een SCT telescoop?


Een Maksutov-Cassegrain telescoop (of een Schmidt-Cassegrain) gebruikt spiegels en lenzen om astronomische waarnemingen te doen en is dus een kruising van de reflector en de refractor. De Maksutov-Cassegrain telescoop is ontworpen door de heer Maksutov rond 1940 in Rusland. De gedachte achter dit type telescoop is om de voordelen van de spiegeltelescoop (reflector) te combineren met de voordelen van de lenzentelescoop (refractor). Er is geprobeerd om een "ideale" telescoop te ontwerpen; een telescoop zonder afbeeldingfouten (chromatische aberratie, die wel aanwezig is bij refractors), een korte gesloten kijkerbuis (makkelijk mee te nemen in de auto), een lange brandpuntsafstand (grotere vergroting) en niet te duur om te produceren.


Afbeelding: Een Maksutov-Cassegrain telescoop (ook wel een catadioptrische telescoop genoemd)


De Maksutov-Cassegrain maakt gebruik van een holle spiegel achterin de telescoop die de invallende lichtstralen terugkaatst naar een dubbel holle lens (de Meniscus-lens). Aan de achterkant van de Meniscus-lens zit een klein laagje aluminium wat weer dienstdoet als een (vang-) spiegel. De vangspiegel (het laagje aluminium achter de holle lens) kaatst het licht weer door naar een gat in de hoofdspiegel naar buiten waardoor het bekeken kan worden door het oculair.
Het voordeel van de Maksutov-Cassegrain is dat het licht eerst door de Meniscus-lens gaat waardoor beeldfouten worden gecorrigeerd.

Voordelen van Maksutov-Cassegrain

  • Goedkope spiegeltelescoop met dezelfde optische kwaliteit als een refractor.
  • Geen zware lange telescoop buizen
  • Geen kleurfouten die een refractor heeft.
  • Een goede "allrounder"
  • Compacte bouw

Nadelen Maksutov-Cassegrain

  • Reflectors zijn relatief goedkoper, er kan dus een grotere diameter reflector gekocht worden ten opzichte van een Maksutov-Cassegrain.
  • De correctie lens aan de voorkant van de Maksutov-Cassegrain heeft de neiging om te beslaan als er geen afdoende maatregelen tegen worden genomen.


Huygens en Ramsden zijn het oudste design. Deze oculairs hebben last van chromatische abberatie (kleurschifting) en worden meestal geleverd bij de goedkoopste en minst effectieve telescopen (ze worden ook wel aangeduid met H oculair of R oculair)

Orthoscopische oculairs zijn uitgevonden door Ernst Abbe in 1880. Deze oculairs hebben 4 elementen en een 45 graden beeldveld, wat soms te klein is. Het optische design is goed waardoor ze een scherp beeld geven. Ze worden beschouwd als zeer goede oculairs om planeten waar te nemen. Orthoscopische oculairs kosten ongeveer tussen de 25 euro en 75 euro per stuk.

Kellner en RKE oculairs hebben drie elementen in hun design en kunnen een 45 graden beeld weergeven met een klein beetje chromatische aberratie (kleurschifting). Ze zijn echter prettig om te gebruiken en werken het beste in telescopen met een grote focus lengte. U krijgt bij deze oculairs waar voor uw geld en ze kosten tussen de 15 en 45 euro per stuk.

Erfle oculairs zijn uitgevonden tijdens de tweede wereld oorlog. Deze oculairs hebben 5 elementen in hun design en heel breed (60 graden) beeldveld. Het probleem is dat ze onderhevig zijn aan spook beelden en astigmatisme, waardoor ze niet te gebruiken zijn voor planeet waarnemingen. Aanpassingen aan Erfle oculairs worden ook wel wide-field oculairs genoemd.

Plössl oculairs hebben vier of vijf elementen in hun design. Ze hebben een 50 graden beeldveld en zijn prettig om te gebruiken (Behalve voor de 10 mm en kortere lenzen). Ze zijn optimaal indien ze tussen de 15 en 30 mm zijn. De kwaliteit is goed, speciaal voor het observeren van planeten. Ze hebben een klein beetje last van astigmatisme, en dan vooral aan de randen van het beeldveld. Dit zijn echter één van de meest populaire oculairs.

Nagler oculairs zijn geïntroduceerd in 1982, en werden destijds geadverteerd als "like taking a spacewalk". Ze hebben een design met zeven elementen met een ongelooflijk breed beeldveld (82 graden). Ze worden alleen geleverd in 2-inch, en zijn zwaar (kunnen tot 1kg wegen) daarnaast zijn ze ook duur.

Barlow lenzen zijn een goedkope manier om de maximale vergroting van een telescoop nog verder te vergroten.

We namen nog even de tijd om over monteringen, focusseerinrichtingen en filters te praten. Monteringen, de bekendste zijn de azimutale en bij nadere beschouwing is dit de meest voorkomende montering. De Duitse, of parallactische montering is eigenlijk hetzelfde als een azimutale, maar dan onder een bepaalde hoek (voor onze regionen is dat 51°). Het voordeel van dergelijke montering is dat er maar op één as gecorrigeerd hoeft te worden.

De exotische monteringen (net als de kijkersystemen) werden ook niet geschuwd. Google maar eens naar "ATM - Robert Ingalls- Springfieldmount"  en je kan een optisch systeem vinden dat de zuil als kijkerbuis gebruikt. Ze waren spitsvondig, vroeger!

Ondanks een zwakke bezetting (de eerste studieavond na de zomerstop) toch nog een boeiend thema aangeraakt.  Een "dank je wel" aan de aanwezigen voor de interactie en nogmaals een dankwoordje aan de voorzitter die met enkele " free drinks"  zijn 75e levensjaar beklonk (en wij met hem!!)                                                                                                  
                                                                                                                        LBe

                                                                                                      

16:46 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

14-10-09

Weer van dat.....

Woensdag 14 oktober 2009: Een verwaterde kijkavond, afgelopen week en gisteren......je kan het al raden....zoals we voorspeld hadden was het kraakhelder. Job en Lambert gingen op pad en hoopten enkele goede opnames te kunnen maken.

Job heeft zijn nieuwe camera (een FujiFilm FinePix S5Pro in combinatie met een Sigma FX 50-500) uitgetest. Natuurlijk is het in het begin zoeken. Een dergelijke camera heeft tal van instelmogelijkheden en in het donker is dat niet altijd even gemakkelijk. We zien de eerste resultaten graag tegemoet!

Lambert had zijn combinatie (een FujiFilm FinePix S3Pro in combinatie met een Sigma FX 50-500) op de Cassegrain gezet en fotografeerde de zichtbare planeten en een hele rits deepsky-objecten.  In het begin waren wolkenvelden een storende factor, maar geleidelijk aan werd het kraakhelder, wolkenloos. We hebben er van genoten. We zijn zo opgegaan in het fotograferen dat we van echt waarnemen eigenlijk weinig in huis kwam. Geen erg...foto's nadien inlezen is dubbel plezier.

Tegen de koude hadden we gedacht aan overvloedig koffiegebruik en aan BBQ-briketten (instant zalige warmte voor de duur van twee uur!!!). De mutsen waren we vergeten, dat hebben we geweten. Vanaf nu zitten die als standaard uitrusting bij het instrumenteel. We hebben het niet te laat gemaakt en keerden huiswaarts tegen middernacht. Het was een hernieuwde kennismaking met gezamenlijk waarnemen (fotograferen in dit geval). Voor herhaling vatbaar.

job-fotografie

bert cass

 

17:30 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

10-10-09

Volharding & Goodwill

Kijkavonden, een kwestie van volharden en "goodwill".

 Op vrijdag 9 oktober was er een kijkavond voorzien. We hoopten op beter weer, denk maar aan de vorige editie waar we met heel veel moeite slechts enkele sterren te zien kregen. We drijven op hoop, dus werd om 19u de Cassegrain in vol ornaat opgesteld in de hoop dat de weerman (-vrouw in dit geval!) zich schromelijk vergist had en dat we toch nog aan de slag konden gaan. Tegen beter weten in, zo bleek.

 Na uren en uren gewacht te hebben op een opklaring (ze hoefde niet eens breed te zijn) moesten we de handdoek in de ring gooien met als enig resultaat dat enkelen voor de duur van 20 seconden Wega zagen.....that's it!!!

 Nog voor de schemering inviel kregen we bezoek van een inwoner van Bergeik (NL) in gezelschap van een Amerikaan. Ze toonden beide interesse en zullen ons in de toekomst nog bezoeken. Een ander gespreksitem werd het openstellen van de kijkavonden voor het brede publiek. Het bestuur zal deze materie inkijken en verder uitwerken. Trieste balans van weer een mislukte kijkavond: Wega gezien en een heleboel wolken. Er waren niet minder dan vijf Noorderkroners aanwezig........daar zal het zeker niet aan gelegen hebben. Dit bericht afsluiten met een cliché? Alléé, daar gaat ie: " Het was slecht, het is slecht, dus........kan het alleen maar beter worden! Op naar de voorlaatste kijkavond van dit jaar!". In genuanceerdere taal wil dat eigenlijk zeggen: we zitten nu eenmaal in een onstabiel seizoen. Laat ons geduldig wachten op een beetje vriesweer of afkoeling zodat we nog eens flink kunnen genieten van heldere, lange kijkavonden. En denk er aan:  ze komen eraan!

P1010009

20:38 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

19-09-09

een nachtje uit..

Donderdag, 17 september 2009. Een redelijk transplarante hemel en de voorspelling van een heldere en koude nacht. Hier zaten we op te wachten. Lambert nam contact op met Job en besloten samen op de Gastelse heide de Cassegrain op te stellen en het nieuwe oculair eens aan enkele doorgedreven tests te onderwerpen.

We hadden heel wat op het programma staan en begonnen met de planeten Jupiter, Uranus en Neptunus. Job (en ikzelf ook) zag details op de equatoriale gordels van Jupiter, herkende de kleuren van Uranus en Neptunus en zag dat de manen van Jupiter schijfjes waren in plaats van punten. We schoven op naar de volgende discipline: deepsky. Als eerste object keken we naar M13, de bolhoop in Hercules. Job was overdonderd.....elke ster is opgelost en als individu zichtbaar. Job zag heel duidelijk de uitlopers van M13. Op naar M 57, de Ringnevel. Een Ringnevel die nu echt een ring is, zo groot en met zoveel detail, afgezet tegen een zee van achtergrondsterren.

Tijdens de eerste objecten die we bekeken viel ons telkens op dat er een bepaalde afwijking in de afstelling van de kijker te zien was. In de ene kijkrichting was het te zoeken object in de onderkant van het oculairveld (100°) te vinden, in een andere kijkrichting was er een verschuiving te zien. Op een gegeven  moment viel het te zoeken object zelfs uit beeld. Na enkele nieuwe calibraties vonden we de fout. De zoeker was niet voor de volle honderd procent uitgelijnd met het oculair, een fout die met de Ethos 13mm dramatischer is dan met een 40 mm SuperPlossl. Weer wat bijgeleerd.

Opnieuw afstellen en verder met de test van het Nagler-oculair. We besloten om het programma "Tonight's best" te laten lopen en genieten van datgene wat AutoStar ons aanbood. Sommige nevels kregen we niet te zien, simpelweg omdat die verdronken in de gloed aan de horizon (strooilicht Hamont-Achel, Budel, Valkenswaard). Andere waren dan weer adembenemend, zoals "The blue Snowball", een planetaire nevel in Pegasus (NGC 7662), in Andromeda zagen we het elliptische stelsel NGC 224, NGC 7009, de Saturnusnevel.... Het ene na het andere object werd bekeken, een kleine greep uit de talloze objecten die we de nacht zagen:

Caldwell 14 - M34 - M52 - M81 - M82 - M13 - M2 - M3 - M5 - M92 - Cyg x-1 - NGC 6826 - M71 - NGC 6886 - M20- M8 - M11- NGC 7009 -  IC 4895 - M 27 - NGC 884- NGC 886 - ........

Het was geen topnacht qua weer, maar qua sfeer en resultaten....... méér dan top!! We sloten de nacht af met enkel fotografische opnames van de Ringnevel, de Andromedanevel en de Halternevel. We gaan nu hoopvol uitkijken naar de echte donkere nachten. Nachten waar het contrast nog veel hoger ligt en de details dan nog meer zichtbaar gaan worden (om nog maar te zwijgen van de foto's die we dan kunnen maken. We weten dat deze nachten koude nachten zijn. Ook daar is over nagedacht: er bestaan tegenwoordig van die handige barbeque-brikken in de handel die heel gelijkmating gloeien (ipv branden) en geven een aangename warmte voor de duur van twee uur. We gaan deze zeker inzetten als de koude net meer te houden is. Bijkomend voordeel is dat we (als we een blik Frankfurters meenemen, we ook geen honger hoeven te lijden!!!!). Je merkt het al...we zijn nu al bezig met de voorbereidingen voor het welslagen van een topper!!!

Einde waarneming rond 01.00u.

11092009243

12:53 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (1) |  Facebook | |

16-09-09

Wat doen we als 't donker wordt?

Agenda 4e kwartaal 2009

oktober 2009.                                 

Studiebijeenkomst:   23 oktober 2009 om 20.15u in de Joy

                             Open agenda   &    "Het oog en het brein bij visuele deepsky" door Jan.

                          

                 Kijkavond :  9e  (1e kwartier) maan op om 22.15.u Jupiter, Neptunus, deepsky, kometen, .....

                 Wanneer:    sterrenwacht  om 20.30u

                 Kijker te gebruiken:  Cassegrain aan de voet van de sterrenwacht.

 November  2009                   

Studiebijeenkomst:  6 november 2009 om 20.15u  in de Joy

                                   Open agenda  &  De Melkweg door Lambert

 

                Kijkavond:    deepsky .....

               Wanneer:   20 -11-2009  20u  sterrenwacht

                 Kijker te gebruiken:  Refractor.

December 2009.                              

  • 1. Studiebijeenkomst: 18 december 2009 om 20.15u in de Joy.

                                           Algemene ledenvergadering

                                            Nieuwjaarspeech voorzitter

                                            Kasverslag  door Jan

                                            Jaaroverzicht LBe

                                            Uitzonderingen op de zwaartekracht door Jan

                                            Algemene kennis - Quiz door Jan

                                             "Van slak tot lichtsnelheid" door LBe

                                            

                                                                 

          Kijkavond:   maanavond en andere objecten

          Wanneer:  4 december 2009   om 20.00u op de sterrenwacht

          Kijker te gebruiken:  Refractor

 

Agenda NVWS Eindhoven: najaar 2009/2010

29 oktober 2009: NVWS Einhoven: "Kosmische rampen" door Drs. Klaas-Jan Mook

19 november 2009: NVWS Eindhoven: "Klimaatverandering, hoe een specialist het ziet." Dr.ir. P. Siegmund (KNMI De Bilt)

17 december 2009: NVWS Eindhoven: "Hemelmechanica, tijdmeting en zonnewijzers." Ir H.J. Hollander

18 februari 2010: NVWS Eindhoven: "Waarnemingshorizon, kunnen we alles waarnemen?" Prof. Dr. John Heise  SRON Utrecht.

19 Maart 2010: NVWS Eindhoven: "Kreutz kometen" door Prof. Dr. R.F. Strom   ASTRON  Dwingeloo

22 April 2010: NVWS Eindhoven: "Sterrenkunde op La Palma" Prof. Dr. R.F. Peletier  RUGGroningen

De lezingen worden voortaan gehouden in het atrium van het Augustinianum te Eindhoven gelegen aan de Wassenhovestraat 26

NVWS Eindhoven viert  in 2010 haar 75e levensjaar. We zullen te zijner tijd onze agenda aanpassen. Ondertussen zal Jan  melden dat Noorderkroon hun maandblaadje "de sterrenkijker" digitaal wenst te ontvangen.

19:35 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

14-09-09

Een nacht zonder licht....

Verslag van de kijkavond   11 september 2009-09-13

 

Tegen zes uur ’s avonds arriveerde Lambert  aan de sterrenwacht en onder een stralend open hemel werd de sterrenkijker opgesteld. Op tijd terplekke, want Lambert had nog enkele experimenten op het programma, voordat de kijkavond van start kon gaan. Eén van die experimenten was het afocaal filmen (8mm om daarna te digitailseren). Met andere woorden: rechtstreeks doorheen het oculair filmen wat er te zien is (zie afbeelding). Natuurlijk horen daar wat testen bij, zoals beeldscherpte op een bepaalde afstand, opstelling van de camera en gebruiksvriendelijkheid. Het heeft geen nut om “iets” aan de sterrenkijker te koppelen wat je in het donker niet afgesteld kan krijgen binnen, pakweg vijf minuten. De opstelling die getest werd gaf al een beeld op film binnen de twee minuten. Experiment geslaagd, nu nog uitvoeren in het donker.

Omstreeks half negen arriveerden de eerste leden. Intussen waren ook de wolken aangekomen. De Cassegrain kon nog net afgesteld worden op de enkele sterren die zichtbaar waten. Ondertussen waren we getuige van de zoveelste overkomst van het ISS en kregen we de bevestiging dat we te maken hadden met zeer hoge (en hardnekkige) bewolking. Intussen bleef het aantal deelnemers stijgen allemaal in de hoop toch iets te kunnen zien door het nieuwe oculair van Lambert. Eén poging (zij het een waterachtige..) liet de open sterrenhoop M39 in de Zwaan zien. De aanwezigen weten nu ongeveer wat een beeldveld van 100° wil zeggen . Ongeveer..want het werkelijke beeldveld zullen ze pas ervaren als het helder is en het beeldveld stjokvol met sterren staat. Tijdens het wachten vielen enkele “kameelmopjes”, een gevolg op het reisrelaas van Job. Job liet weten ons nog te zullen vergasten op een reisverslag van zijn bezoek aan de Verenigde Emiraten. We zijn benieuwd. Intussen werd het middernacht en de bewolking bleef hardnekkig. We sloten de avond af met de opmerking: “Kom, we gaan er ene drinken……” We blijven hopen op een heldere nacht, zo ééntje waar we alle registers eens kunnen opentrekken.....

Tot dan...

11092009250

de opstelling aan de voe van de sterrenwacht.

11092009247

Afocaal filmen doorheen een 40 mm SuperPlossl.




11092009243

11092009245

Alles staat gereed, richting zuiden, op wacht tot de eerste sterren zich laten zien.

20:10 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

30-08-09

Hot stuff!!!!!!!

Op 28 augustus was Lambert te gast bij de firma Robotics in 's-Gravenzande.Bedrijfsleider Rob Lefeber, een heel bekende naam in het wereldje van de amateur-astronomen ontving Lambert bij hem thuis en nodigde hm uit in zijn showroom. Nu, showroom is een groot woord, maar wat een verzameling kijkers!!! Rob heeft alle kijkers...van een kleine Quastar tot 20" OGC's met daar tussenin een heel eigen lijn van hoogkwalitatieve kijkers die niet onderdoen voor de duurdere Takahashi's. Betreffende accesoires: alles is er...van beugeltje tot....noem maar op, je vindt het!

Lambert had zijn zinnen gezet op iets heel nieuws. Het beste wat er van Nagler te krijgen is, wat oculairen betreft......de Ethos 13mm met een ongekend beeldveld van niet minder dan 100°. Volgens kenners, momenteel het beste oculair ter wereld. Het ding weegt niet minder dan 590 grammen en heeft een ongezien scherp beeld. Er is één maar......je moet er door leren kijken. We hebben allemaal al eens de kans gekregen om door verschillende oculairen te kijken. Je merkt dat sommige een groter beeldveld hebben. Dat wil zeggen dat tenopzichte van het midden je een bepaalde hoek kan bekijken, links, rechts, boven en beneden. Wel...bij de Ethos 13mm is deze hoek niet minder dan 100°. Je moet dus door je beeldveld heen wandelen! Niet bang zijn je oog korter bij het oculair te brengen, want dan pas zie je hoe groot het beeldveld werkelijk is.

Het eerste wat opviel tijdens de proefrun (het was nog bewolkt en er stond een maan in eerste kwartier.....maar a, je kan niet wachten, hé?) was de obsolute scherpte van het beeld....tot op de randen!! Het tweede wat opviel is dat je niet aan het kijken bent, maar dat je in het beeld valt...zo immens en overdonderdend is het effect van werken met een Ethos 13mm.

Een blik op de maan: gigantisch veel meer detail te zien dan met de SuperPlosll's waar ik eerst mee werkte (SuperPlossl 40mm -25mm - 19mm - 6mm of de 12 mm Orthoscoop van Lichtenknecker). Adembenemend beelden, ongeziene scherpte en resolutie. De volgende stap was Deep-sky. Normaliter zou ik met de heersende weersomstandigheden en maanstand er nog niet aan denken om de kijker op te stellen, maar toch, een eerste test en de resultaten waren gewoon....Waaaaw!!!!

M13 en vele andere bolhopen: je kijkt er omzeggens doorheen, om nog maar e zwijgen over hun diameter. Er zijn geen woorden voor, het is net alsof ik deze beelden voor het eerst beleef! Ongezien!!! De Halternevel M27, zelfs met bewolking een duidelijk herkenbare vorm en die groottte.....Het lijkt echt alsof je in het beeld valt, je hoeft er niet alleen meer naar te kijken....je kan er quasi doorheen wandelen!!!!

Jupiter: het leek wel een ballon, zo groot. Heel duidelijk details te zien in de equatoriale gordels. Op het moment dat ik keek (21.24u) zat het maantje Io vast tegen de rand van Jupiter (Europa links en Ganymedes en Callisto rechts). Ik heb een hele tijd Io gevolgd totdat die een eindje van Jupiter verwijderd was. Schtterende beelden (en onthou...het waren geen goede omstandigeheden!) De volgende planeten die ik bezocht waren Uranus en Neptunus. Beiden kwamen probleemloos en heel goed herkenbaar in beeld.  Tegen middernacht zat de hele hemelbol zo goed als dicht met bewolking, maar de eerste indrukken waren binnen:

Voor mij nog maar één oculair: de 13 mm Ethos. Door deze aankoop wordt mijn verzameling SuperPlossl's onverslijtbaar door het feit dat ik ze nog zelden ga gebruiken!!!!!! De Ethos kan op twee manieren gekoppeld worden: rechtstreeks in het zenithprisma of als ik deze verwijdensamen met een opvulring rechtstreeks in de 50mm vatting van de kijkerbuis. De motorfocussser blijft uiteraard zitten (zou ook nog weg kunnen!!!). Je kijkt dan niet meer onder een hoek van 90°, maar recht in lijn met de optische as. Dit laatste is een klein beetje gevaarlijk, want als de kijker volautomatisch naar het zetith gaat richten, botst het oculair waarschijnlijk tegen de basis van de vork, met alle gevolgen vandien en je hebt dan natuurlijk geen plaats meer om nog te kunnen kijken!!! Ik moet dit nog eens uittesten hoever ik kan gaan. Terzijnertijd......eerst even genieten in deze stand!

Bij een volgende kijkavond (11september) zullen we dit oculair uiteraard inzetten! "Be my guest" en ........wees kritisch!!!!!!!

Hieronder enkele afbeeldingen van het betreffende oculair.

DSCF5615

DSCF5613

DSCF5618

DSCF5610

DSCF5611

12:27 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

25-08-09

Een hete start.....

! ! ! Uitnodiging !!!

 

 Beste vrienden,

                           Augustus 2009 ligt achter ons. Man, man…..wat een zomer!! We hebben meer dan eens de kans gehad om, op eigen initiatief weliswaar, de sterrenkijkers buiten te zetten en te profiteren van wolkenloze, heldere nachten onder het genot van subtropische temperaturen. Wat wil een mens nog meer? We hopen dat deze tendens zich voortzet en, eerlijk gezegd…we gaan er gemakshalve maar van uit. Vanuit deze veronderstelling hebben we tijdens de zomerstop nog eens de hand geslagen aan de sterrenwacht. Je vindt hieronder een kort verslag van de werkzaamheden.

 

We voorzien voor de maand September (de nieuwe start van weer een nieuw astronomisch werkjaar) om er weer eens stevig in te vliegen. Wat beter gedaan dan eens met z’n allen een kritisch oog en oor te hebben voor de kijkersystemen die er ter beschikking zijn? We gaan in groep de verschillende types en de werking van kijkersystemen eens onder de loep nemen. Al dan niet met didactisch materiaal ter plaatse.

 

Natuurlijk is er ook ruimte voor de open agenda. Heb je tijdens de zomerstop een vraag opgesnorkeld waar je zelf geen antwoord op weet? Breng ze naar voor en we zullen pogen ze samen op te lossen.

 

We komen samen op 25 september 2009 en zoals altijd starten we rond 20.15u in zaal Joy van het PC Michielshof.

                                 

Tot dan…

 

              Het bestuur

21:42 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Een beeld van 100°!!!!!

Op vrijdag 11 september verzamelen we tegen 21.00 uur aan de sterrenwacht. We gaan werken met de Cassegrain (wil dus zeggen dat we niet op, maar naast de toren zullen staan). Op het programma staan (als het weer het toelaat) heel wat exotische objecten en…..we gaan nu echt alle registers opentrekken: we wagen een poging aan: Planetoïden ISIS- MASSALIA - JUNO – CERES- JULIA. Planeten: URANUS- NEPTUNUS – JUPITER – PLUTO. In de nanacht is er een maan in laatste kwartier, we proberen kometen C2006 W/3 en 22/P KOPFF te zien, om nog maar te zwijgen van alle andere deepsky-objecten. En…….als alles meezit gaan we deze objecten kunnen bekijken door één van de nieuwste en beste oculairs die de markt op dit moment te bieden heeft: de 13mm ETHOS van TELEVUE (een  ongezien beeldveld van 100°).  Kom samen met ons genieten van dit optisch wonder van de hedendaagse techniek!

 

Tot kijk… 

 

Het bestuur

21:40 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (1) |  Facebook | |

Zomerse toestanden!!!!!!!


Verslag van de Perseidenwaarneming door Job Beeren.

Verslag Perseidenactie op dinsdag te Achel  11-08-2009 , de dagen voorheen zou men gedacht hebben "zal het deze keer weer in het water vallen?". Echter niets is minder waar, niets zo veranderlijk als het weer. We konden ons verheugen op een mooie nacht met zo goed als geen bewolking. Een beetje sluierwolken af en toe aan het firmament, maar dat mocht de pret niet drukken.

Rond de klok van half tien begonnen de eerste waarnemers zich te melden bij de sterrenwacht om samen het jaarlijks terugkerende fenomeen tijd begonnen ook de eerste sterren zich te laten zien en gelijk begonnen de wetenschappelijke praatjes los te barsten, zoals bijvoorbeeld de zomerdriehoek die zich liet zien. Ook de planeten waren van de partij, Jupiter begon op te klimmen en was goed zichtbaar (op dat moment drie maantjes links en een maantje rechts), alsook Uranus die in de nabijheid van Jupiter stond, te weten 2 graden  uit haar buurt. Niet hoofdzakelijk de activiteit waar we voor gekomen waren, maar hieruit blijkt weer hoe breed sterrenkunde is en maakt van deze avonden echt iets moois en leerzaams. Het was ook tijdens het bespreken van de aanwezige planeten dat de eerste vallende ster zich liet zien. Het was Berke die deze waarnam en met de eer ging lopen.

Het werd een mooie heldere hemel,maar toch kwam onvermijdelijk onze naaste buur, de Maan, ook goedenavond zeggen. Ze was ongeveer voor driekwart verlicht  en met af en toe de lichte sluierbewolking erbij begon ze toch danig te storen met het strooilicht waardoor ongetwijfeld diverse Perseiden werden gemist. Ondanks dit gegeven werden er toch enkele zeer mooie exemplaren waargenomen.

Wat opviel was dat het lijkt of het met het jaar steeds minder wordt in aantal vallende sterren van deze groep. Onze Lambert was zo druk met fotografie bezig dat het leek of hij de vallende sterren vergeten was en er tot in de kleine uurtjes nog geen had waargenomen, maar er kwam verandering in de zaak toen genoemde eindelijk eens ging zitten en er warempel ook enkele op zijn palmares kreeg te staan. Ook het beruchte minuutje van Jan blijft hem maar achtervolgen en wordt al lachend verteerd wat daarom de avond alleen maar gezelliger maakte, ook vele satellieten werden waargenomen. Nog een belangrijk feit gebeurde en wel dat in de nacht Berke er zijn 75ste verjaardag mocht vieren, niet om zomaar aan voorbij te gaan. Van hieruit aan Berke een van harte proficiat gewenst namens al onze leden. Om het verhaal maar af te ronden was het, zij het met het lage aantal vallende sterren ongeveer een veertigtal, een zeer geslaagde avond met een gezellige groep en leerrijke gebeurtenissen, en gingen we rond de klok van enen huiswaarts, want de Maan begon nu echt te vervelen. 

                                                                                                                                 Job Beeren

  De opknap van de sterrenwacht.

 Zaterdag 22 augustus; we zitten nog steeds binnen de zomerstop, maar dat kan het enthousiasme van de leden niet drukken. We hadden het afgelopen werkjaar weer strubbelingen met de koepel. Vorige zomer hadden we met een flinke groep de windveer zodanig ingekort dat deze niet meer tegen het dakbeslag liep. We hoopten toen dat we gevrijwaard waren van vastlopen. Ten tijde van de ingreep was er een wezenlijk verschil, maar we besloten toch om een handlier te installeren, moest het nodig zijn.

En het was nodig....enkele maanden verder (en in een nieuw seizoen) liep onze koepel weer muurvast. Het inzetten van de handlier resulteerde in het feit dat we de koepel in zijn totaliteit  uit zijn spoor trokken en hem volledig naast de loopring zette. Tijd voor een nieuwe inventarisatie en indien nodig ingreep.

 Berke, Dirk, Tony en Lambert namen het voortouw en sleepten karrenvrachten gereedschap naar boven. Besloten werd om de windveer, die bij nadere inspectie zo goed als overal in de loopring sneed, zodanig in te korten dat hier helemaal geen wrijving meer kan ontstaan. Het werd (zoals geweten van vorig jaar) een heel karwei om in de gloeiende zon de windveer rondom af te zagen. Na een uurtje waren we halfweg en er werd merkbaar verschil geregistreerd. Toen de windveer helemaal was ingekort kon één man de koepel met een hand volledig roteren. We gaan niet al te optimistisch zijn en wachten de winter af om een definitieve evaluatie te maken. We hebben wel besproken wat een volgende stap(pen) zou kunnen zijn: het aanbrengen van stootblokjes tussen de wielen (over de as) of, en dat is heel resoluut: de loopring volledig lossnijden van de draagbalk, ze terug 100% rond centreren en vastzetten. We wachten even af.....

Na de werkzaamheden en het kuisen van de sterrenwacht hebben we even op het terras vertoefd om enkele verfrissingen tot ons te nemen. Om 17.00u werd het gezelschap ontbonden.

Bedankt aan diegene die hun vrije tijd offerden zodat wij met z'n allen onder betere condities onze hobby kunnen bedrijven.

                                                                                                                         LBe

 Voor de liefhebbers: enkele foto's genomen tijdens de nacht van de Perseiden.

DSCF5584 

DSCF5592

DSCF5595

DSCF5597

DSCF5598

DSCF5605

DSCF5607

DSCF5608

een perseide 2009

vliegtuig tijdens perseiden

21:35 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

21-06-09

Tips voor "nachtwerk"!!!!!

  • Initiatie astrofotografie.

 Vrijdag 5 juni was een redelijk goede avond om eens iets dieper in te gaan op de manier van fotograferen zonder licht. Zonder was een groot woord, want bijna volle maan.

Na wat wachten op Lambert (had alles opgesteld in de Joy, in de veronderstelling dat het een studiebijeenkomst was ipv en kijkavond) kon men (5 deelnemers) tegen de klok van 20.30u van start gaan. Even de menu's van de aanwezige camera's doorgenomen en toen recht de kroeg in, in afwachting van de duisternis. We hadden een pasgehuwde in ons gezelschap en dus meteen een geldig excuus om aan de borrel te gaan. Het werd een gezellig onderonsje met vooral veel jeugdherinneringen.

 

Tegen de tijd dat het donker werd stonden we paraat met de camera's in de aanslag. In het begin was het even zoeken.....zoals gewoonlijk bij iedereen, stonden alle camera's in de automatische stand. Dit is zeker niet de juiste stand om nachtfotografie te bedrijven. We zochten de instelfuncties voor de ISO-waarde (liefst zo hoog mogelijk) en de functie sluitertijd. Het viel op dat er zo goed als geen camera's bij waren waar gekozen kon worden voor een langere belichtingstijd. We onthouden dat we met een standaardlens van 50 mm eeen kleine 21 seconden mogen belichten, alvorens spoorvorming te krijgen. Een we willen puntvormige sterren op de foto, vandaar. Naarmate de avond vorderde kwamen de eerste resultaten binnen en  naarmate de tijd vorderde werd het beter en beter. De eerste sterren in beeld krijgen viel niet mee. We zaten met een bijna volle maan en dan is het nooit donker genoeg. Er was te weinig contrast. Toch lukte het ons om verschillende goede en bruikbare opnames te maken. We zullen alle beelden tijdens de volgende bijeenkomst bekijken en vergelijken. We stopten rond middernacht, de eerste stappen naar digitale nachtfotografie, een geslaagd initiatief.                                                      LBe

Sterren kijken, een handleiding.

 Onder deze noemer hebben we eens gekeken welke punten in de gaten te houden, teneinde een geslaagde kijkavond te genieten. De punten die we bespraken waren eigenlijk een checklist, een opsomming van aandachtspunten, zoals:

  • l Welke voorbereidingen ?
  • l Wat hebben we nodig?
  • l Hoe gaan we te werk?
  • l Waar moeten we allemaal op letten
  • l Hoe slaan we onze gegevens op?

Niets is leuker dan je weg kennen. Ga je bijvoorbeeld op reis naar een verre bestemming, dan heb je enkele opties:

  1. Je weet de weg en vertrekt volledig zelfstandig.
  2. Je bent onbekend en je zorgt dat je landkaarten ter beschikking hebt.
  3. Je neemt een gids in de hand en laat je voeren.

Een reis kan pas slagen als je een doel hebt. Geen einddoel, maar een doel. M.a.w. wat wil je gezien hebben? Welke tussenstops wil je inlassen? Zit je voor bepaalde evenementen wel op de juiste locatie? Heb je alles bij om je reis optimaal te laten slagen? Allemaal vragen die best op voorhand ingevuld worden.

Een nachtje onder de sterren.

 Een kijkavond organiseren is een klein beetje te vergelijken met de voorbereidingen van een korte reis.

Ook hier moeten best enkele voorwaarden voldaan worden. Het succes van je kijkavond kan er van afhangen. Waar moet je zoal aan denken? Weersomstandigheden, locatie, apparatuur, programma, afspreken met een collega, afstellen van de apparatuur, programma volgen, soort waarneming: allemaal punten waar je rekening mee moet houden.

 Weersomstandigheden.

Vanzelfsprekend is dit de eerste voorwaarde die optimaal moet voldoen. Een waarnemingssessie organiseren terwijl het bewolkt is heeft geen zin. Mist, harde wind, extreme vriestemperaturen zijn ook te mijden. Regenbuien zijn uit den boze. Een enkele uitzondering kan gemaakt worden na een zomers onweer. De lucht zal dan heel waarschijnlijk uitklaren. Kunst is om wolken te kunnen lezen. We bekeken diversen soorten wolken en trokken conclusies. Sommige wolkensoorten lieten ons een bepaalde vrijheid, terwijl andere types zo dreigend waren dat een kijkavond uit te sluiten was (we hebben ervaring met deze toestanden). Een andere term die aan bod kwam was "seeing".

Onder de term seeing verstaan we de doorzichtigheid van de atmosfeer. Hoe helderder het is, des te beter is de seeing. Maar.... Zelfs bij schijnbaar helder weer kan je een slechte seeing hebben. Hoe kan dat?

 Warme lucht kan in bellen door de atmosfeer stijgen. Kruist zo'n bel je lichtpad, zal je beeldvorming danig verstoord worden. Luchtonrust beïnvloed de seeing. Het effect van seeingcellen in je optisch systeem is te vergelijken met de opstijgende warmte van dit wegdek. Het beeld is niet stabiel en scherp, het wiegt heen en weer in je beeldveld. We zagen diverse beelden van luchtspiegelingen.

 Acclimatisatie van de apparatuur.

Een kijker, zelfs een verrekijker, moet de temperatuur van de omgeving hebben. Is dit niet het geval zullen bepaalde luchtstromingen het beeld gaan verstoren. Een open Newton is heel gevoelig voor temperatuursverschillen, een SCT is nog moeilijker te acclimatiseren Staat de kijker binnen, dan zal de lucht in de kijker heel waarschijnlijk warmer zijn dan de buitenlucht. Een Newton zetten we horizontaal buiten en laten de warme lucht langzaam uitstromen. Duur: 20 minuten

 Een Schmidt-Cassegrain (SCT) is een gesloten optisch systeem en doet er 2 uur over of men moet een koeler plaatsen op de focusser. Deze koeler zuigt de warme lucht uit het systeem en brengt de acclimatisatietijd terug tot 30 minuten. Een refractor is ook een gesloten systeem en doet er ook 2 uur over om optimaal te acclimatiseren. Ook hier kan een koeler de aanpassingstijd inkorten.

Acclimatisatie, is dat echt nodig?

Wanneer je beslist dat acclimatisatie niet echt nodig is, zie je tijdens het kijken het object zachtjes op en neer wiegen.  De lichtbundel die je kijker in een brandpunt probeert te krijgen gaat een heel eigen leven leiden. De stralen komen niet allemaal terecht in het brandpunt. In sommige gevallen kan je de turbulentie die in je kijkerbuis heerst zelfs zien. Je ziet effectief bellen door je oculair.  Na verloop van tijd zie je merkbaar dat de waarnemingsomstandigheden beteren. Je kijker is geacclimatiseerd.

 Locatie.

We hebben nu onze kijker thermisch onder controle en willen beginnen met waarnemen. Een kijker verzameld licht. Kunst is om zoveel mogelijk licht te verzamelen en bijgevolg zwakke dingen te kunnen bekijken. Logischerwijze gaan we dit doen op een donkere plaats. Weg van strooilicht, weg van trillingen, weg van rumoer en dan liefst zonder maan (of het moet een maanwaarneming betreffen) en bij voorkeur met een vrije horizon. Een ander item dat aandacht verdient is de omgeving. Was het de afgelopen dag een hete dag, ga het best niet staan waarnemen op of in de buurt van betonnen oppervlaktes.  De opgenomen warmte zal gedurende de ganse nacht voor ongewenste luchtstromingen zorgen. Een zandbodem heeft dezelfde eigenschappen. Het best sta je op een grasmat of weide.

 Apparatuur.

Beslis op voorhand welke kijkers je gaat gebruiken (vergeet zeker je bino's niet). Kijk op voorhand of alle accessoires voorhanden zijn. Niets is zo frustrerend dan je beste oculair of flexibel te vergeten. Neem altijd een setje gereedschappen mee: een kleine schroevendraaier, een tangentje, enkele steeksleutels, etc. Je zult ze maar nodig hebben en nergens vinden. Werk met een checklist: succes gegarandeerd!

Waarnemingsprogramma.

Kijkers OK, locatie OK, nu nog weten wat we willen en vooral kunnen zien: een waarnemingsprogramma.

Een sterrenatlas hebben we zeer zeker nodig. Hou evenwel rekening met het feit dat door dauwvorming je dure atlas ernstige schade kan oplopen (niet geplastificeerde uitgaven). Als alternatief kunnen we met behulp van de PC enkele sterrenkaartjes afdrukken. Er zijn tegenwoordig legio programma's die realistische kaartjes laten afdrukken. Een heel handig hulpmiddeltje, het ganse jaar door, een draaibare sterrenkaart. Stel datum en tijd in en je krijgt de sterrenhemel die heel actueel is. Waarnemen op een afgelegen plaats is bijna onverantwoord als je dit in je eentje doet. Je kan hulp nodig hebben om je kijker op te stellen. Je kan iets aan de hand krijgen, een val, je kan 's nachts stropers, boswachters en politie op je waarnemingsstek verwachten (hebben we meegemaakt). Een waarneming bevestigen is steeds gemakkelijker als je met twee bent en je zal zeker een betere waarneming doen als je samen met een collega het beeld bestudeerd.

 Afstellen van de apparatuur.

Aangekomen op de waarnemingsplaats moet je natuurlijk eerst je opstelling in orde maken. Ga je losjes uit de hand werken is dit minder arbeidsintensief. Ga je parallactisch werken, dien je extra tijd te voorzien om een perfecte poolafstelling te bereiken. Heb je een moderne GPS/GoTo-opstelling laat je de elektronica haar werk doen. Duur: 5 minuten. Help ieders opstelling zo optimaal mogelijk in orde te brengen. Je hebt er de hele sessie voordeel van. Qua afstelling ben je zo klaar met een Dobson.  De enkele taken die je moet doorvoeren werden uitvoerig bekeken en besproken.

Programma volgen.

Als voorbereiding had je enkele sterrenkaartjes afgedrukt met daarop de objecten die je het liefst zou willen zien.

Raadpleeg op de kaartjes altijd de beste tijd wanneer een bepaald object waar te nemen. Men is het meest geneigd om een object te bekijken van zodra dit opgekomen is. Beter is te wachten tot het betreffende object hoger aan de hemel staat. Sterrenkaarten kunnen je helpen te bepalen wat, wanneer te bekijken. Voor een optimaal resultaat volg je best een vooraf uitgestippeld traject. Het alternatief is natuurlijk het los uit de hand werken, vertrouwen op je kennis van de hemel en je correct gevoel van tijd. Deze vorm van kijken zal je kennis van de sterrenhemel niet echt uitbreiden.  Het is een misopvatting dat de hemel bezaaid is met lichtzwakke objecten.  Het heet daarboven niet voor niets "ruimte". Deze ruimte is vooral leeg. Je moet een goede kennis hebben om alles weten te staan en dan nog.....sterrenkaarten zijn onmisbaar (starhopping). We namen als voorbeeld M104, de Sombreronevel in de Raaf. We toonden enkele sterrenkaarten en gaven een route aan die je best kan volgen, wil je zonder al te veel problemen het object vinden, Natuurlijk  is het vanzelfsprekend dat ieder zijn eigen ding kwijt kan bij deze manier van zoeken. Je eigen creativiteit zal je snel of minder snel tot het te zoeken object voeren.

Soort waarneming

Eerst en vooral: de kijker die je hebt is al een indicatie voor datgene je het liefst ziet. Een planetenliefhebber kiest voor een lensenkijker met een hoge f-waarde (resolutie). Een Deepsky-waarnemer heeft voor alles licht nodig en zal een zo groot mogelijke opening kiezen: een Newton met een zo laag mogelijke f-waarde (lichtsterk). De tussenweg is een SCT. Deze kijker combineert de beide en kan hoge resolutie aan (f10), welke men kan reduceren met een speciale ring naar f4.6. Wat men ook wil doen, er is één item dat NOOIT mag ontbreken en dat is een verrekijker of binoculair. Gebruik altijd als eerste instrument je verrekijker en bestudeer de omgeving van het waar te nemen object. Je zal het object sneller vinden door het grotere zichtveld.

 Kies bij voorkeur voor een handzame en lichtsterke verrekijker. De zwaardere en lichtsterkere kijkers moeten al snel op een montering geplaatst vanwege hun gewicht. Lensopening en vergroting zijn individueel. De ene prefereert een 7 x 50, terwijl anderen het houden op 12 x 50, 80 x  100....... Met twee ogen kijken is rustig observeren.

 Andere waarnemingen.

Naast het bekijken van planeten en deepsky-objecten kan je ook andere waarnemingen doen, zoals satellieten spotten, meteoren, veranderlijke sterren, supernovae zoeken, kometen zoeken,etc. Elke discipline heeft haar eigen charmes, maar vergen allemaal voorbereidingen, wil je optimaal waarnemen.

Einde waarnemingssessie: things to do:

Eén ding is zeker: na een nacht waarnemen is alles nat. Zelfs in putje zomer. Zet alles zodanig weg dat het vocht kan verdampen. Niet alleen je kijker, maar alles wat je bij had; ook sterrenkaarten en atlassen. Veeg NOOIT je lenzen of spiegels droog. Laat de tijd dit voor je doen. Voor je het weet zijn de gevoelige coatings zodanig aangetast dat je instrument niet meer optimaal functioneert. Kijkerslenzen en spiegels hebben een coating en  zijn heel gevoelig . Ze mogen  bijgevolg nooit zomaar zuiver/droog geveegd worden. Probeer er af te blijven. Er is een verschil tussen een lens reinigen en een lens ontdauwen.

Te vermoeiend allemaal?

Besef dan dat alle bovengenoemde onderwerpen alleen tot doel hebben dat je optimaal kan waarnemen. Een ander, niet te verwaarlozen, winstpunt is dat je door je kijker correct te behandelen  je jaren plezier kunt hebben van je investering. Op naar de volgende expeditie!                                                                                        LBe

20:15 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |