20-05-18

Einde van deze Skynetbog

Beste vrienden, 

aan alles komt een eind, ook aan deze blog. Skynet heeft te kennen gegeven te stoppen met de Skynetblogs, maar ons wel te willen assisteren om onze content over te zetten naar een andere blog. We hebben vanaf nu een nieuwe site, mét de oude content beschikbaar.

 

Wil je Noorderkroon blijven volgen surf dan naar:

https://noorderkroon.wordpress.com/

 

We gaan er zeker niet op achteruit!!!!

De resolutie van de foto's is enorm veel beter en de gebruiksvriendelijkheid.......je zal wel zien, het wijst zichzelf uit!  Tot ziens op onze nieuwe blog en dank voor jullie jarenlange interesse via deze site.

 

Lambert Beliën

secretariaat Noorderkroon.

16:59 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

10-03-18

Jaarlijkse uitstap Noorderkroon-Achel

De Noorderkroon,                                                                                       Achel, 01-02-2018

         Achel

Beste leden en sympathisanten, 

We zijn blij u, samen met familie en vrienden, weer te kunnen uitnodigen op onze jaarlijkse daguitstap.

Dit jaar trekken we op zaterdag 21 april 2018 naar Wallonië en we brengen een bezoek aan het kasteel van Modave (nabij Hoei) en de glasfabriek van Val Saint Lambert (te Seraing).

Na aankomst in Modave drinken we eerst een tas koffie en starten dan onze excursie door het prachtig gerestaureerde 17e-eeuwse kasteel. We bezoeken er de vele zalen, die nog overvloedig versierd en rijk bemeubeld zijn ingericht, zoals in de tijd van Lodewijk XIV. Het onvoorstelbaar weelderig kasteelleven uit de 17e eeuw is hier nog overduidelijk aanwezig. Bijna iedere kamer kent een eigen verhaal dat ook uitvoerig in het Nederlands wordt toegelicht.

In dit kasteel vinden we ook een nauwgezette weergave van het ‘hydraulisch rad van Modave’. Een uitvinding die model stond voor de “Machine van Marly” waarmee water vanuit de Seine naar de hoger gelegen tuinen van Versailles werd gepompt. Lodewijk XIV betitelde het als ‘het achtste wereldwonder’.

Na die beleving binnen de kasteelmuren is er gelegenheid om een luchtje te scheppen en de mooie kasteeltuin te bewonderen.

Vooraleer we onze reis verderzetten, eten we gezamenlijk eerst enkele broodjes. Na de lunch zetten we dan de tocht verder richting Seraing, naar de beroemde Kristalfabriek van Val Saint-Lambert. Het is de enige kristalfabriek in Europa die toegankelijk is voor bezoekers.

In een korte film doen voormalige arbeiders er hun verhaal en tonen ons het vakmanschap en het leven in Val Saint Lambert. Daarna loodsen gidsen ons verder door het atelier en de industriële gebouwen, waar we het talent van de glasmeesters te zien krijgen en ter plaatse de creatie van een uniek werkstuk zullen bijwonen.

In de expositieruimte worden tal van ontwerpen tentoongesteld en na dit bezoek is er zelfs gelegenheid om een mooie creatie aan te schaffen, maar dat is niet in de toegangsprijs inbegrepen.

Na Val Saint Lambert vangen we de terugreis aan naar Achel. Zoals gebruikelijk onderbreken we die nog even om iedereen de kans te bieden - geheel vrijblijvend en naar eigen keuze en vermogen - zijn inwendige mens te versterken en/of nog even na te genieten van opgedane ervaringen.

Interesse om mee te gaan?  Schrijf u dan snel in want … bus vol = boeken dicht.

Het bestuur

 

(voor deelname en andere praktische informatie: zie verdere informatie)

Wanneer vertrekken we? 

Zaterdag 21 april vertrekt de bus, stipt om 07h45 uur, vanaf de parking van het Michielsplein (Achter de kerk van Achel).

We verwachten omstreeks 20h30 weer terug thuis zijn.

Hoe inschrijven?

Geef eerst telefonisch uw naam en het aantal deelnemers door aan onze kassier op onderstaand adres of telefoonnummer. Deze zal dan uw deelname reserveren en na bevestiging kan u:

- ofwel het bedrag storten op onder­staand rekeningnummer.

-  ofwel contant betalen aan de kassier

OM ORGANISATORISCHE REDEN MOETEN ALLE INSCHRIJVINGEN BEKEND ZIJN VÓÓR 01 APRIL 2018

Wat gaat dit kosten?

We kunnen u deze uitstap aanbieden voor de prijs van:       € 55,00 - / persoon.   

Noorderkroonleden die lidgeld voor 2018 betaalden:          € 50,00 - / persoon.

 Wat krijg je voor die prijs?

  • De busreis.
  • Koffie bij aankomst
  • Een broodmaaltijd tijdens de middag.
  • Alle inkomgelden.
  • Alle kosten van de gidsen.

 

Kassier J. Hermans                                                  Rekeningnummer: BE13 1030 4513 1239

Azalealaan 10                                                                       t.a.v.    De Noorderkroon

3930 Hamont-Achel                                                             Haag 29

tel.011 / 649763                                                                     3930 Hamont-Achel

                                                                                  a.u.b. vermelden  “REIS 2018”

16:14 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Noorderkroon 2e kwartaal-agenda 2018

Kwartaalagenda 2e kwartaal 2018.

April  2018.     

Studiebijeenkomst: 21-04-2018  Michielshof  07.45u  Michielsplein

Onderwerp: Jaarlijkse uitstap  

Kijkavond:   DeepSky + vervangprogramma: Brandpunten

Wanneer:   06 -04-2018  vanaf 20.00u aan de sterrenwacht. 

Mei 2018

Studiebijeenkomst:  04-05-2018  Michielshof 20.15u

Onderwerp: open agenda &  “Diverse soorten spectra” door Jan.

Kijkavond:  DeepSky + vervangprogramma: Kleuren

Wanneer:    18-05-2018   vanaf  20.00u aan de sterrenwacht

Juni  2018.              

Studiebijeenkomst:  01-06-2018  verbroedering Aquila-Noorderkroon in Overpelt. 

Kijkavond:  Maanavond

Wanneer: 22-06-2018 vanaf 20.00u  aan de sterrenwacht  + alt prog: Tektoniek

 

16:09 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Verslagen Maart 2018

Verslag studiebijeenkomst van 9 februari 2018

Lambert, Diana en Maddy hadden zich voor deze bijeenkomst verontschuldigd, maar dat was geen reden om er een gezellige en leerzame avond van te maken.

Administrativa:

  • Vanaf vrijdag 9 februari wordt de nationale sterrenkijkdag op de sterrenwacht bij de Bever via de digitale infoborden aangekondigd. Die activiteit staat ook op de agenda van “Internetgazet Hamont-Achel”.
  • De uitnodigingen voor de uitstap zijn klaar en de aanwezigen kregen hun uitnodiging persoonlijk overhandigd. Jan zal de andere uitnodigingen via de post versturen.

Verslag vorige bijeenkomst:

Het verslag werd zonder opmerkingen goedgekeurd.

Deel I: Open agenda

Franky:1) Wat is een zonnestormkegel?        

2) Kent Mars ook getijden, want er is geen water op Mars.

Job:     3) Wat een Wolf-Rayetster?

Dirk:    4) Dirk heeft bijkomende informatie opgezocht over weerballonnen.

Jan:      5) Jan zocht waarom de zon gekwalificeerd wordt als een gele ster terwijl de 7 regenboogkleuren samen wit licht vormen.

  • Er is bij de aanwezigen niemand die weet wat een zonnestormkegel is. Daarom werd besloten om te kijken of hierover meer informatie te vinden is.
  • Mars kent geen getijdenwerking zoals op aarde, maar zoals alle manen bij planeten zijn Phobos en Deimos wel onderhevig aan gravitatie. Dit is echter minimaal omwille van de kleinere onderlinge massa’s en mede door de afwezigheid van vloeibare oppervlaktematerie is het zeker niet waarneembaar zoals op aarde.
  • Een Wolf-Rayet-ster is een zeer zware en ontzettend hete, (25000K-50000K) blauwe superreus van meer dan 20 zonmassa’s. De ster gaat onbesuisd om met energie verbranden en heeft een zeer krachtige sterrenwind. W.R.- sterren zijn wel erg zeldzaam. Er zijn er nog slechts enkele honderden ontdekt.
  • Weerballonnen zijn van latex. Als ze bij de lancering een diameter hebben van ca 2 meter zal dit op grote hoogte toenemen tot ca 20 meter, en scheuren dan. Het is nog niet duidelijk of hij scheurt door de koude van ca –50°C of door drukverschil. Omdat de bereikte hoogte nogal varieert, wordt vermoed dat we moeten denken aan de eigenschap van het materiaal in combinatie met de erg lage temperatuur. Dirk kijkt of hij nog meer info hierover kan vinden.
  • De zon straalt in alle gebieden van het EM-spectrum. Ze straalt in alle golflengten, maar omdat het grootste aandeel uitgezonden wordt bij golflengten tussen 556nm en 589nm (=geel) wordt ze gekwalificeerd als gele ster. De golflengte van geel licht wordt opgewekt bij een oppervlaktetemperatuur van 5600-5700K.

Volgens de verschuivingswet van Wien (“golflengte x temperatuur=constant”) vinden we dus bij een hetere ster de grootste hoeveelheid straling in kortere golflengte.

Deel II: Voordracht 

Na een korte pauze gaf de voorzitter het woord aan Jo die ons een uitgebreid verhaal bracht, met prachtige beelden, over het leven en werk van de Deense astronoom Thycho Brahe in de 16e eeuw. Jo bezorgde ons van deze voordracht een mooie samenvatting die we hierbij afdrukken, waarvoor onze dank.

Thycho Brahe

Op 14 december 1546 werd op het kasteel Knutstorp in de Zuid-Zweedse regio Skane Tyge Ottesen Brahe geboren. De landstreek Skane maakte in die tijd deel uit van het koninkrijk Denemarken. De ouders van de kleine Tyge behoorden tot de Deense hoge adel en stonden dicht bij het koningshuis.

Tyge Ottesen Brahe zou de geschiedenis ingaan als een excentrieke wetenschapper die een stormachtig en hoogst merkwaardig leven zou leiden.  Het begon al toen Tyge nog maar twee jaar oud was. Op die leeftijd werd hij immers door een oom, een broer van zijn vader, ontvoerd. De ouders van Tyge hadden voor zijn geboorte de afspraak gemaakt dat de kinderloze broer en diens echtgenote hun eerstgeboren zoon als pleegouders zouden mogen opvoeden. Maar toen de ouders na twee jaar nog geen aanstalten maakten om hun afspraak na te komen, nam de broer het recht in eigen hand en ontvoerde hij Tyge naar zijn eigen kasteel. Tyge’s ouders berustten blijkbaar in de situatie en Tyge werd dus in de praktijk opgevoed door zijn oom Jorgen Brahe en zijn vrouw Inger Oxe.

De kleine Tyge bleek een pienter baasje te zijn. Vooral onder impuls van zijn stiefmoeder, begon hij vanaf zijn zesde school te lopen aan de kathedraalschool van Vordingborg, waar zijn stiefvader op dat ogenblik gouverneur was. In de kathedraalschool leerde hij onder andere Latijn. Vanaf 1559 (hij was toen dus nog maar 13 jaar oud) studeerde Tyge rechten en filosofie aan de universiteit van Kopenhagen. Zijn pleegouders vonden dat een geschikte studie om later in dienst te kunnen treden aan het Deense koninklijke hof.

Toen Tyge 15 jaar was, ‘verlatijnste’ hij zijn naam naar Tycho Brahe, zoals dat in de renaissance wel meer gebeurde.  Onder die naam zou hij doorheen de geschiedenis bekend blijven. Tycho kreeg in de loop der jaren ook interesse in andere studiedomeinen. Zo ontstond zijn belangstelling voor astronomie naar aanleiding van een zonsverduistering die hij in 1560 meemaakte. Hij ging vanaf 1562 verder studeren in Leipzig, Wittenberg, Rostock en Bazel. Hij begon zich meer en meer toe te leggen op astronomie en ging zelf waarnemingen doen die hij minutieus bijhield in een register. Voor die waarnemingen kocht hij instrumenten die hij verder verfijnde om tot betere resultaten te komen. Ook begon hij zelf instrumenten te ontwerpen. Zo bouwde hij in Augsburg een kwadrant die hij buiten de stad liet opstellen. De bediening van het instrument benodigde evenwel zoveel mankracht, dat er slechts één enkele waarneming per nacht mee kon gedaan worden. Resultaat van die vele waarnemingen was, dat Brahe als snel ontdekte dat de bestaande hemelkalenders en efemeriden, die de posities van sterren en planeten beschreven, zeer onnauwkeurig en daardoor onbetrouwbaar waren. Hij wilde daarom zijn leven gaan wijden aan het doen van zo correct mogelijke waarnemingen van de hemel om de bestaande informatie te verbeteren.

Het was tijdens zijn verblijf in Rostock in 1566 dat er zich weer een merkwaardige gebeurtenis afspeelde.  Tycho kreeg het daar op het bruiloftsfeest van een professor aan de stok met een Deense medestudent over de vraag wie van beide het best was in wiskunde. Omdat ze er met gewone argumenten niet uit geraakten, besloten de heren de kwestie in een duel met het zwaard op te lossen. Tycho werd daarin zwaargewond: zijn tegenstander sloeg hem een deel van zijn neus af. Voor de rest van zijn dagen zou Tycho dit letsel angstvallig verborgen houden achter een prothese van messing die hij dagelijks meermaals oliede en bepoederde. Bij Tycho ontstond nu ook de interesse in geneeskunde en alchemie.

In 1572 ontdekte Tycho een nieuwe heldere ster in het sterrenbeeld Cassiopeia.  Hij schreef er een boek over: “De Stella Nova” (Latijn voor: “over de nieuwe ster”).  Tegenwoordig weten we dat Tycho geen nieuwe ster zag, maar een supernova; een sterexplosie. Die supernova had een grotere helderheid dan de planeet Venus en bleef ruim anderhalf jaar zichtbaar. De ontdekking van de ster en de publicatie van het boek maakten Tycho beroemd in heel Europa en hij kreeg verschillende aanbiedingen voor wetenschappelijke posten. Hij nam uiteindelijk het aanbod aan van de Deense koning, Frederik II, om in Denemarken te blijven. De koning bood hem als werkplek het eiland Hven aan in de zee-engte Sont tussen Denemarken en Zweden, samen met een jaarlijkse subsidie die volgens huidige berekeningen ongeveer vijf procent van het Deense bruto binnenlands product bedroeg. Tot op de dag van vandaag een wereldrecord als het gaat om spenderen van geld aan een overheidsinstelling.

In 1576 werd op Hven de bouw aangevat van een kasteel met sterrenwacht, gelegen in een groot ommuurd wandelpark. Brahe liet zich inspireren door de grote renaissancevilla’s die hij in Italië had gezien. Voor de bouw trok hij vaklui aan uit heel Europa. Het kasteel kreeg de naam Uraniborg naar Urania, de muze van de sterrenkunde in de Griekse mythologie. Het vierkanten grondvlak van het terrein werd aangelegd in de vorm van een kompasroos met de hoeken in de vier windrichtingen. Het gebouw zelf mat 15 op 15 meter. Het woongedeelte was gereed in 1581. Het was de eerste sterrenwacht in Europa die speciaal voor dat doel was gebouwd, en meteen ook de laatste zonder telescoop als belangrijkste onderzoeksinstrument. Het observatorium beschikte over een globe, armillaria, grote muurkwadranten en sextanten. Van elk instrument waren er vier exemplaren aanwezig om gelijktijdig en onafhankelijk metingen te kunnen doen en zodoende fouten te kunnen minimaliseren. In de kelders bevond zich een laboratorium voor alchemie. Verder beschikte het kasteel over een bibliotheek. In de bijgebouwen waren een papiermolen, een drukkerij en een gastenverblijf ondergebracht. Maar al snel na de ingebruikname van de sterrenwacht bleken de gevoelige instrumenten in de torens te veel te bewegen in de wind. Daarom werd er in 1584 naast Uraniborg een tweede, kleiner observatorium gebouwd dat half ondergronds lag en de naam Stjerneborg kreeg. Verschillende wetenschappers uit heel Europa bezochten Uraniborg. Sommigen verbleven er enkele weken, anderen verschillende jaren en gingen deel uitmaken van het huishouden van Tycho Brahe.

Brahe had sinds 1572 een relatie met Kirsten Jorgensdatter, een meisje dat hij kende uit zijn geboortedorp. In 1573 trouwden ze, maar dat huwelijk zorgde voor een groot schandaal in Deense adellijke kringen omdat Brahe van adel was en zij “slechts” een gewoon burgermeisje. Ze woonden samen op Uraniborg en kregen 8 kinderen waarvan er 6 hen overleefden: twee zonen en vier dochters.

Tycho hield er in Uraniborg, als een echte renaissanceprins, een excentrieke levensstijl op na. Zo had hij onder andere een hofnar in dienst: een dwerg genaamd Jepp die over paranormale gaven scheen te beschikken en die als taak had de gasten te amuseren. Hij deed dit onder andere door zich tijdens de maaltijden vaak onder de tafel te verstoppen en zich daar, vooral tot groot jolijt van de gastheer, onledig te houden onder de rokken van de dames in het gezelschap. Een ander fenomeen dat deel uitmaakte van het huishouden was een tamme eland die als huisdier gehouden werd en die vrij door het kasteel liep. Het beest kwam op zeer bizarre wijze aan zijn einde toen Brahe het meenam op bezoek bij een bevriend kasteelheer. Daar kreeg de eland zoveel bier voorgezet dat hij dronken van de trap viel en overleed. De liederlijke levensstijl op Uraniborg was berucht in de “betere kringen” in heel Europa.

Intussen gingen de waarnemingen in de twee sterrenwachten onverminderd verder. Brahe beschikte in zijn carrière over een ploeg van meer dan 100 assistenten waaronder Willem Blaeu, die later zelf beroemd zou worden als cartograaf en globemaker, en Adriaan Metius, de Nederlandse wis- en sterrenkundige. Als het ware met militaire discipline werd er van avondschemer tot dageraad waargenomen. Brahe liet regelmatig dezelfde waarneming tegelijkertijd uitvoeren in zijn twee sterrenwachten om zo tot een nog meer betrouwbaar resultaat te komen. Hij liet enorme sextanten en kwadranten bouwen en hij was in staat om zonder de hulp van lenzen of telescopen waarnemingen te doen tot op twee boogminuten nauwkeurig. Hij bezat een parallacticum om de parallax van hemellichamen te berekenen en verschillende astrolabia om de positie van hemelse objecten ten opzichte van de hemelequator en de hemelpool te bepalen. Ook had hij verschillende uurwerken die toen al tot op de seconde nauwkeurig liepen. Zo bereikte hij bij zijn waarnemingen een wetenschappelijk niveau dat veel hoger lag dan dat van zijn tijdgenoten. De waarnemingen van Copernicus bijvoorbeeld, waren slechts nauwkeurig tot op tien boogminuten. Brahe bereikte een nauwkeurigheid van 2 boogminuten. Van al die waarnemingen werden zeer plichtsbewust verslagen gemaakt en cijferreeksen opgesteld.

Zo ontstond bij Brahe geleidelijk de visie dat het op dat ogenblik algemeen aanvaarde wereldbeeld van Ptolemaus niet correct was. Claudius Ptolemaus was een wetenschapper uit de tweede eeuw die leefde in het Egyptische Alexandrië. Hij was onder meer bekend als astronoom. Zijn opvattingen over astronomie schreef hij neer in zijn boek “Almagest” dat meer dan 1400 jaar de basis zou vormen voor de astronomische wetenschap in West-Europa en de moslimwereld. Hij had een geocentrisch beeld van ons zonnestelsel: voor hem was onze aarde het centrum van het zonnestelsel en van het universum. De zon en alle andere hemellichamen draaiden in een baan om de aarde. Dit geocentrisch wereldbeeld was meer gebaseerd op filosofische grondslagen (de idee van exceptionalisme) dan op concrete astronomische waarnemingen. (Exceptionalisme houdt in dat de mens uit zijn natuur een bijzondere positie bekleedt in het heelal). De mens als verstandelijk wezen onderscheidt zich duidelijk van alle andere vormen van leven en die positie laat volgens aanhangers van het geocentrisme niet toe dat de aarde niet het middelpunt zou zijn van het zonnestelsel en het universum. 

Het duurde tot in het midden van de vijftiende eeuw vooraleer dit geocentrisch wereldbeeld met wetenschappelijke argumenten bestreden werd. Het was de Poolse monnik Nicolaas Copernicus die op basis van waarnemingen tot de conclusie kwam dat niet de zon rond de aarde, maar de aarde rond de zon draait: een heliocentrisch wereldbeeld. Hij publiceerde zijn theorie in 1543 in zijn boek “De revolutionibus orbium coelestium“ (Over de omlopen van de hemellichamen). Het boek werd met grote interesse door de astronomische wereld van die tijd gelezen en becommentarieerd, maar veroorzaakte, ondanks de toch wel revolutionaire inhoud, geen grote ommekeer in de algemene visie op het wereldbeeld. Dat had verschillende redenen. Zo was Copernicus om te beginnen slechts een eerder onbekende wetenschapper die leefde in Oost-Europa, ver van de toenmalige centra van kunst en cultuur. Verder bracht zijn theorie geen praktische voordelen met zich mee. En tenslotte stootten de astronomen op een aantal contradicties in de waarnemingen van Copernicus. Dit alles had tot gevolg dat het werk van Copernicus enkel als “een mogelijke theorie” aan de Europese universiteiten onderwezen werd.

Brahe kwam, op basis van zijn waarnemingen, tot het besluit dat er veel waarheid school in de theorie van Copernicus. Maar tegelijkertijd kon hij het wereldbeeld van Ptolemaus niet loslaten. Zo ontwikkelde hij een theorie die als het ware een compromis vormde tussen de geocentrische en de heliocentrische visie. Het wereldbeeld van Brahe werd het “Tychoniaanse model” genoemd. Voor Brahe bekleedde de aarde een vaste plaats in het heelal. De zon en de maan draaiden volgens hem rond de aarde en alle andere hemellichamen draaiden in een baan rond de zon. Brahe’s wereldbeeld heeft nooit veel aanhangers gekend.

Interessant om weten is dat Brahe gedurende al zijn jaren op het eiland Hven ook de astroloog van de Deense koning was. Astronomie en astrologie waren in die jaren, en nog vele jaren later, sterk met mekaar verweven.  Zelfs Isaac Newton beoefende eind zeventiende/begin achttiende eeuw beide disciplines. Brahe was ervan overtuigd dat alle fenomenen die hij aan de hemel vaststelde (samenstanden van planeten, het verschijnen van kometen, eclipsen…) rechtstreeks invloed hadden op het leven op aarde.   

In 1588 stierf de Deense koning Frederick II. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Christiaan IV, die toen nog minderjarig was. Aanvankelijk had de jonge koning nog veel respect voor het werk van Brahe, maar die houding veranderde geleidelijk. Christiaan IV vond de activiteiten van Brahe op Hven op de duur maar ver­spilzucht en hij beknotte het budget van de man. Daar kwam bij dat Brahe in de loop der jaren door zijn vaak arrogante omgang met mensen en instellingen in conflict was gekomen met de inwoners van Hven en met de kerk. De eilandbewoners waren regelmatig hun beklag gaan doen bij de koning over de manier waarop Brahe met hen omging. Hij eiste hen vaak op voor allerlei werkjes en deinsde er niet voor terug hen op te sluiten in de kerkers die hij in zijn kasteel had laten bouwen. De Kerk van haar kant ging ook regelmatig bij de koning klagen omdat Brahe een aantal kerkelijke goederen verwaarloosde die hij hoorde te onderhouden. Tenslotte was er al jarenlang een discussie van Brahe met de overheid over het feit dat zijn kinderen niet van hem konden erven omdat hij getrouwd was met een vrouw die niet van adellijke afkomst was. Dit alles had tot gevolg dat Brahe in 1597 het eiland Hven verliet. Hij laadde zijn hele hebben en houden, zijn publicaties, zijn instrumenten, zijn familie, enkele van zijn medewerkers en zelfs zijn hofnar Jepp op karren en vertrok naar Rostock. Enige tijd later ging hij naar Wandsbek bij Hamburg, om in 1599 in Praag, op dat ogenblik de hoofdstad van het Heilig Roomse Rijk, te belanden. Hij kreeg daar de steun van keizer Rudolf II die hem tot hofwis- en sterrenkundige benoemde.

Brahe probeerde in Praag zijn wetenschappelijke activiteiten terug op te starten met de instrumenten die hij had meegebracht van Hven. Keizer Rudolf II bezorgde hem in 1600 nog een gedreven en nieuwsgierige jonge assistent: Johannes Kepler. Maar de zaken liepen niet meer zoals op Hven. Er werden niet veel nieuwe waarnemingen meer gedaan in Praag.

Op 24 oktober 1601 stierf Tycho Brahe. Ook de dood van de man is omgeven met merkwaardige verhalen en intriges. Volgens een overlevering nam Brahe enkele dagen voor zijn overlijden deel aan een banket bij een bevriende edelman. Hij moest dringend naar het toilet, maar volgens de toen gangbare etiquette was het ongepast de tafel te verlaten vooraleer de gastheer dit deed. Brahe bleef dus beleefd zitten en zou enkele dagen later gestorven zijn aan de gevolgen van een gesprongen blaas. Volgens een andere overlevering zou Brahe vergiftigd zijn door zijn assistent Kepler uit jaloezie omdat Brahe al zijn waarnemingsdata voor Kepler geheimhield die hij in de loop der jaren had vergaard. Na de moord zou Kepler alle data gestolen hebben uit het kasteel waar Brahe verbleef. En hij zou op basis van deze data enkele jaren later tot zijn drie beroemde wetten gekomen zijn die een verklaring gaven voor de volledige hemeldynamica. Wetten die een definitieve doorbraak betekend hebben voor het heliocentrische wereldbeeld waar Brahe nog eerder sceptisch tegenover stond.

Naar aanleiding van de 300ste verjaardag van het overlijden van Brahe werd zijn graf in Praag in 1901 geopend.  Men vond sporen van kwik in zijn lichaam terug, wat de geruchten over een moord alleen nog maar meer voedsel gaf.  In 2010 tenslotte werden zijn stoffelijke resten (voorlopig?) een laatste keer opgegraven in een poging om tot een definitief uitsluitsel te komen over de doodsoorzaak van Brahe. Opnieuw werd er een chemische analyse op uitgevoerd. Conclusie was dat de aanwezigheid van chemische stoffen te wijten zou zijn aan Brahe’s activiteiten als alchemist. De echte doodsoorzaak blijft onbekend, maar een nierfalen lijkt voorlopig het meest waarschijnlijk.

En zo blijft Brahe eeuwen na zijn excentriek leven nog steeds voor verwondering en verwarring zorgen. Zijn kasteel en zijn sterrenwacht op Hven werden enkele jaren na zijn vertrek volledig afgebroken door de eilandbewoners, die veel materialen gebruikten als grondstoffen voor hun eigen bouwwerken. Later werd er, op het terrein waar het kasteel eertijds stond, een kerkje gebouwd dat momenteel dienstdoet als Brahe-museum. De vlakbij gelegen sterrenwacht werd gereconstrueerd en voorzien van replica’s van Brahe’s waarnemingsinstrumenten.

Het wetenschappelijke belang van Brahe bestaat er vooral in dat hij de astronomie als wetenschap naar een voor die tijd ongekend hoog niveau heeft gebracht. Het wereldbeeld dat hij ontwierp, heeft niet lang standgehouden, maar zijn waarnemingsverslagen en astronomische data hebben rechtstreeks geleid tot de drie wetten die zijn assistent Johannes Kepler formuleerde over de hemeldynamica, en tot het heliocentrische wereldbeeld dat tot op de dag van vandaag aangehouden wordt.

Uit erkentelijkheid voor dit alles werd daarom één van de grootste inslagkraters op de maan met de naam “Tycho” bedacht. 

Afsluiting

Na dit interessant verhaal over het excentrieke leven en het uitgebreide speurwerk van die sterrenkundige pionier uit de 16e eeuw, dankte het gezelschap Jo voor zijn prachtig verhaal met een hartelijk applaus, waarop de voorzitter de studiebijeenkomst van februari afsloot.

Nationale sterrenkijkdag 2018

Lichte vrieskou en een behoorlijk schrale oostenwind, zorgden voor een prachtige sterrenhemel. De maan stond in de vooravond mooi boven de vijver, dicht bij de Plejaden. Het beloofde een prachtige avond te worden.

Franky had zijn kijker beneden naast de sterrenwacht opgesteld, en terwijl Dirk en Jan bezig waren met nog wat voorbereidingen in het lokaal, arriveerden de eerste bezoekers. Hierop trok Dirk snel naar boven om de koepel te openen en de kijker op de maan te richten, terwijl Paul, Jan en Jo hen beneden in het lokaal nog even wat wetenswaardigheden over sterrenkunde vertelden. Kort erna kon Dirk, boven op de sterrenwacht, iedereen de maan laten bewonderen met de kijker.

Toen het aantal bezoekers bleef toenemen werd een deel ervan beneden door Franky opgevangen die hen ook de vele diepe kraters op de maan toonde, terwijl anderen boven bij Dirk het maanoppervlak bewonderden. Ook bij een aantal jongeren was er duidelijk interesse en het was duidelijk dat ze niet voor het eerst iets over sterrenkunde vernamen.

Toen Dirk de kijkrichting van de maan naar de Orionnevel draaide en de mensen uitleg verschafte over objecten buiten ons zonnestelsel, kreeg het bezoek de keuze om de Orionnevel of de maan door de kijker van Franky te observeren. Intussen maakte Jo de mensen wegwijs aan de sterrenhemel en toonde hen hoe ze sterrenbeelden konden terugvinden.

Er werd ook gezorgd voor een warme tas koffie die wel in de smaak viel bij de erg gure oostenwind. Het was meteen een mooie gelegenheid om zich tussendoor even op te warmen.

Nadat de laatste bezoekers waren vertrokken werd de kijker ontmanteld, de koepel vergrendeld en de sterrenwacht afgesloten. Bij een prachtige sterrenhemel werden de laatste restjes koffie nog even weggewerkt en tevreden sloten we deze mooie, geslaagde kijkavond af.

                                                                                                                                                                                                 Jan

 

16:05 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

20-02-18

Aankondiging RACA 6 -2018 in Grapfontaine, Luxemburg (Be).

Naar jaarlijkse gewoonte trekt een delegatie van Noorderkroon naar Belgisch Luxemburg om zich daar tegoed te doen aan een astro-driedaagse. Hieronder kan je de Nederlandstalige aanmelding van OCA lezen:

Beste allemaal,

Tijdens het lange hemelvaartweekend van 10 tot 13 mei 2018 is er gelegenheid om elkaar terug te zien in het Observatoire Centre Ardenne voor onze jaarlijkse RACA ontmoeting.

Deelnemers aan vorige edities zeggen allemaal dat het een gezellige ontmoeting is.

Het is een samenkomst van amateurastronomen uit verschillende landen met een gezamenlijke passie! De onderwerpen van de sprekers zijn soms technisch, dan weer beschouwend, en zullen zeker de luisteraars boeien.

Net zoals vorig jaar hebben we een wedstrijd “hemelse objecten handmatig spotten, tegen de tijd” (naargelang de meteo!). Het wordt een moment van wederzijds ontdekken en verbroederen.

Er is ook gelegenheid om de OCA instrumenten te gebruiken zodra het weer het toelaat. Het Planetarium zal voor de RACA gemobiliseerd worden tijdens deze dagen. Zo kunnen we aansluiten bij het didactische en educatieve aspect van onze passie.

Wat betreft eten en drinken: dit jaar bieden we een gevarieerder menu aan. Naast broodjes zullen ook pasta's en Ardeense schotels te verkrijgen zijn. Bovendien wordt er 's avonds een cateringservice aangeboden (op reservering) naast de barbecue.

Voor degenen die hun eigen potje koken, staan een microgolfoven en elektrische kookplaten ter beschikking gedurende de hele periode.

Wat de overnachting betreft, is er gelegenheid om ter plaatse te kamperen. U kunt eveneens een comfortabelere overnachting vinden op de website van het Maison du Tourisme  www.foret-anlier-tourisme.be in de rubriek “Overnachtingen”.

Ik doe nu al een oproep voor een eventuele bijdrage tijdens voordrachten en/of workshops.  Indien u zich geroepen voelt om te komen spreken over uw favoriete onderwerp, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Zo kunnen we de verschillende voordrachten goed plannen en een programma opstellen dat aan ieders verwachting voldoet.

U ontvangt natuurlijk nog een volledig inschrijvingsformulier, zodat u de cateringmaaltijd kunt reserveren evenals het programma van deze RACA.

Hieronder vindt u een pre-registratieformulier dat u ingevuld naar ons kan terugsturen. De (ongewijzigde) tarieven voor deelname komen op 10 € per dag en 25 € voor het volledige weekend.

Aarzel niet om deze info door te geven aan uw leden, astronomiekennissen en iedereen die geïnteresseerd is in deze samenkomst.

Meer info? Neemt u dan contact met ons op. En als u een suggestie hebt om de organisatie te perfectioneren, dan is deze welkom!

Vanaf nu is de pre-registratie open!

We hopen dat jullie talrijk aanwezig zullen zijn!

_______________________

Société royale Cercles des Naturalistes de Belgique 

Association sans but lucratif  société fondée en 1957

Observatoire Centre Ardenne
Chemin de la Source, 100 B-6840 Grapfontaine Tel: +32(0)61/61.59.05 - +32(0)495/26.76.59. 
Courriel: ocacnb@hotmail.com URL: http://cnb.observatoirecentreardenne.be
IBAN : BE94 0013 2519 6014 BIC : GEBABEBB
Coordonnées GPS: 49.814904 N 5.399273 E

18:27 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

17-02-18

M81 en Cone nevel

Nog een paar DSO's van de afgelopen weken: M81 en een deel van de cone-nevel. Beide opnames hebben ongeveer een uur belichtingstijd op de teller. AT12RC/Mesu 200/Nikon D750.

conenebula RC 1h.jpg

81 ruwe data 1u.jpg

16:24 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Paardekop door de notenboom!

Ondanks het feit dat er steevast een giga-notenboom in de weg staat voor de Paardekopnevel, heeft lambert toch een poging gedaan om hem op de chip te krijgen:  IC434 in Orion, 30 minuten belichtingstijd.

paard 30 ruw a.jpg

16:18 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Verslagen Noorderkroon Januari 2018

Verslag van de bijeenkomst 26 januari 2018.

Administrativa

Aanwezig; Jan, Harry, Paul, Jo, Maddy, Diane, Dirk,  Franky, Job en Lambert. Speciaal welkom aan Paul en Job!

Goedkeuring vorig verslag.

Affiches Nationale sterrenkijkdagen werden verdeeld. Rest van promo-materiaal ligt al op de sterrenwacht..

Werken aan de Bever : kapwerken zijn in volle gang. We hebben nu al een veel ruimere blik op de sterrenhemel.

Onze zon is geel van kleur volgens info van de universiteit van Gent. Er schijnen andere meningen te zijn, zoals Stanford University die claimt dat de visuele kleur wit is.

Job viert zijn terugkomst met een stukje vlaai!  Bedankt,  Job, ’t was lekker!

Franky bracht theeglazen mee voor gebruik op de sterrenwacht. Onze theedrinkers kunnen gerust zijn; ’t zijn mooie glazen!

Verslag van de kijkavond.

12 januari 2018; onze eerste activiteit in het nieuwe jaar en het was een kijkavond. Nog steeds in de greep van bewolkt en supervochtig weer, maar dat kon niet verhinderen dat we met 8 Noorderkroners (Franky, Jan, Jo, Maddy, Diane, Harry, Dirk en Lambert) verzamelden in de archiefruimte. 

Omdat we afgesproken hadden bij bewolking een alternatief programma te bieden staken we van wal met een héél uitgebreide uitleg over meteoren, meteorieten en kometen. We zijn Franky dankbaar omdat hij gewillig (?) fungeerde als “supergeleider” voor het beantwoorden van suggestieve gestelde vragen. De daarbij horende antwoorden,  telkens het gesprek op de juiste sporen houdende.  Na een interactieve uitleg aan bord en met de bijhorende tekenlessen, wisten we al wat meer over baantrajecten, botsingen, geëxciteerde atmosfeerlagen, snelheid, enz. Na wat reflecties over botsingen in, bijvoorbeeld de ring van Saturnus,   kwamen we net z’n allen een beetje slimmer uit de strijd.  Omdat, en hier moet je echt niet proberen de link te vinden,  de  koffie soms zwart gedronken wordt, vroegen we ons af welke kleur de zon werkelijk heeft? Er is onenigheid over dit topic. De ene partij geeft heel resoluut aan dat het wit is, maar niet iedereen is hiervan overtuigd. Wordt  zeker en vast ingekeken. (nvdr. vervolg zie hierboven in rubriek “administratieva”).

We beëindigden de avond met een update van de werken rond de vijver, gebracht door onze voorzitter.                          LBe

 

Open agenda:

Jan:        Waarom springt een weerballon kapot op 35 km hoogte?

Franky:    Opwarming van de aarde?   Zou het aan kanteling kunnen liggen?

               Ringen van Saturnus, worden die groter?

Dirk:       Trappist, Unvignetted view of 50mm, wat wil dat zeggen?        

De weerballon van Jan en de atmosferische druk. Jan stelt zich de vraag waarom de ballon knapt als hij stijgt? Druk buiten daalt, maar tegelijkertijd zal de druk  binnen in de ballon ook dalen. En toch knapt de ballon.  We vermoeden de flexibiliteitsgrens van het gebruikte materiaal. 

De opwarming van de aarde heeft niets te maken met het kantelen van de poolas. Opwarming is te danken aan broeikasgassen die ingevangen warmte vasthoudt.

De ringen van Saturnus worden niet groter. We bespraken de dynamiek van de ringen. Jan haalde ook nog even de herdermaantjes aan:  ze kruisen elkaar in hun omloop en houden zo de ring zuiver.

Dirk , bezig met een onderzoek over TRAPPIST (de beroemde  60 cm RC kijker die gebruikt wordt voor exoplaneten-onderzoek) vond een formulering: “Unvignetted view van 50 mm”.  Dit  is een term die gebruikt wordt  om aan te geven welk gedeelte van een opname vignette-vrij is. We hebben het fenomeen “vignettering” uitgelegd en laten weten hoe dit op te lossen. 

Na deze boeiende uiteenzettingen werd een vrijwilliger gezocht…… om de overheerlijke vlaaien van Job aan te snijden!  Er werd gezellig gekeuveld tijdens het nuttigen van de versnaperingen. We informeerden bij Job naar de nachtelijke sterrenhemel boven Abu Dhabi. Wij maar klagen, maar……het is ginds niet veel beter! Job wist dat in een straal van 60 km rond Abu Dhabi zoveel stof en lichtvervulling is dat met moeite de Plejaden zichtbaar zijn. Slechts 2x in 5 maanden tijd was de lucht helder genoeg om, overdag,  op afstand de stad te zien. Omstandigheden overdag zijn ook bepalend voor hetgeen  ’s nachts zichtbaar kan zijn.   Boeiende gesprekken en lekkere vlaai; een goede combinatie!

Na de pauze gaf de voorzitter het woord aan Lambert voor zijn thematische uiteenzetting:

8 Protonen is genoeg!

Het 8e element in de elemententabel laat ons leven, ademen!  Niet alleen dat, het kleurt het heelal! Als we naar deepsky-objecten kijken door onze telescopen zien we (meestal) geen kleur. De grote uitzonderingen is het heldere groene dat we zien in bepaalde nevels. Het geheim achter dit gegeven is goed voor een boeiend verhaal. Een verhaal dat aansluiting vindt in onze levens en onze gedachten. Het opent poorten naar een heel nieuw niveau van onderzoek in de ruimte.

Even terug naar het lagere onderwijs: we leerden dat het universum bestaat uit 92 natuurlijke elementen en dat ze alle 92 hier op aarde te vinden zijn. Niet allemaal even interessant…. Bvb:  elke ademteug die je neemt is een gas-mix van 99.9% stikstof - zuurstof en wat edelgassen, waaronder een vleugje argon. Argon is een inert gas en zweeft hier gewoon rond. We gebruiken het enkel om onze verlichtingspeertjes te vullen, in lasers, etc. Het helpt ons niet, maar het schaadt ons ook niet.

Lucht bevat ook een zweem van waterdamp (H2O), welk voor 2/3e waterstof is. “Waterstof is het meest voorkomende element in de ruimte”, vertelde juf Clair ons en wie waren wij om dat tegen te spreken? Waterstof is het hoofdbestanddeel van onze hersenen! Het is dé primaire brandstof van onze zon! Het is dus van cruciaal belang voor ons bestaan! Bekeken vanuit het aspect “kosmische abundantie” komen we uit bij element nummer 2; Helium. Dit element brengt ons terug in de categorie “onnodig”. Als alle Helium van de aardbol zou verdwijnen, we zouden er weinig of niets van merken. Maar……..Helium is wel belangrijk!  In het binnenste van de sterren  ondergaat Helium fusie om zo het derde meest voorkomende element te vormen; zuurstof!  We zijn aangekomen bij de hoofdspeler van dit verhaal:  Zuurstof!

Onze bestaan rekent op zuurstof. Het combineert zich zo gemakkelijk met andere elementen dat we het overal zien op aarde, zelfs door onze telescopen! Alhoewel water voor 2/3e uit  waterstof bestaat (in termen van atomische make-up), haar gewicht bestaat voor 90 % uit zuurstof. Met dezelfde verhoudingen zien we dat ook de ringen van Saturnus hoofdzakelijk bestaan uit zuurstof, net als onze wolken, onze melkchocolade, onze poezen,…… Omdat vele andere elementen zo graag zuurstof opnemen,  “verbinden” zeg maar, ze zuigen het op als een spons, is er zo goed als geen hemellichaam dat vrije zuurstof kan herbergen. Onze aardse atmosfeer is de enige plaats in het door ons gekende heelal met massa’s beschikbaar.

Ons deken van lucht is 21% zuurstof omwille van één reden: planten! Ze absorberen zuurstof in één van zijn gecombineerde vormen koolstofdioxide en ze gebruiken de koolstof voor de stijfheid van hun bladeren en ze lozen moleculaire zuurstof als afval. Er zijn zoveel planten, bomen en kelp; onze atmosfeer staat stijf van de zuurstof!

Ten tijde van de Renaissance had niemand hier weet van. Niemand wist dat lucht een mengsel was van gassen, maar men was op zoek naar de kennis. De wetenschap ontdekte de hoofdbestanddelen :  de Schotse natuurkundige Daniel Rutherford ontdekte Stikstof in 1772 en twee jaren later isoleerde de Britse theoloog Joseph Priestly zuurstof. Men had snel door welke belangrijke eigenschappen beide elementen hadden: de ene ondersteunde leven en ontbranding en de andere niet! De ene niet-zuurstof-speler kreeg al snel een negatieve reputatie. Rutherford noemde het “noxious air” . Muizen die blootgesteld werden aan dit gas stierven snel. Zuurstof, daarentegen, dat was het kostbare levens-ondersteunende gas dat iedereen had willen ontdekken!  Omdat zuurstof zich zo gemakkelijk bindt aan andere elementen, maakt het dat dit element goed is voor 2/3e van het gewicht van elk levend wezen,  bijna zelfs de helft van het gewicht van de maan.

In het begin had het universum geen zuurstof. De bigbang creëerde Waterstof en  Helium en daarna,  een heel klein beetje lithium in de eerste sterren, maar geen zuurstof. De allereerste sporen van zuurstof verschenen miljoenen jaren na de BB, héél spaarzaam in het interieur van sterren. Sommige van die eerste generatie blauwe sterren draaide zichzelf binnenstebuiten tijdens gewelddadige uitbarstingen, om alzo hun schaarse zuurstof-sporen te dumpen in de leegte van de ruimte.

1920, de Britse astrofysische geleerde Arthur Eddington dokterde als eerste uit hoe de zon werkte. Hij argumenteerde als eerste dat de energie van de zon afkomstig moest zijn van  de fusie van 4 waterstofatomen in een nieuw heliumatoom.  Naarmate een ster ouder en ouder wordt zal er méér en méér helium gefusioneerd worden om uiteindelijk koolstof te produceren, op weg naar  zuurstof. Tegen de tijd dat een ster gelijk onze zon het einde van haar bestaan bereikt  en op het punt staat om in een witte dwerg te veranderen, bestaat ze uit één bal zuurstof en koolstof met weinig andere elementen. Net voordat de instorting tot witte dwerg gebeurd zal een ster met de massa van 8-zonsmassa’s materiaal uitstoten in de vorm van een uitdijende gasbubbel.  Hier komen wij, de waarnemers in beeld:  Wanneer we naar een planetaire nevel kijken zien we een oude centrale ster omringd door een gloeiende donut van miljarden tonnen zuurstof. Het uitgestoten materiaal zal op termijn, samen met ander materiaal afkomstig van supernovae,  de basis vormen van nieuwe ster- en planetenvorming, zoals ons zonnestelsel.

Terug naar zuurstof:  2.4 miljard jaren geleden had onze atmosfeer had geen zuurstof. Vanaf toen ging het een beetje anders lopen…. Een kleine 300 miljoen jaren geleden was de aardbol zo dicht begroeid met planten dat de lucht verzadigd was van zuurstof . Het zuurstoflevel bereikt een  35% concentratie (Nvdr: Er was wat twijfel of dit  wel kan, maar bij nazicht blijkt dat  meerdere bronnen een zuurstofwaarde van 35% tegen het einde van het Krijt aanreiken.) en gaf de insecten de kans om buitenproportionele afmetingen aan te nemen. Insecten met de spanwijdte van tegenwoordige adelaars waren geen uitzondering.  Teveel zuurstof is ook niet alles!

Terug naar de waarnemers, naar ons. We zien kleuren, maar de vraag is ” hoe komen ze tot stand?”  Zuurstof is een kleurloos gas, onderdruk zal het vloeibaar worden en blauw uitschijnen. In gasvorm gloeit het niet, tenminste als het koud is. Dat komt omdat een atoom enkel licht kan uitzenden als een elektron naar een lagere baan gedrukt wordt. (korter bij de kern). Atomen in rust (zoals de gassen die we inademen) zijn niet aangeslagen. Hun elektronen veranderen niet van baan en zullen daarom ook niet gloeien. We gaan eens naar de nacht kijken en verplaatsen ons naar hogere breedtegraden, bvb  Finland, Noorwegen. Daar zien we de meest nabije vorm van natuurlijk gloeiend gas: het Poollicht. Voor ons vanzelfsprekend, maar….

Tijdens de 19e eeuw, zelfs een stuk in de 20e eeuw werden onderzoekers gek van het gegeven poollicht. Wat is het en hoe komt het aan z’n groene kleur?  Spectroscopen  splitsten het licht van ene object in haar verschillende kleurcomponenten en onthulden dat poollicht een specifieke golflengte had van 557.7 nanometers. Vreemd genoeg, vergelijkingen met laboratoriumproeven  gebruik makende van verschillende gassoorten brachten geen antwoorden. Niks leek te kloppen wat men ook deed of dacht.  Vroeg in de20e eeuw concludeerde de Duitse astronoom Julius Scheiner dat het spectrum van een aurora identiek is aan het kathode spectrum van stikstof. FOUT!  Engelse meteoroloog Marshall Watts was heilig overtuigd dat het gloeien van het noorderlicht toegewezen moest worden aan kryptoniet.  FOUT!  Er volgden massa’s van fout stellingen tot uiteindelijk de Duitse spectroscopische expert Heinrich Kayser concludeerde dat “ we absoluut niets weten over de chemische oorsprong van de lijnen van het poollicht”. Dat was tenminste een statement!

Duitse onderzoeker Alfred Wegener, later bekend voor zijn theorie over platentektoniek, publiceerde een tekst waarin hij stelde dat het gloeien van het poollicht te wijten was aan een nieuw gas, het “Geocoronium”. Deze stelling die een nieuw, onontdekt  gas aanreikte was niet nieuw. Onderzoekers dachten voor decennia lang dat de groene gloed van de nevels die ze zagen op 500.7nm toe te wijzen was aan een substantie die ze “Nebulium” noemden. Het heelal scheen gevuld te zijn met onbekende elementen die niet op aarde voorkwamen. Jaren verliepen totdat de Noorweegse expert Poollicht-fysica Lars Vegard in 1924 dacht de puzzel opgelost te hebben. Hij publiceerde in “Nature” dat het typische spectrum van poollicht uitgezonden wordt door vast stikstof (stofdeeltjes).  Ze waren allemaal fout; Nebulium bestaat niet, net zoals Geocoronium niet bestaat. De oorsprong van de groene gloed was afkomstig van zuurstof, doodgewoon zuurstof!

In beide gevallen, diep in de ruimte of hoog in onze atmosfeer, het mysterie zit hem in de bijna-vacuüm-condities.  Onze juf Claire wist ons te vertellen dat zuurstof elektronen bepaalde toegelaten banen heeft rond de kern. Wanneer de elektronen aangeslagen worden door bvb hoge energie-UV straling van een ster, zal het elektron  een energetische sprong maken naar een onstabiele baan en licht uitzenden.  Kort bij het aardoppervlak is het zuurstofgehalte zo hoog dat de aangeslagen atomen zo snel met elkaar botsen dat als gevolg daarvan hun energie verkwist wordt, nog voor ze het kunnen uitzenden in de vorm van licht.

Hoger in de atmosfeer wordt het een ander verhaal, net als in het vacuüm van de ruimte: de aangeslagen elektronen kunnen “metastabiele” staat aanhouden alvorens te vervallen in een lagere baan en een lichtdeel uit te zenden. Hier worden de kleuren gegenereerd die niet onder aardse condities nagebootst kunnen worden. Deze “verboden straling” zoals ze genoemd werd kwam in een specifieke geel-groene kleurschaal bij 557.7 nm in de poollichten en bij 500.7 in de planetaire nevels. Bij de planetaire nevels bleek het te gaan over dubbel geïoniseerde zuurstof. Niks exotische….mysterie opgelost!!!!

Toevallig (en gelukkig) zijn onze ogen gevoelig voor deze emissies, maar niet iedereen “ziet” de kleuren.  Er zijn experimenten gedaan met groepen die op aurora-reizen gingen en daaruit bleek dat 50% de werkelijke intensiteit van het licht kan zien. Dat een kwart van de waarnemers het heldere groene licht slechts zagen als een zwakke groene gloed en een kwart van de deelnemers zag helemaal geen kleur. Dezelfde uitkomst bij telescopische waarnemingen . Niet alle deepsky-objecten geven een beeld van kleur. De bekendst die dat wel doen zijn de grote Orionnevel, de Katoognevel (NGC 6543) in de Draak en de Little Gem Nebula (NGC 6818) in de Boogschutter. Ga je kijken,; dan zie je zuurstof.  Spectroscopisch wordt het een stoofpotje. Afhankelijk van de bandbreedte heb je resultaten. Je registreert de dingen die er zijn, niet meer, niet minder. Maak je een fotografische opname dan gebeurd er iets eigenaardigs; het groen van de zuurstof verdwijnt  (overbelicht als wit) en het rode van de H-alfa (656,3nm) neemt over. Zuurstof wordt als het ware “weggebrand” van de opname. Bottomline is dat het middel van waarneming bepalend wordt van wat je ziet. Zichtbaar licht – spectroscopie of fotografisch .

Zuurstof kan nog helpen in andere puzzels en dat komt omdat zuurstof in drie verschillende “smaken” komt.  Zuurstof heeft drie stabiele isotopen, elk met hetzelfde aantal protonen, maar met een verschillend aantal neutronen in hun kern. Alle drie hebben ze dezelfde chemische eigenschappen, je kan ze alle drie vrij inademen!  Elk zuurstofatoom heeft acht protonen. De grootste meerderheid hebben ook acht neutronen. Tel de protonen en neutronen op en je komt uit op 16. Dus…..  de meest voorkomende vorm is O-16.Maar, een klein percentage van zuurstof heeft een of twee extra neutronen O-17 en O-18.

De eerste sterren in het heelal creëerden bijna 100% zuivere O-16. Latere generaties maakten progressief grotere aantallen van de zwaardere isotopen. Tegenwoordig meten we 1 op 500 zuurstofatomen met een extra neutron, terwijl 1 op 2000 atomen er twee extra heeft.

De ratio O-16, O-17 en O-18 isotopen in elke aardappel, puppy en rots hier op aarde volgt een simpele regel. Stuur je nu een lander naar Mars en je gaat bodemstalen bestuderen zal je al snel zien dat je een hogere ratio O-16 en O-17  hebt. Het verschil tussen aarde en Mars is 300  PPM (delen per miljoen), met Mars aan de hoogste kant.  Dus, zuurstof isotopen zijn eigenlijk vingerafdrukken, ze vertellen ons van welke planeet een rots komt. Daarom kunnen we een bepaalde meteoriet linken aan Marsgesteente. We kennen meteoren die afkomstig zijn van planetoïde Vesta, ook met een PPM van 300 lager dan de aardse waarden.

Hier gaat het vreemd worden: als we een maanrots gaan analyseren komen we uit op……..dezelfde ratio dan aardse gesteenten. Het is alsof de maan een aardse afkomst heeft. We meten slechts een afwijking van 1 op 50.000 .  Dit geeft weer een probleem. Bijna elke planetaire geleerde denkt dat de maan ontstond uit een botsing van de aarde met een Mars-sized hemellichaam genaamd Theia. Natuurkundige wetten reiken aan dat na een botsing het gevormde hemellichaam een mix moet zijn van aards materiaal en van Theia-materiaal en toch meten we uitsluitend aards materiaal.

Elke paar jaren wordt er wel ergens een paper gepubliceerd dat of poogt het zuurstof-issue uit te leggen of anderzijds de botsing tussen aarde en Theia in diskrediet te brengen. Een her-analyse in 2014 van de Apollo maanrotsen  gaven een héél kleine afwijking tussen beide zuurstofwaardes (Aarde-Theia), héél weinig, maar misschien nét genoeg om de botsingstheorie op tafel te houden.

Misschien, in de nabije toekomst, zien we de distinctieve vingerafdruk van gloeiend zuurstof op een exoplaneet en weten we…..het groene signaal kan een startschot betekenen, want …. We hebben dan de handtekening van planten gevonden op een andere wereld!  Opnieuw zal zuurstof onze gids zijn tijdens nieuwe ontdekkingen.                                                             

                                                  LBe                                                             

15:41 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Verslagen Noorderkroon december 2017

Administrativa

  • Lidgeld Noorderkroon 2018:  Noorderkroon zal nog steeds de ongewijzigde contributie van 15 euro p.p.  Voor dit bedrag bent U weer een gans jaar lid van Noorderkroon, ontvangt u maandelijks het infoblaadje en krijgt u korting tijdens de jaarlijkse uitstap. Storten doe je op het rekeningnummer:

De Noorderkroon

BE 13 1030 4513 1239

p.a. Noorderkroon Haag 27

                                                                   3930 Hamont-Achel

  • Jan liet de uitnodiging van een full dome voorstelling in het Planetarium te Brussel rondgaan. Noorderkrooners die interesse hebben voor de premiere van “Explore” kunnen inschrijven via het web. 
  • Project rond culturele samenwerking met Cranendonck.
  • Verslag november goedgekeurd
  • Inschrijven sterrenkijkdag 2018   20 sterrenkaarten gratis
  • Planetenpad aan de Bever? Voorgesteld aan belevingsgroep, maar hier de twijfel of twee planetenpaden wel zinvol zijn.
  • De ongelukkige val van Diane tijdens de kijkavond van November is onder behandeling bij onze verzekeraar. Met dank aan Jo en Dirk voor de goede zorgen.
  • We horen dat Paul goed recupereert  na zijn fietsongeval. Het doet ons plezier en hopen Paul snel weer in ons midden zal zijn.
  • Job laat via het secretariaat zijn groeten overmaken aan de Noorderkroners. Nog even en zijn uitzending in het buitenland zit er op en kunnen we ook Job weer in ons midden verwelkomen!

Verslag van de bijeenkomst

 

Onmiddellijk na het openen van de bijeenkomst nam de voorzitter de gelegenheid om, naar jaarlijkse traditie, de beginnen met zijn Eindejaarspeech:

Beste Noorderkroners,

 t Is de eerste keer dat we zo vroeg op ’t jaar deze vergadering houden. We hebben na deze vergadering nog één kijkavond, en dan is 2017 weer afgelopen.

Rond onze toren aan De Bever,  zijn deze winter en in het voorjaar grote werken gepland, aan de vijver en haar omgeving.De vissen zijn er al afgehaald, en binnenkort wordt een groot gedeelte van de bomen gekapt. We hopen van deze werken  niet teveel hinder te zullen hebben, maar als de bomen weg zijn, hebben we een beter zicht op het oosten en het zuidoosten.

Dit jaar hebben we er 2 nieuwe leden bij gekregen,  en dat is dus groei van 8% en dat is eigenlijk wel goed voor een kleine vereniging als de onze. Er mogen nog altijd nieuwe leden bij komen, er is plaats genoeg, dus als je wilt reclame maken, we houden je niet tegen.Want daar werken we allemaal voor.

Dus aan iedereen die in het afgelopen jaar op de een of andere manier zijn steentje heeft bij gedragen, dank je wel. En ook al is nog een beetje te vroeg,  ik zeg het toch. Aan iedereen  een vrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar. 

Dirk. 

Aansluitend bracht onze penningmeester het Kasverslag Noorderkroon 2017. Jan merkte op dat, omwille van de vroege algemene ledenvergadering, het kasverslag een momentopname was. Er moeten nog wat “ in’s en out’s” genoteerd worden voordat het jaar definitief afgesloten is. Jan presenteerde, in zijn gekende en uiterst gedetailleerde manier, een volledig zicht op de financiële bewegingen van het afgelopen jaar. Onze balans eindigde licht negatief, maar daarvoor had Jan enkele duidelijke redenen opgesomd. We hebben onze jaarlijkse reis licht negatief afgesloten omdat we aan  (uitzonderlijke en wel besproken)  refunding gedaan hebben. Ook de aanschaf van een beamer had zijn impact op de balans. Deze zaken in acht genomen maakt dat we ook in 2017 het niet slecht gedaan hebben.

Na het kasverslag mochten we genieten van (ook weer traditie!) enkele zeer smakelijke cakes die Dirk en echtgenote voor ons gebakken hadden.  Dirk wil het recept maar niet prijs geven, maar  wij van onze kant,  hebben hier geen bezwaar tegen zolang hij maar cakes blijft aandragen!  

Na een korte pauze bracht de secretaris het jaarverslag aan de hand van een PowerPointpresentatie. We bekeken alle activiteiten die het afgelopen jaar de revue passeerden. Alle open agenda-onderwerpen die we behandelden werden nog eens aangehaald, net als de thematische onderwerpen die we tijdens de maandelijkse bijeenkomsten besproken hebben. We verheugen ons ook op het feit dat we het eerstvolgende kwartaal een uiteenzetting zullen gaan krijgen van Jo. Onderwerpen gebracht door andere dan de gewoonlijke sprekers dragen in hoge mate bij aan diversiteit en kunnen drempelverlagend  werken, naar de toekomst toe. Een zeer aan te moedigen initiatief, waarvoor dank aan Jo!  Het jaarverslag werd afgerond met enkele analyses en vooruitzichten.

Na het jaarverslag was het aan Jo om onze algemene kennis te testen middels een quiz. Aan de hand van een 15-tal multiple choice-vragen was Jo op zoek naar de kenner der kenners. De vragen gingen van ludiek, via kennis en deductie naar “pffff…wat zou dat kunnen zijn?” om uiteindelijk tot een eindstand te kunnen komen. We eindigden met een ex-aequo; 2 deelnemers die de hoogste score hadden. Jo had dit natuurlijk voorzien en had als ultieme schiftingsvraag de opdracht: geef het aantal correcte antwoorden dat er in zijn totaliteit gegeven werd?  Jan Hermans zat het dichtst bij het correcte aantal en mocht zichzelf kronen als zijnde de winnaar van Jo’s  Eindejaar Quiz!  Proficiat aan Jan en dank aan Jo voor het samenstellen van deze toffe quiz. We hopen dat dit een jaarlijks terugkomend fenomeen kan worden!

Omdat er nog wat tijd over was had Jan enkele videofragmenten van  astrofysicus Frank Linde  voor ons in petto. Frak Linde bracht op heel begrijpelijke wijze enkele thema’s naar voor;   Brandt de zon nog en Donkere materie.  Een fijne meeting die we afsloten net voor middernacht!

                                                                                                                                                                            Lambert

 

Verslag van de kijkavond.

Het was weer al bewolkt, we beginnen het stilaan gewoon te worden.Gelukkig hebben we nu een alternatief programma en voor deze avond hadden we "dia's uit de oude doos" voorzien.Oude dia's uit het prille begin van onze vereniging met een al even oude projector, die het ondanks enkele ouderdomskwaaltjes, de dia's liepen niet volledig automatisch door, nog goed werkte.Het werd een gezellige avond, met een kopje koffie en de uitleg van jan bij de dia's indien nodig. ook al waren we slechts met drie leden.

 

Dirk

 

 

15:38 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

09-01-18

Na een lange tijd van pover weer.......

De zomer was triestig, het najaar al niet veel beter en de winter is ook heel wisselvallig ingetreden. De kijkers zitten zo goed als werkloos onder de koepel. Om het één en ander te doorbreken heeft Lambert de gelegenheid te baat genomen van het moment er ook maar enkele sterretjes te zien waren. Tussen de wolken door en met een waterige volle maan in de buurt zijn er toch nog een paar plaatjes geschoten. Hieronder een "snelle" opname  van de Orionnevel:

orion RC darks2 test HDR colorFX pro 2.jpg

Opname gemaakt met de 300mm Ritchey Chretien.

Belichtingstijd (slechts) 18 minuten.

M51 raw stack 80m PS.jpg

Ook nog snel een opname van M51 kunnen maken met de  300mm RC.

Met een beetje geluk wordt het één dezer dagen wel helder en kunnen we vol gas gaan!!

 

20:56 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

12-12-17

Agenda 1e kwartaal 2018

Kwartaalagenda 1e kwartaal 2018.

Januari  2018.    

 Studiebijeenkomst: 26-01-2018  Michielshof  20.15u

Onderwerp: open agenda &  Zuurstof, “Acht is genoeg”  door Lambert

Kijkavond:   Maan en Mars + alt prog: “Dia’s uit de oude doos “

Wanneer:     12-01-2018 vanaf 20.00u aan de sterrenwacht.  

 

Februari 

Studiebijeenkomst: 09-02-2018  Michielshof 20.15u

Onderwerp: open agenda & Tycho Brahe door Jo.

Kijkavond:  Nationale sterrenkijkdag + alt prog:   “Macht van Tien” door  Jan Hermans

Wanneer:    23-02-2018   vanaf  20.00u aan de sterrenwacht

 

 Maart 2018.               

Studiebijeenkomst:  23-03-2018  Michielshof zaal 202  20.15u.

Onderwerpen :  Open agenda & Trappist met Dirk Schuurmans.

Kijkavond:  Deepsky

Wanneer: 09-03-2018 vanaf 20.00u  aan de sterrenwacht  + alt prog:   “Brandpuntsafstanden”.

16:58 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

29-11-17

Verslagen Noorderkroon november 2017

Administrativa

 

  • Lidgeld Noorderkroon  2018:  Noorderkroon zal nog steeds de ongewijzigde contributie van 15 euro p.p.  Voor dit bedrag bent U weer een gans jaar lid van Noorderkroon, ontvangt u maandelijks het infoblaadje en krijgt u korting tijdens de jaarlijkse uitstap. Storten doe je op het rekeningnummer:

De Noorderkroon

BE 13 1030 4513 1239

p.a. Noorderkroon Haag 27

                                                                  3930 Hamont-Achel

 

  • Verslag oktober: opmerking: Heeft licht massa?.. foutief geformuleerd in het verslag. Licht heeft geen rustmassa!
  • Werkgroep Beleving. Bomenwandeling de Bever: toegelicht door de voorzitter aan de hand van een luchtfoto met daarop de markering van de kapwerken.  Noorderkroon heeft het idee van een educatief Planetenpad voorgesteld.  
  • Verschillende leden voldeden hun lidgeld groepsinschrijving VVS bij de secretaris.
  • Paul heeft ons laten weten een paar maanden "out of running" te zijn vanwege een fietsongeval. We wensen Paul een spoedig herstel. Het secretariaat regelt in tussentijd zijn deelname aan de groepsinschrijving VVS.

 

Open agenda: 

Jan: waarom gebruiken we geen fresnellenzen in plaats van dikke bolle lenzen?

Jo: we kunnen met de huidige kijkers miljarden lichtjaren wegkijken en zien hun oeroude licht. Zijn er nog objecten die we niet zien? Heeft men weet van objecten die we (nog) niet kennen?

Gerard: Springtij om de 14 dagen?  Wat is het verschil met het gewone tij?

 Hoe kan de atmosfeer bij ons blijven?

Lambert: Hoe waarschijnlijk is de kans op een levensvorm? Eukaryoten

 

Fresnell-lens: komt voor in vuurtorens. Jan wist dat fresnel-lenzen ook voorkomen in camera's, overhead-projectors en verschillende andere applicaties, We hebben geen weet van toepassingen in de sterrenkunde. Mogelijk zouden de diverse optische assen moeilijk, tot misschien onmogelijk, af te stellen zijn. Hoedanook, we hadden geen pasklaar antwoord en zullen proberen de optische mogelijkheden verder uit te diepen.

Afstanden in het heelal  maken dat licht lang onderweg is en dat je van sommige objecten wel mag aannemen dat ze nog steeds bestaan, zij het in een andere vorm, maar nog wel degelijk bestaan. 

Springtij, de kombinatie van zon en maan aan een kant van de aardbol maakt dat er springtij is. We tekende verschillende scenario's op het bord om één en ander te verduidelijken.

Een atmosfeer kan enkel bij een planeet blijven als er genoeg massa, dus zwaartekracht aanwezig is. Een klein hemellichaam kan moeilijker een atmosfeer vasthouden.

 

Leven, een toeval? We hielden een heel geanimeerd gesprek over de mogelijkheid van het ontstaan van intelligente levensvormen. We namen als uitgang de formule van Drake die heel optimistisch is over het aantal intelligente beschavingen in het heelal. Het feit dat er met variabele parameters gewerkt wordt, maakt dat je de uitkomst van deze formule kan manipuleren. Een bijkomend gegeven dat bepaald dat (vreemde) cellen hoogst uitzonderlijk kunnen samensmelten en dan ook nog reproduceerbaar zijn (eukaryoten), geeft als uitkomst dat een spontane nieuwe levensvorm wel héél uitzonderlijk is. Misschien is leven in het heelal slechts een toevalligheid?

 

We beëindigden een heel geanimeerde open agenda om 22.20u. Na een korte pauze kreeg Jan het woord en bracht ons "Stormen".

 

                                                             Stormen met orkaankracht

Als er zware stormen voorkomen in het westelijk deel van de Stille Oceaan worden ze Tyfoon genoemd, in de Indische Oceaan heten ze cyclonen. Orkaan, tyfoon, cycloon; alleen de benaming is op diverse plaatsen op aarde anders. Het zijn vooral zware wervelwinden die in de atmosfeer optreden.

Wat gebeurt er in onze atmosfeer?

De atmosfeer is een erg dunne laag van gasdeeltjes die, over verschillende sferen het aardoppervlak omringt tot een hoogte van circa 100 -120 km. Vergelijken we de aarde met een voetbal van 30 cm diameter, dan is het een laag van ca 3 mm dik. De onderste laag ervan is de troposfeer. Hier is de luchtdruk het hoogst en deze neemt af met de hoogte. In die laag, dicht bij het aardoppervlak, komen winden voor die orkanen kunnen veroorzaken.

Hoe ontstaan winden?

Bij de evenaar wordt de lucht sterker verwarmd dan op noordelijker breedtes en zal uitzetten. Warme lucht is lichter en stijgt op. Omdat de lucht ijler is zal de luchtdruk ook dalen en ontstaat er een lagedrukgebied.

Bij de polen is de lucht het koudst en daar heerst dus een hogedrukgebied. Vanuit het hogedrukgebied zal dan koude lucht in de richting van het lagedrukgebied stromen. De opgestegen lucht van het lagedrukgebied koelt in de hogere luchtlagen weer af en zakt terug naar het aardoppervlak.

Op de aarde gebeurt dit echter niet van de polen naar de evenaar, maar de opgestegen lucht koelt al af en zakt ter hoogte van circa 30° N en 30°Z. terug naar beneden. Daar drukt ze dan op de aanwezige luchtlagen en veroorzaakt opnieuw een hogedrukgebied. Door die druktoename zal ook de temperatuur er stijgen en er ontstaat een hogedrukgebied. Hier splitst de dalende luchtstroom zich en een deel ervan stroomt naar het Noorden en een deel naar het Zuiden.

Het gedeelte lucht dat verder over het aardoppervlak naar hogere breedtes stroomt, ontmoet ter hoogte van 60° de hogedrukgebieden van de polen. De koude zwaardere hogedruklagen van de polen drukken de aankomende lucht terug omhoog en veroorzaken opnieuw een lagedrukgebied.

De bewegingsrichting van de lucht is altijd van Hogedruk- naar een Lagedrukgebied. 

Terwijl de zon de aarde opwarmt draait onze planeet haar dagelijks rondje om haar eigen as. Bij de evenaar is de omtrek van de aarde circa 40.000 km en leggen we aan het oppervlak dus 40.000 km/ dag af t.o.v. een vast punt. Op onze breedtegraad (51°N) is dat ongeveer 24.000 km en is de snelheid ± 1000 km/h. Op de polen is de af te leggen weg 0 km.

Als de lucht zich vanaf een hogedrukgebied richting Lagedrukgebied beweegt kan ze dus nooit op dezelfde lengtegraad bij een andere breedte aankomen, omdat het aardoppervlak zich intussen verplaatst heeft. Dit noemt me het Corioliseffect. De lucht die van 30°noordelijk en van 30° zuidelijk terug naar de evenaar stroomt, beweegt altijd naar het westen. Die luchtbewegingen zijn de passaatwinden die altijd van oost naar west waaien.

Bij het verplaatsen van een hoge- naar lagedrukgebied zal de wind op het noordelijk halfrond altijd naar rechts afbuigen. Op het zuidelijk halfrond gebeurt dit altijd naar links.  Hierbij moeten we goed opletten op welke locatie het hogedrukgebied zich bevindt.

Omdat de aardas ook nog een hoek van 23.5° vormt met de ecliptica, ontstaan er seizoenen. De warmste zone verplaatst zich dus beurtelings van noord naar zuid, in een zone tussen de Kreeftskeerkring over de Evenaar naar de Steenbokskeerkring en terug. Die strook vormt geen rechte lijn van oost naar west, maar zigzagt over de aarde, omdat het vasteland sneller wordt opgewarmd dan het water. Dit noemt men de InterTropischeConvergentie Zone of ITCZ.

Orkanen ontstaan altijd in de onderste laag van de dampkring; de troposfeer. Ze ontwikkelen zich gedurende een welbepaalde periode. Op het noordelijk halfrond meestal tussen juni en november, want in deze periode van het jaar is de zeewatertemperatuur er het warmst. Verdamping van het warme zeewater is een van de stuwende krachten bij een orkaan.

Orkanen ontstaan boven zee in tropische gebieden tussen de 5e en de 20e breedtegraad, maar nooit bij de evenaar (geen corioliskracht)

Alle tropische depressies voldoen aan enkele kenmerken:

  • voldoende atmosferische warmtestroming.
  • een gesloten circulatie (dat wil zeggen: volledig rond en niet onderbroken door een front)
  • een warme kern: de warmste lucht bevindt zich in het oog van de depressie.
  • Het corioliseffect moet groot genoeg zijn.
  • De temperatuur van het zeewater moet minstens 26.5 °C zijn. (verdamping)

Een orkaan of cycloon kent twee draairichtingen; Op het noordelijk halfrond draaien de orkaanwinden tegen de klok in. Ze worden afgebogen door de draaiing van de aarde (het Coriolis-effect). Op het zuidelijk halfrond draaien orkanen - om dezelfde reden - juist in omgekeerde richting.

In theorie zou een orkaan dus ook van draairichting moeten veranderen als de evenaar gepasseerd wordt, maar doordat de Corioliskracht het sterkst is aan de noord- en zuidpool, en het zwakst rond de evenaar, komen er binnen een afstand van zo’n 5 breedtegraden boven en onder de evenaar geen orkanen voor.

Orkanen verplaatsen zich met de passaatwinden in westelijke richting. Ze draaien dan weg van de evenaar en drijven langzaam richting de pool. Hierbij nemen ze in snelheid toe t.g.v. de verschillende draaisnelheden op aarde. Door de opname van grote hoeveelheden warm zeewater gaan ze gepaard met hevige stortregens en enorm hoge windsnelheden waardoor ze erg veel schade veroorzaken als ze land bereiken.

Uiteindelijk, als ze lang genoeg bestaan, zullen ze ver genoeg naar het noorden afdrijven en komen in een band van westelijke winden terecht op de gematigde breedtegraden. Als dit gebeurt, kan een orkaan weer naar het oosten draaien en vervolgens een pad volgen, dat doorgaans oost- en noordwaarts loopt. 

Veel orkanen draaien terug naar het oosten als ze koeler land of koelere zee bereiken.

Op onze breedtegraad komen geen orkanen voor omwille van de te lage temperatuur, We kunnen soms wel voordeel halen uit de uitlopers van afgezwakte orkanen door gebruik te maken van de afgezwakte restwinden.

                                                                                                                                                          Jan

17:23 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

05-11-17

Verslagen November 2017

Administrativa

  • Jo was jarig en trakteerde ons op lekkere cake.
  • Jaarlijkse lidgeld VVS: verschillende mensen schreven meteen in  voor de jaarlijkse groepsinschrijving. De secretaris zorgt voor de administratieve afhandeling, de financiële afhandeling graag regelen met de secretaris  uiterlijk tijdens de kijkavond van november ( 17-11-2017).  Op 1 december  vervalt het voordeel van 4 euro per persoon. De leden die zich al opgaven  zijn Jo, Paul, Dirk, Lambert, Jan, Kring, Gerard, Maddy en Mark. Check voor 17 november even met het secretariaat of jullie adressen nog goed zijn (we gebruiken de adressen waar de maandblaadjes naartoe gezonden worden) en of het secretariaat jullie geboortedatum en lidnummer VVS ter beschikking heeft. Sta je niet in bovenstaande opsomming en je wil alsnog gebruik maken van de groepsinschrijving, maak dit tijdig kenbaar, want op 18 november wordt de inschrijving afgesloten.
  • Lamp van de sterrenwacht-archief is kapot, magnetisch slot trap is gemaakt.
  • Nacht van de Duisternis besproken.
  • Verslag goedgekeurd (onder voorbehoud, want onze voorzitter miste een bepaalde passage in het verhaal).
  • Persvoorstelling De Bever. Status van het project werd besproken.
  • Voorzitter trad op als moderator en de secretaris nam (bij gebrek aan) de notulen.

 

Open agenda:

Maddy:  Is de nobelprijs voor fysica zwaartekrachtgolven belangrijk?

  Antenne naar de achterkant van de maan? Meten van achtergrondstraling.

Gerard: uitdijing van het heelal? Hoe gaat dat? 

Mark: temperatuur: absolute nulpunt; kan het langer dan de laagste temp en is er ook een absolute max temp?  Hoe wordt dat gemeten?

Jo:  Hoe wegen we de massa van hemellichamen

Dirk: Heeft licht massa?

Einstein voorspelde de zwaartekrachtgolven. Hoe belangrijk is het ontdekken van die golven? Het belang van de zwaartekrachtgolven. De ontdekking van het Higgs-deeltje was een pijler van een theorie. Om die theorie te staven moeten er bewijzen gevonden worden. De zwaartekrachtgolve  zijn een belangrijke waarneming.

Achtergrondstraling: om onnodig signaal te blokkeren gebruiken we de maan als schild om storende straling van de aarde af te schermen. Korte uitleg over de achtergrondstraling: echo van de Big Bang  Verder opzoeken wat de reden is? Bron: Universiteit Nijmegen Radboud  Radiolab? 

Uitdijing van het heelal.  Edwin Hubble toonde de uitdijging van het heelal aan. De Hubble constante probeerde de uitdijing in een formule te gieten. Hoe verder weg, hoe sneller de uitdijing. Donkere energie zou de stuwing kunnen zijn?  Hetgeen we zien is slechts 5% van de totale massa die we meten. De rest zou donkere materie en donkere energie zijn. Verdeling van  materie speelt hier ook een rol.

Absoluut nulpunt: -273.24° C    = 0Kelvin. Temperatuur is de mate van beweging van atomen in een bepaald materie. Bij het absolute nulpunt is er geen beweging meer en kan dus niet kouder worden. Wat is de maximum temperatuur?  Onmogelijk vast te stellen, we keken naar stervorming, plasmawolken, pulsars en uiteindelijk de Big Bang.

Hoe meten we de massa van hemellichamen?  Eerst en vooral gaan we kijken naar het soortelijk massagewicht.  Massadichtheid. Berekeningen aan de hand van afstand , snelheid en spectraalanalyse maken het mogelijk om een beeld te scheppen van het waargenomen object.

Heeft licht massa?  Einstein zegt dat licht aan lichtsnelheid geen massa heeft. Fotonen zijn pakketjes energie:  licht heeft geen rustmassa. 

Na de pauze gaf de voorzitteer het woord aan Lambert voor zijn uiteenzetting.  Lambert opende met het onderstrepen van het belang om op tijd en stond nog eens terug te keren naar de basis.  Er werd geopteerd om nog eens de presentatie "Op reis van hier naar......" te brengen. Onze secretaris maakte deze presentatie jaren geleden om als basis te gebruiken voor  zijn sessies inleidende sterrenkunde voor de leerlingen van de 5e en 6e klassers van het lagere onderwijs.

 

Op reis van hier naar.....

 

 

Een virtuele reis doorheen onze gekende ruimte, dat is de insteek. Onderweg even bespreken wat we tegenkomen, zonder gebruik te maken van formules, zonder een opsomming van eindeloze getallenreeksen, want daar blijft bij een inleiding toch niets van hangen. Kortom, een gemoedelijke uitstap, links en rechts voorzien van een ludieke vergelijking of experimentje.

 

Als je op reis gaat heb je een plan. Waar ga je heen? Wel, voor ons was dat vrij gemakkelijk€¦.we zijn hier en we willen weg, ver weg! Ons station in dit geval; de zon. We vertrekken vanaf de zon omdat de zon de hoofdspeler is in ons zonnestelsel, vanaf de zon vatten we onze reis aan. We kennen het belang van onze zon. Ze zorgt voor licht en warmte, een paar heel essentiële zaken. We bekeken even een paar structuren op de zon, zoals protuberansen, zonnevlekken en granules. We hebben ook even gekeken hoe groot onze zon is. Vergeleken met andere sterren is onze zon maar een sterretje 

 

We hebben kennis gemaakt met ons vertrekpunt en het belang ervan onderstreept; Hoogste tijd om te vertrekken naar de planeten.  Van de kleine, kale Mercurius naar de broeierige Venus die, dank zij haar broeikaseffect geen verblijfsvriendelijke planeet is, om dan toe te komen bij de Aarde. De Aarde is een speciale plaats; net op de juiste plaats om een aangename temperatuur te kunnen handhaven en, heel voornaam, een abundante hoeveelheid water. Licht, warmte en vloeibaar water; hoofdbestanddelen voor het leven  dat veelvuldig op Aarde te vinden is.  Vanuit de aarde zetten we onze reis verder en komen in no time aan bij onze maan.  We bekeken enkele beelden van de maan en zagen dat vooral de kleur grijs de meest voorkomende kleur was (eigenlijk de enige kleur, te danken aan het overal voorkomende regoliet).  Onze reis ging verder naar Mars en haar bijzonderheden. De presentatie was opgesmukt met de laatste beelden die we van Mars binnen kregen. Mooi gedetailleerde beelden  van stromingspatronen die aantoonden waarom de zoektocht naar water op Mars zo actueel is. Nog even Mons Olympus aangedaan en de hoogte van deze vulkaan vergeleken met onze hoogste berg op Aarde. Wist je dat je Belgie zonder problemen zou kunnen verstoppen onder Mons Olympus? We keken nog even naar de eigenaardige maantjes Phobos en Deimos.

Tussen Mars en Jupiter, onze volgende planeet op ons reisschema, vonden we de planetoidengordel, een ring van brokstukken die dankzij het zwaartekrachtsveld van de zon en de planeet Jupiter zich netjes genesteld heeft op deze plaats. We zagen beelden van planetoïden, van heel klein (een paar honderden meter doormeter) tot één van de grootsten, Vesta. We weten dat de brokstukken die in deze ring zitten de restmaterie is van het vormingsproces van ons zonnestelsel. Vanuit de planetoidengordel zagen we de grootste planeet van ons zonnestelsel, Jupiter. Jupiter, een gasplaneet,  is een belangrijke planeet. Ze is groot, kleurrijk en heeft door haar massa een beschermende rol. We zagen in het verleden al een komeet te pletter slaan in haar atmosfeer.  Jupiter heeft een hele rits manen. We toonden enkele van de bekendste, maar hielen even halt bij Io. De maan waar men  voor het eerst een actieve vulkaan buiten de aarde vond. Io is een geologisch actieve maan en dat is enkel en alleen te wijten aan de aanwezigheid van Jupiter in de onmiddellijke omgeving.

 

Van Jupiter ging de reis verder naar de andere planeten, van de majestueuze Saturnus naar Uranus, Neptunus, om dan uit te komen bij Pluto. Deze laatste werd (ook al voelt de spreker zich hier niet happy bij)  niet meer las planeet gezien, maar als ijsdwerg. Swat, we zagen het meest recente beeldmateriaal van Pluto en Charon en verwonderden ons over het feit dat er 48 jaren verstreken waren, na de ontdekking van Pluto, dat men Charon pas ontdekte. We kennen nog de allereerste opnames van Pluto, destijds, dat was niet meer dan 5 belichtte pixels. Niet meer, niet minder! Tegenwoordig zien we uiterst gedetailleerde beelden van zowel Pluto als Charon.

 

Bij het bereiken van de laatste "planeet" kwamen we tot de vaststelling dat er nog andere reizigers in ons zonnestelsel te zien zijn; de kometen! Een korte uitleg over wat kometen zijn en hoe ze zich gedragen om dan verder trekken op weg naar de sterren! Naar de sterren, hoe doen we dat? Hier het advies om te beginnen met kijken en hoe doe je dat best? Ga eens naar een sterrenwacht, een amateur sterrenwacht of, en dat gaat ons nu beter uitkomen, een heuse professionele sterrenwacht. Ook deze laatste heb je in diverse formaten; van groot tot reusachtig groot (en sterk!). We hebben zelfs de Hubble Space Telescope er bij gehaald om ons te ondersteunen in onze virtuele reis. De hamvraag: waar gaan we naar kijken? Wel, omdat sterren puntjes zijn en puntjes blijven omdat ze zo ver weg staan, kijken we naar andere dingen. Voornamelijk gaswolken en stofnevels zijn belangrijk. Waarom? Wel dat hebben we aangetoond in de context van een kraamkamer. Sterren worden ergens gevormd, zeg maar geboren. De bouwtenen zijn stof en gas, De tooling is zwaartekracht. Aan de hand van een experimentje toonden we aan dat druk (zwaartekracht) temperatuur opwekt. Hoe dichter ons gas en stof op elkaar gedrukt wordt, des te hoger zal de temperatuur worden. Op een gegeven moment hebben we een kritische temperatuur bereikt en zal in onze gevormde materiebol kernfusie ontsteken: een ster is geboren! Als de pas gevormde sterren dor hun stralingsdruk de gaslagen die rondom hen liggen gaan verdichten zal hier een tweede golf van stervorming optreden, net zolang tot al het beschikbare gas en stof opgebruikt is; we hebben nu een open sterrenhoop. Een groep nieuwe, hete sterren die ter zijner tijd hun eigen plekje in de ruimte zullen gaan innemen. Van de jonge sterren in een open sterrenhoop naar de oude sterren die zich in een bolhoop nestelen, het kan allemaal tijdens onze virtuele reis! Om de trend door te trekken, van jong naar oud, moeten we ook aandacht hebben naar het einde van een ster. Een apocalyptisch einde zoals bij een supernova, waar de ster volledig verwoest wordt door een immense explosie (we hebben het proces heel even aangehaald). Of, en dat wordt dan een zijpaadje in de evolutie van een ster, het minder destructieve proces van een nova. Bij een nova worden enkele de buitenste atmosfeerlagen van de ster uitgestoten. Enige gelijkenis tussen een nova en een supernova? Ja, er gaat in beide gevallen niets verloren. Of nu de ster volledig verwoest wordt of slechts gedeeltelijk uitgestoten, alle materie is vanaf dat moment weer voor de volle 100% beschikbaar voor de vorming van nieuwe sterren. Er gaat niets verloren, tussen de sterren!

We gaan nog een eind verder het heelal in en kijken nu uit naar sterrenstelsels. Wat zien we als we naar beelden van sterrenstelsels kijken, hoe dynamisch zijn sterrenstelsels en wat gebeurd er als ze botsen? Gaan we nog verder weg, dan zien we dat de stelsels clusteren, denk maar aan de Virgocluster, de Perseuscluster, de Comacluster, enz. het laatste station dat we aandeden waren de superclusters. Zelfs de clusters van sterrenstelsels hebben de neiging om te clusteren in superclusters. Van hieruit keerden we terug naar onze eigen sterrenwacht en gaven de raad om eens wat vaker gebruik te maken van de duisternis om te "kijken". Spring eens binnen bij een amateurastronoom of maak gebruik van onze faciliteiten. Je brengt, in welk geval dan ook,  een heleboel interessante materie een pak dichterbij dan je zou denken! 

Fijne reis! Lambert

 

Verslag van de Nacht van de Duisternis 14-10- 2017

 

Toen  Jan om kwart voor acht arriveerde aan de sterrenwacht, stond er al een groepje bezoekers te wachten. Als ik enkele minuten later ook aan kom, zie ik de groep boven de koepel binnen stappen. Mijn dopson blijft voorlopig in de koffer van mijn auto liggen. Als ik boven kom is Jan al begonnen met uitleggen wat we hier boven doen en hoe we te werk gaan.

Ik moet me een beetje tussen de mensen door wringen om bij de trap naar de koepel te komen om het luik open te doen, het is er al behoorlijk druk.

Het lijkt helder, maar het is te vochtig en te nevelig om de kijker goed te kunnen gebruiken. Ik richt de kijker even op Alcor en Mizar in de Grote Beer. Met het blote oog, in een donkere omgeving zijn Mizar en zijn begeleider van elkaar te scheiden, sommige bezoekers lukt dit van onder de koepel. Door de kijker zijn de twee sterren duidelijk appart te zien, met nog een zwak achtergrond sterretje ertussen. Met een ander oculair, en een grotere vergroting is zelfs nog een begeleider van Mizar, Mizar B te zien. Ondertussen waren ook Tony en Lambert aangekomen.

Rond negen uur vertrokken de meeste bezoekers, waaronder een aantal kinderen weer en werd het weer wat rustiger onder onder de koepel. De hemel was een stuk helderder geworden en Lambert en Tony maakten van de gelegenheid gebruik om nog enkele nevels te zoeken.

Dirk.

17:22 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

30-09-17

Sterrenbeelden en hun geschiedenis

Open agenda:

Gerard,: Een zonnestorm, vandaag?

Jan: Orkaan buigt telkens af naar het noorden, waarom niet naar het Zuiden?

Jo: Evolutie van kometen,

Jo: Noorderlicht en zuiderlicht, het zelfde?

Lambert: Life on Mars?

Zonnestorm: We hebben op het bord één en andere schematisch weergegeven. Wat is een zonnevlak, wat is een uitbarsting, hoe zwaar kan die zijn en wat kunnen de gevolgen zijn. Omdat dit antwoord heel erg aanleunt bij de vraag van Jo over het Noorder- of Zuiderlicht, hebben we de vrijheid genomen enkele paralellen te trekken.

Orkanen buigen af naar het Noorden, waarom? Warmen op door warme vochtige lucht.  We hebben één en ander besproken, de ene denkt dat de warme golfstromingen bepalend zijn voor hun richting, een andere poneert de voorkeursrichting, maar bottom line is dat we het niet weten. Gaan we verder uitdiepen..

Evolutie van kometen: uitleg aan het bord over kometen en hun banen. Wat er gebeurd als een komeet de zon passeert. Eindconclusie en tevens antwoord op de vraag: een komeet is eindig.

Noorderlicht en zuiderlicht is hetzelfde. Tijdens  de uiteenzetting van de zonnestorm bleek dat deze twee vragen verwant zijn. We diepten dit aspect iets dieper uit . Opvallend is dat er weinig toerisme is naar het zuiden toe, kan te maken hebben met het gegeven dat wanneer je op Noorderlicht-expeditie gaat naar het hoge noorden er altijd een hot tub inbegrepen is. Redactie heeft geen weet van hot tub op het zuidelijke halfrond.

Leven op Mars: komt in het gedrang door het gegeven van giftige reacties als gevolg van ioniserende zouten op het oppervlak van mars? Een recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat door bepaalde processen de planeet Mars wel heel vijandig is voor leven. We zijn benieuwd hoe dit gegeven te plaatsen  in het concept Mars One.

Na de pauze gaf de voorzitter het woord aan zichzelf, om het allereerste hoofdthema van dit werkjaar vrij te geven. Dirk bracht ons een presentatie onder de titel:

 

Sterrenbeelden en hun geschiedenis.

Al in de oudheid deed men aan een vorm van sterrenkunde. De Hemelschijf van Nebra (Bronstijd, 3600 j. geleden) is daar een mooi voorbeeld van. In de grot van Lascaux in Frankrijk zijn muurschilderingen gevonden van de Hyaden en Pleiaden, daterend van meer dan 17000 j. geleden De eerste vorm van sterrenkunde vinden we terug bij de Mesopotamiers in een gebied vanaf de Perzische Golf tot aan de Middellandse Zee, vanaf het 4de millennium VC.  Tot 500 VC De vele waarnemingen van de Babyloniers hebben een schat aan waarnemingstabellen opgeleverd, geschreven op kleitabletten  Zij waren in staat om de plaats van een ster te bepalen op de hemelsfeer, verdeeld in graden, minuten en seconden. (De oorsprong van het 12-delig stelsel ligt bij de Babylons.) Hun waarnemingstabellen waren al nauwkeurig tot op een boogminuut.  Ze hadden ook een bijna perfecte kalender. Men wist dat 235 maanmaanden vrijwel even lang waren als negentien zonnejaren. (Het verschil is maar twee uur.) Dat was voldoende om een kalender te construeren met een cyclus van twaalf jaren van twaalf manen en zeven jaren van dertien manen. Door nu eens de wintermaan addaru en dan weer de zomermaan ululu als schrikkelmaan in te voegen, bereikten ze dat het nieuwe jaar nooit ver voor of na het begin van de astronomische lente begon. Dit systeem is vermoedelijk in 503 v.Chr. de standaardkalender van het Midden-Oosten geworden, en het is nog steeds de basis van de joodse kalender.

 Zij kenden ook al 52 sterrenbeelden, waarvan 12 in de onmiddellijke omgeving van de ecliptica, de tekens van de dierenriem. Hipparchus  ,  Een Grieks astronoom leefde van ca 190 VC tot 120 VC In 134 v.Chr. gaf hij een sterrencatalogus uit. Toen er datzelfde jaar nog een totale zonsverduistering plaatsvond, greep Hipparchus deze gelegenheid aan om de afstand tot de maan te schatten. Hij zat er dichtbij en berekende eveneens de afstand naar de zon. Hij ontwikkelde een systeem om de schijnbare helderheid van hemellichamen te meten, dat tot op de dag van vandaag nog steeds in gebruik is. Hij berekende eveneens de duur van zon en maancyclus. Zijn belangrijkste ontdekking was zonder twijfel dat de as van de aarde van richting verandert.

 Claudius Ptolemeus (in het Grieks: Klaudios Ptolemaios) leefde van 85-165 na Christus. Hij was een Griekse geograaf, astronoom en astroloog die hoogstwaarschijnlijk leefde in Alexandri« (Egypte). Ptolemeus is de schrijver van twee belangrijke wetenschappelijke werken. Een daarvan is bekend als De Almagest  Net als zoveel belangrijke Griekse werken uit die tijd werd het in het Arabisch voor het nageslacht bewaard. In de 12e eeuw verscheen een vertaling in het Latijn die eeuwenlang door West-Europese astronomen werd gebruikt. In de Almagest beschreef Ptolemeus de astronomische kennis die bekend was in de Griekse en Babylonische tijd. Hij leunde hierbij zwaar op het werk van Hipparchus dat 3 eeuwen eerder was verschenen.

 Tijdens de middeleeuwen en daarna werd het in West Europa akelig stil op astronomisch gebied.  In de Arabische wereld werd nog wel aan sterrenkunde gedaan. De sporen hiervan vinden we nu nog terug in de benaming  van verschillende sterren. De naam van de ster Betelgeuze is van oorsprong Arabisch. In die taal heet de ster yad al-djoeza (hand van de reus), maar door een leesfout is de naam van de ster in de westerse talen van  ibt al-djoeza(oksel van de reus) afgeleid. Bait al Djusa Mizar = band,  gordel

 Johann Bayer werd in 1572 geboren in Rain, Beieren. Hij startte zijn studie filosofie in 1592 in Ingolstadt en verhuisde later naar Augsburg waar hij zich vestigde als jurist. In Augsburg begon hij zich te interesseren voor astronomie. Hij werd adviseur juridische zaken van de stad Augsburg in 1612. Bayer stierf in 1625.

Hij is het best bekend om zijn steratlas Uranometrica die in 1603 werd uitgegeven. Het was de eerste steratlas die de complete sterrenhemel beschreef. Bayer introduceerde een nieuw systeem om sterren te benoemen. De helderste ster van het sterrenbeeld krijgt de eerste letter van het Griekse alfabet, gevolgd door de benaming van het sterrenbeeld. Deze benaming wordt heden ten dage nog steeds gebruikt. Daarnaast nam hij in zijn steratlas 12 nieuwe sterrenbeelden op aan de zuidelijke sterrenhemel. Deze sterrenbeelden waren in de Griekse e Romeinse oudheid nog niet bekend. De sterrenbeelden waren tussen 1595 en 1597 benoemd door de Nederlandse zeevaarders Pieter Dirkszoon Keyser en Frederick de Houtman:  Hij splitste het sterrenbeeld Centaurus in Centaurus en Crux (Zuiderkruis). Daarnaast splitste hij het sterrenbeeld Leo (Leeuw) in de sterrenbeelden Leo en Coma Berenice (Haar van Berenice). Het sterrenbeeld Piscis Austrinus (Zuidervis) werd gesplitst in de sterrenbeelden Piscis Austrinus en Grus (Kraanvogel). Het sterrenbeeld Sagittarius werd opgesplitst in Sagittarius en Corona Australis

 Julius Schiller (1580  1627  Augsburg, Duitsland) verving de 12 sterrenbeelden van de dierenriem door de 12 apostelen. De sterrenbeelden ten noorden van de dierenriem werden vervangen door figuren uit het Nieuwe Testament. De sterrenbeelden ten zuiden van de dierenriem werden vervangen voor voorstellingen uit het Oude Testament. Alleen het sterrenbeeld Columba werd gespaard al kreeg het wel een andere betekenis. De christelijke sterrenbeelden zijn nooit populair geworden.

 Johannes Hevelius werd in 1611 geboren in de Duitse stad Danzig alwaar hij in 1689 ook stierf, als zoon van een handelaar. Zijn vader was eigenaar van een bierbrouwerij en bezat veel onroerend goed. Van 1618 tot 1628 studeerde hij aan het gymnasium in Danzig. Daarna vertrok hij naar Leiden om rechten te gaan studeren. Het is niet bekend of hij deze studie heeft afgemaakt. Na enkele omzwervingen keerde hij terug naar Danzig om in de brouwerij van zijn vader te werken. In 1635 trouwde hij met Katharina Rebeschke, de dochter van een rijke inwoner van Danzig. In 1649 erfde hij de brouwerij van zijn vader en in 1663 trouwde hij voor de tweede keer, nu met de Nederlandse Catharina Elisabetha Koopman, dochter van een rijke handelaar. Hevelius was een begenadigd instrumentmaker. Hij bouwde verschillende grote telescopen en verder maakte instrumenten voor het observatorium Sternenburg van Tycho Brahe. Hij schreef een belangrijk boek over instrument maken, de Machina Coelestis in 1673. Als astronoom introduceerde hij volgende sterrenbeelden:

 De Lacaille is bekend om zijn stercatalogus die ruim 10.000 sterren en 2 nevels aan de zuidelijke sterrenhemel bevatte. Deze catalogus, Coelum Australe Stellifarum, werd na zijn dood in 1763 gepubliceerd. De Lacaille werd geboren in Remigny in de Ardennen, hij studeerde theologie aan het College de Lisieux in Parijs. Cassini hielp hem aan zijn eerste baan: het opnieuw in kaart brengen van de kust van Nantes tot Bayonne. Hierna, in 1739 deed hij metingen aan de meridiaan. Deze metingen leidden tot goede resultaten en hij werd hiervoor beloond met een hoogleraarschap aan het Mazarin college. Vijftien van de 88 sterrenbeelden zijn door hem benoemd..

VEROUDERDE STERRENBEELDEN: Niet-astronomen kunnen gemakkelijk in verwarring gebracht worden door de term verouderde of niet meer bestaande sterrenbeelden. Een sterrenbeeld is er of is er niet. De patronen die wij zien in de sterrenbeelden zijn allemaal ontsproten aan onze eigen fantasie. We kunnen zelf ieder willekeurig sterrenbeeld verzinnen dat we willen en dat is juist wat astronomen in de 17-de en 18-de eeuw, toen de eerste moderne sterrenkaarten verschenen, hebben gedaan. De sterrenbeelden die hieronder in de tabel staan worden niet langer meer door astronomen erkend maar ze zijn wel te vinden op oude sterrenkaarten. In de 17-de den 18-de eeuw verschenen er heel veel ster-atlassen die al die variatie aan sterrenbeelden opnamen. In onderstaande tabel staan alleen de sterrenbeelden die langere tijd in verschillende atlassen werden opgenomen. Diverse sterrenbeelden werden door astronomen geïntroduceerd om daden van koningen en regeringen te eren. Een dergelijk gebaar zou ook goed kunnen uitpakken voor hun carrière want wellicht kwam er meer geld beschikbaar voor de bouw van instrumenten en sterrenwachten.

  De Internationale Astronomische Unie (IAU), opgericht in 1919, is een organisatie voor de bevordering van de internationale samenwerking en coördinatie op astronomisch gebied. Zij houdt zich onder andere bezig met de naamgeving van astronomische objecten. Op dit moment heeft de IAU 10.872 individuele leden uit 93 landen; 73 landen zijn nationaal lid. De IAU heeft geen wetgevende bevoegdheid. De vergaderingen worden om de 3 jaar gehouden, De volgende is in Wenen in 2018

  Dirk

17:13 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

17-09-17

Nog een paar fotootjes.....

Echt heldere nachten blijven uit. Na een kwakkelzomer lijkt het nu ook een astronomische kwakkel Herfst te worden.  Wat doe je dan?  Tijd genoeg om wat nabewerking te doen op de meest recente opnames. Hieronder een, greep uit de beelden van Lambert:

Antares en Oph Rho revised a.jpg

andromeda raca 5  29 m apo topazed.jpg

full moon-M27 rc 71m  06-08-17 driz 3xaa.jpg

sluier 184m RC v1 PS CC-001.jpg

sluier crop RC 184m studio-001.jpg

M16 RC 44m  crop.jpg

DSC_4639 enhanced.jpg

18:02 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

24-06-17

Verslagen Noorderkroon juni 2017

Administrativa

  • Vanwege de verbroedering geen open agenda en geen administrativa.
  • Nieuwe jaarkalender in dit maandblaadje

Verslagen van de beide uiteenzettingen tijdens de Verbroedering Noorderkroon-Aquila 2017. Sprekers van dienst waren Jean-Paul Verhoeven voor Aquila met een uiteenzetting over burgerwetenschappen en Lambert Beliën met een uiteenzetting over hyper-snelle sterren. Hieronder de verslagen:

 Runaways!

Sterren verplaatsen zich in hun eigen pad doorheen de spiraalarmen van het sterrenstelsel. Sommige reizen van spiraalarm naar spiraalarm, net als auto’s in het spitsuur. Een opname van de nachtelijke hemel geeft je de illusie dat alles op een vaste plaats staat, net zo gefixeerd als de grote pyramides van Egypte. Van de geschatte 200 tot 400 miljard sterren die ons stelsel rijk is, is een klein deeltje van dat aantal sterren opmerkelijk. Het zijn de hete, massieve sterren!

Gravitationele interacties zwepen hun snelheden op tot het dubbele, zelfs het drievoudige van de snelheid die onze zon heeft. Het zijn hyper-velocity sterren! Ze racen zo snel doorheen het stelsel dat het niet anders kan dan dat ze ontsnappen aan de gravitationele “omhelzing” van ons stelsel. Onze lokale achtertuin is in een constante beweging. Het meerendeel van de sterren gehoorzaamt een heel geordende flow rond het centrum van ons stelsel. Er is echter een klein gedeelte van “snelle” sterren die deze “rustige” flow doorbreekt. Men vind ze meestal bij jonge sterrenclusters.

Hypersnelheid-sterren brengen snelheid op een heel ander niveau. De afgelopen 10 jaren hebben wetenschappers een paar dozijn van deze speeders gevonden. Bijna allemaal zijn het B-type sterren met een massa van tussen de 2x en 5x zonnemassa. Ze hebben een oppervlaktetemperatuur van 10.000K Hun locatie is te vinden in buitenste halo, 150.000 lichtjaren van het galactische centrum. Hun snelheid: 1.1 miljoen km/h. Ter vergelijk: afstand aarde-maan op 20 minuten. Ze kunnen een afstand van 1.000 lj overbruggen in 1 miljoen jaren. En allemaal hebben ze een snelheid die toelaat dat ze de gravitationele kracht van ons stelsel kunnen overwinnen en ontsnappen

De eerste voorspelling van hypersnelle sterren kwam van Jack Hills (Los Alamos- New Mexico) in 1988. Het duurde tot 2005 voordat men effectief een hypersnelle ster ontdekte.Op zoek naar zwakke blauwe sterren in de halo stootte Warren Brown (Harvard-Smithsonian Center of Astrophysics) op  SDSS J090745.0+024507, een ster op 350.000 lj van het centrum van de Melkweg. De gemeten snelheid, weg van het centrum, is niet minder dan 2.42 miljoen km/h. Reistijd van het centrum van de Melkweg tot aan de buitenste galactische halo: slechts 140 miljoen jaren.

Men vermoedt dat Sagittarius A*, het super massieve zwarte gat in het centrum avn de Melkweg verantwoordelijk is voor de versnelling van de hypersnelle sterren. Er zijn nog andere denkpistes: zijn er hypersterren die “binnenkomen” in plaats van ontsnappen en zijn er mogelijkheden dat er snelheden ontwikkeld kunnen worden zonder de hulp van een zwart gat? Bestaat de mogelijkheid dat dichtbevolkte clusters een individu uitwerpen of de trigger van een supernova-explosie?

Zwaartekracht versneld de sterren tot fenomenale snelheden. De meest basic uitleg is die van een “three-body-exchange”, een wisselwerking tussen een dubbelster-systeem en een zwart gat. Het zwarte gat pakt één van de twee sterren in haar aantrekkingskracht en trekt het systeem in een strakke baan. Het gevolg is dat de begeleider weggeslingerd wordt.

Alle “runaways” zijn B-type sterren op de hoofdreeks. Ze produceren energie door waterstof om te zetten in Helium in hun kern. Omdat dit type sterren niet langer leven dan enkele honderd miljoen jaren verwacht je ze niet te kunnen vinden op de rand van het stelsel. Ze kunnen daar normaal gezien niet bestaan, er is geen stervorming in de buitenste regionen van de halo. Dit gebied is “dood”. De halo bestaat uit  bolhopen en oude, metaal-arme lage-massa sterren. Geen gebied voor B-type sterren, maar ze zijn er toch!

Stersnelheden worden gemeten door te kijken naar hun spectrum. Licht spreidt zich uit in golflengten. Als een object naar ons toekomt verschuiven de spectraallijnen naar korter golflengtes, van ons af naar groter golflengtes.  Hoe hoger de snelheid hoe groter de shift. Heel straight forward wat betreft nabije sterren, maar een ander verhaal voor die jongens die ver weg staan.  Zelfs de grootste telescopen hebben moeite om genoeg data te verzamelen om de hypers te toetsen. Men vermoed dat er zelfs lage-massa hypers bestaan, maar die zijn nog niet ontdekt.

Van zodra een radiale snelheid van een ster gekend is kan men  een berekenen hoe snel de ster zich verwijderd van het centrum. Maar dat is de halve kant van het hele verhaal. Men moet zich ook buigen over de eigenbeweging. Eigenbeweging wordt gemeten in de shift ten opzichte van verderaf gelegen objecten. Voor hypersnelheid-sterren wil dat zeggen dat men de afwijking moet gaan meten ten opzichte van achtergrondstelsels of quasars, een proces dat jaren in beslag neemt.

Ondanks hun enorme snelheden blijken hypers een eigen beweging te hebben van milli-boogseconde per jaar. Dat is ongeveer een hoekafstand van een klein muntstuk gezien op een afstand van 3700 km. Onze grote grondtelescopen hebben slechts een vermogen om 5 milli-boogseconden per jaar te detecteren. Men moet de ruimte in om dit te kunnen meten.Hier komt ESA in het spel met de Gaia-missie. Gaia is een astrometrisch observatorium  welke preciese positiebepalingen doen en radiale snelheden meet van massa’s sterren, teneinde hun eigenbeweging vast te leggen met een nauwkeurigheid van 1 milli-boogseconde per jaar. Binnen dit en twee jaren hoopt men de exacte metingen van de honderd bekende hypers op tafel te kunnen leggen. Men verwacht dat ze zo goed als allemaal hun origine hebben in de buurt van Sagittarius A*, maar missiën vinden we  interloopers; afkomstig van buitenaf. Misschien hebben deze interloopers hun weg naar ons gevonden door interactie met andere stelsels. Een graviationele interactie met een dwergstelsel kan interloopers voortbrengen.

HE 0637-5439 is een B-type hyper in de buurt van de Grote Magelhaanse Wolk (LMC) beweegt van ons af. Omdat we niet helemaal weten hoe de hoek van de koers zit zou het wel eens kunnen dat haar origine in  de LMC gelegen heeft. Browne stelt dat de ster een overblijfsel is van een binair systeem is, uitgestoten door de Melkweg. Zijn scenario is een trio van stellaire oorsprong: een zeer eng gebonden binair sterrensysteem in omloop met een verre ster. Het trio raakt onder invloed van Sagittarius A* en betalen de prijs: Het zwarte gat vangt de verre ster en stoot de binaire sterren uit. Het binaire sterrensysteem gaat verder als binair systeem terwijl ze zich verwijderen van het zwarten gat. De evolutie maakt dat de meest massieve ster evolueert in een rode reus  (materie-overdracht) en versmelt op een gegeven moment in een blue strangler. Dit is de best mogelijke uitleg voor een B-type ster op  200.000 lj van het galactische centrum. Alleen Sagittarius A* kan de hypersnelle sterren verklaren. Andere processen stoten sterren uit aan een andere snelheid.Er zijn op dit moment twee heersende modellen die de hypers verklaren. Het eerste model is die van een zwart gat, zoals eerder besproken. De tweede theorie gaat over (weer) binaire sterren. Wanneer de zwaarste ster het einde van haar levensloop bereikt en haar kern instort zal dit resulteren in een supernova die haar begeleiders weg katapulteert. Dit proces gebeurt daar waar de jonge sterren zich bevinden; sterrenclusters.

Neutronenster RX J0822-4300 is het beste voorbeeld: in 2012 werd zijn snelheid geklokt op 2.4 miljoen km/u. De explosie die Puppis A creëerde lanceerde zijn stellaire restant in zijn huidige baan. Onderzoek aan Puppis A toonde aan dat de explosie een tweerichting-effect teweeg bracht; de neutronenster in één richting en de supernova-uitstoot een andere kant op. Men schat dat men 1000 (core-collapsed) supernovae moet bestuderen om één hypersnelle supernova-ontsnapping te vinden.

De snelste hypersnelle ster is  US 708, een Helium-rijke ster spectraaltype O met een snelheid van 4.3 miljoen km/u. US 708 is de heetste ster, bekend in de halo van ons stelsel. Afgaande op haar baan is men vrijwel zeker dat ze niet ontstaan is in het centrum van het stelsel. Men vermoed dat US 708 ooit deel uitmaakte van een supercompact dubbelsysteem. De begeleide ster was een massieve witte dwerg met een massa op de grens wat een dergelijke ster zou kunnen bereiken. Toen US 708 het stadium van rode reus ontwikkelde was er een behoorlijke transfer van haar materie naar de witte dwerg wat uiteindelijk resulteerde in de zeldzame 1a-supernova die dan weer opzijn beurt US 708 naar hypersnelheid lanceerde.

Waar zitten de hypersnelle sterren? Je zou verwachten dat ze zowat overal zitten, maar dat is dus niet!  Een van de heersende raadsels is de vaststelling dat de helft van de B-type hypers zich clusteren rond het sterrenbeeld Leo. Men vermoed dat “lanceringen” vanuit het galactische centrum een voorkeursrichting heeft. Het zou een gevolg kunnen zijn van de oriëntering  van de stellaire schijf rond het zwarte gat. Het zou natuurlijk ook kunnen dat we te weinig data hebben om iets concreets uit te spreken. Een survey van de zuidelijke hemel zou dit kunnen uitklaren (sterrenbeeld Aquarius). Op termijn zal men de Large Synoptic Survey Telescope (LSST) in Chili inzetten. Deze kijker is nog onder constructie. Eenmaal een compleet beeld van de hypers kan men de data gebruiken om andere gebeurtenissen te bestuderen. Het idee is om, eenmaal een totaalbeeld van de hypers hun banen te vergelijken. Je zou er vanuit kunnen gaan dat hypers een rechte baan hebben, vertrekkende vanuit het centrum, maar…. wetenschappers denken dat de Melkweg omgeven is door een tri-axiale (football) distributie van donkere materie. Deze materie maakt dat de banen van de hypers niet in een rechte lijn zitten. Men heeft een 200-tal hypers nodig die verspreid zitten rondom de Melkwegkern en dan kan men gaan rekenen. De vertraging van de snelheden en de baanafwijkingen zullen een indicatie naar de vorm van de tri-axiale vorm van donkere materie. In de toekomst zullen de hypersnelle sterren hét aangewezen materiaal zijn om de Hubble expansie aan te tonen. Op dit moment is het onderzoek beperkt door de heersende technologie en kunnen we enkel de heldere hypers vinden. Alle hoop ligt bij Gaia en LSST om zwakkere kandidaten aan te reiken zodat het onderzoek verder kan.

Burgerwetenschappen.

De presentatie  van Aquila werd gebracht door Jean-Paul Verhoeven. Hij behandelde het aspect “sterrenkunde op een slechte dag” en dan meer bepaald onder de vlag “Citizen’s science”, burger-wetenschap. Wat moeten we daar onder verstaan?  We kennen allemaal projecten zoals Galaxy Zoo, Zooniverse, Pulsar Hunters, Planet 9, Radio Meteor Zoo, om er maar een paar te noemen. De uiteenzetting van Jean-Paul behandelde deze online applicaties één voor één.

Projecten zoals hierboven beschreven hebben allemaal hetzelfde doel: publiek betrekken in grootschalige onderzoeken. Anders dan in de tijd van SETI, want dat was distributed computing, het beschikbaar stellen van je PC-rekencapaciteit.

De nieuwe programma’s vragen méér dan dat. Ze vragen om een beoordeling te doen, een classificatie door te voeren. Het gaat over tellen en structuren herkennen.Het meest gekende project is Galaxy Zoo waar de vrijwilliger gevraagd wordt om bergen afbeeldingen van de Sloan Digital Sky Survey te analyseren. Om een voorbeeldje te geven.

In het eerste jaar van Galaxy Zoo had men 150.000 gebruikers (vrijwilligers die participeerden in het project) wat resulteerde in 50.000.000 classificaties. Paul expliceerde waarom de vrijwilligers nodig zijn. Waarom het classificeren niet automatiseren? Het schijnt héél moeilijk te zijn voor de algoritmes om afwijkende zaken te detecteren. Men poogt aan de hand van de classificaties die de vrijwilligers realiseren, betere algoritmes te kunnen maken zodat er wél geautomatiseerd kan worden en dat een krachtige server deze taak wel gericht op zichzelf kan uitvoeren.

Het bekendste “voorval” uit de geschiedenis van Galaxy Zoo is Hanny’s Voorwerp”. Hanny's Voorwerp is een reflectienevel ontdekt in 2007 door de Nederlandse onderwijzeres Hanny van Arkel uit Heerlen, toen ze als 24-jarige deelnam aan het Galaxy Zoo-project. Het is een reflectienevel dicht bij het sterrenstelsel IC 2497 in het sterrenbeeld Kleine Leeuw. In beelden, opgenomen met de 2,5 meter Isaac Newton Telescoop, is de verschijning ongebruikelijk groen. De afstand ernaartoe is zo'n 700 miljoen lichtjaren. De nevel is ongeveer 15.000 °C en is ook al onderzocht door de Hubble Space Telescope. In 2012 werden nog eens negentien van dergelijke nevels ontdekt; deze werden "voorwerpjes" genoemd.

Een ander platform is Zooniverse. Heel veelzijdig, want  hier gaat men op zoek naar verschillende dingen gaande van ruimte-projecten tot biologische projecten, weer-projecten, etc.  Wij beperkten ons tot het vinden van pulsars. Jean-Paul gaf een voorbeeldje. BBC Stargazing Live in 2016 volgde een classificatie-run op zoek naar een nieuwe pulsar. Basis gevevens kwamen van de LOFAR radiotelescoop. Men had  10.145 vrijwilligers die 127.418 classificaties verrichtte waaruit 12.357 objecten geïdentificeerd werden om uiteindelijk 1 nieuwe pulsar op te leveren. Eenzelfde uitzending van BBC Stargazing Live bracht de ploeg in 2017 naar Australië. Daar werkte men met de data van de Skymapper Southern Sky (1.3m telescoop) op het Siding Spring Observatory bij Coonabarabran, Australië. Hier zoekt men naar Planet 9 aan de hand van de bewegingen van Sedna. Men gebruikt de techniek van dubbele fotografische platen, met elk een andere kleurfilter genomen.  

 

We bekeken ook nog de Supernova Hunters en BRAMS, het ons gekende project dat middels radiogolven meteoren detecteert.  Lucas Pellens verschafte meer info over dit gegeven. Eerstehands info, want bij Lucas in de achtertuin is een waarneempunt in het BRAMS-project ondergebracht. Lucas gaf ons inzicht in het vergaren van de data, maar ook het interpreteren en markerend van de gegevens.

Een toffe uiteenzetting die afgesloten werd met enkele beelden die Jean-Paul maakte van de recente supernova in NGC 6946. Beelden werden gemaakt met een C8 f/6.3 Canon D1200 mod. Na wat gezellig nakaarten en de bevestiging dat we volgend jaar op hetzelfde elan verder gaan ontbonden we. Het moet zowat rond 23.00u geweest zijn?

                                                                                                                                    LBe

Verslag van de kijkavond

Op vrijdagavond, 23 juni 2017 hielden we onze laatste kijkavond , in aanloop naar de jaarlijkse  zomerstop. We zaten met een  vijftal mensen gezellig op het terras en onderhielden ons over verschillende onderwerpen tot 21.30u. Tijd om naar de sterrenwacht te trekken en daar de gesprekken voort te zeggen. We hadden het over het verschil tussen asteroïden en planetoïden, over de vorm en specifieke kenmerken van de Melkweg, ons sterrenstelsel. Toen Job, vanuit het archief de planeet Jupiter kon zien trokken we naar de sterrenwacht.  Een drietal wespennesten maakten dat we vroegtijdig moesten afbreken. We zullen, voor de ZON-dag (op zaterdag) een instantie moeten vinden om die venijnige beestjes te verwijderen. Hoedanook, we hebben vanaf het bordes nog even naar het hemelzwerk gekeken en wat sterren kunnen identificeren (was nog niet donker, hé), om daarna huiswaarts te keren. Van kijken weinig terecht gekomen, maar ’t was gezellig!   Fijne vakantie!!

Kwartaalagenda:

Juli  2017.    

Studiebijeenkomst: Zomerstop

Kijkavond:   Zon-dag

Wanneer:    08-07-2017 vanaf 14.00u aan de sterrenwacht

Augustus 2017

Studiebijeenkomst: Zomerstop

Kijkavond:  Perseïden + maanobservatie

Wanneer:   11-08-2017   vanaf  20.00u aan de sterrenwacht

September 2017

Studiebijeenkomst:      08-09-17  Michielshof zaal 202  20.15u.

Onderwerpen :  Sterrenbeelden en geschiedenis door Dirk      

Kijkavond:  Deepsky met Saturnus.

Wanneer: 22-09-2017 vanaf 20.00u  aan de sterrenwacht  + alternatief programma =  Meteoren, meteorieten, asteroïden.

13:49 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

18-06-17

Een testje "at home" na de nieuwe uitlijning.

Sterrenwacht Lambert op 17-06-2017, ergens halverwege de ochtend: het eerste resultaat van de nieuwe uitlijning, na ons bezoek aan RACA 5. Even getest of de poolafstelling, de totale uitlijning en het correct volgen goed is. Er werd gekozen voor een opname van de Noord-Amerika nevel, NGC 7000, in de Zwaan. De overzichtfoto is genomen door de 80mm volgkijker en de "diepere" foto geeft een blik op "the wall", doorheen de RC.  Totale belichtingstijd was 84 minuten. De seeing was maar povertjes......

NA-nevel 16-06-17 apo  84m 1600  v2.jpg

NA-nevel 16-06-17 apo  84m 1600 studio the wall topazed.jpg

01:21 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

08-06-17

Een beetje rework opnames RACA 5

Na wat gestoei met nieuwe workflows zijn enkele opnames er beter uit gekomen. Hieronder een paar herwerkte opnames van de sessies Lambert. Beelden van Job zijn onderweg! De eerste afbeelding is de Lagune-nevel, opname door de ED80TFC, volgkijker.

De tweede opname is de Trifid-nevel gefotografeerd door de 12 inch Ritchey-Chretien.

De derde opname is de Adelaarsnevel, ook zoals de camera hem zag in het primaire brandpunt van de RC. Duidelijk zichtbaar zijn de "Pillars of Creation", naar de iconische opname van de Hubble Space Telescope. Onze bescheiden bijdrage!

trifid en lagune apo 57 m new flow-001.jpg

Trifid raca 5 rc 56m new flow det extr va.jpg

adelaar new flow.jpg

22:06 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

03-06-17

Jaarlijkse uitstap Noorderkroon

Verslag van de jaarlijkse uitstap Noorderkroon 2017.

Onze reisleider Jan Hermans is ook dit jaar weer geslaagd in zijn opzet om ons een uitermate boeiende en leerrijke dag voor te schotelen. Onze jaarlijkse uitstap zou dit jaar minder kilometers op de teller zetten, maar het geheel daarom niet minder boeiend.

Omdat de reisdoelen die Jan bijeensprokkelde relatief kortbij lagen was er ruimte voor méér; als eerste stop deden we Isotopolis aan in Dessel. Isotopolis werpt een verhelderend licht op de complexe materies van ‘radioactiviteit’ en het ‘beheer van radioactief afval’. Het informatiecentrum geeft glasheldere informatie op maat van iedereen die belangstelling heeft voor radioactieve afvalstoffen. Isotopolis is tegelijkertijd wetenschappelijk sterk onderbouwd, bijzonder leerrijk en visueel attractief. Er werd ons gevraagd om zo interactief als mogelijk het geheel te benaderen. Onze gids, waarvan we het allemaal eens zijn dat we een top-gids ter beschikking hadden, leidde ons met een aanstekelijk gemak doorheen materie waarvan sommige mensen dachten dat het voor de leek een onontwarbaar kluwen is. Het was een feest om de glasheldere uitleg en bijhorende experimenten mee te maken.  Vanaf nu weet elk van ons wat alfa-, beta- en gammastraling is en wat er nodig is om ze af te blokken.

We kregen  een  virtueel kijkje achter de muren van een opslagplaats voor radioactief afvalen genoten intens van de nevelkamer  waar onzichtbare stralen zichtbaar gemaakt werden.  Je kan het allemaal beleven tijdens een bezoek aan Isotopolis, hét informatiecentrum over radioactieve afvalstoffen van NIRAS in de Kempense gemeente Dessel. Uniek in België!

Isotopolis speelt open kaart over alle wetenschappelijke en maatschappelijke factoren die met radioactief afval te maken hebben. Je hoeft geen wetenschappelijke bolleboos te zijn! De naam Isotopolis is een samenspel van Oudgriekse woorden: isos, topos en polis. Isotoop verwijst naar radioactieve chemische elementen. Polis was de plaats waar de Grieken samenkwamen om te vergaderen. Samen geeft dat Isotopolis: de plaats waar de burgers geïnformeerd worden over de thematiek van radioactieve afvalstoffen. Isotopolis is een  initiatief van NIRAS en Belgoprocess.

NIRAS, de Nationale Instelling voor Radioactief  Afval en Verrijkte Splijtstoffen, is sinds 1980 door de overheid belast met het beheer – op korte en lange termijn – van al het radioactieve afval dat op Belgisch grondgebied wordt voortgebracht. NIRAS moet op de eerste plaats zorgen voor een maximaal veilig beheer van dit radioactieve afval. Een bijkomende opdracht is het opmaken van een inventaris van alle nucleaire installaties en sites die radioactief afval bevatten, met een kostenraming van de sanering en ontmanteling ervan. NIRAS heeft het statuut van ‘openbare instelling’ en garandeert dat het radioactieve afval wordt beheerd met respect voor de veiligheid van de bevolking en het leefmilieu.

Belgoprocess is een dochtermaatschappij van NIRAS en voert sinds 1984 alle technische verrichtingen uit die noodzakelijk zijn voor de verwerking en tussentijdse opslag van radioactief afval. Belgoprocess ontvangt radioactieve afvalstoffen van kerncentrales, ziekenhuizen, laboratoria, enz. Na een industriële behandeling wordt het afval opgeslagen in afwachting van een eindbestemming. Belgoprocess ontmantelt tevens stilgelegde nucleaire installaties door ze te ‘ontsmetten’ en vervolgens af te breken. Belgoprocess zorgt ervoor dat de radioactieve stoffen zo verwerkt en opgeslagen worden, dat de veiligheid van mens en het milieu gegarandeerd blijft.  We kregen als allerlaatste een vooruitblik op de nieuwe projecten van Belgoprocess. De bovengrondse opslag van nucleair afval dat in speciale monolieten gegoten zal worden, per 900 stuks in een speciale ruimte opgeslagen zal worden, om dan uiteindelijk door meerdere lagen afgedekt zal worden.

Na de uiteenzettingen bracht de bus ons naar taverne  “Dessels hof “ voor een goed verzorgde broodmaaltijd. Eenmaal terug op krachten was het tijd voor deel twee van onze trip, een bezoek aan de Norbertijner abdij in Tongerlo.

Aangekomen aan de abdij werden we opgewacht door de gidsen. Op de binnenkoer kregen we een inleidende omschrijving van het complex. De ommuurde abdijsite van 11 hectaren met grotendeels bewaarde omgrachting is toegankelijk via een eeuwenoude, gekasseide lindedreef aangeplant in 1678. De voornaamste gebouwen uit diverse perioden zijn ingeplant rondom een uitgestrekt, begraasd en in 1989 gerenoveerd binnenplein, eertijds door een muur verdeeld in het 'hof van de abt' en het 'neerhof' met hoeve, washuis, koetshuis, stallingen en woningen voor het personeel.  De omheiningsmuur van het elf hectare grote abdijcomplex en de ervoor liggende omwalling werden opgebouwd tussen 1479 en 1472. Het betreft een bakstenen ringmuur met schietgaten, steunberen, gedichte bogen en geometrische motieven van gesinterde baksteen. We kennen nu ook de betekenis van de “vierschaar”.

Boven de poort bevinden zich laatgotische spitsboognissen met heiligenbeelden. Het gaat om de patrones Maria (de abdij is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw) geflankeerd door de Heilige Barbara en de Heilige Catharina. In de doorgang bevinden zich een tweede geprofileerde korfboog en links rechthoekige muuropeningen, het zogenaamde 'armenvenster' voor broodbedeling aan behoeftigen. Na deze uiteenzetting ging de grote deur van het hoofdgebouw open en mochten we naar het Davinci-museum voor een voorstelling van “ Het laatste Avondmaal”,een schilderij op doek van ruim 8 x 4 meter groot. Het is de meest getrouwe replica van de muurschildering die Leonardo da Vinci tussen 1495 en 1498 maakte in de refter van het Dominicanenklooster te Milaan. De replica wordt toegeschreven aan Andrea Solario, een leerling van da Vinci. In 1545 kocht abt Streyters van Tongerlo het doek ter versiering van de toenmalige abdijkerk. Tijdens de Franse Periode werd het kunstwerk in veiligheid gebracht. Sinds de jaren '60 van de vorige eeuw, en na diverse restauraties, heeft het doek een plaats gekregen in het museumgebouw. Van de pater conservator kregen we een mooie uitleg over het doek. Dat ook paters met hun tijd meegaan is ons niet ontgaan. Jaren geleden was een delegatie van Noorderkroon al eens te gast in het Da Vincimuseum en het viel ons op dat de huidige uitleg de tand des tijds goed doorstaan heeft. Het verhaal was helemaal eigentijds gebracht door dezelfde pater. Een zeer goed verzorgde uitleg en elke gestelde vraag werd vlot beantwoordt.

De volgende etappe bracht ons naar Sas 4, een uniek kruispunt van kanalen. Op het grondgebied van Dessel kruisen de drie kanalen Bocholt-Herentals, Dessel-Schoten en Dessel-Kwaadmechelen, een unicum in Europa.  In het informatiecentrum kregen we eerst een mooie uitleg over het complex en waar Sibelco voor staat. De zandwinning heeft het landschap ingrijpend veranderd en zal  de eerstkomende 40 jaren nog meer de kaarten gaan tekenen.

Er werd er gekozen op dit spectaculaire kanalenkruispunt een uitkijktoren te plaatsen. De Sas 4-Toren is 37 meter hoog en geeft een schitterend uitzicht. Bij helder weer kan je ettelijke kilometers ver zien. De toren telt 216 trappen en is makkelijk te betreden. Hoogtevrees of moeilijk te been? Geen probleem. In het bezoekerscentrum kan je de beelden van het uitzicht bekijken op een TV-scherm. Het geeft je een impressie van wat er bovenop de Sas4-Toren te zien is, maar niets kan tippen aan de realiteit. Dus de 216 treden beklimmen loont zeker en vast de moeite. We stelden vast dat de trap een zeer gemakkelijke trap is, driemaal hoger dag onze sterrenwachttoren, maar veel gemakkelijker te beklimmen.  Terwijl we de toren beklommen werden onze neuzen gestreeld door de aangename geuren van de Pannenkoekenboot die tegenover de toren aangemeerd lag. Deze geuren deden ons op zoek gaan naar de Kleppende Klipper, een eind verderop. Dat zou onze laatste bestemming van de dag zijn. Jan had een nieuwe formule ingepland; onze dag zou eindigen met een avondmaal in de vorm van een buffet (alles in de prijs inbegrepen) in de Kleppende Klipper. Heel ludiek om een maaltijd te nuttigen met het waterniveau op ooghoogte.  Toen iedere deelnemer voldaan was gingen we voor de laatste maal naar de bus die ons gezwind en veilig en wel terug afleverde op het Michielsplein in Achel.  Het was weer een topdag in de analen van Noorderkroon.  Dank aan Jan voor alweer een vlekkeloze organisatie!!!!!  Tot volgend jaar!

                                                                                                                                             LBe

DSC_3851.JPG

DSC_3884-001.JPG

DSC_3870-001.JPG

DSC_3906a.JPG

20:08 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

RACA 5 het verslag in woord!

Hemelvaartweekend 2017; RACA 5 gaat door aan de sterrenwacht(en) van OCA te Grapfontaine, Luxemburg-België. Job en Lambert dragen voor de vijfde maal op rij de kleuren van Noorderkroon uit, over de provinciegrenzen heen.

Het werd een hartelijk weerzien rond de middag van 25 mei 2017. Dit jaar waren we niet de eerste, de anderen beginnen het te leren!  Snel de tent opzetten en dan (proberen) tegen een redelijk tempo de kijkers op te stellen.  Omdat we ruim 2u voor de officiële inschrijvingen al op het terrein waren konden we ook ruim op tijd stellen dat onze setup gereed was voor de allereerste nacht.

Het zag er veelbelovend uit. Héél heldere hemel en geen vooruitzicht naar iets anders. Rond de klok van zeven uur lekker aanschuiven bij de BBQ, daarna een paar pintjes en we waren er klaar voor. Het werd een super nacht! heerlijk heldere hemel, relatief donker en, later op de nacht,......een Melkweg die je al snel voor wolken aanzag. Er waren mensen aan boord die gekwalificeerde donkertemeters bij hadden. Een dergelijk toestel noemen we een SQM-meter (Sky Quality Meter). Op het display een ongeziene 21.7!!  Zéér zeldzaam in België. Om een dergelijke kwaliteit te vinden moet je op z'n minst naar Zuid-Frankrijk. Dat waren super omstandigheden en dat vertaalde zich 1 op 1 naar onze resultaten (zie hieronder). Tegen de ochtend snel een beetje slapen om dan tegen 09.30u aan het ontbijt te kunnen.  Dat was onze routine voor de eerste twee dagen.

De derde dag zagen we onweders vanuit Frakrijk naar ons toe komen. w namen geen risico's en demonteerde onze kijkers en borgen ze veilig op in de auto. We hebben de avond en de aanzet van de nacht klein gekregen door biertjes te nuttigen, aangename gesprekken te voeren en lekker relaxed naar het weerlicht aan de horizon te kijken. 

Daags nadien vertrokken we met een heel goed gevoel. Tot RACA 6 in 2017!!!!

18:32 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

verslag RACA 5, mei 2017 Grapfontaine-Luxemburg-Be.

20170525_215019-001.jpg

20170526_222120_LLS-001.jpg

20170527_183052-001.jpg

andromeda raca 5  29 m apo topazed.jpg

andromeda raca5 rec.jpg

lagunenevel apo driz 3 3trys.jpg

M8 +M20 finished apo raca 5 57m  1600 final.jpg

M16 RC 44m  crop.jpg

M27 raca 5 rc 49m wh flats cont.jpg

trifid RC drizzle 2x.jpg

trifid en lagune apo 57 m 3th try.jpg

M51 raca 5 apo 70m 1600 final.jpg

DSC_4633a.jpg

DSC_4641a.jpg

18:30 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

04-05-17

Sharpless 2-155

Net voordat we de aftrap geven voor onze jaarlijkse uitstap geeft het secretariaat nog even een afbeelding mee die Job enkele dagen geleden realiseerde. Job koos voor een exotisch object, namelijk Sh2-155, beter gekend als de Grotnevel in Cepheus.

Job belichtte 55 minuten op dit object. De camera die hij gebruikt is een gemodificeerde Nikon D600. Gebruikte ISO-waarde = 1600.

2017-04-29 Bewerkte Sh2-155c_resized_1[7566].jpg

19:28 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

30-04-17

verslagen Noorderkroon Mei 2017

Administrativa: - Goedkeuring vorig verslag; - Onze gemeentelijke subsidie werd goedgekeurd; -  We doen niet mee aan het Dorpsfeest van 18/6 in Achel; - Op 3 april ontvangen we op onze sterrenwacht het bezoek van het derde en vierde leerjaar van de lagere school van Achel-Statie; - Onze vereniging ontving vanwege ons medelid Paul Rackels een milde gift van een aantal verlengsnoeren met verdeelkoppen.

 

Open agenda: Gerard: Waarom zien we meer details als we verder weg in het heelal kijken (bvb met de Hubble telescoop) dan wanneer we dichterbij kijken (bvb naar de planeten)?

Let op: er is een groot verschil tussen “zien” en “waarnemen”.  Kijken naar planeten = zien.  Kijken met de Hubble = waarnemen.  Waarnemen is in feite “meten“ en “het analyseren van spectra”. Dus: op grote afstand zien we geen details zoals we die zien op de planeten van ons zonnestelsel.

Jo: Hoe werkt ompoling?

In de aarde zit een kern van ijzer die zelfstandig ronddraait en als een soort dynamo functioneert. Door de verschillende draaisnelheid van de buitenkant van de aarde en de zelfstandig draaiende binnenkern krijgen we ompoling.  Die gebeurt niet met vaste tussenperiodes.

Jan: Waar komt de warmte in het koude heelal vandaan?

Niemand van de aanwezigen weet een zinnige verklaring voor dit fenomeen.  We zoeken verder naar verklaringen.

Hoofdthema:

         “Hoe werd ontdekt dat er een bol zo groot als de maan in de aarde zit?”

We bekeken een film van de Universiteit van Nederland waarin seismologe Arwen Deuss dit thema verklaarde. De samenstelling van de aarde vormt al eeuwenlang een grote uitdaging voor al wie met seismologie bezig is.  In het kort kunnen we zeggen dat de aarde bestaat uit een vaste buitenkern waar zich aardbevingen voordoen en waar we vulkanen vinden.  Daaronder zit een hete vloeibare kern van stromend, kokend ijzer.  En vlakbij het middelpunt van de aarde zit er een binnenkern waarvan men lange tijd niet wist of die vast of vloeibaar is. Eerst een beetje geschiedenis: In 1906 ontdekte de Engelse seismoloog Oldham dat de aarde een vloeibare kern heeft.  En in 1936 veronderstelde de Deense seismologe Inge Lehmann dat er in die vloeibare kern nog een vaste binnenkern zat die ongeveer even groot is als de planeet Pluto en een beetje kleiner dan de Maan. Ze kon evenwel geen echt bewijs leveren voor haar theorie.  Als studente vond Arwen Deuss het een boeiende uitdaging om voor haar afstudeerwerk op zoek te gaan naar het bewijs dat de binnenkern van de aarde vast is.  Om dit bewijs te vinden moeten we vertrekken van het volgende uitgangspunt, nl. het bestaan van twee soorten seismologische golven: - Push-golven (afgekort P-golven) zijn sterke golven die zowel door vaste als door vloeibare materialen gaan; - Secondary of Shear-golven (afgekort S-golven) zijn golven die enkel door vaste materialen gaan en daarbij veel energie verliezen.   Een seismologische golf (bvb als gevolg van een aardbeving) begint dus zijn weg als een P-golf vanaf de vaste buitenkern van de aarde naar de vloeibare kern.  Wanneer de golf het midden van de aarde bereikt, wordt ze een S-golf.  Ze reist verder door, verlaat het centrum van de aarde en wordt opnieuw een P-golf om uiteindelijk te eindigen aan het aardoppervlak aan de andere kant van de aarde.  Als Arwen Deuss het bestaan van de S-golf in de aarde kon bewijzen, had ze meteen ook het bewijs dat de binnenkern van de aarde vast is.  Dit bewijs leveren was zeer moeilijk omdat de S-golf een zeer kleine golf is.  Door het bijeenbrengen van enorm veel seismologische data slaagde Arwen Deuss in haar opzet: ze bewees als eerste dat de aarde een vaste binnenkern heeft die ongeveer de grootte heeft van de Maan.  Verder legt Arwen Deuss in haar uiteenzetting uit hoe we nog tot het bewijs gekomen zijn dat de vaste binnenkern die ze ontdekte uit ijzer bestaat.  Daarvoor moeten we vertrekken van het gegeven dat ijzermeteorieten een naaldstructuur hebben waarin lijntjes zichtbaar zijn.  Die naaldstructuur bestaat enkel in vaste materialen en heet met een moeilijk woord “anisotropie”. Als de aarde een vaste ijzeren binnenkern heeft, moet die structuur ook te vinden zijn.  Arwen Deuss kan dit bewijzen  met behulp van een seismologische golf die ze door de aarde stuurt.  Wanneer dit gebeurt van noord naar zuid, gaat de golf vijf seconden sneller door de aarde dan wanneer die golf van oost naar west wordt gestuurd.  Dit komt omdat de golf van noord naar zuid “meereist” met de richting van de naaldstructuur.  De golf die van oost naar west reist, verliest op zijn reis vijf seconden tijd omdat ze als het ware over elk naaldje van de structuur moet springen.  Dit betekent dat de binnenkern van de aarde anisotroop is, dus bestaat uit een vaste kern van ijzer met een naaldstructuur die uitgelijnd is van noord naar zuid. 

Omdat we nog wat tijd ver hadden, keken we ook nog even naar een filmpje met een uiteenzetting van Arwen Deuss over het thema “Waarom gaan Amerika en Azië op elkaar botsen” en tenslotte nog even naar een toeristisch promotiefilmpje over de “Grote Heide”: het natuurgebied dat het Hageven, de Plateaux, Leenderheide/Leenderbos en de Malpie omvat.           

                                                                                                                                             Jo

Verslag van de kijkavond 21 maart 2017

 

Het was de hele dag bewolkt en ook de voorspellingen waren erg ongunstig om te kijken. In de hoop dat er toch een gaatje in de bewolking zou komen, trok ik, gewapend met een kannetje water voor de koffie, naar de sterrenwacht.

Dirk had me laten weten dat hij niet op tijd aanwezig kon zijn. Bij aankomst stond de Beamer en zijn laptop nog opgesteld in het lokaal, want hij had deze in de namiddag gebruikt bij het bezoek van een groep leerlingen van de school van Achel-Statie.

Omdat er nog niemand aanwezig was, werd even met de borstel door het lokaal geveegd, waarna kort nadien Jo arriveerde. Hij had bij de vorige bijeenkomst de reeks “Zenit” uit 2016 geleend om te lezen en bracht deze nu terug. Omdat er van opentrekkende bewolking nog steeds geen sprake was en Jo de reeks van 2015 ook graag eens wilde doorlezen, werd hier nog een tijdje naar gezocht, maar vergeefs. Mogelijk heeft iemand anders die geleend.

Bij de stadswerf was al eerder gemeld dat de lamp boven de trap het had begeven, maar dit kon niet want met de hoogtewerker konden ze er niet bij. Daarom namen vorige week enkele mensen van de technische dienst contact met me om een kijkje te nemen hoe dit het best kon worden aangepakt. Het idee om een kader te maken met een luik werd overlopen en bleek uitvoerbaar. We trokken dan ook samen naar boven om het resultaat te bekijken.

Boven in de sterrenwacht is nu in de vloer een klein luikje gemaakt waarlangs de lamp goed bereikbaar is en eenvoudig kan worden vervangen. Het is bijna onopvallend uitgevoerd, alleen bleef er nog wat zaagmeel op te poetsen dat dan ook snel met enkele bezemstreken verdween. De lamp brandt weer en de trap kan terug veilig worden beklommen.

Omdat de bewolking hardnekkig bleef volhouden trok Jo terug naar huis. Even nadien arriveerde Dirk. Hij vertelde dat er veel interesse was bij de schoolkinderen van Achel-Statie. Van dit bezoek mogen we nog een verslagje verwachten van Dirk.

We dronken nog even een tas koffie, pakten de beamer, de laptop en alle ander hulpmateriaal terug in en trokken we naar huis. Het was een van de vele donkere avonden waarop geen sterretje of maan te bespeuren was. Hopelijk een volgende keer beter…

 Jan

Het derde en vierde  leerjaar van Achel-Statie op bezoek bij de sterrenwacht.

Vrijdag  21 april  in de namiddag, even na half twee hoor ik ze al van ver aankomen. De fietsen worden netjes in de fietsenrek gezet, en dan stormt de bende, tien kinderen, gevolgd door de juffrouw , richting sterrenwacht. De bedoeling van deze namiddag en van de lessen sterrenkunde in de school is enkel verwondering opwekken, zonder de nadruk  te leggen op kennis. Bij de vraag, wat is de dichtstbijzijnde ster?  Lieten ze zich echter niet vangen. Van alle kanten klonk het antwoord, de zon. Hierna kwam  de rest  van het zonnestelsel  aan de beurt,  van Mercurius tot Neptunus, met daartussen een aantal verstandige vragen en opmerkingen. Waarom duurt een reis naar Mars zo lang, en kunnen  we dan niet  beter een raket  naar Venus sturen, want dat is dichterbij. Kan de aarde in een Zwart Gat vallen? Hoe werken de schijngestalten van de maan?

Voor we er erg in hadden,  was het al kwart voor  drie. Nog vlug even boven naar  de telescoop  gaan kijken, en natuurlijk  moest het Luik van de koepel  even open.

Om drie uur was het voor de kinderen weer tijd om terug naar school  te keren.

Het was voor mij, en hopelijk  ook voor de kinderen  een leuke namiddag.

 

                                                                                                                                    Dirk

21:40 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Verlagen Noorderkroon April 2017

 

Open agenda:

Franky:  Hoe komt het dat de maan meer inslagen heeft dan de aarde?

               Hoe kan de zon branden zonder zuurstof?

Jo:          Wat zijn Lagrangepunten?

Mark:      Vostokmeer: wat is er ontdekt?

                Wat is het verschil van de coatings op bvb verrekijkers?

De maan heeft opmerkelijk meer inslagen dan de aarde. Reden is dat er op de maan geen erosie is.

De zon brandt niet, het is de energie die we voelen die afkomstig is van kernfusie. De zon zet waterstof om in helium en dat geeft energie.

Lagrangepunten zijn punten in evenwicht, m.a.w. elk hemellichaam in de buurt trekt even hard aan een bepaalde satelliet en dan moet er minimaal gecorrigeerd worden. We bekeken een video over Lagrangepunten.

Vostokmeer : stand van zaken opgezocht en niet veel gevonden.

Coatings: ze komen in verschillende kleuren. Vorm en soort glas geeft aan welke coating bij voorkeur te gebruiken zijn. Coatings beschermen de optiek en kan mogelijk corrigerend werken.

Verslag van de kijkavond

4 Maart 2017, de Nationale Sterrenkijkdag stond op de agenda. Nog voor aanvang van het event waren er al diverse Noorderkroners op post, terwijl buiten de regen met bakken uit de lucht viel. Het slechte weer was voorspeld, maar ja……je kan altijd hopen dat ze fout zitten!

We hadden alles voorzien voor het welslagen van de avond;  de kijker was inzetbaar, de koepel nog net niet open, het materiaal voor het vervangprogramma was aanwezig, maar…….het enige wat ontbrak waren de bezoekers. We hebben de avond gevuld met diverse astronomische gesprekken en koffie om dan tegen de klok van 22.30u huiswaarts te keren. Een volgende keer beter?

                                                                                                                                 LBe

Oculairen

Oculairen zijn er in velen soorten en maten, van de klassieken tot de moderne en zelfs de groot hoek oculairen zoom oculairen. Zoals doet vermoeden zijn de kwaliteit en eisen onlosmakelijk verbonden met de prijzen van deze schitterende astronomische hulpmiddelen. Een hele tijd geleden als men een telescoop ging aan schaffen kreeg men er een set oculairen bij, echter het aanbod is zo groot dat de fabrikanten de keuze liever aan de gebruiker over laten. We praten dan van prijzen die lopen vanaf enkele tientjes tot meer dan duizend euro het stuk.

Laten we eens kijken wat het eigenlijke principe is van een oculair, over de klassieke oculairen, moderne standaard oculairen en groot hoek oculairen, en de combinatie van objectieven en oculairen.

Het begon allemaal in het jaar 1608 ergens in Middelburg dat kinderen van brillenmaker Hans Lippershey bij toeval de telescoop hebben uitgevonden.

Het eerste oculair was een negatief lensje dat ze kort bij het oog hielden en iets verder weg een positief lensje, dat ze gericht op een verder weg staand object hielden, en zowaar een vergroting zagen.

Is het nu nodig om een oculair te hebben voor een telescoop om een beeld te zien? Nee maar de vergroting is dan te klein om details te zien. Bij een brandpunt van 1,5 meter is bijvoorbeeld Het maanbeeldje nog geen 14mm groot. Dus kunnen we het oculair als een loep beschouwen omdat deze een beeld vergroot.

Dus de eerste telescoop bestond uit een positieve en een negatieve lens en is zo als Hollandse kijker de geschiedenis in gegaan.

Bij een Hollandse kijker staat het negatieve oculair voor het brandpunt van het objectief en bij de overige er achter, daarom zijn de optische lijnen evenwijdig en zal er ook geen tussen beeld worden gevormd ook wordt het beeld rechtopstaand gezien. Doordat een oculair een veel kleiner brandpunt heeft dan een objectief is de uittredende bundel veel kleiner. Dit heeft tot gevolg dat de energiedichtheid in die bundel veel groter is dan de intredende bundel wat betekent dat je met een kijker zwakkere sterren kunt zien, maar we willen een veld zien. De objecten aan de hemel vormen ook een hoek, met twee positieve lenzen zien we wel een tussen beeld die ontstaat in het brandpunt van de lichtbundels. Dit is het beeld dat het objectief vormt en met het oculair bekeken wordt. Het beeld wordt dan ook vaak ondersteboven gezien. De plaats achter het oculair waar de bundels een snijpunt vormen noemen we uittreepupil van de telescoop-oculair combinatie. Bij de klassieke oculairen zien we ook vaak beeldfouten zoals sferische aberratie, chromatische aberratie en als het oog pupil kleiner is ook nog eens het kidney bean effect. Maar door betere oculairen en objectieven worden deze afwijkingen weggewerkt.

We hebben gezien dat door een oculair de lichtbundel kleiner en de energie dichtheid groter wordt; Hieruit kunnen we afleiden dat de diameter van de uittredende bundel gelijk is aan F objectief / F oculair. Dit is de vergroting van het objectief oculair combinatie Bijvoorbeeld F ob = 1200, F oc =  10 dan is de vergroting 1200 / 10 = 120x, evenredig wordt ook de hoek groter die objecten aan de hemel maken. Zo ook de beeldfouten die worden ook sterker gezien. Hoe lichtsterker de kijker in combinatie met mindere oculairen zullen de beeldfouten erger zijn. Dus kwaliteit en eisen bepalen het beeld wat er te zien is. Wat er ook nog bij hoort zijn het schijnbare en werkelijke gezichtsveld. Wanneer je door een oculair kijkt ziet men een rond beeldveld, om dit te kunnen overzien moet men over het beeld met je oog zwenken, de hoek waarover men dit doet heet schijnbaar gezichtsveld van het oculair. Het werkelijke gezichtsveld is dat stukje wat men aan de hemel ziet, dat is gelijk aan het schijnbare gezichtsveld gedeeld door de vergroting. Zoals in voorgaande genoemd bestaan er tientallen zo niet honderdtallen verschillende oculairen, uit twee lenzige tot 12 lenzige systemen mede wordt de kwaliteit bepaald door de glassoorten en zelfs gasvullingen. Afhankelijk wat men gaat beoefenen in deze materie zal dus een keuze gemaakt moeten worden.

Als we gaan kijken naar de klassiek oculairen komen we aan namen zoals Huygens, Ramsden, Kellner, König, Abbe en Plössl. We praten dan over een periode vanaf de 17de eeuw tot de 19de eeuw. Huygens had de eerste samengestelde oculair, met twee positieve lensjes kreeg men een betere kwaliteit, diverse combinaties zijn geprobeerd, later deed Ramsden een verbetering door de combinatie van de lensjes te veranderen, nog verder ging Kellner, deze plaatste er nog een lensje bij, het grote nadeel van dit type oculairen zijn wel het geringe beeldveld en dat men met het oog bijna in het oculair moet kruipen om een redelijk beeld te kunnen zien. Ook veel kleurfouten zijn het nadeel van deze oculairen. Beter werd het met de Plössl oculairen de eerste orthoscopische oculairen, door meer lensjes te gebruiken mede de bolle of rechte zijde van de lensjes anders te combineren en te plaatsen, werden veel beeldfouten opgelost. Zo werden er nog velen verbeteringen aangebracht, een ding hadden ze nog gemeen dat het oog nog steeds redelijk dicht op het oculair zit. Ernst Abbe deed er nog een stap bovenop en maakte van de veldlens zijde een triplet en de oogzijde een enkele lens, dit bracht hoge kosten met zich mee en zijn dus duur. Het König oculair is een sterke verbetering doordat het oog op een betere afstand van de ooglens kan liggen, maar gaat ten koste van het beeldveld.

Nog steeds worden er Plössls ontwikkeld en nog steeds het zelfde ontwerp maar door nieuwe glassoorten werden kwaliteitsverbeteringen mogelijk, zo ook een vergroting van het schijnbare gezichtsveld. Steeds dikkere lenzen worden gebruikt om de kleurcorrectie en gezichtsveld nog meer te verbeteren.

Zo zijn er tegenwoordig de zogenaamde Super Plössl oculairen, dit type oculair is een hele andere, maar heeft nog steeds met Plössl te maken.

Het was de Duitser Heinrich Erfle die een nieuwe manier bedacht op basis van het Plössl oculair. Wat is daar het verschil in? Hij plaatste tussen de veldlenzen en ooglenzen een biconvexe lens, en ook het aanpassen van de doubletten kon hij het gezichtsveld van +/- 40° naar 60° vergroten. Veel lijkt dit niet maar (60/40)²=2,25 maal zoveel. Wat later verving Karl Kaspereit de enkelvoudige lens naar een doublet en werd het gezichtsveld zelfs 72° en zag ruim 3 keer zoveel als het oorspronkelijke Plössl. Maar omdat er de randscherpte onder leed, ging de ontwikkeling van het astronomisch oculair gewoon door. De verdere ontwikkeling door de Erfle en de Erfle II midden lens is een doublet had dus ook een bekend fenomeen, maar wat geen directe invloed had op de scherpte, is de vertekening. Dit heeft geen nadelige gevolgen als men visueel waarneemt en is derhalve ook klein. Al deze oculairen hebben gemeen dat de lenzen dicht bij elkaar staan. Ook dat men steeds met het oog zeer dicht bij de ooglens moet komen wat voor de brildragers onacceptabel is, dit vooral met korte brandpunt afstanden. Zo werd dan ook een oude uitvinding wederom in het leven geroepen en wel de Barlowlens. Het heeft meerdere voordelen, door de negatieve groep van de Barlowlens verkrijgt men een samenstelling die werkt als een oculair met een kortere brandpunt afstand en heb je de oogafstand  van de positieve groep. Zo ligt de pupil verder van het oculair. Het grootste voordeel is dat de combinatie van de negatieve en positieve groep verbeterd kan worden naar nog betere optische kwaliteit. Met enig inzicht ziet men er nog steeds de Plössl in zitten.

Bekijken we nu de groothoek oculairen, we kunnen zeggen dat het eerste groothoek oculair de Erfle II was met een gezichtsveld van 72°, nu zijn er al van 120°. Deze zijn ook niet meer van die samenstelling zoals de reeds vernoemde, maar veel ingewikkelder. Zo zijn er oculairen ontstaan met grote lenzen in vergelijking met de brandpuntsafstand, dit is nodig voor een grote beeldhoek. Zo bedacht Ludwig Bertele een oculair van 80° ongeveer in 1950.

Echter het nadeel van deze oculairen was of is dat de uittreepupil heel kort achter het oculair ligt. Dat lastig is om het hele beeldveld te overzien. Het was Albert Nagler die dit probleem aanpakte om zijn eerste groothoek oculair te ontwerpen met een gezichtsveld van 82°, Maar eigenlijk was het Horst Köhler die er het eerst mee was met een oculair die een gezichtsveld heeft van 110° maar deze was meer bedoeld voor de grensbewaking van onze oosterburen. In ieder geval kunnen we het oculair van Köhler beschouwen als de voorloper van de Naglers, het vermeldenswaardige is dat deze zonder computer werden ontworpen. Nagler presenteerde zijn eerste oculair eind jaren 70, ontworpen voor NASA optisch systeem van de maanlander om astronauten te trainen voor het landen op de maan. Het was wel de eerste die in grote aantallen voor de amateur sterrenkundige op de markt verscheen. Maar zijn duur in aanschaf, toch zijn ze goed verkocht. Echter het nadeel van dit oculair was al onderkent door Köhler namelijk de sferische aberratie van de uittreepupil, elke beeldhoek ligt dan op een andere plaats en vormen zo niet het gehele gezichtsveld omdat ze niet samenkomen in een punt. In het ontwerp was de uittreepupil van het oculair gebaseerd op 7mm (de grootste oog pupil van een volwassen mens) kan men dus het hele beeldveld niet in een keer overzien door de sferische aberratie. Kijkt men naar een helder object (maan) verkleinen de pupillen en hierdoor wordt dit effect nog erger, donkere vlekken vormen zich dan in het gezichtsveld  die niervormig zijn, het z.g. Kidney-bean effect. De eerste Naglers met een brandpunt van 13mm werden al snel opgevolgd door langere, om dan lagere vergrotingen van een telescoop te krijgen. Hier door vormen zich de mooi uitgestrekte beelden van stelsels en nevels waardoor deze oculairen zo geliefd zijn.

Dit zijn dan ook de oculairen bij uitstek voor de deepsky waarnemers. Men begrijpt nu door de samenstelling van deze oculairen, grote lenzen, die een voor een gemaakt worden, deze zo duur maken, zo zijn er ook die met edelgas gevuld zijn en voorkomen zo dat deze van binnen aanslaan.

Kijken we naar zoom oculairen dan is het voordeel hiervan dat ze als het ware een serie gewone oculairen vervangen, echter wel met beperkingen, want een goede kwaliteit oculair is onvervangbaar. Maar men kan in een range tussen 8 en 24 mm vergroten, wel moet er bij elke verandering opnieuw worden scherp gesteld. Ook veranderd men het schijnbaar gezichtsveld hoe langer de F / oculair, hoe kleiner het schijnbaar gezichtsveld. Het zomen gebeurt doordat de lenzen onderling van positie veranderen. Het moderne zoom oculair is opgebouwd uit een groep van negatieve en twee positieve lenzen. Als we dan gaan kijken naar welk oculair en welke telescoop men nu moet gaan kiezen, begrijpen we dat dit onmogelijk is te noemen, de vele soorten van oculairen en telescopen is zo groot dat het onmogelijk is. Hier dient ook nog vermeld te worden dat de richting die men in het waarnemen van de hemel wil gaan uit oefenen, zoals planeet of deep-sky, veranderlijke sterren en dubbelster systemen  een grote rol spelen in het kiezen van een systeem. Vaak (in de gevestigde telescoop zaken) krijgt men afdoende advies, als men al kan vertellen in welke richting men gaat waarnemen. Ook speelt hier het budget een zeer belangrijke rol, maar om niet mismoedig te worden zijn er altijd verenigingen met ervaren mensen aanwezig die kunnen helpen om de keuze gemakkelijker te maken. Uiteindelijk is men zelf degene die bepaald wat goed is en de ervaring die men hierna opdoet leert een goede keuze te vinden.

 

Job Beeren

Bron: Harrie Rutten (opticus) uit diverse Zenit bladen

21:36 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

12-03-17

Oculairen door Job Beeren

Beste leden,

         zoals je ziet staat onze nieuwe kwartaalagenda al ingevuld in de linkse kolom. Vergeet niet dat we komende vrijdag nog een uiteenzetting van Job Beeren, tegoed hebben. Job zal ons onderhouden over oculairen en daar gaan wij, als publiek,  zeker ons voordeel mee kunnen halen!

Tot dan!

19:09 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Verslagen maart 2017

Open agenda:

Franky:           Wat is een vuurbal?

                        Effelsberg; wat is de snelheid van het signaal?

Mark:              zoekt een tweedehandse sterrenkijken. Wat zijn de aandachtspunten?

Jan:                 wat is dan een vuurbol?

Lambert:         dauwvorming, hoe gaat een professioneel sterrenwacht daar mee om?

Franky:  uitleg meteoren en meteorieten en wat het gevolg is als deeltjes met een bepaalde grootte onze dampkring binnenkomt. Een klein stofdeeltje ingevangen door onze atmosfeer geeft een lichtflits. We kennen dit fenomeen van de meteoren en weten dat het stof-gruisje is, met (meestal) een grootte van een zandkorrel, afkomstig van kometen. Als het stofdeeltje iets groter is, laat ons zeggen de afmetingen van een erwt, dan zien we een heldere licht flits met mogelijk een nalichtend spoor. We weten dat het licht afkomstig is van aangeslagen deeltjes in de atmosfeer. Als nu ons deeltje nog groter is, groter dan een kiezelsteen, dan hebben we kans op een vuurbal. Dezelfde processen maken dat er intense opwarming is, dat er heel veel atmosfeerdeeltjes aangeslagen worden en ……..dat het één van de meest spectaculaire dingen zijn die je kan zien aan ons hemelgewelf!

 Radiotelescoop; de snelheid van het signaal is een deeltje van het elektromagnetisch spectrum en heeft per definitie altijd dezelfde snelheid: lichtsnelheid. 

 Mark: Wat wil Mark doen?  Zowel planeten als deepsky.  Newton is best voor deepsky, terwijl een refractor aangewezen is voor planeten. Een catadioptrische  kijker is de middenweg, als je beide disciplines wil gaan bewandelen.  We bespraken de voor- en nadelen van diverse combinaties en zochten enkele combinaties op. Mark is geïnformeerd. Succes met je aanschaf, Mark!

 Jan:  We weten, dank zij Franky wat een vuurbal is, maar wat is dan een vuurbol?  Een vuurbol is altijd een plasmabol en een aards verschijnsel, denk maar aan een bolbliksem. We hebben terloops ook nog even de dynamiek van een bliksem onder de loep genomen. Heel fascinerend!

 Lambert: Wij houden dauw van onze optiek door gebruik te maken van dauwlinten. Plaatselijk héél zachtjes verwarmen om zo het dauwpunt te manipuleren. Professionele sterrenkijkers, en dan spreken we over de kalibers vanaf 6meter diameter, die gebruiken heel andere technieken. Een dauwlint zou hier totaal geen effect hebben. Koepels worden gekoeld terwijl een employee het dauwpunt e.d. in de gaten houdt.  Ze doen dus exact het tegenovergestelde als wat wij doen! Het is die persoon die gerechtigd is om ten alle tijde een waarneming af te breken. De “schade”, zeg maar versnelde kost van onderhoud-optiek en het daarbij horende kostenplaatje,  maakt dat deze persoon behoorlijk wat verantwoordelijkheid heeft. Aan de ene kant moet er zo optimaal als mogelijk waargenomen kunnen worden, aan de andere kant moet de operation-cost zo minimaal zijn. En daar hoort dus ook de maintenance-kost bij. Hoe minder, hoe beter!

 Na een korte pauze gaf de voorzitter het woord aan Jan voor een uiteenzetting hemelmechanica.

 

Hemelmechanica

 Alles is in beweging, niets staat stil. Onze aardbol draait eenmaal rond haar eigen as in 23h56m04s. Terwijl deze beweging gaande is cirkelt de aarde rond de zon. We weten dat we een ellipsvormige baan beschrijven, dus is het niet meer dan logisch dat de afstand tot de zon een variabele afstand is. Jan splitste even de seizoenen voor ons: de lente duurt 92 dgn + 19u, de zomer duurt 93 dgn + 15u, de herfst 89 dgn+20u en tenslotte de winter met 89 dgn + 0u.

De hoek van de poolas maakt dat we op de noordpool geen zon krijgen in de winter en omgekeerd, geen nacht op de zuidpool. Job wist dat de ijsberen geen domme dieren zijn en daarom een dikke vacht hebben. De pinguïns op de zuidpool zitten dan lekker in het zonnetje! We bekeken nog tal van bewegingen om uit te komen bij de vraag hoe een ruimtelijke  locatie aan te duiden die iedereen zou kunnen vinden, met andere woorden, het focus ging naar de coördinatensystemen. In eerste instantie werd er gebruik gemaakt van de dierenriem, nogal ruw. De Carthesiaanse coördinaten gaan iets verder. Aan de hand van een assenkruis (x-as en y-as) kunnen we bepaalde punten uitzetten. De kruising van het ordinaat en de absis bepaald de positie van het object. Door toevoeging van een extra vlak kunnen we 3D werken. We voegen de dimensie diepte toe aan ons assenkruis.

Op aarde gebruiken we geografische coördinaten. We delen onze aarde in twee helften middels de evenaar of grootcirkel en hebben een Noordelijk halfrond en een Zuidelijk halfrond. Neem nu ook nog een nul-meridiaan (Greenwich) en we kunnen beginnen met positiebepaling. We hebben nu een lengte en een breedte. De coördinaten van Achel zijn 51°15’NB, 5°29’ OL. We kunnen dit systeem doortrekken naar de sterrenhemel.

 In de sterrenkunde worden verschillende coördinatenstelsels gebruikt. We bekeken ze één voor één. De eerste die aan bod kwam was de meest simpele; de horizoncoördinaten. Nadeel is dat deze coördinaten tijdgebonden zijn en dus niet bruikbaar aan de hemelkoepel.

 Als we overschakelen naar uurcoördinaten zal de uurhoek veranderen met de tijd. Gaan we equatoriale coördinaten gebruiken verfijnen we onze manier van werken. We werken nu met rechte klimming en declinatie. Met andere woorden; we kunnen dit systeem gebruiken bij onze sterrenkijkers. Zowel de manuele kijkers die, mits wat rekenwerk ingesteld kunnen worden op de uurcoördinaten oftewel laten we de computer het rekenwerk doen en gebruiken we  de goto of de push-to systemen. Welk systeem dan ook, het gaat veel sneller dan het vroegere starhoppen.

Het systeem van de ecliptische coördinaten gaat zoals de term als laat weten gebruik maken van de ecliptica en vandaar uit rekenen. Het lentepunt is hier het uitgangspunt. Jan toonde aan dat het lentepunt door de precessiebeweging van de aarde verschuift en telkens na 2160 één teken op de dierenriem opschuift. Wij hebben in onze sterrenkundige carrière al enkele epochen meegemaakt.

Het verschuiven van het lentepunt maakt ook dat het begin van de lente op ander tijdstippen valt: in 2017       20 maart 11:28u

            2018    20 maart 17:15u

            2019    20 maart 22:58u

            2020    20 maart 05:45u        

We sloten de reeks coördinaten af met de galactische coördinaten. Hier maken we gebuit van het galactische vlak en de draairichting. De galactische lengtegraad maakt gebruik van het baanvlak, terwijl de breedtegraad er haaks op staat. Aan de evenaar bewegen we met 1660km/h = Dit is 39.880km/dag

Rond de zon bewegen we met 30km/s. Een rondje rond de zon= 946.728.000 km/jaar of: 946.728.000/365,25=2.592.000 km/dag

De zon draait met 220km/s rond het centrum van de Melkweg. Dit is 220*24*3600 =19.008.000 km. Da’s pas snelheid, nietwaar?

                                                                                                                                             LBe

Verslag van de kijkavond

3 februari 2017: Schitterend mooi weer, dus de koepel ging al open om 18.30u. Lambert bouwde de kijker op en koos voor een oculair van 13mm in combinatie met de barlowlens en ging op zoek naar de eerste objecten. Als eerste object kwam de Orionnevel aan bod, gevolg door M35 in de Tweelingen, M45 in Taurus om dan uit te komen bij Perseus. Een draai aan de koepel (fijn dat die door één man bedient kan worden) bracht de Maan recht voor de kijker. Het bleek een zeer mooie avond te zijn, de lucht was kraakhelder en dat was heel goed te zien op de maan. Even een ander oculair gestoken voor een totaalbeeld (Meade 24mm) om daarna te schakelen aar de sterkere vergrotingen voor de details. Lambert keek vooral naar de hoefafdruk van Aries, een mooie configuratie op de maan. De Hoefafdruk van Aries is een populaire benaming voor de opvallend donkere formatie van heuvels (glooiingen) die we kunnen zien in het gebied, grenzend aan de onderkant van Mare Vaporum. We zagen van af de hoefafdruk heel mooie rillen vertrekken; Rima Hyginus.  Kristalhelder, wat maakte dat we zelfs details in de rillen konden zien! We keken naar bergtoppen die vanuit de donkere kant van de terminator nog nét het zonlicht opvingen, zagen kraters in de kraters en de schaduwen van de Alpen.  Op een gegeven moment zag onze voorzitter “struiken” op de Maan.  De “struiken “ die hij zag werden veroorzaakt door het schaduwspel van Mons Hyginus en Mons Ampere in Montes Apenninus. Een ander opvallend  fenomeen dat we ook in het vizier namen was de immens grote breuk die we kennen als Valles Alpes, een beetje ten oosten van krater Plato. Valles Alpes is een slenk met een lengte van 130 kilometer. De diepte van de slenk is 700 meter. Een fraai gezicht! Aangezien het thema van de avond de Maan was, hebben we het grootste gedeelte van de waarnemingstijd aan de maan besteedt.

Toen het eenmaal dicht begon te trekken namen we intrek in de archiefruimte voor een workshop beeldbewerking. Job had enkele sets opnames bij, die Lambert bewerkte. De Paardekopnevel, met een belichting van 2u54m en M33 met een totaal tijd van 2u 51m. Terwijl de laptop al zoemend zijn stapelwerk deed werden diverse topics aangesneden. Van sterrenkunde tot wereldpolitiek, het kwam allemaal aan bod.  Hebben we de wereld verbetert? Nee! Hebben we een vruchtbare en keitoffe bijeenkomst gehad? Ja!  De opnames van Job leverden twee prachtig mooie en wel-gedetailleerde opnames op, we hadden allemaal een voldaan gevoel over de avond,  een superfijne bijeenkomst!!!

Aanwezig: Franky, Jo, Paul, Harry, Job, Jan, Dirk, Mark,  Jean-Pierre en Lambert.               Verslag LBe

                                                                                                                                        

18:54 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

15-02-17

Paardekopnevel door Job Beeren

Job fotografeerde IC 434 nog eens een keer. Belichtingstijd niet minder dan 3.58u lang!!   Het resultaat?  Zie hieronder:

job IC434.jpg

22:04 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

10-02-17

RACA 2017

Beste Noorderkroner,

we gaan langzaam aan uit de winter sukkelen en focussen richting Hemelvaartweekend. Traditiegetrouw gaat een delegatie van Noorderkroon elk jaar als deelnemer van RACA richting Grapfontaine. OOk zo dit jaar. Hieronder kan je de uitnodiging van OCA lezen:

Hallo allemaal,

Tijdens het lange hemelvaartweekend, van 25 tot en met 28 mei, zullen we weer samenkomen op de sterrenwacht Observatoire Centre Ardenne voor onze jaarlijkse ontmoeting, RACA 2017. Het zal een gezellige en warme samenkomst zijn, als we ons baseren op de eerdere ervaringen! Tijdens deze ontmoeting tussen amateurastronomen uit verschillende landen hebben wij eens te meer de gelegenheid om onze passie te delen en te bespreken. De onderwerpen van de gastsprekers zullen enerzijds technisch zijn en soms ook filosofisch, maar ze zullen zeker de nieuwsgierigheid aanwakkeren van de deelnemers.

Nieuw dit jaar: we organiseren een interactieve wedstrijd  “het nauwkeurig kunnen aanwijzen van deep sky objecten”. Dat kan een leuk moment van ontmoeting zijn!

Ook zal er gelegenheid zijn om gebruik te maken van de verschillende instrumenten van de sterrenwacht, met inbegrip van de T600, zodra het weer dit toelaat. Sinds vorig jaar hebben we eveneens een planetarium. Onder de koepel van zes meter diameter staan een digitale projector en een computer met allerlei animaties, zodat we de educatieve en pedagogische aspecten kunnen toelichten.

Met betrekking tot de catering hebben we dit jaar de mogelijkheid om u een gevarieerder menu voor te stellen. Naast broodjes zullen er ook pasta’s en Ardense schotels te verkrijgen zijn. En er is natuurlijk onze gebruikelijke barbecue. Voor degenen die zelf voor kok willen spelen, stellen wij een magnetron en elektrische kookplaten ter beschikking. Zoals altijd bieden wij nog steeds de mogelijkheid om te overnachten op het terrein in de camping modus, maar als u een meer comfortabele accommodatie wilt, kunt u die vinden via de website www.foret-anlier-tourisme.be . Ik doe nu alvast een oproep voor een bijdrage als gastspreker en/of workshops. Als u wilt komen spreken over uw favoriete onderwerp of u hebt een workshop die u ons wilt laten zien, neem dan even contact met ons op, zodat wij dit kunnen programmeren.

 De tarieven om deel te nemen zijn 10€ per dag of 25€ voor het hele weekend. Dit kan telefonisch op 061/615905 of via mail op ocacnb@hotmail.com Ter plaatse respectievelijk 13€ en 35€.  Maaltijden vanaf 4€, bbq 3€.

Voel u vrij om deze informatie te verspreiden aan uw leden, vrienden, andere astronomen evenals elke mogelijk geïnteresseerde.Voor bijkomende inlichtingen of suggesties kunt u ons contacteren.  We kijken uit naar uw talrijke opkomst!

 Giles Robert

Meer info kan je steeds bekomen bij Job en Lambert!  Een aanrader!

 

 

18:28 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

Een avondje "maan" en "licht".

Open agenda: 

Jo:  wanneer gaan we bij Lambert naar de sterrenwacht kijken?

Mark: Wat is singulariteit?

            Waar komt de massa van de Big Bang vandaan?

Dirk: Kolonisatie van Mars; serie op National Geographic.

Jo wil graag naar de sterrenwacht van Lambert kijken. We spraken af om tijdens het tweede kwartaal een bezoek aan Lambert’s sterrenwacht in te plannen.

We voerden een geanimeerd gesprek over de term singulariteit, wat het is en  wat er voor nodig is. De denkwijze van zwart gat en singulariteit werden uitvoerig besproken door de groep. Simon Singh’s boek de Oerknal is volgens Jo een referentie voor verdere zelfstudie.  Te vinden in elke goede bibliotheek. Zeer begrijpelijk geschreven, een aanrader!

Dirk zag in een docu-film (National Geographic)een drone vliegen op Mars. Klopt niet volgens Dirk: draagkracht van de vleugels en de dichtheid van de atmosfeer is niet voldoende om een drone te laten vliegen op Mars. NASA gaat dit wel testen op Mars.

Licht.

We keken naar een videopresentatie van Robert Dijkgraaf. Het thema “Licht” werd heel helder uitgelegd aan de hand van talloze experimenten.

Professor Dijkgraaf begon zijn uiteenzetting door te stellen dat licht levensnoodzakelijk is. Aan de hand van prachtig beeldwerk en een giga-mooi ingericht platvorm, voorzien van alle mogelijke projectiemogelijkheden. Het ging trouwens over licht, dus redelijk vanzelfsprekend dat het onderwerp dan ook spectaculair gevisualiseerd kan worden.  De eerste beschouwing was dat van de oorsprong. Waar komt licht vandaan? We keken naar de processen van de Bigbang en “zagen” een 380.000 jaren later het eerste licht! Van dat punt start onze reis, een historische reis, van de fakkel van de holbewoners die net genoeg licht verschafte om hun levensimpressies op de rotswanden te schilderen tot aan het punt van vandaag.

 Een serieuze sprong in de tijd voorwaarts bracht ons bij de geleerden die zich verwonderden over het fenomeen “Licht”. We kwamen uit bij hen, die voor het eerst, besefte wat je met dat licht kon doen. De  onderzoekers zagen wat glas met licht kon doen en al gauw werden lenzen ontdekt. De combinatie van lenzen was een inzicht dat de onderzoekers een flinke stap voorwaarts deed zetten, van microscoop tot sterrenkijker! De weg naar verder en dieper onderzoek was opengelegd!

Naast het besef dat licht méér was dan hetgeen we “zien” werd het verhaal helemaal opengebroken; het elektromagnetische spectrum. Hetgeen wij, als mens, zien is slechts een héél klein deeltje van dat spectrum dat we licht noemen. Uitleg over hoe het oog werkt, welke receptoren we hebben en dat we zeker niet de beste ogen hebben. Om dit te begrijpen kregen we een les in receptoren; rode kegeltjes, groene kegeltjes en blauwe kegeltjes in onze ogen maken dat we kunnen zien wat we zien. t’ Is te zeggen……..wat onze hersenen zien!  Professor Dijkgraaf liet ons meekijken hoe een hond onze wereld ziet, hoe insecten ook in het ultraviolet kunnen zien en als kroonstuk van het oog, de waarnemingsmiddelen van een klein kreeftje dat de meest ontwikkelde ogen ter wereld heeft. Niet drie verschillende receptoren, nee….zes!!!!

Kleur is een eigenaardig fenomeen. Een foto is opgebouwd uit slechts drie kleuren. Een set sjablonen maakten dit duidelijk. We mochten “live” de creatie van een echte Dijkgraaf meemaken. Professor Dijkgraaf schilderde met drie hoofdkleuren een overlappend pallet en toonde daarmee aan dat de mengingsvlakken een andere kleur gaven. Het kunstwerk werd afgewerkt met een smeer UV-verf. Boeiend…..het bieden kan beginnen! 

Tal van experimenten passeerden de revue en bracht steeds méér en méér inzicht in deze materie. Een boeiende presentatie!

                                                                                                                      LBe

Verslag kijkavond 6 januari 2016

Donderdag 5 januari stond Venus prachtig te schitteren aan de zuidwestelijke avondhemel. Dat beloofde dus alleen maar goeds voor onze eerste kijkavond ‘s anderendaags. Maar vrijdagmorgen waren de voorspellingen weinig bemoedigend. Op de radio hoorden we: “vanavond en na middernacht gaat het sneeuwen en mensen die niet persé ergens naartoe moeten kunnen beter binnenblijven”, Maar ja! Wij moesten er wel door want het was kijkavond…

Het weer bleef gelukkig goed. Bij aankomst waren Jo en Dirk al ter plaatse en we trokken meteen naar boven. De lamp van de trapverlichting deed alle moeite van de wereld om te branden maar moest het onderspit delven tegen de vrieskou. In het westen, laag op de horizon, waren wat wolken te zien, maar de maan stond mooi in het zuiden te blinken.

Lieveheerbeestjes waren her en der met trosjes bij elkaar gekropen om enigszins beschut de winter door te komen, Met enkele korte rukjes kwam de vastgevroren koepel los en de maan trok meteen alle aandacht. Al snel stond de kijker in positie en zagen we een prachtige terminator. Toen rees de vraag: Waar loopt die terminator als we die willen plaatsen op de maankaart?  De positie van het omgekeerd beeld van de kijker terugvinden op de kaart was geen sinecure. Eerst werd het zenitprisma verwijderd en Dirk had op zijn smartphone het beeld al omgedraaid, maar dat gaf toch niet meteen het antwoord. Iedereen bekeek het beeld dat hij door de kijker zag op zijn manier en probeerde er aanknopingspunten mee terug te vinden op de kaart. De moeilijkheid van die oefening is dat de maankaart een 2-dimensioneel, rechtopstaand beeld geeft en het beeld door de kijker het gespiegelde 3-dimensioneel beeld van de maan is, waardoor ze moeilijk te vergelijken zijn. Het was wel een zinvolle en erg leerzame oefening. Uiteindelijk werd het toch duidelijk en konden we op de kaart de terminator aangeven. Net op tijd want tijdens de laatste observaties zagen we al veel bewolking voor de maan doorschuiven en even later trok het helemaal dicht. Hierop besloten we om de koepel terug te sluiten, want ook de voeten en vingers begonnen behoorlijk tegen te sputteren. Toen we de kijker inpakten en de koepel sloten kwam Fons ons gezelschap vervoegen. Voor hem was het helaas net te laat om nog iets te kunnen waarnemen.

Omdat het nieuwe jaar nog jong was en de vrieskou ons behoorlijk afkoelt bij het waarnemen, dacht Fons dat dit wel het juiste moment was om ons te vergasten op een lekkere borrel. Hij had een fles en enkele glaasjes bij en trakteerde ons op een zeer welkome nieuwjaarsborrel die meteen het koude gevoel een beetje onderdrukte. Om ons verder op te warmen besloten we beneden in het lokaal deze bijeenkomst voort te zetten.

Na nog een gezellige babbel, bij een warme tas koffie en een lekkere borrel, sloten we deze korte, maar geslaagde kijkavond af. Een goede start voor 2017. Hopelijk kent deze start het nodige vervolg...

Jan

18:24 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

22-01-17

Winterpret in het donker!

Mid januari 2017, het vriest dat het kraakt, net nieuwe maan geweest en eindelijk een droog-gevroren atmosfeer. Hoogste tijd om de kijkers aan het werk te zetten.  Twee nachten op rij, van schemering tot schemering resulteerden in een paar redelijk geslaagde opnames, maar ook in een dichtgevroren sterrenwacht, opgevroren hoofdspiegels, batterijenwissels  (camera's) á volonté en kou........ tot op de knoken, zo koud. In de ochtend gaan slapen en dan nog uren sukkelen om de laatste koude uit het lichaam te krijgen. Waar zijn ze gebleven, die Rambo's?  Allemaal ongemakken, maar die nemen we er graag bij. Voor je 't weet is het weer aan het regenen!  Hieronder enkele opnames die Lambert de afgelopen 48u gemaakt heeft. Het was voornamelijk "galaxy-time":

cressent.jpg

draaikolk RC-001.jpg

Irisnevel 55m AT12RC m darks +R.jpg

M51 apo 90m iso 1000-001.jpg

M81 cropped-001.jpg

M101 rc 22-01-2017.jpg

NGC 4236 apo crop-001.jpg

 

19:10 Gepost door Lambert Beliën | Commentaren (0) |  Facebook | |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende